Mijn studententijd

Tekst en foto’s: Milou Vlug

Je hoort het vaak: je studententijd is de beste tijd van je leven. Natuurlijk is deze uitspraak al vrij cliché, maar voor mij is mijn studententijd niet altijd leuk geweest. Op mijn 19e begon ik met groot enthousiasme aan de opleiding Franse Taal en Cultuur in Nijmegen. Ik ging op kamers wonen in een groot studentenhuis, deed mee aan de introductie en leerde zo veel nieuwe mensen kennen. Lange tijd had ik het naar mijn zin. Ik voelde me thuis in Nijmegen en vond het fijn om met medestudenten af te spreken. Daarnaast vond ik mijn opleiding leuk. Ik las met groot plezier de grote Franse romans van bijvoorbeeld Victor Hugo of ik verdiepte me graag in de ontwikkeling van de Franse taal.

Maar langzamerhand merkte ik dat alles me te veel werd. Ik kreeg steeds minder energie en kreeg moeite om mijn sociale leven, het studeren, sporten en bijbaantje te combineren. Aan het einde van de tweede tentamenperiode van mijn eerste jaar begon ik me steeds somberder te voelen. Ik stelde hoge eisen aan mezelf en vond dat ik niet goed genoeg was. Met mijn studie ging het goed. Qua cijfers niets te klagen en ik probeerde ook mijn leven buiten de universiteit normaal te laten verlopen. Na hulp gezocht te hebben bij een psycholoog, volgde de diagnose ‘depressie’. Ik vond dit moeilijk te accepteren. Ik kon toch geen depressie hebben? Ik lag toch niet de hele dag in mijn bed? Ik kon toch studeren? Daarnaast vond ik dat ik ook geen depressie mocht hebben, omdat ik alles had om gelukkig te zijn. Er zijn toch mensen die het veel erger hebben. Na veel gesprekken zag ik uiteindelijk in dat ik een depressie had.

Milou Vlug, eerste studentenkamer

Mijn eerste studentenkamer

Het ging steeds slechter. Ik had geen zin meer om te leven en die depressie viel niet meer te ontkennen. Uiteindelijk, met enige angst, aan de antidepressiva begonnen in de hoop dat het beter zou gaan. Helaas gleed ik alleen maar meer af en bleef ik me maandenlang slecht voelen. Al die tijd probeerde ik door te studeren en door te gaan met mijn studentenleven, ook al liep dat ondertussen minder goed dan voorheen. Als je nergens zin in hebt, dan is zelfs een studie die je interessant vindt niet leuk meer en ook best wel vermoeiend. Daarnaast vond ik ook sociale activiteiten zoals borrels te veel worden.

Na vele psychiaters, meerdere psychologen en oneindig veel gedachteschema’s veranderde na maanden toch iets in mij. Na een nieuw antidepressivum voelde ik me opeens beter dan ooit. Ik werd wakker en voelde dat ik de hele wereld aankon. Ik had een tomeloze energie, voelde me extreem gelukkig en had heel veel zelfvertrouwen. Ik ervaarde dit alles als positief. Na maanden depressief geweest te zijn een beetje licht in de duisternis. Helaas schoot het wel een beetje door. Ik sliep en at niet meer, sprak razendsnel en was rusteloos. Dit leverde naast wat energie en dynamiek, achteraf gezien ook wat gênante momenten op. Zo moest ik een presentatie houden in het Frans voor twee docenten en dat ging voor mijn gevoel heel goed. Ik was lekker veel, snel en ongestructureerd aan het praten. Op een gegeven moment zei één van de docenten: “Kun je even stoppen, Milou? Je beweegt de hele tijd. Kun je even gaan zitten?” Blijkbaar stond ik niet stil en was ik zoveel aan het bewegen dat ze niet meer naar mijn presentatie konden luisteren. Ik was me van geen kwaad bewust en dacht dat het allemaal supergoed ging. Dit was één van de momenten dat ik me besefte dat deze energievolle buien misschien niet normaal waren.

Na het stoppen met de antidepressiva volgde nog meerdere depressieve en hypomane periodes en kreeg ik uiteindelijk de diagnose ‘bipolaire stoornis type 2’. Na veel proberen, heb ik uiteindelijk een combinatie van medicatie gevonden die helpend voor me is. Een tijdje ben ik gestopt met studeren en ben ik vrijwilligerswerk gaan doen. Ik kreeg weer zelfvertrouwen en had de tijd om te leren leven met mijn bipolaire stoornis. Uiteindelijk heb ik mijn studie opgepakt en ben ik onlangs afgestudeerd en aan mijn masteropleiding begonnen. Het gaat nog steeds wel eens minder goed met me, maar ik probeer ermee te leven.

Als ik één ding heb geleerd in mijn studententijd is het hoe dankbaar ik ben.

Dankbaar voor mijn ouders en mijn zus die me altijd steunen en die mijn rots in de branding zijn;

Dankbaar voor mijn vrienden, die er altijd zijn of het nu goed of slecht gaat. Dankbaar voor mijn studiegenoten, bij wie ik altijd terecht kan ook als het minder ging;

Dankbaar voor docenten die naast hun colleges er ook waren in slechte tijden met thee en chocolade of een luisterend oor;

Dankbaar voor een scriptiebegeleidster die om wist te gaan met mijn onzekere en perfectionistische kant;

Dankbaar voor een studieadviseur die altijd meedacht met mijn studievoortgang, maar ook op privégebied;

Dankbaar voor een psycholoog die er elke week was en waarbij ik alles kwijt kon;

Dankbaar dat ondanks dat mijn studententijd misschien niet de leukste tijd van mijn leven was, ik er toch nog heb van kunnen genieten!


Milou Vlug, (portret) foto

Milou Vlug (25) is studente Europese letterkunde. In haar studententijd kwam haar bipolaire stoornis tot uiting. In haar vrije tijd speelt ze harp en verliest ze zich graag in een goed boek.

Ervaringen zijn een must

Teks en foto’s: Huub Hendriks

Ik ben iemand die al meer dan tien jaar zeer stabiel is, maar ook het geluk heb dat ik met een echtgenote gehuwd ben die al meer dan 44 jaar aan mijn zijde staat. Lief en leed heeft ze met me gedeeld en Ans steunt me waar ze kan. Vaak cijfert ze zich helemaal weg om ons samen toch een leefbaar leven te geven. Iets waar ik heel erg dankbaar voor ben. Niet iedereen heeft een partner die openstaat voor het ziektebeeld.

Het verleden vormt je
Deze woorden kunnen duiden op belevingen die je veel pijn gedaan hebben, maar kunnen ook je oerkracht naar boven halen. Wat je voorheen hebt meegemaakt, kan je sterk maken. Als je er maar positief mee omgaat en erin blijft geloven. Bijna altijd heb je daar hulp of begeleiding bij nodig. Ook medicatie is vaak een must. De meesten van ons zijn op jonge leeftijd al getraumatiseerd of hebben vaak jarenlang verdriet en geestelijk pijn moeten doorstaan.

Hoe ga je daar het beste mee om?
Allereerst moet je op zoek naar je eigen ik, iets wat jaren kan duren. Accepteer dat je helaas anders bent dan de meeste mensen om je heen maar behoud vooral je eigenwaarde. En zoek naar je positieve kracht. Door onze psychische kwetsbaarheid zijn we vaak getekend en uit ons evenwicht.

Ik had een groot minderwaardigheidscomplex, dat vooral gevoed werd door uitspraken van mijn ouders. “Je kunt niets, je bent niets en zult nooit iets worden.” Ik wilde graag studeren. Geestelijke wilde ik worden maar het kwam er niet van.

