Onbekend's avatar

Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter, auteur, voorzitter etcetera

Met mij gaat het goed

“Ik ook van jou” vind ik zo’n dooddoener. Net zoals: “Goed hoor”, als je iemand vraagt hoe het met hem of haar gaat. Het is zo’n ingesleten gewoonte. Onnadenkend geef je antwoord waardoor het gesprek, wat een open en eerlijk gesprek had kunnen worden, gelijk even stil valt. “Eh, en met jou?”. “Ook goed!”

Het zijn eigenlijk best confronterende vragen en opmerkingen. “Ik houd van jou” speelt direct *tsjakka* in op je gevoel. Hij of zij houdt van mij. Houd ik ook net zoveel van die ander? We laten deze liefdesverklaring vaak niet rustig binnenkomen. We luisteren niet echt goed maar bedenken wel gelijk wat we kunnen antwoorden. En willen we eigenlijk wel eerlijk antwoord geven in een drukke winkelstraat op de vraag van een vriendin hoe het met je gaat. Best lastig om daar goed over na te denken op een moment dat je daar helemaal geen zin in hebt. Vaak beginnen we dan ook over de activiteiten van onze kinderen te praten of roddelen we over de buren. Alles om maar niet over je eigen gevoelens te moeten praten. We vinden het doodeng om onze gevoeligheid te tonen.

masker2

Ik vind het een van de moeilijkste vragen die ik bij binnenkomst krijg als ik een bezoek breng aan mijn psychiater. Een waarop ik naar mijn gevoel snel moet antwoorden. “Hoe gaat het met je?” wekt een automatisch nietszeggend antwoord op. Maar omdat ik persoonlijk vind dat het voor je eigen bestwil beter is om in zo’n situatie compleet eerlijk te zijn, komt deze vraag altijd keihard bij mij binnen. Het is moeilijk om de juiste woorden te vinden. Woorden die precies uitdrukken hoe je je echt voelt. Als ik behandelaar zou zijn en er zou een schilder tegenover mij zitten dan zou ik vragen naar zijn laatste werk of een lied die een singer-songwriter onlangs heeft geproduceerd. Zo krijg ik antwoord vanuit het gevoel van de patiënt zonder dat diegene zelf iets hoeft te zeggen. Woorden schieten toch vaak tekort.

De juiste woorden kiezen valt dus niet mee en daarom antwoorden we maar met ‘met mij gaat het goed hoor’, dan zijn we er maar weer vanaf. Vaak wordt er dan tijdens het consult verder gepraat over de medicatie of over bloedwaardes. Rationele zaken waar geen emoties bij komen kijken en waardoor je niet wordt gedwongen om bij jezelf naar binnen te gaan. Ppffff, daar zijn we weer vanaf! Na maximaal 15 minuten sta je weer buiten want meer tijd, wil de psychiater vaak wel aan je besteden, maar kan en mag deze behandelaar niet vanwege verzonnen regeltjes die de zorg efficiënter moeten maken. Wil je praten dan verwijs ik je wel weer door naar een spv-er. Niet echt effectief maar anders wordt het consult te duur. Op korte termijn dan want hierna volgen nog meer niet diepgaande gesprekken en afspraken. Dan kan je het maar beter in een keer goed doen en even de tijd nemen en de diepte ingaan waardoor misschien niet vier keer maar twee keer per jaar een bezoek nodig is. Wat op lange termijn weer kostenbesparend werkt.

Hoe zit het met die verbinding die we allemaal zo belangrijk vinden tussen patiënt en behandelaar? Mijn psychiater kan beter vragen “Wat heb je deze week allemaal gedaan of ik heb je laatste blog gelezen en merk dat het niet zo goed met je gaat…?”. Daardoor leer je gelijk iemands persoonlijke situatie beter kennen. Nee, we praten er graag omheen. Maar vaak zal het ook wel onbewust zijn. We hebben tenslotte niet allemaal Communicatie gestudeerd en misschien hebben IQ en EQ wel een relatie. Dat ze elkaar beïnvloeden waardoor bijvoorbeeld een hoog IQ ten koste gaat van het EQ en sommige mensen tekort schieten in sociale vaardigheden. Vaak wordt er gepraat om het praten maar vindt er niet altijd een respectvol, eerlijk, open en effectief gesprek plaats. Gemiste kans. Jammer!

Tip voor de behandelaar:

medcom

MedCom is een medische app waarmee je je kan voorbereiden op je gesprek met de patiënt. De gespreksvaardigheden zijn patiëntgericht: naast respectvol en effectief, zoveel mogelijk wetenschappelijk verantwoord.


De gratis app downloaden:
MedCom (Apple)
MedCom (Android)

Over verbinding met je behandelaar en een respectvol gesprek gesproken. Bekijk hier een animatiefilmpje van een gesprek tussen een psychiater en een patiënt zoals het dus niet moet. Let op: kan gevoelig materiaal bevatten!

Klok vooruit, stemming achteruit

Manisch depressief … klinkt alsof manisch een bijvoeglijk naamwoord is van depressief. Manisch wordt op die manier een ondergeschoven kindje. Daarom vind ik de term bipolair een stuk beter klinken.

“Dan ga je toch een nieuw blog schrijven? Wat zo’n uur verschil met je doet.” We liggen ’s avonds in bed als ik tegen mijn man begin te klagen. Je moet open zijn over je gevoelens dus dat doe ik dan ook. Naar mijn gevoel ben ik helemaal niet in staat om nu een creatief en inspirerende blog te schrijven waar anderen iets aan kunnen hebben. Ik ben geestelijk vermoeid en voel mij klote. Daarom kijk ik mijn partner hoopvol aan. Op zo’n moment heb ik behoefte aan een ‘positive talk’. Hoewel ik ook als geen ander weet dat opbeurende woorden niet echt bij mij binnenkomen als ik in zo’n mineurstemming ben. En dat weet mijn man ook. Dit gesprek kan oneindig duren en ik kan mij voorstellen dat dit ‘gezeur’ voor hem erg vermoeiend is. Zeker als je de hele dag gewerkt hebt, al moe bent en blij dat je ’s avonds in bed ligt en eindelijk je ogen kan sluiten. Voor mij is het moment dat we samen in bed liggen vaak een ideale gelegenheid om een ‘moeilijk gesprek’ te beginnen. Hij moet wel luisteren, hij kan geen kant op.

klok

Vorige week voelde ik mij nog fantastisch! Ik had enorm veel energie. Misschien een beetje teveel? ’s Morgens als de wekker ging, had ik direct al zin in de dag. Via een paar ervaren bloggers had ik de tip gekregen om mijn eigen site om te zetten naar WordPress zodat mijn site beter te volgen zou zijn. Ik zag enorm tegen dit karwei op maar vond wel ook wel een uitdaging. Ik kende heel WordPress niet en het leek mij allemaal erg ingewikkeld. Faalangst? Maar uiteindelijk had ik de smaak te pakken en kon ik hem ook niet meer loslaten. Hele dagen was ik bezig om mijn site te optimaliseren en op te leuken. Ik wilde al mijn kennis en kunde over de bipolaire stoornis in deze site stoppen. Niet alleen mijn eigen blogs maar ook de knowhow van andere lotgenoten erin betrekken zodat mijn site alleen maar beter kon worden. Het moest een website zijn waar iemand met een bipolaire stoornis allerlei informatie vandaan kon halen wat nodig is om met deze aandoening te leren omgaan. Ik had er zin in en ‘I was feeling good’! Onzekerheid kwam niet in mijn vocabulaire voor. Ik was assertief en trots op mijzelf dat ik dit klusje ging klaren. Elke puntje en kommaatje in de teksten moesten kloppen. Deze site moest ‘smoelen’ en dit communicatief beestje was wild en enthousiast. Stiekem wist ik dat ik aan de bovenkant van de lijn zat en dat ik een beetje contragedrag moest vertonen, pauzes inlassen, meer rust nemen maar mijn enthousiaste geest won het van die wijze gedachte. Er zat bij mij geen rem op. In no-time had ik mijn site zo goed als klaar en zette hem online.

