Hoe gaat het nu?


Tekst: Sander

Toen ik in 2009 de diagnose kreeg, wilde ik zelf niet inzien dat ik een manie had. Mijn vriendin waarmee ik samenwoonde, wilde dat ik hulp ging zoeken. Maar na een korte vrijwillige opname van slechts vier dagen heb ik mijn spullen weer ingepakt en ben ik tegen beter weten in huiswaarts gekeerd. Daar kreeg zij weer te maken met mijn gevoelens van onmacht en frustratie. Kort hierop zijn wij uit elkaar gegaan. Jammer, maar wel begrijpelijk.

Een jaar later, tijdens een manie met ernstige psychotische kenmerken, heb ik veel vrienden en kennissen verloren doordat ik op Hyves diverse berichten had geplaatst. Pas na een opname van elf weken in een GGZ-kliniek en na het slikken van Zyprexa (de werkzame stof is olanzapine) ben ik langzaam weer opgeknapt. Hierna heb ik enkele jaren nazorg gehad van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige (spv-er) en een psychiater.

Meer hierover kun je lezen in mijn eerste gastblog:
https://petraetcetera.com/2017/11/13/mijn-bipolaire-ervaring/

Op dit moment ben ik ingesteld op tien milligram olanzapine. Dit middel slik ik nog dagelijks. Wel word ik regelmatig nog herinnerd aan die vervelende manische periode van toen. Ik ben namelijk dertig kilogram in gewicht gegroeid. Met behulp van een diëtiste ben ik ooit al eens acht kilogram afgevallen maar ook weer bijgekomen. Vrij recent heb ik een gesprek gehad met de huisarts en word doorverwezen naar een praktijkondersteuner van de ggz om te praten over toenemende somberheid en stemmingswisselingen per dagdeel. Ook heb ik de vraag gesteld aan mijn zorgverzekeraar of het mogelijk is om op korte termijn te starten met gecombineerde leefstijlinterventie (GLI); een intensief traject van twee jaar om meer kennis op te doen en een gezondere leefstijl aan te leren wat betreft voeding en beweging. Ik wil toch weer een poging wagen om af te vallen en fitter te worden.

Sinds enige tijd wil ik ook actief het stigma rondom bipolariteit doorbreken door open en eerlijk te zijn over mijn bipolaire stoornis. Toen ik in 2016 begon met vrijwilligerswerk, bij de zorgboerderij hier op het dorp, heb ik aan mijn leidinggevende van het activiteitencentrum globaal wel verteld wat ik had. Aan de bewoners en andere vrijwilligers/deelnemers doelbewust niet. Op dit moment heb ik liever dat iemand mij, inclusief mijn rugzakje, accepteert zoals ik ben en kan iemand daar niet mee omgaan dan heb ik pech gehad.

Daarnaast heb ik ruim anderhalf jaar geleden contact gezocht met de vereniging plusminus om opnieuw deel te nemen aan een lotgenotengroep in mijn regio. Deze bestond niet meer en het heeft lange tijd geduurd voordat een nieuwe groep werd opgestart. In de Corona-tijd waren dat eerst online meetings via Zoom. Deze zomer heb ik gelukkig andere lotgenoten een keer in het echt ontmoet tijdens een wandeling. Tijdens deze gesprekken kreeg ik te maken met veel herkenning en erkenning van mijn ervaringen. Dat was fijn en ik had een plek gevonden waar ik mij thuis voelde.

In de periode van april tot en met september 2021 ben ik doorgaans bijna elk weekend actief met diverse uitstapjes van verenigingen waar ik lid van ben. Dan ben ik positief gestemd en wil ik zelf ook uitstapjes gaan organiseren om anderen bij elkaar te brengen en hun een leuke middag of avond te bezorgen.

Bij het korter worden van de dagen kan ik nog wel veel last hebben van somberheid of een zogenaamde winterdepressie, bijvoorbeeld bij het opstarten van de dag. Als ik in de ochtend een doel of afspraak heb dan lukt het mij vaak om op tijd op te staan. Heb ik geen activiteit gepland dan slaap ik het klokje rond en lukt het mij niet om structuur te vinden. Doordat ik mijzelf nu openstel naar anderen krijg ik tips om hiermee om te gaan.

