Happen naar de dood

Tekst en foto’s: René Booms

Ik bevind me in water en zink als een baksteen naar beneden. Een besef van ongekend tekortkomen. Ik probeer weer naar boven te komen, maar ik heb te weinig zuurstof om weer met mijn hoofd boven het water uit te komen. Dat is het dus. Voor mij geen frisse lucht meer. In plaats daarvan hap ik naar de dood. Een laatste poging, gepaard gaande met zeer drukke overlevingsreflexen, overslaand in paniek.

air-bubbles-230014_640

Ik red het niet. Mijn adem stokt. HELP! HELP! Alsjeblieft. Ik kan de woorden alleen maar voelen; door de druk van het water op mijn mond kan ik ze niet uitschreeuwen. Niemand die me ziet. Het ergste is dat ik maar niet wakker word uit die kou en donkerte. Diep in het water. Ik huil, waarna het gevoel van de droom zich weer herhaalt.

Deze eeuwigheid duurt pas negentig seconden. Ik ben me te pletter geschrokken, maar voel opluchting: ik ben weer wakker geschoten. Uit het water bevrijd lig ik zwetend in mijn bed, naast mijn partner José. Met een gevoel van ‘weet ik veel’. Een gevoel van toegeven. Ik wandel gestaag richting een hypomane fase, de opmaat naar een psychose.

Faalangst achtervolgt mij de eerste 25 jaar van mijn leven. Het geeft mij een intens, sluipend en misselijkmakend gevoel. Het heeft mij in lastige situaties regelmatig verlamd, vooral op momenten als een schoolexamen. Op alle rapporten scoor ik bovengemiddelde cijfers, maar tijdens zo’n examen krijg ik door een ongezonde manier van ademhalen een soort van black-out.

Tegen het mbo-examenjaar wordt zichtbaar dat het niet goed gaat met mij. Na drie jaar hoge cijfers te hebben gehaald, scoor ik steeds lagere cijfers in de aanloop naar de tentamens en het eindexamen. Het lukt me niet om de leerstof erin te stampen. De leerstof boeit me gewoonweg niet. Op school zeggen ze dat ik last heb van faalangst. Ik herken mij niet in deze omschrijving.

Diep vanbinnen voel ik intense boosheid naar het hele schoolsysteem. Ik ben niet dom; eigenlijk verveel ik me rot, en het lijkt erop dat ik daardoor ook minder presteer. Dit gevoel betitelen als faalangst voelt als een klap in mijn gezicht. Ik kan mezelf onvoldoende motiveren en op school weten ze daar geen raad mee. Bovenstaande situatieschets laat precies zien wat ik steeds meer ga doen: onderzoeken en analyseren. Twijfelen en vervelen. Falen, angstig zijn en me vooral diep somber voelen. Ik praat met niemand over mijn gevoelens. Het is gemakkelijker voor me om te spelen dat ik opgewekt ben en een opgeruimd karakter heb. Mensen ervaren mij als spontaan, gezellig en rustig. Wat een kwelling. Toch krijg ik niet het gevoel dat ik wat aan mijn houding kan veranderen. Ik huil en niemand die het ziet. Ik haal met een herexamen mijn diploma en ga door naar het middelbaar beroepsonderwijs, het Ondernemerscollege.

Ook hier weer een vliegende start. En ook hier weer die snel opkomende verveling. Opnieuw de zogenaamde faalangst die om de hoek komt kijken. In het examenjaar kom ik weer in de problemen. Ik ga me steeds verder terugtrekken op mijn slaapkamer, draai muziek als troost en kom in aanraking met klassieke muziek. Er gaat een nieuwe wereld voor me open. Met mijn spaargeld ga ik op jacht naar de mooiste adagio’s. Ik val als een blok voor die van Mahlers vijfde, die hij speciaal voor zijn vrouw heeft gecomponeerd, uit liefde voor haar. Ik ben zó onder de indruk: heel anders dan alle popmuziek waar ik ook nog steeds naar luister. Het verfijnde van muziek luisteren zit hem voor mij in het openstaan voor beide muziekvormen.

Toch gaat het in dat mbo-examenjaar steeds slechter met mij. Ik voel me zo onzeker en steeds depressiever worden. Alles ontglipt me. Ik kan er met niemand echt diepzinnig over praten. Maar mijn zwaarte heeft voor mijn gevoel niets te maken met mentaliteit. Het depressieve voelt lichamelijk.