Zoals ik al zei: ‘I was feeling good!’ Toen ik hoorde dat op maandag 30 maart World Bipolar Day was, kreeg ik ’s morgens in de keuken een spontane ingeving. Dit was een ideaal moment om een persbericht te sturen naar de regionale kranten om deze aandoening maar ook gelijk mijn eigen website en het Fonds Psychische Gezondheid onder de aandacht te brengen. In een kwartier had ik het persbericht geschreven. Een beetje van mijzelf en een beetje van de VMDB. Via via bemachtigde ik de emailadressen van de verschillende redacties en die avond verstuurde ik het bericht in de hoop dat het opgepakt zou worden.

Alles ging mij die week makkelijk en vlot af. Zodra ’s morgens de wekker ging, kon ik makkelijk mijn bed uitkomen. Kleedde mij snel aan en liep met een volle wasmand de trap af richting de garage, gooide de was in de wasmachine en zette het apparaat aan. Teruggekomen in de keuken haalde ik eerst de vaatwasser leeg, daarna smeerde ik boterhammen voor mijn zoon, pakte zijn gymtas, een beker drinken en een koek die ik zorgvuldig in het voorvak van de tas stopte. Ik zette mijn computer aan en begon, zonder eerst rustig te ontbijten, te werken aan mijn volgende project: een website van de plaatselijke zangvereniging die mij hadden gevraagd om op vrijwillige basis een opzet te maken. Zodra mijn zoon zijn boterhammen had weggewerkt en de deur uit was, ruimde ik de keuken op, zette de borden en bekers in de vaatwasser en pakte de riem van de hond. Tijdens mijn wandeling borrelde allemaal ideeën en plannen op die ik snel opsloeg in mijn notities van mijn iphone. Je zou die goede ingevingen maar vergeten! Thuisgekomen zette ik de radio aan, iets harder dan normaal, en pakte de stofzuiger. Ik was lekker bezig. Als ik de stofzuiger terug in de garage zet, gooi ik nog even wat stro in de caviakooi. Met blik en veger ruim ik de restjes die naast de kooi zijn gevallen op. Terug in de keuken druk ik de senseo in en met een beker koffie in mijn hand neem ik weer plaats achter mijn macbook. ‘I’m feeling good!’

Het is vrijdag en het weekend staat voor de deur. Een druk weekend. Zaterdag eten bij vrienden en zondag op verjaardag in de randstad. Ik weet uit ervaring dat dit teveel voor mij is. Meestal plan ik na een drukke dag een dag rust. Maar sociale contacten zijn ook belangrijk. Je moet een keuze maken. Dan wordt maandag maar mijn rustdag beslis ik. Het weekend verloopt goed. Zaterdagmiddag breng ik samen met mijn man en zoon nog een bezoekje aan de binnenstad waar op dat moment de Stigmatour staat en ’s avonds hebben we een gezellig en lekker etentje bij vrienden. Die avond verzetten we voor dat we naar bed gaan de klok. Zondagochtend sta ik een uur vroeger op dan gewend, maak mijzelf op en kleed mij in een rood leren jasje (normaal ben ik nogal casual). Eind van de ochtend stappen we in de auto. Na een uur en drie kwartier uur rijden komen we bij onze vrienden aan. Het is gezellig maar zodra de woonkamer begint vol te lopen, voel ik dat het voor mij te druk begint te worden. Ik vind het moeilijk om aandachtig te luisteren naar een oude vriendin die naast mij zit en tegelijkertijd mijn aandacht te verdelen onder mijn andere vrienden. Ik ben meer van het één-op-één-gesprek. We vertrekken weer op tijd want ’s avonds hebben we met eten afgesproken bij mijn schoonouders om de verjaardag van mijn schoonvader te vieren. Ik val van de ene gezelligheid in de andere en ondanks deze drukte val ik ook s avonds, zonder slaappil, in slaap. Blij dat ik mijn verre vrienden weer eens ‘live’ gezien en gesproken heb.

sociaalcontact

Maandagmorgen kom ik moeilijker uit bed. Ik doe die ochtend rustig aan. In de middag heb ik afgesproken met een goede vriendin, die ik heb overgehouden aan de periode dat ik in deeltijdbehandeling zat. Deze afspraak had ik al eerder in mijn agenda gepland. Dat doe je vaak op de momenten dat je je goed voelt, afspraken met vrienden plannen. Eigenlijk moet ik dan ook rekening houden met mijn weekplanning van rust-activiteit-regelmaat maar omdat ik mijzelf op dat moment goed voel, schat ik de zaken wat positiever in dan anders en ga ik er van uit dat ik het allemaal wel aan kan. Ik voel die maandagochtend dat ik compleet uit mijn ritme ben. Komt dit door het uurtje wat ons is afgepakt of voelde ik mij de afgelopen week tè goed en moet ik nu de prijs betalen? Het is alsof ik gisteravond tot diep in de nacht heb door gefeest en een fles wijn of twee achterover heb geslagen. Meestal ben ik ’s morgens actief en rust ik in de middag uit zodat ik ’s avonds weer genoeg energie heb als het hele gezin thuis komt. Vandaag loopt het anders. Het is gezellig met mijn vriendin en omdat we elkaar niet vaak zien, hebben we heel wat te bespreken. Om kwart voor vijf zwaai ik haar uit en ik voel dat het leuke gesprek mij zwaarder is gevallen dat ik zou willen. Ik voel mij een wrak als mijn man uit zijn werk komt. Ik vraag aan mijn dochter of ze wil koken en ga zelf op de bank liggen. Ik kan er nu even niet zijn voor mijn gezin. Ik heb hoofdpijn, voel mij licht in mijn hoofd en uit balans. Ik merk dat ik weer langzaam onder de lijn schiet. Maar ik ben blij dat mijn website af is en ik mijn sociale contacten weer heb aangehaald. Contacten die ik nodig heb om mij als mens goed te voelen maar die ik vaak moet minderen om een manische episode te voorkomen.

Tip:
Als je aan de beginfase staat van een lichte depressie of manie dan kan contragedrag helpen. Contragedrag is precies het tegenovergestelde doen dan wat je voelt. Ik kan met mijn bipolaire brein niet voorkomen dat ik uit balans raak maar ik kan de hoogte van de pieken en de dalen wel enigszins beperken. Als ik slim was geweest had ik die week iets meer mijn oude ritme moeten volgen, rust in mijn agenda moeten bouwen en ’s middags even op de bank moeten blijven liggen. Maar door mijn overactieve brein gaf ik daar niet aan toe.

In voor- en tegenspoed

“Als de rollen waren omgedraaid, waren wij allang uit elkaar gegaan. Ik weet niet of ik er zo goed mee kan omgaan als jij.” Dit zijn woorden die ik vaak tegen mijn man zeg, mijn direct betrokkene. Scheidingen en psychische problemen doen het goed samen. Van psychische problemen ontstaan scheidingen en van scheidingen ontstaan vaak weer psychische problemen.

schakel

Het leven als mens met een psychische gevoeligheid valt niet altijd even mee. Ik leef met de dag en plan elke activiteit in mijn digitale agenda op mijn iphone (app: Week Calendar) zodat mijn hoofd leeg blijft en om stress te voorkomen. Ja, ja ik werk dan misschien niet meer maar heb een hele “drukke” agenda. Alles wat ik moet onthouden zet ik direct in mijn telefoon, die ik altijd bij mij heb en waaruit de hele dag piepjes afgaan als herinnering. De agenda deel ik samen met mijn man zodat wij allebei niet voor verrassingen komen te staan en van elkaars activiteiten op de hoogte zijn. Hij waarschijnlijk iets meer van mijn doen en laten dan andersom. Vaak weet ik zonder te kijken nog wel wat ik die dag niet moet vergeten. Simpele dingen zoals luizencontrole op school, gymtas van mijn zoon, boodschappen doen, wandelen met een vriendin, maar het geeft mij een prettig en veilig gevoel als alles zwart op wit staat en ik een duidelijk weekoverzicht heb.