Sinds begin 2021 heb ik thuis hulp van een persoonlijk begeleider, wat tot stand is gekomen via de zorgboerderij. Door te praten over situaties, meestal in relatie tot diverse kennissen en vrienden, leer ik te groeien hierin. Ook ben ik erachter gekomen dat ik meer op zoek ben naar een spontaan maatje die mijn verhalen kan aanhoren en tips geeft.


Ik ben Sander, 44 jaar, en ik woon in Lekkerkerk (Zuid-Holland) samen met mijn kater Tom (13). Wandelen in de natuur doe ik nog steeds heel graag maar ik bezoek ook muziekfestivals, museums, exposities, evenementen en de thermen. Sinds vorig jaar ben ik activiteitencoördinator van een gezondheidsvereniging.

Wat is er met mij aan de hand

Tekst: Marije Dane

Als kleuter was ik altijd een vrij, lief en spontaan kind. Ik hield van gezelligheid en niets was mij te veel. In mijn puberteit rond mijn 12e veranderde dat radicaal. Ik werd erg onzeker en faalangstig. Via school heb ik toen allerlei cursussen gedaan om af te komen van mijn faalangst. Ik had zelfs angst naar mijn vriendinnen en familie toe. Constant het gevoel alsof ik niet goed genoeg was. 

Dit somberdere gevoel werd vaak versterkt in de wintermaanden. In de zomer bloeide ik weer op maar nooit meer zoals dat vrolijke meisje van vroeger. Het was altijd een strijd in mijn hoofd. Constant kwamen die gedachten voorbij: “doe ik het wel goed?” en “ben ik wel goed genoeg voor iedereen?” Rond mijn 15e jaar ging ik met mijn moeder voor het eerst naar de dokter vanwege mijn onzekerheid en stemmingswisselingen. Deze verwees mij door naar een 1ste-lijnspsycholoog. Van hem kreeg ik de diagnose “winterdepressie”, dus in de wintermaanden zat ik achter de lichtbak om uit mijn depressie te komen. Ik werd er niet vrolijker van, maar toch heb ik zo een tijdje doorgesukkeld met het idee dat het niet anders is. 

Tot ik op een leeftijd kwam (ik weet niet meer precies hoe oud) dat de depressie omsloeg in een hypomane fase. Ik danste soms op de tafel in de kroeg en kocht de hele G-star store leeg. Ik had echt extreme uitspattingen in mijn gedrag maar had geen idee dat ik in een hypomanie zat. Nu achteraf weet ik dat natuurlijk wel. Ik was echt, zonder twijfel, knetter hypomaan. Later leerde ik een beetje met mijn stemmingswisselingen om te gaan maar de depressieve kant bleef behoorlijk lastig. Tijdens mijn depressies vlakte ik totaal af. 

Na de geboorte van mijn zoon kreeg ik een postnatale depressie en kon ik niet van mijn baby’tje genieten. In die periode overleed ook mijn vader. Ik leefde alsof er niks gebeurd was. Ik voelde mij zo sterk en had ook het gevoel dat ik sterk moest zijn voor iedereen. Dit lukte voor een tijd, maar al snel volgde er wederom een depressie. 

Vier jaar na mijn zoon is mijn dochter geboren. Nu wilde ik het helemaal anders doen. Ik moest en zou genieten! Even leek dit te lukken, maar na enige tijd belandde ik toch weer in een depressie. Dit keer was hij heftiger. Weer ging ik met mijn klachten naar de huisarts. Die verwees mij door naar de ggz-instelling Emergis hier in Zeeland. Daar heb ik mijn verhaal keer op keer opnieuw verteld aan een psycholoog. Door deze gesprekken werd alles helder voor mij. Ik was uit balans geraakt door de combinatie van een druk gezin met kinderen en een hectische baan van 28-uur met wisselende tijden. Ik kreeg de stempel “depressieve stoornis” en een antidepressivum voorgeschreven. Dit heeft maar even geholpen.