Op een gegeven moment wordt er bij mij thuis op de voordeurbel gedrukt. Een schoolvriend en -vriendin staan voor de deur en ze vragen mij hoe het gaat. Uit schaamte durf ik ze niet eens even binnen te laten. Voor het eerst vertel ik ze wel dat het helemaal niet goed gaat met me. Ze kunnen bijna niet geloven dat ik dat zeg. ‘Hoe kan dat nou? Je bent altijd zo opgewekt.’ ‘Ja, ik weet het, maar dat is alleen maar ter bescherming van m’n ware gevoelens.’ Ik durf er niet over te praten, bang dat mijn wereld in elkaar stort. ‘Heb je het er met je ouders over?’ Mijn ouders zijn schatten van mensen, maar ze vinden het ook lastig om met mijn somberheid om te gaan. Mijn vrienden gaan geraakt weer weg, en als de deur eenmaal dicht is, begin ik op mijn kamer onbedaarlijk te huilen.

Het lukt me ook na een herexamen niet om mijn diploma te halen. Gelukkig krijg ik uiteindelijk wel deelcertificaten voor de meeste vakken die ik gehaald heb.

Dit betekent dat ik toch gewoon door kan leren. Wel weer heel bijzonder is dat ik vervolgens mijn theorie-examen voor m’n rijbewijs op mijn achttiende in één keer haal en na achttien lessen ook mijn rijbewijs in één keer haal. Autorijden boeit me mateloos.


 

Rene Haarlem klein 4

Mijn naam is René Booms van de Heuvel van de blogsite: https://www.renebooms.nl

Ik ben geboren in 1965 in Heemstede en noem mijzelf een ‘mood swing expert’. Dan doel ik op mijn levenservaringen die ik heb opgedaan in mijn bipolaire leven. In 2011 is de diagnose bipolaire stoornis vastgesteld. Wat een verademing. Het herstel, het weten, de zouttabletten (lithium) en mijn liefdesleven met mijn prachtige vrouw José weer terug.

Als geluksvogel is het diepe contact met mijn drie kinderen er ook weer. Mijn vriendschappen hebben zich geselecteerd en verdiept.

Toch is het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn. Verschillende malen ben ik toch weer in een hypomane fase gedoken. Deze zomer van 2019 is de 1ewaarbij ik tot nu toe helemaal vrij ben van de last van mijn bipolaire stoornis. Dat vraagt van mij enorme dag-discipline, vertrouwen in mijn levens- ritme en focus op de mooie dingen in ons leven.

Soms kan ik me voor een moment intens éénzaam voelen. Ik huil dan in stilte en baal van de intensiteit van de stoornis, moet uiteindelijk glimlachen en voel me hemeltje rijk met alles en iedereen die zich om mij heen begeeft.

Klok vooruit, stemming achteruit

Manisch depressief … klinkt alsof manisch een bijvoeglijk naamwoord is van depressief. Manisch wordt op die manier een ondergeschoven kindje. Daarom vind ik de term bipolair een stuk beter klinken.

“Dan ga je toch een nieuw blog schrijven? Wat zo’n uur verschil met je doet.” We liggen ’s avonds in bed als ik tegen mijn man begin te klagen. Je moet open zijn over je gevoelens dus dat doe ik dan ook. Naar mijn gevoel ben ik helemaal niet in staat om nu een creatief en inspirerende blog te schrijven waar anderen iets aan kunnen hebben. Ik ben geestelijk vermoeid en voel mij klote. Daarom kijk ik mijn partner hoopvol aan. Op zo’n moment heb ik behoefte aan een ‘positive talk’. Hoewel ik ook als geen ander weet dat opbeurende woorden niet echt bij mij binnenkomen als ik in zo’n mineurstemming ben. En dat weet mijn man ook. Dit gesprek kan oneindig duren en ik kan mij voorstellen dat dit ‘gezeur’ voor hem erg vermoeiend is. Zeker als je de hele dag gewerkt hebt, al moe bent en blij dat je ’s avonds in bed ligt en eindelijk je ogen kan sluiten. Voor mij is het moment dat we samen in bed liggen vaak een ideale gelegenheid om een ‘moeilijk gesprek’ te beginnen. Hij moet wel luisteren, hij kan geen kant op.