En zo probeer ik iedere dag van mijn leven te leiden. Activiteit en rust af te wisselen en mijn spanningsboog onder controle te houden. Maar soms lukt dit niet omdat niemand, zelfs ik niet, zijn externe omgevingsfactoren in de hand kan houden. Dan krijg je onverwachts een uitnodiging voor een drukke trouwerij, een moeilijk gesprek met een vriendin of erger: een begrafenis. Je hebt de situatie niet meer onder controle en dan moet ik oppassen dat het leven niet ga voelen als lijden. Ik heb inmiddels wel geleerd, om tegen de normen en waarden van deze maatschappij in, ‘nee’ te zeggen ook al voel ik zelf in mijn hart de enorme behoefte om deel te nemen. Zo heb ik vier maanden geleden bewust gekozen om niet aanwezig te zijn bij de begrafenisplechtigheid van mijn man zijn oma. Niet dat ik de emotionele lading op dat moment niet zou aankunnen maar omdat ik weet dat de klap bij mij ongeveer een week later komt. En hoe erg ik hierdoor uit balans kan raken, is door niemand van tevoren te bepalen. Ik ben, omdat sociale contacten belangrijk zijn, na afloop wel aanwezig geweest in een plaatselijke bistro om de familie te condoleren. Dat voelde goed. Kortom: psychische gevoeligheid betekent continu bewust keuzes maken. Mijn man heeft tot twee keer toe bewust voor mij gekozen. En ik kan je één ding zeggen: het leven met een bipolaire vrouw valt niet altijd even mee.

 “Als ik moet kiezen tussen twee kwaden, heb ik je liever depressief. Dat je passief de hele dag ‘veilig’ op de bank ligt. Dan heb ik rust. Als je manisch bent, allerlei dingen wilt ondernemen, ik je met moeite kan remmen en dat je ’s nachts niet in slaap kan komen. Dan ga ik mij pas echt zorgen maken.”

Het is voor mijn man altijd een verrassing hoe mijn stemming is, als hij ’s avonds thuis komt. Mijn man is altijd alert. Als zijn telefoon gaat, is er bij hem altijd de spanning of het goed of slecht met mij gaat. Als ik ’s nachts naar de WC ga, en ik blijf wat langer weg dan gemiddeld, hoor ik hem altijd even mijn naam roepen. Hij is bijna altijd alert. Gelukkig wordt het naarmate ik langer stabiel ben, steeds minder maar het zal niet helemaal verdwijnen. Dit komt omdat we in het verleden samen heel veel meegemaakt hebben maar mijn man heeft ook alleen heel veel moeten verwerken. Als psychiatrisch patiënt is het vaak lijden maar je moet het leed van de betrokkenen niet onderschatten. Hun continue alertheid bestaat niet voor niets.

Tijdens mijn derde psychose werd ik, onder andere om mijn gezin te ontlasten, voor de eerste keer opgenomen en kwam mijn man plotseling alleen voor de zorg van onze driejarige dochter te staan. Onze zoon zou drie jaar later geboren worden. Opa’s en oma’s sprongen overdag als oppas bij omdat mijn man moest werken. Hij werkte op dat moment bij een klein reclamebureau waar de aanwezigheid van iedere collega telde. Het noodlot sloeg toe. Ik kreeg verkeerde medicatie waardoor ik steeds erger manisch psychotisch werd. Mijn man had al verschillende keren gezegd dat zijn vrouw het oude vertrouwde middel, Haldol, moest hebben maar de dienstdoende psychiater vond Seroquel een betere keuze. Toen hij uiteindelijk instemde met Haldol, was ik al zover heen dat ik vanwege paranoïde gedachten besloot mijn medicatie niet in te nemen en belandde in de isoleercel waar ik steeds verder afdwaalde.

Mijn man kreeg vanwege de Wet op de Privacy door dezelfde psychiater niet te horen hoe het met zijn vrouw ging wat hem enorm frustreerde. Thuis raakte onze dochter ziek. Kan gebeuren. Maar mijn alerte man vertrouwde het niet en bezocht meerdere keren de huisartsenpost, die haar lusteloosheid en diarree afdeden met een “ach, kinderen zijn wel vaker ziek”. Mijn man is gelukkig een gevoelsmens en na veel aandringen werd onze dochter doorgestuurd naar het ziekenhuis. Als een geschenk uit de hemel herkende een zeer bekwame, bijna gepensioneerde kinderarts haar zeldzame ziektebeeld. Onze dochter had een E-coli O157 bacteriële infectie en had daardoor het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) opgelopen waardoor zij accuut nierfalen had. Met spoed werd ze per ambulance naar het Sophia Kinderziekenhuis gebracht voor een nierdialyse. Haar bloedwaarden waren heel slecht en onze dochter sliep alleen nog maar. Moet je voorstellen: daar zit je dan, in de ambulance met je ernstig zieke kind, 190 km/uur op de snelweg richting Rotterdam, terwijl je vrouw is opgenomen in de isoleercel van een psychiatrische instelling. Je voelt als man je gezin, waar je zoveel van houd en je leven voor zou geven, langzaam door je vingers glippen. Je bent machteloos en het voelt alsof de aarde onder je voeten verdwijnt. Dit is natuurlijk een uitzonderlijke situatie maar zoals ik al zei: Als je psychisch ziek bent, is het vaak lijden. Maar wie lijdt er nu het meest? De patiënt of de betrokkenen?

Op het moment dat je van de psychiater een diagnose krijgt en opeens een ‘psychiatrisch patiēnt’ bent, ben je vaak niet de enige die iets krijgt wat je liever niet wilt hebben. Als je een partner hebt, is deze ook gelijk een uitdaging rijker. Alleen is er één groot verschil. Ik kan niet kiezen. Ik heb een chronische ziekte gekregen en ik kom er niet meer vanaf. Deal er maar mee! Je partner als direct betrokkene heeft uiteindelijk toch een keuze. Niet een makkelijke maar hij of zij kan wel kiezen. Should I stay or should I go? Mijn man heeft destijds voor mij, zonder diagnose, gekozen. In voor en tegenspoed. En op die keuze is hij (nog) niet teruggekomen. Hij koos voor mij zonder en hij kiest tot op de dag van vandaag voor mij mèt. Voor mij èn mijn ziekte. Dat voelt pas als echte liefde!

Tips:
Ten eerste, pas als betrokkene op voor expressed emotion! Deze term verwijst naar de houding van betrokkenen zoals familieleden en partners ten opzichte van een psychiatrisch patient. Mijn man zal, als hij merkt dat het slecht met mij gaat, zijn gevoel niet naar mij uitten om te voorkomen dat ik daar verkeerd op zou kunnen reageren. Zijn bezorgde houding zou namelijk een averechts effect kunnen hebben. Ik zou bijvoorbeeld mijn manische/depressieve gevoelens voor hem kunnen verbergen om hem niet meer ongerust te maken terwijl het juist op dat moment zo belangrijk is voor hem om te weten wat er in mij omgaat.

Ten tweede, beschrijf in overleg met je behandelaars in je zogenaamde preventie/crisisplan precies op welke medicijnen je het beste reageert en welke medicatie voor jou niet geschikt is. Maar zet voor de zekerheid ook in dit plan dat je akkoord gaat dat je partner te allen tijde op de hoogte gehouden wordt van je situatie tijdens je opname en onderteken dit document samen met je partner en je behandelende psychiater.

Klik hier voor een voorbeeld van een kort signaleringsplan.

Betrekkingsideeën, bijgeloof en leren relativeren

PLUSminus, herfst 2014

“Toeval bestaat niet. Ik geloof dat je in je leven tot op zekere hoogte dingen meemaakt om van te leren. Zelfs tijdens bijvoorbeeld gesprekken met anderen leer je, door emoties en gedachten die vrijkomen de ander maar, vooral jezelf steeds beter kennen. Maar soms tijdens mijn manische periodes komt er bij mij te veel informatie binnen.”

betrekkingsideeHeel vermoeiend en beangstigend is het als je alle ‘toevallige’ gebeurtenissen zoals nieuwsberichten in de krant of op tv op jezelf gaat betrekken, de zogenaamde betrekkingsideeën. Ook ging ik teveel betekenissen aan kleuren geven. Als ik bijvoorbeeld een zwarte auto voorbij zag rijden dan dacht ik aan de dood en mijn eigen begrafenis. Ik was manisch maar had wel depressieve gedachten. Teksten van liedjes op de radio kwamen keihard binnen en ik betrok de inhoud op mijn eigen leven. Alles leek voorbestemd.

