Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter etcetera

Heb vertrouwen in jezelf en in de toekomst

Tekst en foto’s: Corine Strausz

Als een donderslag bij heldere hemel. Daar stond het dan zwart op wit op de sheet bij het vak psychopathologie. Een stemmingsstoornis dat is dus wat ik heb. Ik was angstig en blij tegelijk. Ik wist eindelijk wat ik mankeerde. Het was 1993 en ik studeerde 2e jaars psychologie in Nijmegen. Dit was mijn Eureka-moment. Een keerpunt in mijn leven. Erkenning en herkenning.

Daarna ging alles in stroomversnelling. De studentenpsycholoog haalde er een psychiater bij, die een bipolaire stoornis bij mij constateerde. Ik meldde me aan bij het Radboudumc, bij de afdeling psychiatrie. Voor dat ik het goed besefte had ik consulten bij een psychiater en zat ik aan de lithium. Dit heb ik 14 jaar geslikt. Eerst die vreselijke lithiumcarbonaat, die ik echt niet weg kreeg, daarna Priadel. Ik had geen last meer van depressies en het leven werd heel overzichtelijk. Het was zwart of wit. Grijs bestond niet. Twijfel ook niet. Heerlijk!

Totdat bleek tijdens een echo dat mijn ene nier verschrompeld was. Snel afbouwen van lithium en daarna begon mijn zoektocht naar een goed vervangend middel. Ik heb van alles geprobeerd, maar zonder goede resultaten. Depakine was een jaar lang hypomanie (geweldig jaar maar doodvermoeiend en zeer uitputtend). Seroquel bezorgde mij waanbeelden en ik zat continu in een droomwereld. Van carbamazepine werd ik acuut depressief. Zyprexa voelde net als vergif voor mij (ik gaf melk en had dagelijks diarree), alhoewel het wel goed hielp tegen de hypomanie. Om een lang verhaal kort te houden; niks kon lithium vervangen. Ik moet uiteindelijk genoegen nemen met sertraline en Abilify.

Wat een zoektocht en strijd is mijn weg naar herstel geweest. Wat een strijd heb ik geleverd. Zo gevochten tegen de depressie die mij volledig lam legde. Mijn hoofd deed het niet meer en ik voelde mij letterlijk bedorven. Niet meer kunnen koken, niet meer kunnen besluiten. Zelfs de afwasmachine uitruimen was een groot dilemma. En simpelweg douchen was een drama. Alles in mijn lijf en hoofd roept nee! Ik wilde onder de dekens blijven en helemaal verdwijnen. En ik wist zeker dat dit het eindstation was. Ik zou nooit meer kunnen genieten of lachen of stralen. Dit was zo vreselijk zwaar en ik dacht “dit is blijvend”.

Ook heb ik mezelf gesaboteerd. Ik vond mezelf een slecht mens, omdat ik niet met deze maatschappij mee kon. Dit werd bijna mijn dood. Ik heb 6½e week bijna niet geslapen. Zo strafte ik mezelf. Ik mocht niet slapen van mezelf. Dankzij een paardenmiddel kon ik weer slapen en begon mijn weg naar herstel. Ik heb de knop omgezet en dacht “Ik ben een prima mens”. Ik stopte met mezelf met anderen te vergelijken.

“Van nu af aan ontleen ik mijn identiteit aan wie ik ben
en niet wat ik doe”.

Wat een eye-opener was dit voor mij!

In 2011 ben ik vrijwilligerswerk gaan doen bij De Kentering in Nijmegen. Dit is een stichting die volledig gerund wordt door en voor mensen uit de psychiatrie. Er zijn een paar ondersteuners en voor de rest is iedereen die daar werkt gevoelig op psychisch gebied. Ik heb meegedaan met een aantal projecten zoals onderzoeken of de gemeente Nijmegen wel goed bezig was met de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Ook heb ik de Ervaringswijzer leven ingeblazen in Nijmegen. Ik stuurde een team van recensieschrijvers aan over wat er te doen was in Nijmegen voor psychisch gevoelige mensen.

Ik heb mezelf beetgepakt en ontwikkeld. Dit ging met vallen en opstaan. Iets proberen wat totaal mislukte, neerdonderen en weer opstaan. Weer wat proberen, weer neergesabeld worden en weer opstaan. Ik heb relatie coaching gegeven aan drie stellen, wat geen succes was. Ik kon een temperamentvolle vrouw niet aan die propjes door de zaal gooide en haar boek verscheurde. Ook stierf mijn trouwe metgezel Milo, mijn hond, en ik gleed langzaam in een zware depressie.

Maar ook die depressie kwam ik te boven. Ik rouwde om mijn hond en na een hersteltijd van drie maanden pakte ik de draad weer op. Ik heb veel cursussen gedaan en mezelf ontwikkeld tot een gelukkige en wijze vrouw. Door extra druppels sertraline, die ik innam in het najaar, heb ik al twee jaar geen depressie meer gehad. Ik word nog wel hypomaan, maar heb door mijn ervaring en leefregels hier meer controle over dan voorheen.  

In april 2021 kwam mijn eigen werkboek ‘Stemming In Balans’ uit over het bewust worden van je stemming en het ingrijpen als je stemming dreigt om te slaan. Ook ontwikkelde ik de bijbehorende cursus ‘Stemming In Balans’. Het werkboek wordt in zes bijeenkomsten besproken en toegelicht met mijn ervaringen in een groepje van zes ervaringsgenoten. In maart 2022 heb ik de pilot afgerond dat een groot succes was. Ik had mensen echt geraakt. Dit is waar ik meer dan 15 jaar naar op zoek was; mijn eigen verhaal delen en eindelijk echt voldoening en geluk in mijn leven hebben. Ik ben zo trots op mezelf en ik gun jou dit ook!


Ik ben Corine Strausz (1972). Ik ben een ondernemende en doortastende dame met een sterke wil. Ik ben sinds 2004 gelukkig getrouwd met Michiel en heb een fantastische bordercollie Nena. Ik woon sinds 2014 in het landelijke Afferden (15 km vanaf Nijmegen) in een opknapboerderij. Ik ben psychologe sinds 1998. Mijn passie is om mensen meer inzicht in zichzelf te geven, zodat zij zelf hun leven bewuster en fijner kunnen maken. Ik houd van dansen, yoga, fotograferen, creatief bezig zijn en wandelen met Nena.