Mijn geestelijke kwetsbaarheid
Daarom kijk ik toch even terug op mijn eigen ziektegeschiedenis. In 1974 kreeg ik mijn eerste opname die in totaal 14 maanden duurde. Hiervan was ik 7 maanden gesepareerd en had vele medicijnen. Twintig kilo aan gewicht verloor ik en moest zelfs opnieuw leren lopen. Ook heb ik in die tijd tientallen psychosen moeten doorstaan. Niemand gun ik deze ervaringen, want ze kunnen heel ingrijpend zijn en je tekenen voor het leven. Hierna volgden acht jaar van de ene opname naar de andere en ik was maar zelden thuis. Ook heb ik de eerste jaren van het leven van onze zoon gemist. Mijn gevoel van een echte vader voor hem zijn, speelt me nog steeds parten. Ook bij zijn geboorte kon ik niet aanwezig zijn, terwijl ik de dag erna met bloemen alleen naar huis mocht.

Hoe vorm je je eigen herstel?
Wees vooral dankbaar voor het goede dat het leven je biedt ook al ondervind je wel eens het tegendeel. Eerder zei ik al dat ieder mens oerkracht bezit en haal die dan ook naar boven uit jezelf. Laat je vooral bijstaan door een goed behandelteam en kleur met hen samen je leven. Ik wens eenieder hier veel succes mee.

Plusminus is altijd mijn levenslijn geweest
Mijn activiteiten in de loop der jaren hebben mij mede gevormd tot wie ik nu ben. Kort na de oprichting van de VMDB, de Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (nu de vereniging Plusminus – leven met bipolariteit genoemd) kwam ik via het RIAGG Maastricht, waar ik cliëntenraad voorzitter was, in aanraking met deze geweldige organisatie. Op dat moment studeerde ik nog Cliënt Recht en Ethiek aan de universiteit van Maastricht en was ik tevens zeer actief in de Limburgse Cliëntenraden.

Dertig jaar lang was ik KNVB voetbalscheidsrechter en twee jaar lang op landelijk niveau betrokken bij een politieke partij. Al deze ervaringen brachten me afleiding en vreugde, en zonder dat we het wisten gaf ons dit ook ruimte voor elkaar. We hebben altijd gewild dat ieder van ons zijn eigen leven moest hebben. Gewoon om te overleven.

Plusminus als reddingsboei
De VMDB heeft mij in die tijd (en Plusminus doet dat nog steeds) helemaal laten opbloeien. Altijd heb ik bij hen mogen doen waar ik goed in was namelijk o.a. voorlichting geven aan studenten huisartsen en de politie.

DSC00705

De politie mocht ik bij brengen hoe ze beter konden omgaan met psychiatrische patiënten in crisissituaties. Tevens leerde ik hen vanuit patiëntenperspectief denken.

Wat de huisartsen betreft sta ik nog altijd verstelt hoe weinig uren er in hun opleiding zit om over onder andere onze stoornis te leren, namelijk maar vier uur in totaal. Vaak ontvangen Ans en ik huisartsen in opleiding bij ons thuis. Dit gebeurt dan in een ongedwongen sfeer want dan vertel je veel meer als in een huisartsenpraktijk.

De lotgenotenlijn
Mijn hulp aan de telefoonlijn * van de landelijke vereniging heeft mij altijd veel steun en kracht gegeven. Doordat ik anderen bijstond, hielp ik ook mezelf. Gemiddeld vier uur per week mocht ik er voor anderen zijn.

*  Voor een persoonlijk gesprek kun je bellen met de lotgenotenlijn 0900 512 34 56.
    Elke dag van 11.00 tot 21.00 uur voor 0,10 euro per minuut. 

Ook werd me zo duidelijk dat er anderen waren die meer getekend waren door de psychiatrie dan ik zelf. Hen kon ik dan een luisterend oor bieden en samen zochten we naar oplossingen, iets wat me veel voldoening gaf.

Landelijke dagen
Het lotgenotencontact op deze dagen is voor mij nog altijd een feest. Met de meesten leden van de vereniging heb ik een warme open band. Iets wat zich ook vaak in de privésfeer uitbreidt.

De laatste jaren begeleid ik ook workshops waar ik veel voldoening uit haal. Ik merk steeds weer dat medelotgenoten, vooral in de eerste contacten binnen de psychiatrie, vastlopen op hun behandelplek en zich dan geen weg weten. Ook is de wachttijd voor behandeling vreselijk lang. Soms meer dan 9 maanden, en wat gebeurt er met de cliënt?

Bestuur en medewerkers
Lang was het pad van de vereniging Plusminus – leven met bipolariteit, om een goed en gedegen bestuur te vinden. Gelukkig is er nu een volwaardig en geweldig bestuur. Mooi is het dat iedereen van hen met korte lijntjes te bereiken is en er ook altijd tijd voor je gemaakt wordt. Zelf als je bestuursleden in de auto aan de lijn hebt, zijn ze er voor je.

Ik bewonder deze mensen en heb groot respect voor hen. Ook de medewerkers van Plusminus Young, die er voor de jongeren zijn met een bipolaire stoornis, en alle medewerkers op ons kantoor wens ik graag een heel warm hart toe. Nooit deed ik een vergeefs beroep op hen.

Dankbaar ben ik jullie allen. Bouw deze landelijke vereniging daarom verder uit en vervang de Minus altijd voor de Plus 🙂


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

Deel 2: Zoektocht naar de oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij

Tekst en foto: Pascal Gilissen 

Voor ik verder ga met mijn verhaal wil ik even wat benadrukken. Op de vraag die werd gesteld na mijn eerste gastblog: “Kun je mij ook komen genezen?”, kan ik alleen ‘nee’ zeggen. Dit omdat het een proces is wat eenieder met zichzelf aan gaat. Het is een proces met jezelf en jouw verleden, met jouw familiegeschiedenis en door de tijdgeest van eeuwen. Ik kan door mijn verhaal te delen alleen laten zien hoe ik mijn weg heb bewandeld, wat een leidraad kan zijn voor andere mensen. Ik heb deze weg zo kunnen bewandelen omdat ik het heel mijn leven op mijn eigen wijze heb gedaan. Hierin ben ik mezelf altijd aan het verbeteren en vernieuwen geweest. Alleen moest ik nu voor de oorzaak van de bipolaire stoornis bij mij, nog verder de diepte in duiken. Het is allemaal zeker de moeite waard geweest. Het heeft mij zoveel inzicht en kennis gegeven over mezelf, de familiegeschiedenis en hoe het door de eeuwen heen is gelopen voor de mensheid waardoor het voor mij niet vreemd is waarom er veel mensen met lichamelijke of geestelijke problemen zitten.

FB_IMG_1579879722740

Voor ik het intakegesprek had met de therapeut, die mij zou begeleiden tijdens dit proces, had ik voorwerk gedaan. Ik was namelijk alle adressen waar ik in mijn jeugd gewoond heb met mijn ouders, broertjes en zusje, langs gegaan voor herinneringen. Dit waren, tot ik op mijn zeventiende leeftijd het ouderlijk huis uit ben gevlucht, negen adressen. Daarvan waren er vier in Brabant en vijf in Limburg. In Limburg ging ik naar de adressen waar ik had gewoond met mijn ouders en zusje maar ook naar de adressen van mijn opa’s en oma’s. Ook had ik herinneringen bij de lagere school in Maastricht. Dus daar ging ik ook langs. Vervolgens ben ik ook nog even naar het adres van mijn vriendinnetje van de lagere school gegaan en zo terug naar Brabant.

In Brabant was een adres waar ik met mijn ouders naartoe verhuisden vanuit Maastricht. Op dit adres was het nodige gebeurd: vechtscheiding met geweld, kinderbescherming en met heel wat rechtzaken. Hier kwam ook al snel een tweede man in het leven van mijn moeder en dus ook van mij en mijn zusje. Ook werden hier mijn broertjes geboren uit deze nieuwe relatie van mijn moeder. Daarnaast was er een aardappelschuur waar we een jaar in hadden gewoond. En ook een boerderij waar we hebben gewoond en waar ik gevlucht ben. Ook was er het adres van de mensen die mij na een week van straat hebben gehaald en anderhalf jaar hebben opgevangen.