Nu zie ik dit verschijnsel meer als selectieve perceptie. Je hoort wat je wilt horen en je ziet wat je wilt zien. Als ik nu teveel betrekkingsideeën krijg dan weet ik dat ik geestelijk vermoeid ben, dat ik moeite heb met filteren en dat ik even moet gaan liggen.

Betrekkingsideeën worden volgens mij gevaarlijk als je gevoelig bent voor bijgeloof en je uit angst de verkeerde verbanden gaat leggen. Mijn man wilde graag een keer met mij naar New York, naar ‘The city that never sleeps’. Niet echt een ideale vakantiebestemming voor iemand die overgevoelig is voor prikkels. Na een paar goede gesprekken met mijn zorgzame omgeving koos ik echter de veilige weg en ging niet mee. Mijn man vertrok samen met mijn dochter. Ik bleef thuis met onze zoon, die ik meer plezier zou doen met een dagje strand dan 24-uur winkelen. Ik vond het fantastisch dat zij wel gingen en was er ook aan toe om ze los te laten. Ik genoot van de whatsappjes met tekst, foto’s en filmpjes. Alsof ik er zelf bij was. Het feit dat ze op zondag 4 mei (dodenherdenking) terug zouden vliegen deed mij niets. Ik ben toch niet gek? Mijn trouwring brak die week plotseling doormidden maar dat zag ik als het loslaten van mijn geliefde. Zoals ik al zei: ik geloof niet in toeval. Ik werd pas ongerust toen ik op zondag in de vroege ochtend nadat ze geland waren géén telefoontje kreeg. Je moet niet direct uitgaan van het slechte maar ik weet ook als geen ander dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Uit onwetendheid werd ik angstig. En dat zijn die moeilijke momenten in mijn leven. Dat je je gedachten moet leren loslaten.

Gelukkig heb ik geleerd dat je op zo’n moment moet leven in het nu! De kunst is rustig te blijven ademen, niet teveel na te denken en vooral proberen niet bang te zijn voor wat gaat komen. En wees ook niet bang voor je emoties want die gaan wel weer voorbij. Het zijn vaak de gedachten die je bang maken, niet de feiten dus je kunt ze relativeren. Wat kan ik doen om tot rust te komen? Nadat ik mijn man had gebeld met als resultaat de voicemail, belde ik mijn vader. Hij had op internet gezien dat het vliegtuig geland was. Tien minuten later belde mijn man en een half uur later stonden mijn dierbaren met een ‘big smile’ voor de deur. Mijn dochter had een zwarte sweater aan met een groot, rood hart ‘I LOVE NY’. En wat houd ik van haar!

Een goede keuze was het om mijn man en dochter los te laten op hun reis naar ‘The Big Apple’. Uit liefde, niet rekening houdend met mijn angst om hen of misschien mijzelf te verliezen. Het leven zit vol verrassingen, ik heb weer veel geleerd! Om mijn geest tot rust te brengen, gebruik ik medicatie en leef een geregeld leven. Ik probeer rust en activiteit af te wisselen en weet wat goed en wat slecht voor mij is en kan door duidelijk, open en eerlijk te communiceren assertief zijn naar anderen zodat mijn grenzen bewaakt worden.

Bipolair met kinderen

PLUSminus, mei 2012

Daar gaat een beker melk om, precies in de duplobak. De tranen schieten in mijn ogen. Mijn zoontje staat er kraaiend bij te kijken. Ik bel mijn moeder. “Mam, kan je hem alsjeblieft komen ophalen?”

bipo_kindOpvoeden is zwaar. Opvoeden terwijl je bipolair bent waarschijnlijk nog zwaarder. Soms trek ik het niet meer en dan roep ik de hulptroepen erbij. De opa’s en oma’s zijn gelukkig altijd bereid te helpen. Maar niet alleen opvoeden is zwaar. Ook de zwangerschap, de bevalling en de tijd van ontzwangeren vergen veel van iemand met een bipolaire stoornis. Mijn tweede psychose kreeg ik toen ik zeven maanden zwanger was van ons eerste kindje. De diagnose luidde manisch depressief. Nog tijdens de zwangerschap ben ik begonnen met lithium.

De bevalling in het ziekenhuis verliep goed. We kregen een kerngezonde dochter. Ik was natuurlijk hieperdepiep maar met stevige slaappillen kreeg ik toch mijn o zo belangrijke nachtrust. Thuis ging mijn man er vaak uit om onze dochter te voeden. Door de lithium kon ik geen borstvoeding geven. Doordat ik ’s nachts goed sliep, kon ik mij overdag storten op het moederschap. Een baby brengt een heel nieuw leefritme met zich mee, en ritme en regelmaat zijn bij een bipolaire stoornis erg belangrijk. Ze houden je stabiel. Samen met de psychiatrische intensieve thuiszorg heb ik een schema opgesteld waarin ik naast de babytaken ook rustmomenten had. Als de kleine sliep, sliep mama vaak ook.

Luier pakken
Het moederschap werd zwaarder toen mijn dochter te oud werd voor een middagdutje. Maar gelukkig bood de televisie uitkomst. Ik ging dan met mijn knieën opgetrokken op de bank liggen en mijn dochter nestelde zich in het hoekje van de bank achter mijn benen. Zo kon ik dan toch even mijn ogen sluiten. De periodes waarin ik het echt zwaar had, belde ik opa en oma. Hulp vanuit de directe omgeving is voor een bipolaire moeder zeer belangrijk. Mijn dochter ging net een jaar naar school toen ik beviel van onze zoon. Tijdens de hele zwangerschap ben ik lithium blijven gebruiken. Beter een stabiele zwangerschap met lithium dan weer een psychose. Ik onderging vanwege mijn lithiumgebruik wel meer controles in het ziekenhuis, vooral met het oog op eventuele hartafwijkingen bij de baby. De zwangerschap verliep gelukkig zonder problemen en ik beviel op medische indicatie in het ziekenhuis. In eerste instantie had ik graag minder leeftijdsverschil tussen de kinderen gehad, maar achteraf was het leeftijdsverschil van vijf jaar een uitkomst. Mijn kleuterdochter kon begrijpen dat de baby soms iets meer aandacht nodig had. En soms hielp ze mij door een luier te pakken of een flesje te geven.

Knuffelmama
Nu is mijn dochter 11 jaar en mijn zoon 6 jaar. Ik probeer mijn kinderen zo zelfstandig, zo zelfredzaam mogelijk op te voeden. Dat ze goed voor zichzelf kunnen zorgen, vind ik niet alleen voor henzelf belangrijk maar vooral ook voor mijzelf als bipolair patiënt. Ik ben geen mama met een ‘tovertas’ waar alles uit tevoorschijn komt wat toevallig net nodig is: drinken, snoepjes, snottebeldoekjes, bellenblaas etcetera. Het is ook niet vanzelfsprekend dat deze mama elke zaterdag op het voetbalveld staat te kijken naar een spannende wedstrijd of dat ze elke ochtend haar kind in de klas een dikke pakkerd geeft. Mijn kinderen weten dat ik soms erg moe ben in mijn hoofd. Dan kan ik de drukte even niet meer aan en neemt mijn dochter haar broertje mee naar school. Maar dat geeft niet. De keren dat ik er wel ben, zijn extra leuk. Ik ben wel een knuffelmama. Soms kruipen we met zijn allen heel vroeg in bed en kijken we samen tv. Dat zijn de mooie momenten. Hoe het is om bipolair te zijn met kinderen? Kinderen hebben aandacht nodig. Ze verdienen aandacht. De rust is soms ver te zoeken als je kleine elke nacht naast je bed staat. Maar daarentegen geeft het opvoeden van kinderen ook heel veel ritme en regelmaat. Ze geven je liefde en dat helpt je er ook vaak bovenop. De depressieve gedachten verdwijnen maar mijn kinderen niet. Die hebben mij nodig… en ik hen! Mijn dochter helpt mij met de huishoudelijke taken. Even de hond uitlaten of de tafel dekken. Ik ben duidelijk naar ze over hoe ik mij voel. Ze mogen mij best verdrietig zien, dat is ook een emotie. En als ik wat drukker ben, moeten we samen lachen. “Ik vind het leuk als je manisch bent, want dan zeg je vaker ja!”