Meer informatie is te vinden op mijn website: www.stemminginbalans.nl

Petra wil af van taboe op depressiviteit: ‘De schaamte voelt zwaarder dan de diagnose zelf’

Dit artikel verscheen 15 februari 2022 op de website van Omroep Zeeland.

Petra d’Huy (47) uit Arnemuiden heeft al heel wat overwonnen. Neerslachtige gevoelens, drie psychoses en behandelingen in psychiatrische klinieken. Twintig jaar geleden kreeg ze de diagnose bipolaire stoornis, ook wel manische depressiviteit genoemd. Ze schreef er een boek over.

Petra Etcetera heet het boek. Het heeft dezelfde naam als haar blog, stichting en de Facebookpagina die ze maakte voor lotgenoten, of zoals ze het zelf liever noemt: ‘ervaringsgenoten’. “Het was een struggle om het te schrijven”, vertelt Petra. “De ene dag zag ik het helemaal zitten, de andere dag dacht ik: ‘dit wordt helemaal niets’, maar ik ben nu superblij dat het er is.”

Autobiografisch zelfhulpboek

Het boek gaat over haar herstel, maar het is meer dan dat. “Ik noem het zelf een autobiografisch zelfhulpboek. Het is mijn eigen herstelverhaal, maar er staan ook tips die anderen hopelijk kunnen helpen.”

Zo’n twintig jaar geleden kreeg ze de diagnose bipolaire stoornis. “Dan ben je ineens een psychiatrisch patiënt. Je schaamt je ervoor”, aldus Petra. Therapieën, medicatie en behandelingen volgden. Inmiddels is ze heel wat ervaringen rijker. Ze leerde haar energie beter te doseren en meer te genieten van kleinere dingen in het leven.

Delen is helen

Met schrijven begon Petra zeven jaar geleden. Na de behandelingen kwam ze afgekeurd thuis te zitten. Ze voelde zich doelloos en besloot haar ervaringen te delen in een blog. “Die openheid was voor mij geen keuze. Ik moest dat doen om me los te worstelen van de schaamte die ik had. Dat was de laatste stap op weg naar herstel.”

De schaamte bleek nergens voor nodig want er kwamen vooral positieve reacties. Onder meer van ervaringsgenoten. Het bleken er meer te zijn dan gedacht en dus begon Petra een besloten Facebookpagina, want: “Delen is helen.”

Twaalfhonderd mensen zijn inmiddels lid van de groep en vertellen daar over hun ervaringen, geven tips of bieden een luisterend oor. “Het is heel mooi om te zien dat je elkaar op die manier kunt helpen”, vertelt Petra.

“Ik wil heel graag dat we met elkaar om kunnen gaan van mens tot mens.”

Petra’s doel is om mensen met psychische aandoeningen te helpen met het herstel door bijvoorbeeld informatie te geven en door mensen met elkaar in contact te brengen. Een ander belangrijk doel is het taboe op het onderwerp doorbreken. “Iedereen kent wel iemand die depressieve klachten heeft of heeft gehad. Maar wat zeg je op een verjaardag als iemand vraagt wat je doet in het dagelijks leven en je thuis zit vanwege depressies? De schaamte voelt nog zwaarder dan de diagnose zelf, terwijl je zo veel meer bent dan alleen de diagnose.”

Nieuw boek met verhalen van ervaringsgenoten

De opbrengst van het boek gaat naar de stichting Petra etcetera. Van dat geld moet er weer een boek komen, maar dan met verhalen van ervaringsgenoten uit de besloten Facebookgroep.

Voor Petra is dan het cirkeltje rond: “Ik zie het als een soort vervolg op mijn website. Daar schreef ik eerst mijn eigen verhaal en later kwamen daar de verhalen van gastbloggers bij. Nu heb ik eerst mijn eigen boek geschreven en komt er straks een boek waar de verhalen van anderen in staan.”

De ervaring van een getrouwde vrouw

Tekst: anoniem (naam bekend bij de redactie)

Ik was gehuwd met een man (laat ik hem Piet noemen). Samen hebben we vijf kinderen maar deze zijn nu volwassen. Piet kende veel negatieve periodes. Hij was vaak onredelijk tegen de kinderen of anderen, lag veel op de bank en klaagde dat hij allemaal ‘pijntjes’ had. Hij verklaarde zijn negatieve periodes ook door te vertellen dat hij lichamelijke klachten had zoals een verstopte neus, keelklachten, maagpijn, last van zijn longen, pijnlijke knieën en rugpijn. Hij is vele keren door de medische molen geweest, maar telkens weer lichamelijk kerngezond bevonden. Piet bleef echter klagen. Ik werd er niet goed van. Als ik eens iets mankeerde, ik heb bijvoorbeeld voorhoofdsholteontsteking gehad, dan vertelde Piet aan iedereen dat hij dat had. Hij had ook wel positieve periodes, sprong dan soms ‘uit de band’. Op zulke momenten kon hij niet stoppen met werken, gaf veel geld uit en was overdreven belangstellend naar iedereen die hij tegenkwam. Hij was ook erg godsdienstig, soms tot waanzin toe. Piet zijn periodes worden dan steeds heftiger.

Op internet las ik dat het herkenningspunten zijn van een bipolaire stoornis. Ik heb altijd gezegd: een psychische ziekte hebben of diabetes; je kunt er niets aan doen, het overkomt je maar je moet wel je leven daaraan aanpassen. Zelf bleef Piet ontkennen dat hij psychisch ziek was. Als hij in een psychose terecht kwam, erkende hij dat daarna wel maar als hij weer hersteld was, raakte hij weer in de ontkennende fase en mocht er niet meer over gepraat worden. Tijdens zijn psychose ‘zag’ hij overal camera’s die hem in de gaten hielden, had hij roekeloos rijgedrag of kon iemand helemaal verrot schelden en dan een week later met een doos gebak om de koffie gaan.