Toen werd ik voor het eerst echt manisch! Ik weet nog heel goed dat ik in die periode naast mijn drukke baan en als moeder van twee kinderen (inmiddels zes en twee jaar) als een malle ben gaan sporten. Ook ging ik veel stappen, sliep slecht en hield met niemand rekening. Ik viel veel kilo’s af, van 80 kg naar 60 kg, en voelde mij ontzettend mooi. Doordat ik mij zo aantrekkelijk voelde, zocht ik een tijdje de liefde bij andere mannen op en ben ik een keer vreemdgegaan. Ik was een totaal andere persoon, zelfzuchtig en heel erg egoïstisch. Zo wil ik nooit meer worden. Ik draafde door in sporten en werken. In die tijd kon ik heel veel aan, maar dit hield niet lang stand. De manie ging over in een psychose. Hoe dit heel precies is gegaan, weet ik niet meer goed, maar ik weet wel dat ik heel slecht sliep. Soms bijna niet. Op een gegeven moment was het zo erg dat ik drie dagen achtereenvolgend niet had geslapen. Mijn hoofd maakte overuren, alles tolde om mij heen. Ik vertrouwde niemand meer, zelfs mijn man niet. Als ik TV keek, kreeg ik signalen die voor mij bestemd waren en opdrachten die ik moest uitvoeren. Het leek alsof ik in mijn eigen film zat en ik ervaarde alles wat ik zag op TV als de waarheid. Mijn moeder en mijn man vertrouwde het niet meer en hebben toen de ggz gebeld. De crisisdienst is toen gekomen en ik kreeg iets om te slapen. Ik sliep die nacht wel, maar de volgende dag kreeg ik weer wanen en zag spoken. De dag daarna ben ik opgenomen op een medium care afdeling. Eindelijk, na twee weken kwam ik uit mijn psychose en al gauw kreeg ik de diagnose: bipolair type 1.


Ik ben Marije Dane en al vierentwintig jaar samen met mijn partner Peter. Samen hebben wij twee kinderen: Rowen is onze zoon van dertien en we hebben een dochter Jesmay van negen jaar. Mijn hobby’s zijn: de bioscoop bezoeken, wandelen in de natuur en steden bezoeken met mijn moeder. Mijn favoriete vakantieland is Oostenrijk. Hier ga ik graag heen zowel in de winter als in de zomer. Er moet voor dit alles wel centjes verdiend worden en dit mag ik doen bij Sheerenloo. Sheerenloo is een zorginstelling voor mensen met een handicap. Mijn werk en de uren zijn wel aangepast zodat ik stabiel blijf.

Een dochter! En ook nog een bipolaire stoornis…

Tekst: Anne de Leeuw

2015 was voor mij een topjaar. Echter, het vormt een groot contrast met de voorafgaande jaren, waarin mijn leven volledig op zijn kop kwam te staan.

In mei 2013 ben ik bevallen van een dochtertje en deze gebeurtenis betekende het begin van een heftige, maar bijzondere periode in mijn leven. Ongeveer drie maanden na haar geboorte kreeg ik een manische psychose. Ik werd opgenomen in een psychiatrische kliniek. Daar kwam ik enigszins tot rust. Ik kreeg medicijnen, de psychose ging voorbij en tweeëneenhalve week later keerde ik huiswaarts met de diagnose van bipolaire stoornis.

Inmiddels is dit ruim tweeënhalf jaar geleden en ondanks alle ups en downs tussen toen en nu kan ik met recht zeggen dat ik de ‘nieuwe oude’ ben: Anne 2.0.

Toen ik in de zomer van 2013 in de kliniek mijn diagnose aanhoorde, voelde ik opluchting. Ik dacht: eindelijk heeft het een naam waar ik al mijn halve leven tegenaan loop. Maar toch was het voor mij slechts een opgeplakt etiket.

“Ik verzette me ertegen en overtuigde mijzelf ervan dat het een eenmalige kraambedpsychose was en dat er verder niets met mij aan de hand was.”

Om dat te bewijzen stopte ik met het slikken van Lithium, wat ik inmiddels ruim een jaar deed. Eind 2014 was de afbouwfase afgerond en nam ik mijn laatste tablet. Rond die tijd was ik ook zo’n 20 kilo aan gewicht kwijt, dat ik er door medicijngebruik en de zwangerschap bijgekregen had.

Het gevoel van euforie maakte niettemin plaats voor aanhoudende gedachtestromen. Een hypomane episode ontpopte zich, gevolgd door opnieuw een manie. Zo belandde ik voor de tweede keer in dezelfde psychiatrische kliniek als anderhalf jaar eerder.

Emotioneel gezien stortte ik compleet in en ik had grote moeite met het nemen van het paardenmiddel waarvan ik eerder onder andere zo dik werd.”