Tip:
KopOpOuders.nl is er voor alle ouders die last hebben van o.a. psychische problemen. De site geeft informatie en tips over hoe je een zo goed mogelijke ouder kunt zijn. Ook kun je anoniem een gratis online groepscursus volgen, om advies via de e-mail vragen en ervaringsverhalen lezen en uitwisselen.

Alsof ik honderden kilo’s weeg

LINDA., april 2007

Artikel_Linda

Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn oudste, kreeg ik mijn tweede psychose. Ik had er al eerder een gehad, maar toen werd de diagnose manisch depressief nog niet gesteld: iedereen kan in zijn leven een keer psychotisch worden en dat betekent nog niet dat je de ziekte hebt. Die tweede keer zei de dokter tegen mijn man: “Het is kiezen tussen twee kwaden, door de medicijnen kan er iets met het kind gebeuren, maar als ze niks slikt gaat het zeker mis.” We kozen voor zo min mogelijk medicijnen.

Als ik psychotisch ben slaap ik niet, heb ik heel veel energie, kan ik alles aan en ben ik heel druk. Daarna volgt een diepe depressie. Dan wil ik niets meer. Mijn lijf voelt zwaar, alsof ik honderden kilo’s weeg. Toch wilde ik een tweede kind. Ik ben zelf enig kind en wilde graag een groot gezin. Voordat ik zwanger werd van mijn zoon zijn we overgegaan op lichtere medicijnen en tijdens de zwangerschap extra controles. Na de bevalling mocht ik twee weken langer in het ziekenhuis blijven om uit te rusten. Daarna kreeg ik hulp van de psychiatrische thuiszorg. En toch ging het niet helemaal goed. Ik had mijn gedachten slecht in de hand, ging weer aan de dood denken, moest zwaardere pillen.

Nu is mijn leven zo georganiseerd dat ik voldoende rust krijg. Ik doe samen met mijn zoontje een middagdutje en mijn dochter gaat overdag naar school. Natuurlijk heeft ze door dat er soms iets aan de hand is, maar ze is pas zes, ik kan nu nog niet uitleggen wat voor ziekte ik heb.”

Zonder zingeving is er geen bal meer aan

“Het is maar goed dat psychiaters patiënten hebben. Stel je voor dat iedereen geestelijk gezond was? Waar zouden al die behandelaars hun positieve stemming dan vandaan moeten halen?”

Vanochtend lag ik moedeloos op de bank en kon ik alleen nog maar aan de dood denken. Hoe zou het leven zijn zonder mij? Hoe zou ik zelfmoord plegen en zou ik überhaupt wel durven om zelf een einde aan mijn leven te maken? Voor de dood zelf ben ik, na drie psychoses, niet meer bang. Voor mijn gevoel heb ik al twee keer het leven losgelaten. Maar ik ben geen held en wil geen pijn lijden. Vanuit een manische psychose heb ik eens een poging gewaagd door heel veel slaappillen in te nemen. Ik herinner mij dat moment in de badkamer voor de spiegel nog heel goed. Ik keek mijzelf aan, wrijvend met mijn handen over mijn dikke buik. Mijn onrustige geest bedacht dat ik en mijn ongeboren dochter naar een betere, liefdevollere wereld zouden gaan. Mijn man, familie en vrienden zouden na hun dood volgen. Uiteindelijk werden wij samen gewoon weer in dezelfde harde wereld wakker. Meer kan ik mij er niet van herinneren.

leef

Soms denk ik: “Hoe zou ik mij voelen als ik een ongeneeslijke ziekte zou hebben zoals de jonge, levenslustige schijfster Laura Maaskant.” We zijn allemaal lotgenoten van elkaar en hebben allemaal gemeen dat we dood gaan maar de meeste van ons weten niet precies wanneer. Wat als je dat ongeveer wel weet? Ga je dan meer bewuster en intenser van het leven genieten? Leven in het nu? Word je leven niet kwantitatief maar kwalitatief beter? Volgens Laura wel en zij spreekt uit ervaring. Met schuldgevoelens over mijn soms depressieve doodsgedachten in een, naar mijn weten, gezond lichaam en heel veel bewondering voor haar moed en kracht, heb ik afgelopen zomervakantie haar boek uitgelezen: LEEF! Zou ik, als mijn lichaam kanker zou hebben, direct de moed opgeven of zouden mijn depressieve doodsgedachten dan over zijn en zou ik alleen nog maar willen leven? Wij mensen willen tenslotte altijd iets wat we niet hebben.

Wat zou het betekenen voor mijn gezin als ik er niet meer zou zijn? De dagelijkse verplichtingen zouden gewoon doorgaan en mijn man en kinderen zouden het uiteindelijk ook redden zonder mij. Ik heb irrationele gedachten, daar ben ik mij gelukkig bewust van maar ik ben ook een nuchter mens. Iemand waarvan je houd missen is allemaal heel erg verdrietig maar laten we ons niets wijsmaken, iedereen is misbaar! Het leven gaat gewoon door. Mijn leven voelde deze ochtend nutteloos, ik voelde mij nutteloos. Psychisch ziek. Een ‘verward mens’. Dit keer weer eens slachtoffer van de vele negatieve gedachten die vanuit het niets op mij afkomen met de bijkomende negatieve emoties die door mijn lijf gieren. Waarom? Okay, ik ben manisch depressief. Mijn stemmingen zijn heftiger. Maar ze komen, net zoals bij iedereen, niet uit het niets. Er zijn altijd een of meer redenen waardoor ik uit balans raak, de zogenaamde triggers. Deze keer waren het de reacties van de media, naar aanleiding van de gijzeling op het NOS journaal, over ‘verwarde mensen’.

Moeten we bang zijn voor mensen met een eventuele psychose? Nee, vinden gelukkig een heleboel zorgverleners, maar Nederland moet wel voor ze kunnen zorgen. Helemaal mee eens maar nu vind ik “zorgen” een verschrikkelijk woord. Het voelt zo ontzettend “afhankelijk zijn van anderen”. Bah! Naar mijn mening moeten mensen met psychische ziekten geholpen worden zodat ze uiteindelijk weer voor zichzelf kunnen zorgen en de regie in eigen handen kunnen en durven nemen. Dat vraagt vertrouwen in elkaar hebben en dat bereik je niet door angst- of afhankelijkheidsgevoelens maar door gelijkwaardig contact. Van mens tot mens. Je moet je als psychiatrisch patiënt niet minder voelen dan je behandelaar want dat belemmert de openheid die nodig is tijdens een goed gesprek. En goede, open en eerlijke gesprekken zijn nodig om tot ‘genezing’ te komen. Iets waar beide partijen van kunnen leren.

Door deze hele discussie en alle informatie die op mij af kwam, voelde ik mij weer ‘anders’ dan de gemiddelde Nederlander. Ik voelde mij weer echt een patiënt. Niet de ‘gevaarlijke psychoot’ maar de “zielige hulpbehoevende”. Een aparte groep in de maatschappij waarvoor gezorgd moet worden. Het maakte mij weer eens bewust van mijn beperkingen zoals de noodzaak om mijn sociale contacten te minderen vanwege mijn gevoeligheid. Voor het bijwonen van grote feesten en partijen betaal ik een hoge prijs. Ik kies daarom vaak om ze te laten schieten en ga voor stabiel. Een hele opgave voor dit sociaal, communicatief beestje. Het voelt ‘eenzaam’. En toevallig stond in mijn laatst gelezen tweet dat eenzaamheid de grootste last is, die mensen met psychische problemen ervaren. Laten we daar met zijn allen iets aan doen!