Ik had te weinig verstand over een bipolaire stoornis om de juiste hulpverlener te zoeken. Toen hij op een nacht helemaal ‘de weg kwijt was’, heb ik 112 gebeld. De arts kwam en hij kreeg medicatie. In de weken daarna kwamen we bij een psychiatrische instelling terecht. Daar heeft hij meerder gesprekken gehad. Er kwam toen zoveel ‘bagger’ boven water dat ik hem voor de keuze heb gesteld: je gaat aan jezelf werken en medicatie gebruiken of we gaan scheiden. Hij beloofde in therapie te gaan. Ik mocht in het kader van de privacy niet mee. Na een maand ging het weer wat beter met hem. Tegen mij ging hij echter steeds lelijker doen.

Ik durfde Piet niet te verlaten omdat ik bang was dat hij dan direct een einde aan zijn leven zou maken. Toen ik erachter kwam dat hij de therapie had afgezegd omdat hij ‘aan die flauwekul’ niet meedeed, heb ik voor mezelf paal en perk gesteld. Ik ben gestopt met puinruimen. Hij liep toen tegen zijn zelf gecreëerde problemen op en enige tijd later vertrok hij voorgoed. Dat was voor mij een verademing. Ik had een vreselijke tijd achter de rug en ik kon wel wat rust gebruiken.

Voor de kinderen was dit erg heftig. Ze wilden geen partij trekken, maar deden dat wel toen ze zagen dat hun pa toch echt ziek was. Ze begrepen het niet. Nog steeds begrijpen ze niet wat ik met hem heb doorgemaakt. Ik heb altijd mijn best gedaan om de kinderen voor deze ellende te sparen. 

Aan de hele situatie kwam een eind toen Piet zelfmoord pleegde. Bijna iedereen was verbijsterd. Ik voelde aan dat het ging gebeuren en ik had het zelfs voorspelt en tegen een paar vrienden gezegd. Tegen de kinderen heb ik gezegd dat ze dit niet konden voorkomen. Het was Piet zijn keuze, evenals de keuzes dat hij niet wilde accepteren psychisch ziek te zijn en geen hulp wilde accepteren.

Het samenspel tussen donker en licht onthult de schoonheid van het leven

Tekst: Ilja Kramer
Foto: Jaap Kloppenburg

Dit ben ik. De zon schijnt, een verloren plukje haar waait in mijn gezicht. Mijn sjaal zit slordig. Een mooie foto, maar geen gelikt portret. Is er iets van mijn kwetsbaarheid zichtbaar? Kan je aan iemand zien dat hij of zij kwetsbaar is? Ik denk het niet. Ik weet het niet.

Ik liep met fotograaf Jaap Kloppenburg over het Perenlaantje naar de Waaldijk. Hij zou een portret van mij maken waarin mijn kwetsbaarheid naar voren zou komen.

Jaap en ik raakten al wandelend aan de praat over wat we om ons heen zagen. Prachtige natuur, bos, weiland, water en horizon. Maar ook grote schepen, elektriciteitsmasten, vrachtwagens en industrie. Naast elkaar. Voor mij kan dat heel goed naast elkaar, of eigenlijk samen bestaan. Ik vind niet de natuur mooi en de elektriciteitsmasten lelijk. Ik lig er niet wakker van dat er nieuwbouwwijk ontspruiten waar eerst landbouwgrond was. Ik vind het geheel van een nieuw soort schoonheid getuigen.

En al lopende vroeg Jaap mij om wat te vertellen over mijn kwetsbaarheid. Heb veel ervaring met depressies, al vanaf mijn jonge tienerjaren. Toen wist ik, wisten we, helemaal niet wat er aan de hand was en had ik vooral het gevoel dat ik zwaar op de hand was, faalangstig en onzeker. Dit speelde allemaal van binnen af. Ik denk dat weinig mensen dat aan me hebben gezien of gemerkt. Zie je wel, je ziet het niet aan de buitenkant.

Ik zie mijn binnenwereld, mijn gedachten en gevoelens, soms als gitzwart. Een continue stroom van negatieve, destructieve gedachten. ‘Ik kan het niet, ik ben het niet waard, ik ben slecht, ik kan niks, ik faal, ik ben eenieder tot last, het is mijn eigen schuld dat ik me zo voel, ik schaam me.’ Ze noemen het ook wel de innerlijke criticus. De dialoog die je de hele tijd met jezelf, of in dit geval je criticus voert. Deze criticus is kritisch, dat zegt zijn naam al. Nou, bij tijden van depressie heb ik een hoofd vol met critici en die tetteren de hele dag keihard door elkaar. Om het hardst. ‘Je deugd niet, je bakt er niks van, je kan het niet, je bent een slechte moeder, je bent lelijk, je deugt niet, je bent een loser, je stelt iedereen teleur, je gaat af…’

Mijn hele fysiek reageert ook op de depressie. Ik duik als het ware ineen. Ik wil er niet zijn, ik wil niet gezien worden. Het liefst duik ik diep onder mijn dekbed weg. In het donker. Niemand zien. Niks horen. Er bijna niet zijn. Alleen ben je er dan nog steeds en die verdomde critici tetteren maar door. Paniek, angst, hoe dan?

Mijn hele lijf verkrampt. Soms ga ik zitten wiegen, hardop praten in mezelf, tegen mezelf. Mezelf slaan of tegen mijn hoofd bonken met de vraag of het op kan houden? Machteloos, radeloos. Totaal verkrampt. Ik ben ver heen.

De ochtenden zijn het moeilijkst. Opstaan en het leven van die dag aangaan is hels. Hoe kom ik mijn bed uit? Ik kan niet helder denken. Ik kan alleen maar huilen.

Als ik middenin een depressieve periode zit, zie ik echt geen uitkomst. Maar met behulp van medicatie en intensieve psycho-sociale begeleiding heb ik mijn leven weer behoorlijk op de rit. Na een dubbele opname in een psychiatrische kliniek kreeg ik thuis ambulante begeleiding. Een ambulant psychiatrische begeleidster nam mij bij de hand en leerde mij weer leven. Een dagritme opbouwen, het huishouden doen, in- en ontspanning, gezin, privé. Deze begeleiding is me zo dierbaar gebleken. Van drie dagen per week naar nu helemaal op eigen benen.

Ook heb ik me in de afgelopen jaren bekwaamt als het gaat om leven met een psychische kwetsbaarheid. Ik volgde hersteltrainingen zoals WRAP (Welness Recovery Action Plan) en de WWme (Wijzer Werken met Ervaring). Met de laatste cursus ben ik erachter gekomen dat ik aan de slag wil als ervaringsdeskundige GGZ, om anderen te helpen zichzelf te helpen en stappen te laten zetten in hun herstel.