Aan al deze adressen waar ik heb gewoond, zaten herinneringen en ook emoties en gevoelens vast. Ik had ook veel foto’s die ik later in mijn proces wilde gebruiken voor herinneringen. Door dit zo te ondernemen met mezelf kwam ik al snel tot een inzicht. Dit inzicht was:

De herinneringen, gebeurtenissen, emoties en gevoelens die ik vanaf mijn geboorte tot ik uit huis ben gevlucht heb gekend, zouden bepalend kunnen zijn voor de ontwikkeling van de bipolaire stoornis bij mij.

Ook wist ik dat de herinneringen die ik had en de herinneringen die mijn broertjes en zusje hadden veel hetzelfde waren maar anders beleefd. Zij hadden er andere gevoelens en emoties bij en waarschijnlijk daardoor geen bipolaire stoornis ontwikkeld. Natuurlijk wist ik dat mijn broertjes een andere vader hebben en dat dus ook ander DNA meespeelt in de persoonlijkheidsontwikkeling van mijn broertjes.

Ook was de opvoeding die ik kreeg in het huwelijk van mijn moeder en vader anders dan in het tweede huwelijk van mijn moeder. En ook had ik als oudste van de vier kinderen een andere rol binnen het gezin. Mijn gevoeligheid was anders dan die van mijn broertjes en zusje.

Tijdens mijn opleiding tot voetrefextherapeut, kreeg ik de medische basiskennis. Door deze kennis kon ik mijzelf splitsen. Hiermee bedoel ik; ik heb van beide ouders DNA. Dat wil dus zeggen dat delen van mijn ouders, die berusten op emotioneel, psychisch, mentaal en fysiek gebied, ook in mij zitten. Daarnaast is het mijn ziel die gereïncarneerd is in het fysieke lichaam wat zijn oorsprong heeft in de eicel van mijn moeder en de zaadcel van mijn vader.

Mijn beide ouders hebben zo ook hun ouders en een plek in het gezin gekend met daarbij hun rol. Allemaal invloeden waarvan ik van mening was dat dit mee kon spelen in de oorzaak van de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij. Voor mijn broertjes zag dit er natuurlijk anders uit dan voor mij. Zij hebben namelijk een andere vader en dus ook ander DNA. Een deel wat wel hetzelfde is, is natuurlijk het deel van onze moeder.

Met dit alles ging ik naar de afspraak met de therapeut voor een intakegesprek. De therapeut stond versteld van de manier waarop ik bezig was geweest en het inzicht waar ik mee kwam. Hij bevestigde dat de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij daar voor een groot deel mee te maken zou kunnen hebben.


Ik ben Pascal Gilissen en geboren in 1975 te Maastricht. Op zevenjarige leeftijd ben ik met mijn ouders verhuisd naar Brabant. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van moeder. Ik heb meerdere relaties gehad, heb nu een latrelatie en er bewust voor gekozen om niet aan kinderen te beginnen.

Ik woon in Haaren (Brabant) samen met Luna mijn trouwe viervoeter, een Amerikaanse stafford. Op jonge leeftijd had ik al interesse in hoe mensen met elkaar omgaan en het functioneren van mensen. Ook heb ik altijd veel interesse in spiritualiteit en metafysica gehad. Op dertigjarige leeftijd een beroepsopleiding tot voetrefextherapeut gestart, alleen deze na drie jaar moeten beëindigen.

In 2010 gediagnosticeerd met bipolair 2. Ik heb van de bipolaire stoornis een project gemaakt. Dit project ben ik met mezelf gestart in 2017 en had als doel: de diepere oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij te achterhalen en indien mogelijk te genezen. Dit is gelukt.

 

Zoektocht naar de oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij

Tekst: Pascal Gilissen

Laat ik beginnen te zeggen, dat ik jullie allemaal moedig vind. Moedig om staande te blijven met de belasting van een bipolaire stoornis. Voor familie en naasten heb ik respect. Ook jullie zijn belast met de bipolaire stoornis van jullie geliefde en naaste.

Mijn naam is Pascal Gilissen en heb in 2010, op 35 jarige leeftijd, de diagnose bipolaire stoornis type 2 gekregen. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van mijn moeder. Voor mij was het een raadsel dat ik een bipolaire stoornis had. Dit omdat ik de enige in het gezin en familie was met deze aandoening. Een vrij gevestigde psychiater heeft bij mij de diagnose gesteld. Toen ik van deze psychiater de diagnose te horen kreeg, had ik een tegenstrijdig gevoel. Dit kwam door wat de psychiater er vervolgens achteraan vertelde:

“Hier kom je nooit meer van af en dien je medicijnen voor te gebruiken”.

Het gaf mij een enorme weerstand en een heel negatief gevoel. Maar wat ook heel tegenstrijdig was, is dat ik ook blij was met deze diagnose. Blij omdat ik na jaren niet weten wat er gaande was, nu een naam had gekregen. Ik kon eindelijk doelgericht aan mezelf gaan werken. Ik kon leren om te gaan met een bipolaire stoornis. Om van de stemmingswisselingen te kunnen stabiliseren waren de medicijnen nodig. Tegen medicijnen had ik ook weerstand. Ik had er een uitgesproken mening over.

Altijd ben ik van mening geweest dat medicijnen zouden onderdrukken en dus alleen iets aan symptoombestrijding zouden doen. Ik moest deze gedachte loslaten want met de heftigheid van de stemmingswisselingen was ook niet te leven. De psychiater kon mij alleen helpen door mij in te stellen op de juiste lithiumspiegel. Daarna zou ik bij de ggz verder geholpen worden. Door de lange wachtlijst duurde het ruim drie maanden voor ik terecht kon. Deze tijd gebruikte ik om zoveel mogelijk te weten te komen over de bipolaire stoornis. Daarbij keek ik naar mezelf en hoe de bipolaire stoornis er voor mij uitzag.

kijkdaar

Toen ik eenmaal bij de ggz terecht kon, wist ik al veel toe te passen om mezelf stabiel te houden. Dit in combinatie met de lithium. Uiteindelijk besloot ik in 2014 om met de Lithium te stoppen. Ik had werk, een nieuwe relatie en voelde me daardoor goed en dacht dat het wel kon. Eind 2015 kreeg ik last van de eerste depressieve klachten. Hier gaf ik alleen niet aan toe. Ik bleef doorwerken omdat ik in mijn werk altijd een uitdaging vond. Hierdoor had ik minder last van de depressieve klachten.

Mijn relatie werd in 2016 beëindigd en ik kwam al snel in een hypomanie. Gelukkig ontdekte ik dit binnen een week en wist snel te handelen. Per mail benaderde ik de psychiater die ik in 2010 bezocht had en ik kon daar dezelfde week nog terecht. Na een gesprek met hem, werd ik weer ingesteld op lithium. In 2017 speelde de bijwerkingen en het gevoel onderdrukt te worden weer op. Alleen had ik al ervaren dat stoppen geen optie was.

Ik dacht: “Stel dat de dosering die door de psychiater wordt aangehouden niet klopt voor mij als persoon?”. Dit bracht mij op het idee zelf de dosering te gaan verlagen. Afbouwen deed ik heel langzaam en tussen de verlagingen in zaten minimaal zes weken. Hierdoor kon ik goed blijven voelen wat de verlaging met mij deed. Ik kon makkelijk bijsturen wanneer dit nodig was. Dan pakte ik terug op de dosering waar ik voor de verlaging op zat. Ik ging ook in kaart brengen welke gebeurtenissen hadden plaatsgevonden waardoor ik ontregelde en de medicatie moest verhogen.