Mijn bankhangen werd plotseling verstoord door een telefoontje van een bezorgde moeder van een klasgenootje van mijn zoon. Ze moest even haar ei kwijt. Ik greep deze kans om uit mijn negatieve spiraal te komen en vroeg haar of ik even langs zal komen voor een bakje koffie. Ik moest toch nog uit met onze dwergteckel en een wandeling buiten zou mij goed doen. Ik heb mijzelf als het ware een schop onder mijn kont gegeven. Het was fijn om met haar van moeder tot moeder te kunnen praten over haar problemen en niet over mijn eigen problemen. Door het luisteren en het geven van adviezen en tips klom ik zelf langzaam uit mijn dip. Ik voelde mij weer nuttig. Voor iemand ‘zorgen’ geeft dus een prettig gevoel.

Tip:
Als wij alert moeten zijn op mensen met een zogenaamde psychose dan zouden wij allemaal bang voor elkaar moeten zijn. Ieder mens kan tenslotte een psychose krijgen. Daar hoef je geen diagnose voor te hebben. Maar angst is er in deze wereld al genoeg, daarom misschien ook de kans op toename van ‘verwarde mensen’. Laten we lief zijn voor elkaar. Ga bijvoorbeeld gewoon eens een gesprek aan met iemand op straat of bel die vriendin die je al die jaren niet meer hebt gesproken. Een gewoon gelijkwaardig gesprek van ‘mens tot mens’ doet wonderen. Daar kan geen therapeut tegenop!

Spijt. Daar heb je niets aan!

Spijt is een onnodige negatieve emotie. Je lost er niets mee op. Er volgt geen actie, zoals bijvoorbeeld bij angst het geval is. Bij angst ren je weg, ga je juist op zoek of vermijd je een situatie. Je doet iets. Aan spijt heb je niets. Deze emotie verandert de situatie niet. Zoals mijn jeugdidool Madonna ooit zei: “ik heb geen spijt van de dingen die ik gedaan heb, het heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben!” Deze gedachte heeft mij goed geholpen toen ik deze kerstvakantie een keuze maakte, die achteraf niet zo’n goede bleek te zijn. Op het moment zelf vond ik echt dat ik de juiste beslissing nam. Je kunt zeggen: “als je het achteraf allemaal had geweten?” Tja, dan had ik nog steeds op dat moment dezelfde keuze gemaakt omdat ik er zeker van was dat het de juiste was. Dat ik van deze ‘foute’ keuze geleerd heb is zeker. Financieel ben ik er op achteruit gegaan maar ik heb door deze ervaring een stuk wijsheid terugverdiend.

Een goede keuze was onze eerste hond, een Friese Stabij. Ik had een maand daarvoor, niet zo’n goede keuze gemaakt en zelf ontslag genomen vanwege onbekende reumatische en spanningsklachten. Later beter bekend als burn-out verschijnselen maar op dat moment wist ik niet wat er met mij aan de hand was. Ik voelde mij ontzettend falen in mijn werk als coördinator communicatie voor een internationaal project en wilde alleen maar rust en geen verantwoordelijkheden meer. Mijn droom was al mijn hele leven: een eigen hond. Doordat ik nu thuis was, kon ik goed voor een puppie zorgen en de wandelingen zouden mij goed doen. In juli stopte ik met werken, in augustus haalde we Charlie op en eind november van dat jaar kreeg ik mijn eerste psychose. Niet dat de uiting van mijn psychische gevoeligheid door de hond kwam, maar mijn soms bijgelovig brein heeft het altijd opmerkelijk gevonden dat op het moment dat ik baasje werd van een zwart/witte hond, ik de diagnose bipolaire stoornis kreeg.

Samen met deze lieve, aanhankelijke viervoeter hebben we heel wat hoogte- en dieptepunten meegemaakt zoals de geboorte van mijn twee kinderen en mijn gehele ziekteproces. Maar nadat we ons maatje, na 14 jaar trouwe dienst, moesten laten inslapen, voelde ik ook een enorme opluchting. Een gevoel van vrijheid en rust. De zorg viel weg. Ik hoefde niet meer drie keer per dag de straat op om hem uit te laten, iedere dag hele plukken haar op te zuigen die door de woonkamer dwarrelden en ik kon gaan en staan waar ik wilde want ik hoefde geen rekening meer te houden met oppas voor de hond. Begrijp mij niet verkeerd. Ik heb nooit spijt gehad van de aanschaf want we hebben heel veel leuke en fijne momenten met onze eerste hond gedeeld, die ik nooit had willen missen. Het was ons ‘eerste kindje’ maar na hem kwamen er nog twee andere kindjes bij die, zeker als baby, ook veel aandacht opeiste waardoor het in huis een stuk drukker werd.

Na het overlijden van Charlie was het inderdaad en stuk rustiger in huis. Die rust waarnaar mijn onrustige geest altijd op zoek is. Maar was het niet tè rustig en erg stil in huis als mijn man naar zijn werk en mijn kinderen naar school waren? Mijn lichaam miste het oude ritme, mijn ochtendwandeling mèt hond en de spontane gesprekken met andere hondenbezitters, want zonder kwam ik bijna helemaal niet buiten. Je kan ook teveel rust hebben en te weinig verplichtingen waardoor je helemaal niet meer van die bank komt en depressief raakt. Mijn gezin is voor mij dan ook mijn redding. Als ik alleen op een flatje zou wonen, zou het denk ik niet goed met mij gaan. Ik zou verstikken in die donkere wolk die altijd boven mij hangt of het slachtoffer worden van mijn manische ongeremdheid. Vatbaarder zijn voor ‘verslavingen’ zoals eten en drinken om mijn gevoelens weg te stoppen. Mijn man en kinderen houden mij voor een groot deel stabiel. Omdat het zo leuk en goed is voor de ontwikkeling van de kinderen en omdat een viervoeter uiteindelijk ook mama in beweging zet, hebben we toch een vervanger voor onze eerste hond gezocht. Het werd Olaf en het was een goede keuze.

Het gezin is helemaal weg van onze ruwharige, dwergteckel. Het is een prachtbeest en ontzettend slim. Mijn dochter heeft hem allerlei trucjes geleerd. Hij kan naast het standaard “zit”, “blijf”, “op je plaats” en “af”, deuren dicht doen, rollen, op je hoofd krabbelen, voor dood liggen, zigzaggen door je benen etc. Daarnaast luistert hij enorm goed voor een teckel en loopt gewoon los bij mij als we uitgaan. Een fluitje en hij staat weer naast mij. Dat we anderhalf jaar geleden hebben gekozen om als opvolger van onze eerste hond een kleine teckel te kopen die in huis weinig rommel geeft maar waar je wel lekker mee kunt wandelen, was een schot in de roos.

“Was ik maar twee hondjes, dan kon ik samen spelen.”

Maar dan komen de gedachten dat het zo leuk zou zijn voor Olaf als er nog een teckel in huis kwam. Je ziet zoveel mensen met twee teckels. Het kan makkelijk want het zijn kleine hondjes. We wilde geen pup want dat is zo’n gedoe met zindelijkheid. Ook moest het een lief en rustig hondje zijn. Tijdens de kerstvakantie vinden we op internet bij een erkende fokker ‘het ideale maatje voor Olaf’. Mijn man had nog een week vrij dus het kwam perfect uit. We halen het beestje op, noemen hem Alvin en op de terugreis voel ik mij erg gelukkig als eigenaar van twee schattige teckeltjes.

tweehondjes

Thuisgekomen merk ik gelijk dat de sfeer in huis anders is doordat er een beestje bij is gekomen. Het is drukker en chaotischer in huis maar omdat iedereen nog vakantie heeft, geeft het ook veel gezelligheid. ’s Avonds spelen de hondjes met elkaar en vallen in slaap op de bank. Alleen ’s nachts is het nog even wennen. Los in zijn mandje beneden of in de bench? Het voelt allemaal nog niet eigen. Maar komt tijd, komt raad. Het is mooi weer en we wandelen met zijn allen over het strand. Het ideale plaatje. Alvin natuurlijk nog niet los want hij moet net zo goed aan ons wennen als ik aan hem.