Het was voor mij glashelder dat ik op vrijwillige basis was opgenomen. Ik wilde alleen maar rust en weer thuis zijn. Daarom bleef ik deze keer, tegen het advies van de psychiater in, maar een etmaal in de kliniek. Dat bleek genoeg te zijn.

2015 diende zich aan en ik kwam weer enigszins tot rust. De recente manie vormde voor mij dé bevestiging dat de door mij zo gehate diagnose toch klopte. Maar er was mijns inziens nog een heleboel te onderzoeken. Ik wilde zoveel mogelijk van de bipolaire stoornis weten, wat manisch-depressief zijn voor impact kon hebben op mijn leven en vooral hoe ik er zelf mee om moest gaan. Maar alles op zijn tijd. Ik heb niks overhaast en stapje voor stapje gewerkt aan mijn herstel. Ik heb alles in de strijd gegooid om mijzelf opnieuw te leren kennen. Ik ontdekte weer waar ik voor sta en wat ik belangrijk vind in het leven. Ik ontwikkelde weer een positief zelfbeeld en mijn zelfvertrouwen werd opgekrikt.

Het leek wel alsof er een deurtje in mijn hoofd openging waarachter alle essentiële data lagen opgeslagen. Ik moest ze alleen even afstoffen en nieuw leven inblazen.”

Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ondertussen moest ik er natuurlijk ook zijn voor mijn gezin. Maar het is meer dan goed gekomen. Behalve het schrijven van mijn boek Alles is een liedje was sporten voor mij van wezenlijk belang. Ik wilde me dolgraag weer fit voelen en blij zijn met mijn lichaam. Mijn doel was 10 km onafgebroken hardlopen. Door het rustig op te bouwen heb ik dat inmiddels weten te realiseren. Daarnaast hebben mindfulness-oefeningen en yoga voor rust en ruimte in mijn hoofd en lichaam gezorgd. Verder heb ik mij laten inspireren door de trend van het minimaliseren. Ik heb veel overbodige ballast overboord gegooid, variërend van bergen kleren en stapels verstofte tijdschriften tot overbodige meubels, boeken, foto’s en nog zoveel meer. Het deed me erg goed. Wat ik belangrijk vond werd weer zichtbaar – zowel letterlijk als figuurlijk. Door het opruimen liep het schoonmaken ook veel beter.

Kortom, ik kreeg geleidelijk aan weer overzicht over mijn leven. Ik voelde dat ik iets met mijn ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg moest doen. Om deze reden heb ik inmiddels de Basiscursus Ervaringsdeskundigheid afgerond om van daaruit verder te kijken naar mogelijkheden voor betaald werk op dit gebied. Ik ben blij dat ik deze stap heb kunnen zetten. Het vormt het begin van een nieuwe uitdaging!


annedeleeuw

Mijn naam is Anne de Leeuw (pseudoniem). In 1981 zag ik het levenslicht. Mijn grootste passies zijn pianospelen, wandelen, reizen en creatief zijn door onder meer te schrijven. Net voordat ik 32 werd, kreeg ik na de bevalling van mijn dochtertje een manische psychose en werd ik gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis.

Wat mij enorm geholpen heeft in mijn herstel is het schrijven van mijn autobiografische boek Alles is een liedje, mijn beleving van een manische psychose na de kraamtijd. Hierin beschrijf ik uitgebreid hoe het steeds drukker werd in mijn hoofd, hoe ik langzaam in een psychose raakte en gedwongen werd opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek. Mijn verblijf daar komt tot in de kleinste details aan bod. Tevens vertel ik over mijn herstel na de opname en hoe ik mijn leven weer heb kunnen oppakken. Ik hoop dat lotgenoten en betrokkenen kracht putten uit mijn verhaal. Verder is mijn boek ook zeer interessant voor GGZ-medewerkers.

Allesiseenliedje

Voor meer informatie over het boek en het plaatsen van bestellingen kun je met mij contact opnemen per e-mail: allesiseenliedje@gmail.com.

Gevangen in je eigen gedachten

Tekst: Elke Wolferink-van der Heyden

mijngeheimPetra d’Huy (41) heeft een drukke baan en een boeiend leven als ze haar eerste psychose krijgt. Er volgen er nog twee en in de tussentijd wordt de diagnose gesteld: Petra heeft een bipolaire stoornis. Met andere woorden: ze is manisch depressief. Dat is het begin van een levenslang leerproces op zoek naar acceptatie. Daarbij wordt ze liefdevol gesteund door haar man Coen.