Ook begeleidde ik samen met de ervaringsdeskundige van het CWZ (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis) en een collega lotgenoot de lotgenotengroep van de PAAZ. We kwamen drie jaar lang eens in de zes weken samen. We deelden onze ervaringen, en nodigden ook mensen van buitenaf uit om iets te vertellen over bijvoorbeeld stigma, oordeelvrij communiceren of het werk van een ervaringsdeskundige.

Ook beoefen ik alweer een aantal jaren mindfulness en dru yoga. De mindfulnesstechnieken helpen me om meer in het moment te leven en me niet mee te laten slepen door mijn (negatieve) gedachten. Het is niet zo dat ze er niet meer zijn, maar het lukt me nu steeds beter om er niet in mee te gaan.

Ze zeggen wel eens ‘Alles dat je aandacht geeft groeit.’
En dat geldt dus ook andersom:

‘Alles dat je geen aandacht geeft, slinkt.’

Om mentaal fit en geestelijk gezond te blijven moet ik heel hard werken. Continu ben ik me bewust van mijn gevoel en mijn gedachten. Als ik merk dat mijn gedachten negatief zijn, in cirkeltjes blijven draaien, me een gevoel van paniek bekruipt, moet ik mentaal aan de slag. Bewust mijn aandacht richten op iets anders, om in het moment te blijven en me niet mee laat slepen in de afgrond van de negatieve gedachten.

Gelukkig lukt het mij steeds beter mijn binnenwereld te accepteren en als onderdeel te zien van mijn hele leven. Mijn donkere binnenwereld gaat gelijk op met mijn zichtbare buitenwereld. Mijn binnen- en mijn buitenwereld horen allebei bij mij en maken wie ik ben. Niet mooi of lelijk. Niet goed of slecht.

Ik kijk met een nieuwe blik naar mijzelf. Een nieuw soort schoonheid wordt zichtbaar. Voelbaar ook. Voor mij althans. Ik ben wie ik ben door alles wat ik mee heb gemaakt. Crisis en verdriet, maar ook een diep gevoel van erbij horen en geluk. Het hele plaatje. Dat ben ik. Mijn kwetsbaarheid is verworden toch mijn kracht. En dat zie je.


Ilja Kramer (50). Moeder van zoon Bastiaan (17) en Maarten (21). Gelukkig getrouwd met Daniël. Kom uit Noord-Holland maar woon al 16 jaar in Nijmegen-Noord. Al ruim 25 jaar werkzaam als communicatie-deskundige. Maar ook behept met een bipolaire stoornis, zware depressies en psychoses doorgemaakt, opnames en opsluiting op psychiatrische afdelingen. Gereïntegreerd en weer ‘normaal’ aan het werk. Momenteel bekwaam ik me als ervaringsdeskundige in de GGZ en werk als coördinator/trainer hersteltrainingen bij de Kentering in Nijmegen. Ik geef schrijftrainingen in het schrijven van je herstelverhaal en ben ook werkzaam als schrijfster vanuit mijn eigen onderneming www.zoblijdatikschrijf.nl

Hoe gaat het nu?


Tekst: Sander

Toen ik in 2009 de diagnose kreeg, wilde ik zelf niet inzien dat ik een manie had. Mijn vriendin waarmee ik samenwoonde, wilde dat ik hulp ging zoeken. Maar na een korte vrijwillige opname van slechts vier dagen heb ik mijn spullen weer ingepakt en ben ik tegen beter weten in huiswaarts gekeerd. Daar kreeg zij weer te maken met mijn gevoelens van onmacht en frustratie. Kort hierop zijn wij uit elkaar gegaan. Jammer, maar wel begrijpelijk.

Een jaar later, tijdens een manie met ernstige psychotische kenmerken, heb ik veel vrienden en kennissen verloren doordat ik op Hyves diverse berichten had geplaatst. Pas na een opname van elf weken in een GGZ-kliniek en na het slikken van Zyprexa (de werkzame stof is olanzapine) ben ik langzaam weer opgeknapt. Hierna heb ik enkele jaren nazorg gehad van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige (spv-er) en een psychiater.

Meer hierover kun je lezen in mijn eerste gastblog:
https://petraetcetera.com/2017/11/13/mijn-bipolaire-ervaring/

Op dit moment ben ik ingesteld op tien milligram olanzapine. Dit middel slik ik nog dagelijks. Wel word ik regelmatig nog herinnerd aan die vervelende manische periode van toen. Ik ben namelijk dertig kilogram in gewicht gegroeid. Met behulp van een diëtiste ben ik ooit al eens acht kilogram afgevallen maar ook weer bijgekomen. Vrij recent heb ik een gesprek gehad met de huisarts en word doorverwezen naar een praktijkondersteuner van de ggz om te praten over toenemende somberheid en stemmingswisselingen per dagdeel. Ook heb ik de vraag gesteld aan mijn zorgverzekeraar of het mogelijk is om op korte termijn te starten met gecombineerde leefstijlinterventie (GLI); een intensief traject van twee jaar om meer kennis op te doen en een gezondere leefstijl aan te leren wat betreft voeding en beweging. Ik wil toch weer een poging wagen om af te vallen en fitter te worden.

Sinds enige tijd wil ik ook actief het stigma rondom bipolariteit doorbreken door open en eerlijk te zijn over mijn bipolaire stoornis. Toen ik in 2016 begon met vrijwilligerswerk, bij de zorgboerderij hier op het dorp, heb ik aan mijn leidinggevende van het activiteitencentrum globaal wel verteld wat ik had. Aan de bewoners en andere vrijwilligers/deelnemers doelbewust niet. Op dit moment heb ik liever dat iemand mij, inclusief mijn rugzakje, accepteert zoals ik ben en kan iemand daar niet mee omgaan dan heb ik pech gehad.