Nadat ik een half jaar geëxperimenteerd had met de lithium, bleef ik op 600 mg stabiel. Terwijl de psychiater mij op 1000 mg had ingesteld.

Door het experimenteren met de lithium en te kijken wat het met mij deed, kreeg ik meer inzicht in hoe de bipolaire stoornis er voor mij uit ziet. Hiermee besloot ik dan ook om de bipolaire stoornis bij mezelf verder te gaan onderzoeken.

Ik ben gaan kijken naar de factoren die de oorzaak zouden kunnen zijn voor de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij. Hier had ik namelijk nooit eerder naar gekeken. Zowel aan vaders- als moeders kant had niemand anders een bipolaire stoornis. Deze factor viel voor mij dus weg. De factor verslaving aan drugs was al ruim acht jaar geleden en voor mij niet meer van toepassing. Dan bleef alleen de factor nog over, waarbij ik zou moeten gaan kijken hoe mijn leven gelopen was.

Dat bracht mij op de volgende gedachte:

“Wat als ik de oorzaak van de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij zou kunnen ontdekken?”

Zou het dan misschien ook mogelijk kunnen zijn dat ik door daaraan te gaan werken van een bipolaire stoornis af zou kunnen komen? Dit motiveerde mij en begin 2018 vond ik een therapeut waarmee ik dit proces aan ging.

Nu november 2019 ben ik ruim een jaar vrij van alle symptomen die zijn toegeschreven aan een bipolaire stoornis en vrij van medicijnen.

Warme groet,
Pascal Gilissen


Ik ben Pascal Gilissen en geboren in 1975 te Maastricht. Op zevenjarige leeftijd ben ik met mijn ouders verhuisd naar Brabant. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van moeder. Ik heb meerdere relaties gehad, heb nu een latrelatie en er bewust voor gekozen om niet aan kinderen te beginnen.

Ik woon in Haaren (Brabant) samen met Luna mijn trouwe viervoeter, een Amerikaanse stafford. Op jonge leeftijd had ik al interesse in hoe mensen met elkaar omgaan en het functioneren van mensen. Ook heb ik altijd veel interesse in spiritualiteit en metafysica gehad. Op dertigjarige leeftijd een beroepsopleiding tot voetrefextherapeut gestart, alleen deze na drie jaar moeten beëindigen.

In 2010 gediagnosticeerd met bipolair 2. Ik heb van de bipolaire stoornis een project gemaakt. Dit project ben ik met mezelf gestart in 2017 en had als doel: de diepere oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij te achterhalen en indien mogelijk te genezen. Dit is gelukt.

Opname

Tekst: Diane

Ik lig al weken op een matrasje in de woonkamer. Naast mij mijn mobiel, dat staat op trilstand. Tegen harde geluiden kan ik niet. Verder een glas water en een strip Clonazepam. Aan tafel ronkt de pc van mijn vriend die net even de deur uit is voor mijn nieuwe medicijnen. Ik heb geprobeerd wat vla te eten en Vifit te drinken, maar verder dan een paar slokjes kom ik niet. Gelukkig is het vloeibaar. Vast voedsel verdraag ik al weken niet. Krijg het gewoon niet weggekauwd of het ontbreekt me aan trek, dat kan ook.

Vandaag krijg ik te horen wanneer ik word opgenomen, want de toestand is onhoudbaar. De depressie is zo persistent dat ik niet meer functioneer. Buiten dat kan mijn vriend niet meer alle dagen voor mij thuis werken. Hij wordt weer op zijn werk verwacht. Logisch. Om hem te ontzien en om op nieuwe medicatie te worden ingesteld, is een opname onvermijdelijk.

In dit hoekje waar ik lig, ken ik alle details uit mijn hoofd. De kindertekeningen van mijn jongste zoon, het IKEA-label aan het kussen, de nerven in de stoelpoten, de stofnesten in de hoeken van het plafond. Als ik naar buiten staar, zie ik een grijze soeplucht, kale zwiepende bomen, een weggewaaid tafelkleed. Het is februari en alhoewel de lente niet lang meer op zich zal laten wachten, bevind ik me in de donkerste periode van mijn leven. Leven. Dit is geen leven. Dit is langzaam wegkwijnen. De grijparmen van de depressie hebben me omstrengeld en er is niets wat ik kan doen om de pijn te verlichten. Soms val ik even in slaap en zie dan mijn leven aan mijn voorbij trekken. Zeer gedetailleerd als in een doodsstrijd. Als ik dan weer wakker word, leef ik nog. Fysiek dan.

window-view

Mijn vriend komt thuis met de pillen. Ik mag ze nog niet nemen, de oude zijn nog niet afgebouwd. In het ziekenhuis zal ik ermee beginnen.

Mijn mobiel zoemt plotseling. Het is Marry van de opnameafdeling. Ze vertelt me dat ik vandaag nog kan komen. Om twaalf uur moet ik me melden. Ik ben opgelucht en tegelijk zie ik er vreselijk tegenop. Er zijn al zovelen opnamen geweest, zoveel medicijnwisselingen. Ik kan de kamertjes dromen: een ziekenhuisbed, een kast, een bureau en een badkamer.

Mijn vriend is zichtbaar opgelucht dat ik vandaag word opgenomen. Ook hij is aan het einde van zijn Latijn. Zijn trukendoos is leeg. Hij moet bijtanken en zijn rust hebben.

We hebben nog twee uur voordat ik de ziekenhuishal zal inlopen. Nou ja lopen, meer strompelen. Twee maanden zonder eten hebben me verzwakt. Ik ben een schim van mezelf geworden. Met mijn laatste krachten probeer ik, ondersteund door mijn vriend, op te staan. Ik ben zo duizelig dat ik door mijn hoeven zak. Als ik toch enigszins op mijn benen sta, loop ik naar de keuken, open het raam en steek een sigaret op. Ik ben opgelucht dat ik dit huis verlaat. Alles eraan ademt depressie uit. De kleuren zijn verdwenen. De geur is muf. Het huis is mij vijandig gezind.

De koffers staan al weken klaar. Mijn vriend sjouwt ze alvast naar de auto. Nu eerst douchen. Tijdens mijn depressie zie ik daar het meeste tegenop: uitkleden, kraan aan, proberen te blijven staan, huilen, inzepen, afspoelen, huilen, huilen, huilen. Kraan uit, afdrogen, wankelen, aankleden. Maar wat moet ik aan doen? Waarom twijfel ik over alles? Waarom denk ik dat ik geen kleren meer heb, terwijl de kast uitpuilt? Maar het lukt uiteindelijk. De trap af. Ik houd me stevig vast aan de leuning. We zullen toch niet nu een dodelijke smak maken met een hopelijke genezing in het vizier.

Nog twee uur wachten. Mijn vriend tikt driftig op zijn toetsenbord. Buiten loopt een aantal scholieren luidruchtig door de straat. Bouwvakkers fluiten vrolijk, terwijl ze verderop de boel opknappen. Een grijze wolk verstopt de waterige zon. Ik ga weer op het groezelige matras liggen, neem een slokje water en draai me op mijn zij. Afleiding zoek ik in het luisteren naar de radio. Ze hebben het god weet waarover. Ik val in slaap.

Ruim twee uur later bevinden we ons in de ziekenhuishal. Wegrennen is geen optie. De komende weken is dit mijn honk. De intake is vertrouwd. Een vragenlijst. Hoort u stemmen? Bent u suïcidaal. Een reflexentest en een bloeddrukmeting. Mijn lichaam is ijskoud, rechtop zitten lukt maar half. Gelukkig heeft de arts-assistent warme handen en een warm hart.

Dan het gesprekje met mijn vaste SPV’er en de psychiater. Mijn vriend zit naast me. De redenen van mijn opname worden nog eens uit de doeken gedaan. De opname zal zo’n drie maanden duren. Ik moet aansterken, meedoen met het therapeutisch programma en dan… Dan eindelijk over een week met de Tracydal beginnen. Mocht die geen soelaas bieden, dan is ECT nog het enige alternatief.