Petra heeft een bipolaire stoornis, ook wel een manische depressiviteit genoemd. Ze heeft dezelfde gevoelens als ieder ander, alleen ontbreekt bij haar de rem. Het ene moment kan ze heel uitgelaten zijn (manisch), het andere moment juist erg neerslachtig (depressief). Het is een ernstige chronische ziekte die niet kan worden genezen. In Nederland heeft één op de vier mensen een psychische stoornis. De kans dat een vriend, collega of familielid hiermee te maken heeft, is groot. Daarmee komt het vaker voor dan bijvoorbeeld hooikoorts of overgewicht. Toch rust er een groot taboe op psychische ziekten. Sterker nog: er is sprake van een fenomeen dat nog nadeliger is dan de klachten zelf, namelijk stigmatisering. Dat is de reden waarom Petra openhartig vertelt over haar diagnose. “Het zou mooi zijn als we naar elkaar konden kijken zonder vooroordelen. Er wordt al snel een verschil gemaakt tussen ‘ons’ als normale mensen en ‘hen’ als abnormaal en geestelijk ziek. Verkeerde informatie en schrikbeelden in de media, versterken deze verschillen nog eens. Maar geef het eens een kans om iemand echt te leren kennen. Pas dan zie je de mens achter een bepaald uiterlijk, gedrag of stoornis”, vertelt Petra gedreven.

Lees verder…

Klok vooruit, stemming achteruit

Manisch depressief … klinkt alsof manisch een bijvoeglijk naamwoord is van depressief. Manisch wordt op die manier een ondergeschoven kindje. Daarom vind ik de term bipolair een stuk beter klinken.

“Dan ga je toch een nieuw blog schrijven? Wat zo’n uur verschil met je doet.” We liggen ’s avonds in bed als ik tegen mijn man begin te klagen. Je moet open zijn over je gevoelens dus dat doe ik dan ook. Naar mijn gevoel ben ik helemaal niet in staat om nu een creatief en inspirerende blog te schrijven waar anderen iets aan kunnen hebben. Ik ben geestelijk vermoeid en voel mij klote. Daarom kijk ik mijn partner hoopvol aan. Op zo’n moment heb ik behoefte aan een ‘positive talk’. Hoewel ik ook als geen ander weet dat opbeurende woorden niet echt bij mij binnenkomen als ik in zo’n mineurstemming ben. En dat weet mijn man ook. Dit gesprek kan oneindig duren en ik kan mij voorstellen dat dit ‘gezeur’ voor hem erg vermoeiend is. Zeker als je de hele dag gewerkt hebt, al moe bent en blij dat je ’s avonds in bed ligt en eindelijk je ogen kan sluiten. Voor mij is het moment dat we samen in bed liggen vaak een ideale gelegenheid om een ‘moeilijk gesprek’ te beginnen. Hij moet wel luisteren, hij kan geen kant op.

klok

Vorige week voelde ik mij nog fantastisch! Ik had enorm veel energie. Misschien een beetje teveel? ’s Morgens als de wekker ging, had ik direct al zin in de dag. Via een paar ervaren bloggers had ik de tip gekregen om mijn eigen site om te zetten naar WordPress zodat mijn site beter te volgen zou zijn. Ik zag enorm tegen dit karwei op maar vond wel ook wel een uitdaging. Ik kende heel WordPress niet en het leek mij allemaal erg ingewikkeld. Faalangst? Maar uiteindelijk had ik de smaak te pakken en kon ik hem ook niet meer loslaten. Hele dagen was ik bezig om mijn site te optimaliseren en op te leuken. Ik wilde al mijn kennis en kunde over de bipolaire stoornis in deze site stoppen. Niet alleen mijn eigen blogs maar ook de knowhow van andere lotgenoten erin betrekken zodat mijn site alleen maar beter kon worden. Het moest een website zijn waar iemand met een bipolaire stoornis allerlei informatie vandaan kon halen wat nodig is om met deze aandoening te leren omgaan. Ik had er zin in en ‘I was feeling good’! Onzekerheid kwam niet in mijn vocabulaire voor. Ik was assertief en trots op mijzelf dat ik dit klusje ging klaren. Elke puntje en kommaatje in de teksten moesten kloppen. Deze site moest ‘smoelen’ en dit communicatief beestje was wild en enthousiast. Stiekem wist ik dat ik aan de bovenkant van de lijn zat en dat ik een beetje contragedrag moest vertonen, pauzes inlassen, meer rust nemen maar mijn enthousiaste geest won het van die wijze gedachte. Er zat bij mij geen rem op. In no-time had ik mijn site zo goed als klaar en zette hem online.