Daarnaast heb ik ruim anderhalf jaar geleden contact gezocht met de vereniging plusminus om opnieuw deel te nemen aan een lotgenotengroep in mijn regio. Deze bestond niet meer en het heeft lange tijd geduurd voordat een nieuwe groep werd opgestart. In de Corona-tijd waren dat eerst online meetings via Zoom. Deze zomer heb ik gelukkig andere lotgenoten een keer in het echt ontmoet tijdens een wandeling. Tijdens deze gesprekken kreeg ik te maken met veel herkenning en erkenning van mijn ervaringen. Dat was fijn en ik had een plek gevonden waar ik mij thuis voelde.

In de periode van april tot en met september 2021 ben ik doorgaans bijna elk weekend actief met diverse uitstapjes van verenigingen waar ik lid van ben. Dan ben ik positief gestemd en wil ik zelf ook uitstapjes gaan organiseren om anderen bij elkaar te brengen en hun een leuke middag of avond te bezorgen.

Bij het korter worden van de dagen kan ik nog wel veel last hebben van somberheid of een zogenaamde winterdepressie, bijvoorbeeld bij het opstarten van de dag. Als ik in de ochtend een doel of afspraak heb dan lukt het mij vaak om op tijd op te staan. Heb ik geen activiteit gepland dan slaap ik het klokje rond en lukt het mij niet om structuur te vinden. Doordat ik mijzelf nu openstel naar anderen krijg ik tips om hiermee om te gaan.

Sinds begin 2021 heb ik thuis hulp van een persoonlijk begeleider, wat tot stand is gekomen via de zorgboerderij. Door te praten over situaties, meestal in relatie tot diverse kennissen en vrienden, leer ik te groeien hierin. Ook ben ik erachter gekomen dat ik meer op zoek ben naar een spontaan maatje die mijn verhalen kan aanhoren en tips geeft.


Ik ben Sander, 44 jaar, en ik woon in Lekkerkerk (Zuid-Holland) samen met mijn kater Tom (13). Wandelen in de natuur doe ik nog steeds heel graag maar ik bezoek ook muziekfestivals, museums, exposities, evenementen en de thermen. Sinds vorig jaar ben ik activiteitencoördinator van een gezondheidsvereniging.

Wat is er met mij aan de hand

Tekst: Marije Dane

Als kleuter was ik altijd een vrij, lief en spontaan kind. Ik hield van gezelligheid en niets was mij te veel. In mijn puberteit rond mijn 12e veranderde dat radicaal. Ik werd erg onzeker en faalangstig. Via school heb ik toen allerlei cursussen gedaan om af te komen van mijn faalangst. Ik had zelfs angst naar mijn vriendinnen en familie toe. Constant het gevoel alsof ik niet goed genoeg was. 

Dit somberdere gevoel werd vaak versterkt in de wintermaanden. In de zomer bloeide ik weer op maar nooit meer zoals dat vrolijke meisje van vroeger. Het was altijd een strijd in mijn hoofd. Constant kwamen die gedachten voorbij: “doe ik het wel goed?” en “ben ik wel goed genoeg voor iedereen?” Rond mijn 15e jaar ging ik met mijn moeder voor het eerst naar de dokter vanwege mijn onzekerheid en stemmingswisselingen. Deze verwees mij door naar een 1ste-lijnspsycholoog. Van hem kreeg ik de diagnose “winterdepressie”, dus in de wintermaanden zat ik achter de lichtbak om uit mijn depressie te komen. Ik werd er niet vrolijker van, maar toch heb ik zo een tijdje doorgesukkeld met het idee dat het niet anders is. 

Tot ik op een leeftijd kwam (ik weet niet meer precies hoe oud) dat de depressie omsloeg in een hypomane fase. Ik danste soms op de tafel in de kroeg en kocht de hele G-star store leeg. Ik had echt extreme uitspattingen in mijn gedrag maar had geen idee dat ik in een hypomanie zat. Nu achteraf weet ik dat natuurlijk wel. Ik was echt, zonder twijfel, knetter hypomaan. Later leerde ik een beetje met mijn stemmingswisselingen om te gaan maar de depressieve kant bleef behoorlijk lastig. Tijdens mijn depressies vlakte ik totaal af. 

Na de geboorte van mijn zoon kreeg ik een postnatale depressie en kon ik niet van mijn baby’tje genieten. In die periode overleed ook mijn vader. Ik leefde alsof er niks gebeurd was. Ik voelde mij zo sterk en had ook het gevoel dat ik sterk moest zijn voor iedereen. Dit lukte voor een tijd, maar al snel volgde er wederom een depressie. 

Vier jaar na mijn zoon is mijn dochter geboren. Nu wilde ik het helemaal anders doen. Ik moest en zou genieten! Even leek dit te lukken, maar na enige tijd belandde ik toch weer in een depressie. Dit keer was hij heftiger. Weer ging ik met mijn klachten naar de huisarts. Die verwees mij door naar de ggz-instelling Emergis hier in Zeeland. Daar heb ik mijn verhaal keer op keer opnieuw verteld aan een psycholoog. Door deze gesprekken werd alles helder voor mij. Ik was uit balans geraakt door de combinatie van een druk gezin met kinderen en een hectische baan van 28-uur met wisselende tijden. Ik kreeg de stempel “depressieve stoornis” en een antidepressivum voorgeschreven. Dit heeft maar even geholpen.

Toen werd ik voor het eerst echt manisch! Ik weet nog heel goed dat ik in die periode naast mijn drukke baan en als moeder van twee kinderen (inmiddels zes en twee jaar) als een malle ben gaan sporten. Ook ging ik veel stappen, sliep slecht en hield met niemand rekening. Ik viel veel kilo’s af, van 80 kg naar 60 kg, en voelde mij ontzettend mooi. Doordat ik mij zo aantrekkelijk voelde, zocht ik een tijdje de liefde bij andere mannen op en ben ik een keer vreemdgegaan. Ik was een totaal andere persoon, zelfzuchtig en heel erg egoïstisch. Zo wil ik nooit meer worden. Ik draafde door in sporten en werken. In die tijd kon ik heel veel aan, maar dit hield niet lang stand. De manie ging over in een psychose. Hoe dit heel precies is gegaan, weet ik niet meer goed, maar ik weet wel dat ik heel slecht sliep. Soms bijna niet. Op een gegeven moment was het zo erg dat ik drie dagen achtereenvolgend niet had geslapen. Mijn hoofd maakte overuren, alles tolde om mij heen. Ik vertrouwde niemand meer, zelfs mijn man niet. Als ik TV keek, kreeg ik signalen die voor mij bestemd waren en opdrachten die ik moest uitvoeren. Het leek alsof ik in mijn eigen film zat en ik ervaarde alles wat ik zag op TV als de waarheid. Mijn moeder en mijn man vertrouwde het niet meer en hebben toen de ggz gebeld. De crisisdienst is toen gekomen en ik kreeg iets om te slapen. Ik sliep die nacht wel, maar de volgende dag kreeg ik weer wanen en zag spoken. De dag daarna ben ik opgenomen op een medium care afdeling. Eindelijk, na twee weken kwam ik uit mijn psychose en al gauw kreeg ik de diagnose: bipolair type 1.