Thuis in de gang doe ik zijn riem los, hij glipt door de voordeur en hij loopt naar een lantaarnpaal waar hij eerder die ochtend een plasje had gedaan. Het blijft tenslotte een reutje. Ik probeer rustig te blijven en niet bang te zijn dat hij wegloopt. Bij de lantaarnpaal neemt hij plotseling een speurt en rent de straat uit. Mijn man en ik erachteraan. Drie straten verder schiet het beestje een omheinde tuin in en kan mijn man hem pakken. Ik ben er helemaal kapot van. De twijfels die ik had, nemen toe en ik zie alleen nog maar beren op de weg. Ik voel een enorme last op mijn schouders en kan alleen nog maar huilen. Wat als de vakantie voorbij is en ik ben alleen thuis met de zorg voor een hondje die wegloopt? Ik probeer mijzelf voor te nemen dat mijn gevoelens tijdelijk zijn en dat ik er wel aan zal wennen. Het heeft gewoon tijd nodig.

De laatste dag van de vakantie gaan mijn man en ik met de hondjes wandelen bij het meer. Gelukkig blijven de kinderen thuis. Het is een schitterende dag en het is druk met honden. Olaf loopt los en ik heb Alvin goed aan de riem. Maar alsof het zo had moeten zijn, glipt de riem uit mijn hand en nog voordat ik hem kan oppakken is de hond met riem verdwenen. Het bos in, uit het zicht. Mijn gevoel blokkeert direct en ik ga, als zelfbescherming, van het ergste uit, dan kan het alleen maar meevallen. “Die vinden we niet meer terug”. Na een half uur zoeken, horen we een mannenstem roepen: “Teckel gevonden”. Ik kan het niet geloven. Onze Alvin rende met de riem achter zich aan op een 80 km weg. De auto’s raasde langs het kleine hondje heen. De man was gestopt met zijn auto, is uitgestapt en heeft tegemoetkomend verkeer tegen gehouden. Op dat moment is Alvin zijn richting opgerend en kon de man op zijn riem trappen. Wonder boven wonder hadden wij ons hondje weer terug.

Om onszelf en vooral mijzelf te beschermen hebben mijn man en ik ervoor gekozen om dit hondje te herplaatsen. Zo snel mogelijk zodat wij en de kinderen er niet nog meer aan zouden hechten. Ik zou het niet nog een keer aankunnen als het beestje zou weglopen, niet meer terug zou komen of zelfs onder een auto zou komen. We hebben Alvin precies een week gehad. De volgende dag na dit incident heb ik hem naar een vertrouwd herplaatsingburo gebracht. Dat was 10 dagen geleden. Gisteren kreeg ik een mailbericht met bijgevoegd een foto van twee gelukkige nieuwe baasjes die mij schreven dat de keuze voor dit teckeltje ‘a match made in heaven’ was.

Mijn man en ik hebben vanuit ons hart besloten om te kiezen wat het beste is voor zowel dit hondje als voor mijn eigen gezondheid. Blijkbaar zat het beestje bij ons niet op de juiste plek. Het heeft ons wat geld gekost maar daar komen we ook wel weer overheen. Het was een kostbare maar wijze les!

Tip:
Soms maak je beslissingen in je leven die naar jou gevoel niet zo goed uitpakken als je had bedacht. Tja, was het dan een “foute” keuze zou je denken? Op het moment dat je zelf in de problemen zit, denk je natuurlijk van wel. Kon je de tijd maar terugdraaien dan had je het niet gedaan? Onzin, het moment van kiezen dacht je dat het de juiste keuze was. Daar valt niets aan te veranderen. Hoe je met de ‘foute’ keuze omgaat, kan je wel zelf veranderen. Ofwel: accepteer wat je niet kan veranderen en verander wat je niet kunt accepteren!

Social media met mate(n)

Onze Denker des Vaderlands, filosoof René Gude zegt dat ons zelfbeeld wordt bepaald door anderen. “De mens, als sociaal wezen, heeft de sociale omgeving nodig om tot enig persoonlijkheid te komen. Zelfkennis kan niet zonder de ander”. Misschien dat ik daarom zo’n behoefte had om mijn verhaal te delen op internet. Om door openheid naar anderen, mijzelf te laten voelen dat het goed is zoals ik ben, dat ik niet perfect ben en dat ik mij voor niemand hoef te schamen, zeker niet voor mijzelf. Niemand is perfect maar vaak zijn we allemaal wel erg perfectionistisch naar onszelf. We kunnen een fout van een ander vaak veel sneller accepteren dan een foutje die we zelf maken. Zoals hoogleraar Brené Brown zo mooi zegt: “Heb de moed om niet perfect te willen zijn”. Oké, dat gaan we dan maar doen. Zoekende dus op het internet naar een stukje er- en herkenning die je als mens blijkbaar nodig hebt om te zijn, lanceerde ik op 2 november dit jaar mijn eigen website en had die dag 708 views!

Het moment dat ik mijn website bekendmaakte via een eerste tweet, zat ik letterlijk te stuiteren op de bank van de spanning. Zweet in mijn handen. Het voelde echt als een ‘coming out’. Zo naakt voelde ik mij. Alsof mijn innerlijke wereld direct bij iedereen over de hele wereld bekend zou zijn en iedereen een oordeel over mijn persoon zou hebben. Door mijn ziel heen kon kijken. Ik voelde mij zo ontzettend kwetsbaar maar tegelijkertijd gaf het een enorme ‘boost’ en was ik trots op mijzelf.

Dit ben ik! Accepteer het maar…dan hoop ik dat ik dit ook voor de volle 100% kan doen!

Mijn gevoelsleven delen met onbekenden voelde zo ontzettend spannend maar ik moest het doen. Ik zocht sowieso een leuke hobby op communicatief gebied en ik moest een creatieve uitlaatklep hebben. Ik moest gehoord worden. Een volgende stap zetten in het levenslange acceptatieproces van iemand met psychische problemen. Openheid!

twitter-292994_640

Ook vond ik het erg spannend wetende dat mijn stemmingen nogal wisselen. Ik kan zo tegenstrijdig zijn. Het ene moment voel ik enorm zelfvertrouwen over de informatie die ik op het internet deel, het andere moment kan ik mij doodschamen voor wat ik gezegd of geschreven heb en hoop ik op de steun van anderen. Maar wat als die steun niet snel genoeg of helemaal nooit komt. Internet is snel maar je mist in social media vaak wel de directe interactie die je in een één-op-één gesprek hebt. Vinden andere mensen mijn tweet stom? Wat als ze mijn boodschap niet begrijpen dat komt zo dom over? Bang voor eventuele negatieve reacties van anderen, bang wat voor effect dat kritiek op mij kan hebben. Dat ik uit balans raak. Maar vooral ook bang dat ik met mijn mening anderen kwets want dat zou ik nooit willen doen. Wat een idealistisch maar onmogelijk streven is. Ik heb juist vaak het gevoel dat ik niet een eenduidige mening heb en dat ik een persoon ben die juist alles van twee kanten kan bekijken. Ik ben dus erg kieskeurig in mijn beoordeling en ik probeer mijn verhaal altijd persoonlijk te houden want het is tenslotte mijn kant van het verhaal. Iemand anders kan er weer veel anders naar kijken. Doordat je verschilt van mening, houd je juist een gesprek interessant en inspirerend. Kom je tot nieuwe inzichten.

Naar mijn mening geeft een mening juist beperkingen omdat je daardoor niet meer openstaat voor nieuwe inzichten. Ik ben dus behoorlijk nauwkeurig in mijn uitspraken maar daarbij ook nog eens erg perfectionistisch. Niet te verwarren met onzekerheid. Ik kan ’s morgens een tweet posten en hem er na een paar minuten weer afhalen. Mijn tweet moet perfect zijn. Een spelfout is voor mij niet bespreekbaar, die moet eruit gehaald worden. Dan maar deleten en opnieuw tweeten. Best vermoeiend allemaal. Soms vraag ik mij af of ik wel geschikt ben voor social media. Het voelt allemaal zo tegenstrijdig. Je wilt als sociaal wezen erbij horen maar aan de andere kant voelt het ook zo kwetsbaar en komt er zoveel informatie bij mij binnen. Ik ben blij dat ik geen BN-er ben.