klok

Vorige week voelde ik mij nog fantastisch! Ik had enorm veel energie. Misschien een beetje teveel? ’s Morgens als de wekker ging, had ik direct al zin in de dag. Via een paar ervaren bloggers had ik de tip gekregen om mijn eigen site om te zetten naar WordPress zodat mijn site beter te volgen zou zijn. Ik zag enorm tegen dit karwei op maar vond wel ook wel een uitdaging. Ik kende heel WordPress niet en het leek mij allemaal erg ingewikkeld. Faalangst? Maar uiteindelijk had ik de smaak te pakken en kon ik hem ook niet meer loslaten. Hele dagen was ik bezig om mijn site te optimaliseren en op te leuken. Ik wilde al mijn kennis en kunde over de bipolaire stoornis in deze site stoppen. Niet alleen mijn eigen blogs maar ook de knowhow van andere lotgenoten erin betrekken zodat mijn site alleen maar beter kon worden. Het moest een website zijn waar iemand met een bipolaire stoornis allerlei informatie vandaan kon halen wat nodig is om met deze aandoening te leren omgaan. Ik had er zin in en ‘I was feeling good’! Onzekerheid kwam niet in mijn vocabulaire voor. Ik was assertief en trots op mijzelf dat ik dit klusje ging klaren. Elke puntje en kommaatje in de teksten moesten kloppen. Deze site moest ‘smoelen’ en dit communicatief beestje was wild en enthousiast. Stiekem wist ik dat ik aan de bovenkant van de lijn zat en dat ik een beetje contragedrag moest vertonen, pauzes inlassen, meer rust nemen maar mijn enthousiaste geest won het van die wijze gedachte. Er zat bij mij geen rem op. In no-time had ik mijn site zo goed als klaar en zette hem online.

Zoals ik al zei: ‘I was feeling good!’ Toen ik hoorde dat op maandag 30 maart World Bipolar Day was, kreeg ik ’s morgens in de keuken een spontane ingeving. Dit was een ideaal moment om een persbericht te sturen naar de regionale kranten om deze aandoening maar ook gelijk mijn eigen website en het Fonds Psychische Gezondheid onder de aandacht te brengen. In een kwartier had ik het persbericht geschreven. Een beetje van mijzelf en een beetje van de VMDB. Via via bemachtigde ik de emailadressen van de verschillende redacties en die avond verstuurde ik het bericht in de hoop dat het opgepakt zou worden.

Alles ging mij die week makkelijk en vlot af. Zodra ’s morgens de wekker ging, kon ik makkelijk mijn bed uitkomen. Kleedde mij snel aan en liep met een volle wasmand de trap af richting de garage, gooide de was in de wasmachine en zette het apparaat aan. Teruggekomen in de keuken haalde ik eerst de vaatwasser leeg, daarna smeerde ik boterhammen voor mijn zoon, pakte zijn gymtas, een beker drinken en een koek die ik zorgvuldig in het voorvak van de tas stopte. Ik zette mijn computer aan en begon, zonder eerst rustig te ontbijten, te werken aan mijn volgende project: een website van de plaatselijke zangvereniging die mij hadden gevraagd om op vrijwillige basis een opzet te maken. Zodra mijn zoon zijn boterhammen had weggewerkt en de deur uit was, ruimde ik de keuken op, zette de borden en bekers in de vaatwasser en pakte de riem van de hond. Tijdens mijn wandeling borrelde allemaal ideeën en plannen op die ik snel opsloeg in mijn notities van mijn iphone. Je zou die goede ingevingen maar vergeten! Thuisgekomen zette ik de radio aan, iets harder dan normaal, en pakte de stofzuiger. Ik was lekker bezig. Als ik de stofzuiger terug in de garage zet, gooi ik nog even wat stro in de caviakooi. Met blik en veger ruim ik de restjes die naast de kooi zijn gevallen op. Terug in de keuken druk ik de senseo in en met een beker koffie in mijn hand neem ik weer plaats achter mijn macbook. ‘I’m feeling good!’