Na een half uurtje is het gesprek voorbij. Mijn vriend verdwijnt naar zijn werk. Ik ga naar mijn kamer om mijn koffer uit te pakken. Ik heb een hoekkamer, dat scheelt. Deze zijn groter en hebben lange witte gordijnen tot op de grond. Het voelt neutraal en niet onprettig.

Een half uurtje later ben ik klaar. Ik ga op de rand van mijn bed zitten en voel de pijn weer terugstromen. Ik huil en ik huil en ik huil. Hoeveel tranen heb ik gehuild de afgelopen maanden? Ik sta op en besluit een sigaret te gaan roken. Eenmaal buiten, tussen de smerige volle asbakken, besef ik dat ik hier beter af ben dan thuis. Dan gaat de deur open en een lieve verpleegkundige vertelt mij dat we gaan lunchen. Lunchen! Ik krijg geen hap naar binnen. Maar ik neem plaats, doe het voorstelrondje en eet een bakje yoghurt. De kop is eraf.


Ik ben geboren in 1967 in Amsterdam en in 1994 verhuisd naar Haarlem. Ik heb twee kinderen, eentje van 21 en één van 17. Al acht jaar gelukkig met mijn vriend met wie ik niet samenwoon. Mijn vader is manisch depressief en ik ben dus gediagnosticeerd met dezelfde stoornis in 2008. De bipolaire stoornis type 2.

De ziekte heeft me vaak te pakken gehad, er zijn vele opnames geweest en een aantal elektroshocks maar ik ben nu al een aantal maanden stabiel op de MAO-remmer Tracydal. Dit slikken betekent een streng dieet maar dat heb ik er uiteraard voor over. Helaas ben ik niet werkende meer. Van huis uit ben ik redacteur maar ontvang mijn geld via de WIA en heb een aantal kleine vrijwilligersbaantjes. Bipolair zijn betekent een wankel evenwicht bewaren, stress en prikkels vermijden én acceptatie.

De psychische stoornis werd mijn deel

Tekst en foto’s: Huub Hendriks

Ooit komt dat nare bericht. Zelf had ik al lang een vermoeden. De psychische stoornis werd mijn deel. Jaren was ik al uit mijn doen. Nooit was ik echt mezelf. Ik had totaal geen zelfvertrouwen. Mijn jeugd was er een zonder liefde warmte en genegenheid. Ook kreeg ik thuis veel klappen. Als ik ook maar iets misdaan had in de ogen van mijn ouders volgde vaak een zware straf. Soms ging ik met blauwe plekken naar school en dat riep daar vragen op. Ik beschermde mijn ouders ook nog. Ik werd vindingrijk in het verzinnen van smoesjes en kwam er nog mee weg ook. Wel ging ik negatieve aandacht vragen en dat brak mij later op. Onze buurvrouw waar ik veel omgaf en waar ik een warme band mee had, werd mijn toevluchtsoord. Het zette kwaad bloed bij mijn ouders toen ze in de gaten kregen dat ik vluchtte voor mijn ongezonde werkelijkheid. Mijn ouders verboden mij om nog bij de buren te komen. Weer een plek minder om me te uiten en steun te zoeken. Het gezonde kringetje om me heen werd steeds kleiner. Ook de verstandhouding met mijn drie broers verslechterde steeds meer. Zij werden door mijn ouders voorgetrokken met voor mij extra negatieve situaties. Ook kwam het vaak voor dat als zij iets negatiefs gedaan hadden ik daarvoor steeds meer gestraft werd.

clip_image0033

Haat
Langzaam begon ik een haat richting mijn ouders te ontwikkelen. Een haat die steeds extremer werd. Ik zocht naar manieren om mijn ouders extra te raken en nam bijvoorbeeld wat geld weg terwijl ik daar eigenlijk niets mee deed. Totdat ik op een maandag morgen met een paar stuivers voor schooltijd naar het kleine snoepwinkeltje bij ons in de buurt ging. De dame,  José heette ze,  vroeg: ”Weer in de portemonnee van je moeder gezeten?” “Leuk toch”, zei ik brutaal, “daar worden we toch beide beter van. ”Maar bij thuiskomst moest ik op de rietenkokos mat gaan zitten op mijn blote knieën en dat in mijn korte broek. Dan moest ik mijn armen vanuit mijn elle bogen omhoog houden en pa legde in iedere hand een veldbrandsteen. Als ik mijn armen liet zakken kreeg ik slagen met de riem van mijn vader. Soms waren de anderen erbij en zei pa: “Dit overkomt ook jullie. Laat dit een goede les zijn.”

Dit alles vormde mij voor de rest van mijn leven
Zelf wilde ik als kind priester worden maar mijn vader zag me liever in de mijnen werken. Iets wat pa zelf ook zijn leven lang deed. Maar omdat ik graag schilderde en tekende vond hij het goed dat ik schilder werd. Ik weet nog dat ik mijn diploma haalde op de LTS en verder ging met een opleiding tot Gezel. Ook dit diploma behaalde ik. Eerlijk moet ik zeggen dat er ook mooie momenten waren zoals Kerst, Sinterklaas en ons Misdienaars reisje.

clip_image0012

Rond en in de kapel hier boven was ik vooral in de Maria maanden te vinden om de mis te dienen. Om 06.00 uur iedere morgen werd de vroegmis al opgedragen en ik was er altijd bij als misdienaar. Ik vond het geweldig. Bij de opening en sluiting van de mei- en oktobermaanden waren er vaak duizenden gelovigen aanwezig. Vele bewoners en verenigingen uit de omliggende streek deden mee aan de processies. Vanuit de kerk beneden aan de berg trok men dan linksom de berg op. Hier werd een openluchtmis opgedragen. Op een plek bij het kapelletje liggen mijn beide ouders uitgestrooid. Toen ik dit samen met mijn broers deden, ging er heel veel mis. Voor altijd kwam er een einde tussen de relatie onderling. Iets wat mij tot op de dag van vandaag nog pijn doet. Ook het feit dat mijn jongste broer een einde aan zijn leven maakte op 47-jarige leeftijd laat nog steeds  een diepe wond achter. De oorzaak hebben we nooit achterhaald en ook zijn gezin lijdt er nog onder. Het is nu negen jaar geleden.

Een last op je schouders
Zo zien we dat vaak iedereen heel wat te verstouwen heeft in zijn of haar leven. Soms hoeft er maar iets mis te gaan en psychisch komen we in de knoei.

Nu,  na 45 jaar omgaan met de ziekte, heb ik een leefbaar leven. Alhoewel moet ik wel zeggen dat ‘ik de ziekte heb en mijn vrouw het kruis’.Ik heb nog vaker last van heftige stemmingswisselingen. Wat ons erg goed doet,  is dat onze zoon de stoornis niet heeft. Hij heeft een topbaan in het bedrijfsleven en ook nog een eigen zaak.

Voorlichting
Ik geef tegenwoordig op vele plekken voorlichting. Ik heb van mijn gebrek mijn beroep gemaakt. Er voor anderen zijn, geeft je een geweldig positief gevoel en zelf kom je sterker in je leven te staan. Ik ben al langer dan 25 jaar vrijwilliger bij de vereniging plusminus en mocht steeds doen waar ik goed in was. Ik zit nog steeds aan onze Lotgenotenlijn waar ik naar anderen luister en hun adviezen mag geven. Je kan mij gerust bellen: 0900 5 123456


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

Happen naar de dood

Tekst en foto’s: René Booms

Ik bevind me in water en zink als een baksteen naar beneden. Een besef van ongekend tekortkomen. Ik probeer weer naar boven te komen, maar ik heb te weinig zuurstof om weer met mijn hoofd boven het water uit te komen. Dat is het dus. Voor mij geen frisse lucht meer. In plaats daarvan hap ik naar de dood. Een laatste poging, gepaard gaande met zeer drukke overlevingsreflexen, overslaand in paniek.

air-bubbles-230014_640

Ik red het niet. Mijn adem stokt. HELP! HELP! Alsjeblieft. Ik kan de woorden alleen maar voelen; door de druk van het water op mijn mond kan ik ze niet uitschreeuwen. Niemand die me ziet. Het ergste is dat ik maar niet wakker word uit die kou en donkerte. Diep in het water. Ik huil, waarna het gevoel van de droom zich weer herhaalt.