Ik erger mijzelf groen en geel aan sommige mensen op Twitter die zo nodig hun ongezouten mening kwijt moeten over de ander. Genoeg voorbeelden van BN-ers die de vreselijkste verwensingen naar hun account gegooid krijgen. Tot bedreigingen aan toe. Tja, hoge bomen vangen veel wind maar dat vind ik geen excuus. Jammer dat mensen niet even nadenken voordat ze zo’n tweet plaatsen. Als jouw mening niets veranderd aan het verbeteren van een situatie, kan je toch beter gewoon je “tweet” houden? Het zal wel weer alles te maken hebben met dat ego van mensen, dat we allemaal ons gelijk willen halen.

Gelijk krijgen vinden we soms belangrijker dan gelijk hebben. Heb ik gelijk of niet?

Tip:
Social media is ontzettend gezellig en handig om snel in contact te komen met anderen. Maar het is ook een communicatiemiddel die heel veel snelle informatieverwerking vraagt van onze hersenen. Schriftelijke informatie mist het overgrote non-verbale gedeelte waardoor geschreven tekst totaal anders kan overkomen dan een direct gesprek. Die verwerking is ook weer afhankelijk van je eigen gemoedstoestand. Ben je vrolijk dan komen de berichten en foto’s van je vrienden samen toch anders over dan wanneer je je verdrietig en alleen voelt. Dit vergt nogal wat van iemand die stemmingsgevoelig is. En als je zelf heel sociaal bent ingesteld en geneigd bent om onbewust en impulsief te reageren op prikkels van buiten dan moet je sterk in je schoenen staan om te wachten met het lezen van die uitgebreide mail tot je rustig thuis op de bank zit. Social media is leuk, maar met mate!

Laat het touw maar vieren

Mijn zoon en ik lijken erg op elkaar. Ja, we hebben dezelfde vorm ogen. Maar dat is slechts de buitenkant. Dat bedoel ik niet. Ik heb het over de binnenkant. En dat is iets waar ik mij lange tijd teveel zorgen over heb gemaakt.

Mijn filter is niet sterk of ik kan beter zeggen niet stabiel. Ik moet altijd oppassen dat ik niet teveel of te weinig prikkels binnen krijg. Even kort door de bocht, zijn het er te weinig dan word ik depressief, zijn het er teveel dan word ik manisch. Ik moet mij dan afzonderen in een prikkelarme omgeving, alleen, zonder gesprekken en mèt medicatie. Gebeurt dit niet dan wordt de chaos in mijn hoofd steeds erger, alsof ik in een achtbaan zit die niet meer stopt, en op ten duur doordat ik geestelijke vermoeid ben, worden mijn gedachten beangstigend waardoor er een kans is dat ik uiteindelijk psychotisch word. Het lijkt dan alsof je hersenpan helemaal openstaat voor alle energie vanuit het universum. Ik voel mij niet meer beschermd. De “waarom-gedachten” over grote levensvragen als het leven en de dood blijven binnenstromen. Vragen waar niemand het antwoord op weet maar ik denk op dat moment van wel. Een spirituele ervaring die mij niet alleen veel heeft gekost maar ook veel heeft gegeven. Verdieping. De laatste keer dat ik in een psychose belandde, was in 2003. Door ervaring heb ik steeds beter geleerd hoe ik met mijn kwetsbaarheid moet omgaan. Ik heb geleerd om de eerste symptomen te herkennen en daar op in te springen. Hierdoor is mijn angst ook grotendeels weggenomen en ben ik niet meer zo bang om mijzelf weer te verliezen. Ik heb meer vertrouwen in mijzelf doordat ik weet hoe ik voor mijzelf kan zorgen.

Mijn zoon is acht jaar en weet nog niet hoe hij voor zichzelf moet zorgen. Het is mijn taak als ouder om hem dit te leren door hem te coachen in de dingen die hij doet en het touw steeds weer een klein beetje te laten vieren en hem zo langzaam los te laten. En bij het ene kind gaat dit wat makkelijker dan bij de ander. Mijn zoon is erg gevoelig en heeft moeite met het reguleren van zijn emoties en gedachten. Bij hem komen ook vaak teveel prikkels binnen. Hij heeft naast ADHD, de diagnose McDD. In het Nederlands betekent dit een meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis. Deze stoornis wordt beschouwd als een variant van bepaalde autistische stoornissen. Whatever! Het komt er op neer dat hij erg gevoelig, veel angstig, gespannen en onzeker is wat zich, volgens mij, uit in druk gedrag. Persoonlijk zie ik deze aandoeningen niet zo als een ‘ziekte’ maar meer als een ongecontroleerbare uiting van emoties en energie in een tijd waar je geest overspoeld wordt met prikkels en voor jou nog onbekende signalen vanuit je lichaam. Een evolutionair proces en een uitdaging voor de mensheid om daar mee om te gaan. Tegenwoordig zijn deze ‘ziekten’ goed onder bedwang te houden met medicatie maar ik denk dat we samen de wereld om eens heen eens goed onder de loep moeten nemen. Er moet naast kennis (IQ) meer ruimte komen voor het gevoel (EQ). Hoe ga jij om met de emoties van jezelf en van anderen?

Ik vond het als bipolaire moeder erg moeilijk om te gaan met mijn gevoelige en drukke zoon. De rust in mijn gezin was vaak ver te zoeken. Ik zag het als mijn taak om de rust in huis te bewaren en daarom liep ik constant op mijn tenen. Ik wilde mijn zoon beschermen tegen prikkels wat uiteindelijk tegendraads werkte. Keer op keer als mijn zoon stond te vloeken en te schelden omdat iets niet lukte bijvoorbeeld een potloodpunt die bij het schrijven steeds brak of een glas melk die op de grond belandde, probeerde ik hem gerust te stellen maar daardoor werd zijn drukte vaak erger. Ik gaf hem daardoor nog meer prikkels om op te reageren. Blijkbaar hoorde hij niet alleen mijn woorden maar voelde hij ook mijn onrust. Ik betrapte mij er ook op dat ik zelf vaak te gespannen op mijn zoon reageerde als hij iets aan het doen was. Ik riep zijn naam al voordat er iets mis ging. “Pas op! Kijk uit!” Ik merkte dat mijn zoon daar erg onzeker van werd. Zeker door mijn harde stem raakte hij angstig. Je kan het ook zien als constante negatief affirmeren. Je hoort je naam en je denkt ‘Wat heb ik nu weer gedaan?” Ik kan mij nu voorstellen dat hij daar erg angstig en onzeker van werd. Nu probeer ik mijn woorden in te houden als hij ergens mee bezig is en als er iets valt niet overdreven te reageren maar rustig te blijven. Zo krijgt hij een positiever zelfbeeld. Doordat ik merkte dat juist het loslaten heel goed werkte en hij meer zelfvertrouwen kreeg, kon ik hem ook meer vertrouwen geven. Ik liet hem zelf op zijn fiets een boodschapje doen bij de winkel en alleen naar opa en oma fietsen een dorpje 4 km verderop. Natuurlijk reden wij de eerste keer stiekem in de auto achter hem aan maar doordat wij hem meer vertrouwen gaven, leerde hij ook op zichzelf te vertrouwen. Hij was trots op zichzelf en wij zagen hem groeien.

touw

Doordat ik als moeder, minder ging bemoederen en het touw meer heb laten vieren, kwamen de kwaliteiten van mijn kind naar boven en dacht ik niet meer alleen aan zijn beperkingen.

Tip:
Medicijnen zijn een goed hulpmiddel om je psychische gevoeligheid in bedwang te houden maar ik denk dat de manier van hoe je in het leven staat en vooral hoe je over jezelf denkt niet onderschat moet worden. Vertrouwen in medicatie is goed maar je moet ook vertrouwen in jezelf!