Ik ben Marije Dane en al vierentwintig jaar samen met mijn partner Peter. Samen hebben wij twee kinderen: Rowen is onze zoon van dertien en we hebben een dochter Jesmay van negen jaar. Mijn hobby’s zijn: de bioscoop bezoeken, wandelen in de natuur en steden bezoeken met mijn moeder. Mijn favoriete vakantieland is Oostenrijk. Hier ga ik graag heen zowel in de winter als in de zomer. Er moet voor dit alles wel centjes verdiend worden en dit mag ik doen bij Sheerenloo. Sheerenloo is een zorginstelling voor mensen met een handicap. Mijn werk en de uren zijn wel aangepast zodat ik stabiel blijf.

What’s in a name

Tekst: Lisette van Gurp

Onlangs hoorde ik een gesprek over stigma’s. Over hoe je door een diagnose wordt vastgepind op de naam van een aandoening. Dat een diagnose een werkelijk contact tussen behandelaar en cliënt in de weg kan staan. Ik snap en herken dat. Ruim tien jaar geleden kwam bij een GGZ-instelling terecht in een langdurig intake-traject. Toen ik depressief bleek, lag de behandeling voor me klaar: groepstherapie. Het maakte niet uit dat ik daaraan geen behoefte had. En toen die niet aansloeg lag natuurlijk meer aan mijn weerstand dan aan de therapie zelf. Na één jaar was ik dus niet veel opgeschoten.

Ik zocht verder, voerde gesprekken over burnout-problemen. Mijn stress probeerde ik te reduceren met een training mindfulness. Ik voelde me beter begrepen, maar mijn klachten bleven steeds weer terugkeren. Na een zware periode kon het ineens stukken beter met me gaan. Dan kon ik de wereld aan, wist ik zeker dat het nu allemaal voorbij was. Waar ik eerst nog om huilde, was dan niet zo dramatisch meer. Dus pakte ik de draad weer op al was ik door een geestelijke val mijn werk kwijtgeraakt, ik was uit de kuil geklommen. “Wat fijn dat het nu weer goed met je gaat”, constateerde mijn omgeving dan. Ik had mijn lessen geleerd. De diepte was overwonnen.

Via vrijwilligerswerk kreeg ik een leuke baan als welzijnswerker. Ik voelde me onzekerder dan vroeger. Werken kostte me meer moeite. Op de achtergrond hoorde ik nog wel eens de echo uit mijn put. Dan ploeterde ik me door zo’n dag. Op andere dagen was ik een steun voor iedereen.

Moedig begon ik aan een omscholing richting onderwijs, een lang gekoesterde droom. Bijna zingend ging ik als vrijwilliger werken op een MBO. Ik was weer helemaal terug, blaakte van zelfvertrouwen. Met een omweg kwam ik dan toch op mijn plaats terecht. Dat gelukzalige gevoel duurde net zo lang als de periode van het vrijwilligerswerk. Ik kreeg een betaalde functie op een andere plek in de school. En hoewel ik me groothield naar buiten toe, voelde ik me eigenlijk meteen weer de diepte inglijden. Daar was die peilloze put weer. Klauwend viel ik langs de schachten, maar ik bereikte alsmaar de bodem niet. Weg baan en toekomstmuziek. Wat gebeurde er toch met me?

En dus ging ik weer op zoek naar hulp, ik wilde weten wat er met me was. Ik wilde begrip, van anderen en van mezelf. Wat ik verlangde was een naam, een etiket dus. Niet om daarmee afgeplakt te worden, maar om de herkenning. Goede hulp gaat over het contact tussen hulpverlener en hulpvrager. Simpel gezegd: het gaat niet goed en iemand zoekt hulp en iemand anders met verstand van zaken biedt hulp aan. Samen kijk je of er een klik is en of het aanbod aansluit. Hoe die hulp dan heet, is minder belangrijk. Het gaat om het zoekproces naar het wat en waarom. We kijken naar mijn gedrag en de overtuigingen die daaronder liggen, én naar welke pillen mij zouden kunnen helpen.

In mijn geval bleek de diagnose ‘depressie’ niet aan te sluiten. Dat was een gezamenlijke constatering van de therapeut en mij. Ik had zelf de sterke behoefte om te weten wat het dan wel was. Om pillen en praten daar beter op af te stemmen. Maar ook omdat ik mezelf dan meer zou herkennen. Toen de term ‘bipolariteit’ voor het eerst viel, had ik daar gemengde gevoelens over. Bij ‘depressief’ kon mijn omgeving zich nog wel iets voorstellen, maar ‘manisch’ zijn… Ik vond dat zelf ook lastig. Als ik mijn verhaal vertelde, haastte ik me altijd om erbij te zeggen dat ik bijvoorbeeld nog nooit gedacht had dat ik Napoleon was. Ik vond een manie eigenlijk een gekte. Was ik dan gek? Hoe kon ik mezelf accepteren?

Maar er was ook een andere kant: wat ik meemaakte bestond dus echt. Ik kon vallen én vliegen. Het betekende ook dat ik andere medicijnen kreeg. En mijn verhaal werd door het UWV serieus genomen. Na een jarenlange strijd ben ik nu volledig arbeidsongeschikt verklaard. Ben ik daar blij om? Nee natuurlijk, maar het geeft wel de erkenning die ik kennelijk zelf ook nodig heb.