Zoals ik al zei: ‘I was feeling good!’ Toen ik hoorde dat op maandag 30 maart World Bipolar Day was, kreeg ik ’s morgens in de keuken een spontane ingeving. Dit was een ideaal moment om een persbericht te sturen naar de regionale kranten om deze aandoening maar ook gelijk mijn eigen website en het Fonds Psychische Gezondheid onder de aandacht te brengen. In een kwartier had ik het persbericht geschreven. Een beetje van mijzelf en een beetje van de VMDB. Via via bemachtigde ik de emailadressen van de verschillende redacties en die avond verstuurde ik het bericht in de hoop dat het opgepakt zou worden.

Alles ging mij die week makkelijk en vlot af. Zodra ’s morgens de wekker ging, kon ik makkelijk mijn bed uitkomen. Kleedde mij snel aan en liep met een volle wasmand de trap af richting de garage, gooide de was in de wasmachine en zette het apparaat aan. Teruggekomen in de keuken haalde ik eerst de vaatwasser leeg, daarna smeerde ik boterhammen voor mijn zoon, pakte zijn gymtas, een beker drinken en een koek die ik zorgvuldig in het voorvak van de tas stopte. Ik zette mijn computer aan en begon, zonder eerst rustig te ontbijten, te werken aan mijn volgende project: een website van de plaatselijke zangvereniging die mij hadden gevraagd om op vrijwillige basis een opzet te maken. Zodra mijn zoon zijn boterhammen had weggewerkt en de deur uit was, ruimde ik de keuken op, zette de borden en bekers in de vaatwasser en pakte de riem van de hond. Tijdens mijn wandeling borrelde allemaal ideeën en plannen op die ik snel opsloeg in mijn notities van mijn iphone. Je zou die goede ingevingen maar vergeten! Thuisgekomen zette ik de radio aan, iets harder dan normaal, en pakte de stofzuiger. Ik was lekker bezig. Als ik de stofzuiger terug in de garage zet, gooi ik nog even wat stro in de caviakooi. Met blik en veger ruim ik de restjes die naast de kooi zijn gevallen op. Terug in de keuken druk ik de senseo in en met een beker koffie in mijn hand neem ik weer plaats achter mijn macbook. ‘I’m feeling good!’

Het is vrijdag en het weekend staat voor de deur. Een druk weekend. Zaterdag eten bij vrienden en zondag op verjaardag in de randstad. Ik weet uit ervaring dat dit teveel voor mij is. Meestal plan ik na een drukke dag een dag rust. Maar sociale contacten zijn ook belangrijk. Je moet een keuze maken. Dan wordt maandag maar mijn rustdag beslis ik. Het weekend verloopt goed. Zaterdagmiddag breng ik samen met mijn man en zoon nog een bezoekje aan de binnenstad waar op dat moment de Stigmatour staat en ’s avonds hebben we een gezellig en lekker etentje bij vrienden. Die avond verzetten we voor dat we naar bed gaan de klok. Zondagochtend sta ik een uur vroeger op dan gewend, maak mijzelf op en kleed mij in een rood leren jasje (normaal ben ik nogal casual). Eind van de ochtend stappen we in de auto. Na een uur en drie kwartier uur rijden komen we bij onze vrienden aan. Het is gezellig maar zodra de woonkamer begint vol te lopen, voel ik dat het voor mij te druk begint te worden. Ik vind het moeilijk om aandachtig te luisteren naar een oude vriendin die naast mij zit en tegelijkertijd mijn aandacht te verdelen onder mijn andere vrienden. Ik ben meer van het één-op-één-gesprek. We vertrekken weer op tijd want ’s avonds hebben we met eten afgesproken bij mijn schoonouders om de verjaardag van mijn schoonvader te vieren. Ik val van de ene gezelligheid in de andere en ondanks deze drukte val ik ook s avonds, zonder slaappil, in slaap. Blij dat ik mijn verre vrienden weer eens ‘live’ gezien en gesproken heb.