Het is vrijdag en het weekend staat voor de deur. Een druk weekend. Zaterdag eten bij vrienden en zondag op verjaardag in de randstad. Ik weet uit ervaring dat dit teveel voor mij is. Meestal plan ik na een drukke dag een dag rust. Maar sociale contacten zijn ook belangrijk. Je moet een keuze maken. Dan wordt maandag maar mijn rustdag beslis ik. Het weekend verloopt goed. Zaterdagmiddag breng ik samen met mijn man en zoon nog een bezoekje aan de binnenstad waar op dat moment de Stigmatour staat en ’s avonds hebben we een gezellig en lekker etentje bij vrienden. Die avond verzetten we voor dat we naar bed gaan de klok. Zondagochtend sta ik een uur vroeger op dan gewend, maak mijzelf op en kleed mij in een rood leren jasje (normaal ben ik nogal casual). Eind van de ochtend stappen we in de auto. Na een uur en drie kwartier uur rijden komen we bij onze vrienden aan. Het is gezellig maar zodra de woonkamer begint vol te lopen, voel ik dat het voor mij te druk begint te worden. Ik vind het moeilijk om aandachtig te luisteren naar een oude vriendin die naast mij zit en tegelijkertijd mijn aandacht te verdelen onder mijn andere vrienden. Ik ben meer van het één-op-één-gesprek. We vertrekken weer op tijd want ’s avonds hebben we met eten afgesproken bij mijn schoonouders om de verjaardag van mijn schoonvader te vieren. Ik val van de ene gezelligheid in de andere en ondanks deze drukte val ik ook s avonds, zonder slaappil, in slaap. Blij dat ik mijn verre vrienden weer eens ‘live’ gezien en gesproken heb.

sociaalcontact

Maandagmorgen kom ik moeilijker uit bed. Ik doe die ochtend rustig aan. In de middag heb ik afgesproken met een goede vriendin, die ik heb overgehouden aan de periode dat ik in deeltijdbehandeling zat. Deze afspraak had ik al eerder in mijn agenda gepland. Dat doe je vaak op de momenten dat je je goed voelt, afspraken met vrienden plannen. Eigenlijk moet ik dan ook rekening houden met mijn weekplanning van rust-activiteit-regelmaat maar omdat ik mijzelf op dat moment goed voel, schat ik de zaken wat positiever in dan anders en ga ik er van uit dat ik het allemaal wel aan kan. Ik voel die maandagochtend dat ik compleet uit mijn ritme ben. Komt dit door het uurtje wat ons is afgepakt of voelde ik mij de afgelopen week tè goed en moet ik nu de prijs betalen? Het is alsof ik gisteravond tot diep in de nacht heb door gefeest en een fles wijn of twee achterover heb geslagen. Meestal ben ik ’s morgens actief en rust ik in de middag uit zodat ik ’s avonds weer genoeg energie heb als het hele gezin thuis komt. Vandaag loopt het anders. Het is gezellig met mijn vriendin en omdat we elkaar niet vaak zien, hebben we heel wat te bespreken. Om kwart voor vijf zwaai ik haar uit en ik voel dat het leuke gesprek mij zwaarder is gevallen dat ik zou willen. Ik voel mij een wrak als mijn man uit zijn werk komt. Ik vraag aan mijn dochter of ze wil koken en ga zelf op de bank liggen. Ik kan er nu even niet zijn voor mijn gezin. Ik heb hoofdpijn, voel mij licht in mijn hoofd en uit balans. Ik merk dat ik weer langzaam onder de lijn schiet. Maar ik ben blij dat mijn website af is en ik mijn sociale contacten weer heb aangehaald. Contacten die ik nodig heb om mij als mens goed te voelen maar die ik vaak moet minderen om een manische episode te voorkomen.

Tip:
Als je aan de beginfase staat van een lichte depressie of manie dan kan contragedrag helpen. Contragedrag is precies het tegenovergestelde doen dan wat je voelt. Ik kan met mijn bipolaire brein niet voorkomen dat ik uit balans raak maar ik kan de hoogte van de pieken en de dalen wel enigszins beperken. Als ik slim was geweest had ik die week iets meer mijn oude ritme moeten volgen, rust in mijn agenda moeten bouwen en ’s middags even op de bank moeten blijven liggen. Maar door mijn overactieve brein gaf ik daar niet aan toe.