Door de gesprekken met mijn therapeut leer ik waarschuwingssignalen herkennen. Sombere periodes worden getekend door angsten voor alles wat kan misgaan. Dan moet ik elke dag naar buiten en lopen, en verder mijn leven heel simpel houden. Wanneer ik echt alles leuk vind, en een tomeloze energie heb: ook dan naar buiten en lopen, en leven ‘met de handrem erop’. Mijn stemmingen zullen blijven schommelen, dat hoort ook bij mij. Maar ze schieten minder ver door. En ik leer ze beter te verdragen. De diagnose heeft mijzelf dus ook geholpen. Wat ik heb, heeft een naam gekregen. Niet dat ik mijn stoornis bén. Ik héb een stoornis waarmee ik te leven heb. Ik ben niet een etiket, maar ik ben blij dat ik de naam erop herken. 


Ik ben Lisette van Gurp (62 jaar) en heb 25 jaar gewerkt aan de bestrijding van seksueel en huiselijk geweld. De overstap naar het onderwijs is helaas mislukt.  Tegenwoordig help ik bij de vertoning van films over mensenrechten, luister ik naar verhalen van mensen die iemand verloren hebben en bemoei ik me met wat er in mijn buurtje speelt. Daarnaast schrijf ik regelmatig (korte) columns en houd ik van het kijken naar vogels.

Luister eens echt

Tekst: Vicky

Al jaren heb ik te maken met een stemmingsstoornis die moeilijk te begrijpen is voor anderen maar ook door mezelf. Psychische problematiek blijft nog altijd een groot taboe in de huidige maatschappij. Het is een onderwerp waar mensen niet open over durven praten. Daarom had ik besloten om een boek te schrijven, zodat ik mijn gevoelens en gedachten op papier kon verwerken. Na vele positieve reacties, merkte ik hierdoor dat het ijs wat gebroken was om over mijn bipolaire stoornis te kunnen praten tegen anderen. Ze begrijpen het beter.

Praten over je gevoelens is belangrijk, je moet jezelf kunnen zijn. Door het vertellen van dit verhaal, hoop ik dat jij ook gaat praten over je gevoelens. Elke emotie die je vanbinnen voelt, zoals blijdschap, verliefdheid, boosheid, frustratie en verdriet, is toegestaan. Als je ziel lijdt, vertel aan iemand die je vertrouwt hoe je je vanbinnen voelt, dan kan de genezing beginnen. Je problemen groeien als je ermee blijft zitten, je komt dan snel in een negatieve spiraal waardoor het moeilijker wordt om eruit te geraken.

‘Luister eens écht!’ is een heftig verhaal met verschillende emoties en stemmingswisselingen, zoals verdriet en rouw, frustratie en jaloezie en liefde en erotiek. In dit verhaal ga ik dieper in op de gevoelens en emoties die bij psychische kwetsbaarheid horen. De duidelijk merkbare stemmingswisselingen bij Linda, die aan een manische depressie lijdt, lopen als een rode draad doorheen het boek. Linda, die haar best doet om haar dochter Emma op te voeden. De stemmingswisselingen zijn duidelijk merkbaar in haar en later ook Emma’s verhaal. Door de gebeurtenissen die Linda doormaakt, leeft haar dochter Emma mee in die stemmingswisselingen. Hierdoor leert Emma niet hoe ze moet omgaan met haar eigen gevoelens en emoties. Emma zakt weg in een negatieve spiraal en wil geen hulp aanvaarden. Ze voelt zich hierdoor onbegrepen. Ze snakt naar liefde en aandacht. Met alle gevolgen die daaruit voortkomen.


Wil je mijn boek lezen? Klik hier voor een link naar mijn boek.

Acceptatie en beren temmen

Tekst: José

Tijdens een weekendje bij mijn moeder vraagt mijn stiefvader oprecht aan mij: ‘Hoe is met je?’ Ik twijfel wat ik zal zeggen. Ga ik echt zeggen hoe het gaat, of doe ik weer alsof het goed gaat? ‘Prima, maar ik denk de laatste tijd veel na over het accepteren van mijn bipolair zijn.’ Hij zegt: ‘Je hebt je bipolair zijn niet geaccepteerd. Opa zei altijd, omarm wat er op je pad komt.’ Ik voel de tranen opkomen. ‘Je hebt gelijk, ik heb het niet geaccepteerd. Ik heb het gevoel dat als ik het accepteer, ik het bijltje erbij neer gooi, dat ik het opgeef.’ Nu rollen de tranen over mijn wangen. Hij kijkt mij begripvol aan: ‘Wat geef je dan op?’ Ik droog mijn tranen en zeg: ‘Dat de situatie zoals die nu is altijd zo zal blijven en ik het loslaat om te proberen mijn leven altijd weer beter te maken.’ Het is even stil en dan zegt hij: ‘Deze gedachte klopt niet. Stel iemand heeft last van erge eczeem en heeft dat geaccepteerd, dan stopt die persoon erna niet ineens met zalf smeren.’ Ik knik dat ik het denk te begrijpen. ‘Zucht,ik heb het gevoel dat ik geen steek verder kom.’ Hij slaat een arm om mij heen: ‘Je kan pas groeien als je accepteert hoe de situatie NU is en vanuit daar kun je weer verder kijken.’

Bovenstaand fragment beschrijft mijn weerstand tegen het accepteren van mijn bipolaire stoornis (BS). Dit is een stukje wat bij mij als persoon hoort, alleen moet ik dat zelf nog willen zien. Een vriendin zei laatst: ‘Het is net als een blessure, als je het negeert dan wordt het erger en hou je er rekening mee dan heb je er bijna geen last van.’ Het rekening houden met vind ik moeilijk omdat ik er niet eerlijk over durf te zijn naar mijn collega’s. Ik meld mij daardoor niet snel ziek op werk. Er heerst zo’n taboe op mentale ziektes. Vorig jaar moest ik mij een week ziekmelden op mijn werk door mijn BS en dan verzin ik een buikgriep. Collega’s voelen namelijk geen grote behoefte om door te vragen over mijn diarreeklachten. Op mijn werk weten ze het dus niet, maar door de afgelopen jaren praat ik er nu met mijn vriend, familie en vrienden heel open over.