Deze eeuwigheid duurt pas negentig seconden. Ik ben me te pletter geschrokken, maar voel opluchting: ik ben weer wakker geschoten. Uit het water bevrijd lig ik zwetend in mijn bed, naast mijn partner José. Met een gevoel van ‘weet ik veel’. Een gevoel van toegeven. Ik wandel gestaag richting een hypomane fase, de opmaat naar een psychose.

Faalangst achtervolgt mij de eerste 25 jaar van mijn leven. Het geeft mij een intens, sluipend en misselijkmakend gevoel. Het heeft mij in lastige situaties regelmatig verlamd, vooral op momenten als een schoolexamen. Op alle rapporten scoor ik bovengemiddelde cijfers, maar tijdens zo’n examen krijg ik door een ongezonde manier van ademhalen een soort van black-out.

Tegen het mbo-examenjaar wordt zichtbaar dat het niet goed gaat met mij. Na drie jaar hoge cijfers te hebben gehaald, scoor ik steeds lagere cijfers in de aanloop naar de tentamens en het eindexamen. Het lukt me niet om de leerstof erin te stampen. De leerstof boeit me gewoonweg niet. Op school zeggen ze dat ik last heb van faalangst. Ik herken mij niet in deze omschrijving.

Diep vanbinnen voel ik intense boosheid naar het hele schoolsysteem. Ik ben niet dom; eigenlijk verveel ik me rot, en het lijkt erop dat ik daardoor ook minder presteer. Dit gevoel betitelen als faalangst voelt als een klap in mijn gezicht. Ik kan mezelf onvoldoende motiveren en op school weten ze daar geen raad mee. Bovenstaande situatieschets laat precies zien wat ik steeds meer ga doen: onderzoeken en analyseren. Twijfelen en vervelen. Falen, angstig zijn en me vooral diep somber voelen. Ik praat met niemand over mijn gevoelens. Het is gemakkelijker voor me om te spelen dat ik opgewekt ben en een opgeruimd karakter heb. Mensen ervaren mij als spontaan, gezellig en rustig. Wat een kwelling. Toch krijg ik niet het gevoel dat ik wat aan mijn houding kan veranderen. Ik huil en niemand die het ziet. Ik haal met een herexamen mijn diploma en ga door naar het middelbaar beroepsonderwijs, het Ondernemerscollege.

Ook hier weer een vliegende start. En ook hier weer die snel opkomende verveling. Opnieuw de zogenaamde faalangst die om de hoek komt kijken. In het examenjaar kom ik weer in de problemen. Ik ga me steeds verder terugtrekken op mijn slaapkamer, draai muziek als troost en kom in aanraking met klassieke muziek. Er gaat een nieuwe wereld voor me open. Met mijn spaargeld ga ik op jacht naar de mooiste adagio’s. Ik val als een blok voor die van Mahlers vijfde, die hij speciaal voor zijn vrouw heeft gecomponeerd, uit liefde voor haar. Ik ben zó onder de indruk: heel anders dan alle popmuziek waar ik ook nog steeds naar luister. Het verfijnde van muziek luisteren zit hem voor mij in het openstaan voor beide muziekvormen.

Toch gaat het in dat mbo-examenjaar steeds slechter met mij. Ik voel me zo onzeker en steeds depressiever worden. Alles ontglipt me. Ik kan er met niemand echt diepzinnig over praten. Maar mijn zwaarte heeft voor mijn gevoel niets te maken met mentaliteit. Het depressieve voelt lichamelijk.

Op een gegeven moment wordt er bij mij thuis op de voordeurbel gedrukt. Een schoolvriend en -vriendin staan voor de deur en ze vragen mij hoe het gaat. Uit schaamte durf ik ze niet eens even binnen te laten. Voor het eerst vertel ik ze wel dat het helemaal niet goed gaat met me. Ze kunnen bijna niet geloven dat ik dat zeg. ‘Hoe kan dat nou? Je bent altijd zo opgewekt.’ ‘Ja, ik weet het, maar dat is alleen maar ter bescherming van m’n ware gevoelens.’ Ik durf er niet over te praten, bang dat mijn wereld in elkaar stort. ‘Heb je het er met je ouders over?’ Mijn ouders zijn schatten van mensen, maar ze vinden het ook lastig om met mijn somberheid om te gaan. Mijn vrienden gaan geraakt weer weg, en als de deur eenmaal dicht is, begin ik op mijn kamer onbedaarlijk te huilen.

Het lukt me ook na een herexamen niet om mijn diploma te halen. Gelukkig krijg ik uiteindelijk wel deelcertificaten voor de meeste vakken die ik gehaald heb.

Dit betekent dat ik toch gewoon door kan leren. Wel weer heel bijzonder is dat ik vervolgens mijn theorie-examen voor m’n rijbewijs op mijn achttiende in één keer haal en na achttien lessen ook mijn rijbewijs in één keer haal. Autorijden boeit me mateloos.


 

Rene Haarlem klein 4

Mijn naam is René Booms van de Heuvel van de blogsite: https://www.renebooms.nl

Ik ben geboren in 1965 in Heemstede en noem mijzelf een ‘mood swing expert’. Dan doel ik op mijn levenservaringen die ik heb opgedaan in mijn bipolaire leven. In 2011 is de diagnose bipolaire stoornis vastgesteld. Wat een verademing. Het herstel, het weten, de zouttabletten (lithium) en mijn liefdesleven met mijn prachtige vrouw José weer terug.

Als geluksvogel is het diepe contact met mijn drie kinderen er ook weer. Mijn vriendschappen hebben zich geselecteerd en verdiept.

Toch is het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn. Verschillende malen ben ik toch weer in een hypomane fase gedoken. Deze zomer van 2019 is de 1ewaarbij ik tot nu toe helemaal vrij ben van de last van mijn bipolaire stoornis. Dat vraagt van mij enorme dag-discipline, vertrouwen in mijn levens- ritme en focus op de mooie dingen in ons leven.

Soms kan ik me voor een moment intens éénzaam voelen. Ik huil dan in stilte en baal van de intensiteit van de stoornis, moet uiteindelijk glimlachen en voel me hemeltje rijk met alles en iedereen die zich om mij heen begeeft.

Gezond eten voor stabiliteit

Tekst en foto’s: Ruby van der Kuil

Gezond leven, gezond eten, het draagt allemaal bij aan een stabiel leven. Toch is het lastig om het altijd maar perfect te doen. Daarom deel ik vandaag mijn eetschema om mijzelf gezond en fit te houden. Alvast een tip: zelf drink ik alleen maar groene thee en water. Dat scheelt een hoop! En als ik eens aan de frisdrank ga: dan maar zero!

gezond eten

Let op! Dit is mijn eetschema. Ik heb deze keuzes afgewogen na het bespreken met een professionele diëtist. Wil je zelf een eetschema maken? Doe dat dan door een diëtist te informeren of in ieder geval te kijken of deze keuzes aansluiten bij jouw leven en benodigdheden.