sociaalcontact

Maandagmorgen kom ik moeilijker uit bed. Ik doe die ochtend rustig aan. In de middag heb ik afgesproken met een goede vriendin, die ik heb overgehouden aan de periode dat ik in deeltijdbehandeling zat. Deze afspraak had ik al eerder in mijn agenda gepland. Dat doe je vaak op de momenten dat je je goed voelt, afspraken met vrienden plannen. Eigenlijk moet ik dan ook rekening houden met mijn weekplanning van rust-activiteit-regelmaat maar omdat ik mijzelf op dat moment goed voel, schat ik de zaken wat positiever in dan anders en ga ik er van uit dat ik het allemaal wel aan kan. Ik voel die maandagochtend dat ik compleet uit mijn ritme ben. Komt dit door het uurtje wat ons is afgepakt of voelde ik mij de afgelopen week tè goed en moet ik nu de prijs betalen? Het is alsof ik gisteravond tot diep in de nacht heb door gefeest en een fles wijn of twee achterover heb geslagen. Meestal ben ik ’s morgens actief en rust ik in de middag uit zodat ik ’s avonds weer genoeg energie heb als het hele gezin thuis komt. Vandaag loopt het anders. Het is gezellig met mijn vriendin en omdat we elkaar niet vaak zien, hebben we heel wat te bespreken. Om kwart voor vijf zwaai ik haar uit en ik voel dat het leuke gesprek mij zwaarder is gevallen dat ik zou willen. Ik voel mij een wrak als mijn man uit zijn werk komt. Ik vraag aan mijn dochter of ze wil koken en ga zelf op de bank liggen. Ik kan er nu even niet zijn voor mijn gezin. Ik heb hoofdpijn, voel mij licht in mijn hoofd en uit balans. Ik merk dat ik weer langzaam onder de lijn schiet. Maar ik ben blij dat mijn website af is en ik mijn sociale contacten weer heb aangehaald. Contacten die ik nodig heb om mij als mens goed te voelen maar die ik vaak moet minderen om een manische episode te voorkomen.

Tip:
Als je aan de beginfase staat van een lichte depressie of manie dan kan contragedrag helpen. Contragedrag is precies het tegenovergestelde doen dan wat je voelt. Ik kan met mijn bipolaire brein niet voorkomen dat ik uit balans raak maar ik kan de hoogte van de pieken en de dalen wel enigszins beperken. Als ik slim was geweest had ik die week iets meer mijn oude ritme moeten volgen, rust in mijn agenda moeten bouwen en ’s middags even op de bank moeten blijven liggen. Maar door mijn overactieve brein gaf ik daar niet aan toe.

Alsof ik honderden kilo’s weeg

LINDA., april 2007

Artikel_Linda

Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn oudste, kreeg ik mijn tweede psychose. Ik had er al eerder een gehad, maar toen werd de diagnose manisch depressief nog niet gesteld: iedereen kan in zijn leven een keer psychotisch worden en dat betekent nog niet dat je de ziekte hebt. Die tweede keer zei de dokter tegen mijn man: “Het is kiezen tussen twee kwaden, door de medicijnen kan er iets met het kind gebeuren, maar als ze niks slikt gaat het zeker mis.” We kozen voor zo min mogelijk medicijnen.

Als ik psychotisch ben slaap ik niet, heb ik heel veel energie, kan ik alles aan en ben ik heel druk. Daarna volgt een diepe depressie. Dan wil ik niets meer. Mijn lijf voelt zwaar, alsof ik honderden kilo’s weeg. Toch wilde ik een tweede kind. Ik ben zelf enig kind en wilde graag een groot gezin. Voordat ik zwanger werd van mijn zoon zijn we overgegaan op lichtere medicijnen en tijdens de zwangerschap extra controles. Na de bevalling mocht ik twee weken langer in het ziekenhuis blijven om uit te rusten. Daarna kreeg ik hulp van de psychiatrische thuiszorg. En toch ging het niet helemaal goed. Ik had mijn gedachten slecht in de hand, ging weer aan de dood denken, moest zwaardere pillen.

Nu is mijn leven zo georganiseerd dat ik voldoende rust krijg. Ik doe samen met mijn zoontje een middagdutje en mijn dochter gaat overdag naar school. Natuurlijk heeft ze door dat er soms iets aan de hand is, maar ze is pas zes, ik kan nu nog niet uitleggen wat voor ziekte ik heb.”