Eten in de ochtend

Ik houd zelf zes eetmomenten aan. Zo hoef ik per eetmoment niet zo veel te eten en verdeel ik alles zorgvuldig om mijn hongergevoel te minderen. Ik begin daarom met een ontbijtje dat bestaat uit magere yoghurt of kwark met muesli. Vaak heet muesli alleen een hoop suiker. Stel daarom zelf muesli samen met als variatie wat bessen of fruit.

Als tussendoortje neem ik altijd graag een appeltje. Als variatie neem ik soms een Breaker, een zuivelproduct met extra proteïne. Dit neem ik niet te vaak, omdat het toch veel suiker bevat, maar is lekker om soms mee te variëren dus.

Eten in de middag

Als middageten neem ik vaak een tosti. Een tosti?! Maar dat is toch vet? Nee hoor, als je het maar zonder sauzen eet. Het is gewoon een broodje met kaas (en in mijn geval met kip) maar dan warm. Wel verstandig is dan om bruin brood of volkorenbrood te gebruiken in plaats van wit brood. Maar voor een keertje is wit natuurlijk geen schande.

Als tussendoortje word dan vaak een handje noten aanbevolen of een gezond koekje. Zelf hou ik niet van noten en niet van dat soort koekjes (ik ben een echte zoetekauw) dus houd ik het bij een handje pinda’s. Een handje is niet veel, maar pinda’s bevatten veel olie en vetten. Dus eet niet te veel! (En voor de mensen die nu heel hard na zitten te denken, pinda’s zijn eigenlijk peulvruchten).

Eten in de avond

Belangrijk is dat je zelf kookt. Zo weet je precies hoeveel zout, suiker en andere dingen er in het eten belanden. Zelf kook ik graag pasta. Veel winkels hebben bijvoorbeeld volkoren pasta en dat soort kleine aanpassingen doen niet zo veel met de smaak, maar wel met de gezondheidspuntjes. Een Hollands dagje? Zelf eet ik dan twee (forse) aardappels en twee opscheplepels met groente. Met vlees kun je het beste rund of kip aanhouden en een goede variatie is vis. Varken is wat vetter, maar is natuurlijk niet verboden en ook hier geld: voor een keertje is het echt geen zonde hoor.

Voor mijn pillen uit eet ik nog een broodje of wat muesli. Niet de meest gezonde manier om de dag te sluiten, maar ik heb geen zin om misselijk te worden van mijn pillen.

En zo kom ik op zes eetmomenten. Ik ben wel benieuwd: hoe doen jullie dat? Zijn er vuistregels die jullie aanhouden of vertrouwen jullie ook op een expert? Laat het weten!


Hoi, ik benLogo

21 jaar en studeer aan de hogeschool van Amsterdam in de richting Media en Communicatie. Ik schrijf, ik blog en ik heb een bipolaire stoornis, type 2.
Sinds ik mijn diagnose heb gekregen, zet ik mij in voor openheid en begrip.

Ruby1

 

 

Het gevoel dat ik weer leef (deel 2)

Tekst en foto’s: Fransisca Furda

Hoe is het verder met mij gegaan na mijn besluit geen pillen meer te nemen in mijn leven?

Vanaf 2013 heb ik alle pillen laten staan en aangegeven om nooit meer pillen te slikken. Vanaf het moment dat ik mijn pillen heb laten staan, kreeg ik vaak de vraag of ik die pillen die in de kast stonden eindelijk niet eens weg moest doen. Ik kan dan alleen maar antwoorden dat ik dat niet kon. Op de een of andere manier heb ik die pillen in die kast toch nodig en waarschijnlijk zal ik ze tot het eind van mijn leven bij mij houden. Dat ik ze achter de hand had, gaf mij rust.

FDAF534F-8D8B-460E-8527-A1701E9E3263

Een leven zonder pillen. Dit ging een lange tijd goed maar wel nog steeds met ups en downs. Het jaar 2016 was een heel moeilijk jaar. In datzelfde jaar ging het heel slecht met mijn oudste herder, Olex waardoor ik heel diep in een depressie terecht kwam. Er waren momenten dat ik mij een leven zonder mijn buddy Olex niet kon voorstellen. Ik heb hem nodig om naar buiten te gaan want ik voel mij alleen maar veilig als ik een grote hond naast mij heb lopen. Zonder hem zou ik niet verder kunnen leven. Vaak dacht ik er zelfs aan om voor hem uit deze wereld te gaan maar mag ik hem dit wel aan doen? Dit was een vraag die mij regelmatig bezig hield.

Mijn depressie werd steeds heftiger. Mijn behandelaar zei tegen mij dat hij mij niet goed kon inschatten op het moment maar hij wilde niets voor mij beslissen want dan moest hij mij pijn doen en dat wilde hij niet. Die middag, ik vergeet het nooit meer, vroeg mijn behandelaar toch of het niet verstandiger was om mij te laten opnemen. Wat had ik graag ‘ja’ geantwoord maar door mijn verleden kan ik zo ontzettend blokkeren op een vraag. Ik wist dat een opname voor mij een opluchting zou zijn maar ik kon dit die middag niet over mijn lippen verkrijgen. Door die blokkade kon ik geen ‘ja’ zeggen.

Naar mijn gevoel zou ik een strijd verliezen als ik ‘ja’ zou zeggen. Een strijd die er niet hoort te zijn tussen mij en mijn behandelaar maar deze man had in het begin van ons contact eens gedreigd dat hij volgens de wet verplicht is om in te grijpen als ik een gevaar voor mijzelf zou zijn. Door ‘ja’ te zeggen had ik het gevoel dat hij van mij zou winnen waardoor ik op dat moment niet de juiste beslissing kon nemen. Ik zou verliezen, iets wat in mijn verre verleden al zo vaak was gebeurd. Uiteindelijk stelde hij mij volgende vraag: “Wat als ik maandagmorgen op kantoor kom en er word gezegd dat jij bent overleden. Moeten wij als team dan zeggen dat je je rust hebt gevonden of moeten we accepteren dat we als team hebben gefaald?” Ik heb hier eerlijk op geantwoord en gezegd dat het laatste dan het geval zou zijn. Op dat moment wist hij genoeg.

Vanaf 1995 heb ik een ondertekende euthanasieverklaring. Deze verklaring is mij vaak tot grote steun geweest. Als er weer in een periode van diepe depressies zat, kon ik altijd op de verklaring terugvallen. En op de een of andere manier was dat heel belangrijk voor mij en gaf het mij een veilig gevoel op de momenten dat ik niet verder wou leven. Maar nu was mijn gedachte aan de dood als enige uitweg mijn grootste angst. Ik ben bang dat ik in een moment van paniek mijzelf iets zal aandoen, zonder echt dood te willen. Zoals mijn huisarts eens tegen mij zei ‘per ongeluk overleden’. Deze angst bleek veel heftiger te zijn. Die vrijdagmiddag dat ik eigenlijk heel hard ‘help mij’ had willen schreeuwen tegen mijn behandelaar deed ik dit niet. Het lukte mij niet om mijn trauma’s aan de kant te zetten en daardoor kon ik zijn hulp niet aannemen.

De dinsdag daarop had ik een gesprek met een vervangende psychiater van het team. Mijn beste vriendin was met mij mee. Dat was fijn en toen de psychiater mij de vraag stelde: “Hoe sta je tegenover een opname?”, heb ik onmiddellijk ‘ja’ gezegd. Ook stelde hij mij de vraag: “Waarom kun je nu wel ja zeggen en vrijdag niet?”. Ik legde hem uit dat ik met mijn eigen behandelaar een slecht verleden had en met hem niet.

De man ging een opname proberen te regelen en vroeg mij waar ik wilde wachten op het antwoord. Ik had gekozen voor de wachtkamer omdat ik bang was dat ik thuis mijzelf alsnog wat zou aandoen. In de wachtkamer was het een stuk rustiger, veiliger. Om 16.00 uur kwam het verlossende antwoord. Ik kon de volgende morgen opgenomen worden op de afdeling Stemmingsstoornissen. Op de gesloten afdeling. Omdat ik het een en ander moest regelen zoals Olex onderbrengen, tassen inpakken etc., durfde ik thuis de nacht wel in te gaan. Ik was rustiger omdat ik de volgende medicatie had genomen: Quetiapine en Fluoxetine.

Mijn angst om ooit weer op een gesloten afdeling opgenomen te worden was zo groot en heftig maar nu kon ik het wel accepteren. Er was nog wel een beetje angst over. “Als het er maar veilig is en ik hulp van mensen om mij heen kan krijgen. Ik wist dat het goed was om niet meer alleen thuis te zijn met Olex. Ik wou niet meer dood.

820FB54E-B356-418F-ABD1-039A9715DE98

Tijdens het intakegesprek werd er aangegeven dat er wel van mij verwacht werd dat ik tweemaal per dag mee ging wandelen. Ik moest ook naar de therapieën gaan. Er werd mij gezegd dat je daar veel leuke dingen kon doen zoals schilderen. Ik keek ze aan alsof ze niet goed bij hun hoofd waren. “Je dacht toch niet dat ik ging zitten schilderen?”. En moet je mij nu eens zien.

De psychiater die ook bij de intake zat, schreef ook meteen iets voor het slapen voor. Volgens hem kon hij mij de garantie geven dat ik op dat middel, Zopiclon, zeker zou slapen. En zou mij dat na een uur nog niet lukken dan kon ik naar de verpleegpost gaan om nog een extra pil te nemen.

De gesprekken met de psychologen waren heel bijzonder. Ze vonden het dan ook helemaal niet vreemd, dat ik zo diep terecht was gekomen. Een psycholoog die opeens opgestapte, mijn behandelaar die in de periode dat ik opgenomen was, stopte met werken en ik, die niet wist wie er voor in de plaats kwam. Deze onzekerheid deed mij geen goed.

Het waren twee bijzondere weken op de gesloten afdeling. Wat gaf mij het een opluchting dat ik gewoon over mijn trauma’s binnen de psychiatrie kon praten en dat alles wat ik in het verleden op de gesloten afdeling heb meegemaakt nooit had mogen gebeuren. Ze gaven mij gelijk. Maar ja, het was zo dat de behandelaars vroeger dachten dat het goed was om mensen plat te spuiten en te isoleren.

Ik gaf in mijn vorige blog aan dat ik na het stoppen met de medicijnen het gevoel had dat ik weer leef. Helaas is het leven zonder pillen mij niet gelukt. Maar ik kan gelukkig wel zeggen dat, ondanks dat ik nu drie soorten medicijnen slik, ik nog steeds het gevoel heb dat ik leef. Het zijn wel andere pillen dan ik voorheen innam. De angst om terug te vallen en weer dicht te slaan, is niet meer nodig. Tot nu toe heb ik geen terugval gehad. Ik lig geen nacht meer wakker. Wat was het moeilijk om van mijn standpunt af te stappen. Wat was het een strijd maar het is mij gelukt. Ook met pillen kan je gewoon in het leven blijven staan. Naast mijn buddy Olex is ondertussen een opvolger bij ons in huis gekomen die luistert naar de naam Cassey. Olex is aan zijn pensioen toe en Cassey kan met frisse moed aan de taak beginnen om mij te begeleiden op straat. Ze zal nog veel moeten leren maar het gaat haar lukken.

IMG_2444

En het schilderen…..deze uitlaatklep heb ik echt ontdekt tijdens mijn opname en ik ben er thuis mee verder gegaan. Met schilderen kan ik mij heerlijk uitleven en mijn schilderijen geven heel duidelijk mijn stemmingen weer. Wat ik in mijn hoofd voel, kan ik heel goed in beeld brengen op papier. Vanaf half december tot aan half februari heb ik zelf een expositie hier in het dorp. Wie had dit ooit kunnen bedenken. Ik in ieder geval niet.

Dit is mijn verhaal waarin dus heel duidelijk blijkt dat het toch ook goed kan zijn om van een vast standpunt af te durven stappen. En toch het gevoel te blijven houden dat je leeft!


IMG_6612

Mijn naam is Fransisca Furda (61 jaar). Ik ben alleenstaande en heb een zoon en twee kleinkinderen. Op dit moment heb ik drie honden, waarvan er twee mijn buddy’s zijn. Het zijn twee Duitse herders: Olex van bijna 12 jaar en Cassey van ruim 1 1/2 jaar.

Grenzeloos geluk

Tekst: Luc Vercauteren

Ruim twee jaar geleden ben ik teruggekomen van m’n fietstocht naar Teheran. Het zijn twee bijzondere jaren geweest. Misschien wel de meest waardevolle jaren in m’n leven. Mijn vader kreeg ALS, droeg zijn ziekte met waardigheid en is inmiddels overleden.

Los van de medicatie die ik krijg heb ik zelf ook een ontwikkeling door gemaakt. Een ontwikkeling als mens, ondanks en dankzij de diagnose. De wens hypomaan te zijn, is er eigenlijk niet meer, ik ken m’n grenzen, ik weet steeds beter wie ik ben en waar ik voor sta, en ik zal ook altijd blijven twijfelen daarover. Ik zal nooit een ‘in-balans’ persoon worden. Dat past niet bij me, dat heeft niks met mijn bipolariteit te maken, zo zit ik gewoon in elkaar. Ik ben een gevoelsmens en daar horen schommelingen bij. En dan kan ik de ene dag A zeggen en drie dagen later B doen én begrip opbrengen voor beide.
Ik hecht waarde aan m’n autonomie. Ik doe wat ík denk dat goed voor me is. Ja, dat heb ik geleerd. Dat heb ik moeten leren en dat was grotendeels een onbewust proces. Hoe mijn vader in het leven stond en mijn broer Marc in het leven staat heeft me daarbij geholpen. Ik ben de belangrijkste persoon in mijn leven.

grenzeloosgeluk

En ja, ik heb nog steeds angsten, onzekerheden en twijfels. Maar die mogen er zijn en ik laat ze ook graag zien. Ook dat hoort bij me, ik ben nou eenmaal een deler. En het tegenstrijdige daarin is dat juist die onzekerheden en twijfels me sterker en evenwichtiger maken. Ik kom dichter bij mezelf. Mijn zogenaamde kwetsbaarheid is m’n kracht. Het klopt. Ik heb het zo vaak gehoord de afgelopen jaren, maar nu geloof ik het ook. Ik ervaar het ook zo, het is zo.

Ik schaam me er steeds minder voor. En ook schaamte mag, ook dat hoort bij me. Net zoals alle gevoelens mogen. Ook gevoelens die wij als maatschappij graag als negatief bestempelen. Gevoelens als jaloezie, haat, angst, boosheid, wraak, al die gevoelens mogen. Je moet er niet tegen vechten, je moet gevoelens niet veroordelen. Je moet ze er laten zijn en accepteren dat het even zo is.

Ik ben bipolair, dat is onderdeel van wie ik ben. En het heeft me zoveel gebracht en zoveel moois laten zien, dat ik nu kan zeggen en ook graag wíl zeggen: ik heb geluk.


Luc

Luc Vercauteren heeft een boek geschreven over z’n fietsreis vanuit Nederland naar Iran, het boek ‘Grenzeloos geluk’. Luc heeft een bipolaire aandoening. Grenzeloos geluk is behalve een mooie reisbeschrijving ook het verslag van een innerlijke tocht, die leidt van schaamte en ontkenning, via besef, naar acceptatie en geluk.

Recensie van hoogleraar Jim van Os:
‘Doortastend en psychologisch fijnmazig geschreven’

Het boek is vanaf 15 december te bestellen op de website van uitgeverij Tobi Vroegh: http://www.tobivroegh.nl en vanaf 23 december op http://www.bol.com.