Ik ben een éénendertig jarige vrouw en ik heb nu zo’n ruim tien jaar de BS type twee. Na het eerste jaar van mijn studie, ging het bij mij mentaal mis en kreeg ik de diagnose bipolair. Ik heb verder gelukkig geen last gehad van mijn BS tijdens mijn studententijd. Een paar jaar later had ik een hele pittige baan in het basisonderwijs. Hierdoor ging het weer mis en ben ik een jaar ziek geweest. Uiteindelijk heb ik toen besloten om te stoppen in het basisonderwijs. Ik werk nu naar mijn zin bij een kinderopvangcentrum. Deze verandering was heel moeilijk, want ik ben ambitieus. Heb ik zo lang gestudeerd om luiers te verschonen?  Maar goed, met een baan op een wat lager niveau kan ik het werken tenminste volhouden. Doordat ik nu stabiel ben, heb ik bovendien ruimte in mijn hoofd om mijn BS te kunnen verwerken en accepteren.

Ik wil vooral beter worden in omgaan met mijn extremere emoties en negatieve gedachtes. Omgaan met de beren op de weg die ik zie. Beide heb ik door mijn BS meer dan gemiddeld. Een ding wat helpt is om de beren met andere mensen te bespreken. Toevallig zijn mijn vrienden en familie uitstekende berentemmers. Iets anders dat helpt is het maken van een gedachteschema. Ik probeer dagelijks een gedachteschema te maken. In zo’n schema geef je je belemmerende gedachten weer en probeer je er helpende gedachten tegenover te stellen.

 Als voorbeeld, het schrijven van dit verhaal zorgde weer voor genoeg emoties. Na de tweede alinea voelde ik al tranen opkomen. Waarom zou ik andere mensen met mijn negatieve gedachtes en problemen lastigvallen via een website? Ik hou niet van klagen en ik heb er zelf al genoeg last van. Daarbij denk ik nu niet dat ik meer accepterend ben naar mijn BS als het op internet staat. Tot slot denken mijn beren dat dit een perfect verhaal moet worden.

De volgende uitdaagvragen heb ik bedacht. Denk jij dat je de enige bent met negatieve gedachtes en problemen? Jij vindt verhalen van lotgenoten ook heel waardevol, toch? Het is anoniem, je hoeft maar een korte tekst te schrijven. Mensen kiezen er zelf voor om jouw blog te lezen. Jouw verhaal kan steun geven aan andere mensen met een BS. Je kunt de tekst altijd nog door iemand laten nalezen. Door het op internet te delen, bereik je meer openheid en dat draagt misschien bij aan meer acceptatie.

Toen ik deze helpende gedachten allemaal had, was de beer op de weg weer wat kleiner en heb ik dit verhaal geschreven.


Mijn naam is José en ik ben 31 jaar oud. Ik woon in Nijmegen en mijn vriend in een dorp in de buurt. Op mijn 19de ben ik gediagnosticeerd met de bipolaire stoornis type twee en met hulp van mijn berentemmers gaat het de laatste jaren steeds beter.

Zelfregulatie tijdens werk

Tekst: Juul Koene

Ieder mens is gedurende de dag bezig om kleine, maar ook grote doelen te stellen. Zoals het doen van boodschappen, sparen voor grote uitgaven en bedenken hoe je je dag wilt invullen. Om deze doelen te bereiken sturen we ons gedrag, onze gedachten en onze emoties bij. Deze zelfregulatie ligt aan de basis van ons dagelijks handelen en is het resultaat van vele leerprocessen.

Uit onderzoek en ervaringsverhalen komt steeds duidelijker naar voren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid of aandoening moeite kunnen ervaren met zelfregulatie. Dit kan te maken hebben met de psychische aandoening zelf, maar ook met de ontwikkeling van zelfregulatie of factoren die dit vermogen negatief beïnvloeden (zoals stress of weinig sociale steun). Alledaagse activiteiten, zoals werk en het onderhouden van relaties, gaan daardoor lastiger. Dit komt mede doordat de doelen (klein, groot, bewust en onbewust) lastiger te bereiken zijn wanneer we onszelf minder goed kunnen monitoren en bijsturen.

Dit is ook het geval voor mensen met een bipolaire stoornis. Werk is een levensgebied wat kan lijden onder moeite met zelfregulatie. Werken is voor mensen (met én zonder psychische kwetsbaarheid) van groot belang. Het geeft een gevoel van bijdragen aan de maatschappij, zelfstandigheid, sociale contacten. Met andere woorden: het draagt bij aan de betekenis die we aan ons leven geven. En juist werk is voor veel mensen met een bipolaire stoornis een problematisch gebied. De werkeloosheidscijfers zijn hoog en mensen kunnen tijdens het werk tegen allerhande problemen aanlopen, zoals verminderde productiviteit.

Het doel van het onderzoek
Zelfregulatie is een thema dat belangrijk kan zijn voor herstelprocessen op het gebied van werk, maar helaas nog weinig aan de orde komt. Expliciete aandacht hiervoor zou extra ondersteuning kunnen bieden en we denken dat een gespreksmethode hier een behulpzame optie voor is. Dit geeft patiënten en professionals namelijk de mogelijkheid hier samen over in gesprek te gaan vanuit het perspectief van de patiënt. Het overkoepelende doel van dit onderzoek is dan ook om een gespreksmethode te ontwikkelen waarmee mensen met een bipolaire stoornis kunnen ontdekken hoe zelfregulatie van invloed kan zijn op hun werk en de manier waarop ze op dit gebied functioneren. Om dit te doen zoeken we allereerst naar ervaringen: wat zijn belangrijke thema’s binnen werk? Welke (mentale) strategieën hebben mensen bedacht? Tegen welke moeilijkheden lopen ze aan?

Voorlopige resultaten
Om aan antwoorden op deze vragen te komen heb ik tot nu toe 48 mensen geïnterviewd: patiënten, ervaringsdeskundigen en naastbetrokkenen. Dit levert een rijkdom aan informatie op, die ik volgens een bepaalde methode analyseer (Grounded Theory). Met deze analysemethode kan uiteindelijk een theorie gevormd worden vanuit de verzamelde informatie. Dat maakt het tot een mooie manier om de ervaringen van mensen samen te voegen, te vergelijken en verschillen tussen ervaringen te verduidelijken. De volledige analyse van de interviews gaat nog een tijdje duren, maar de eerste resultaten geven al inzicht in een aantal belangrijke thema’s.

Het meest opvallend (en wellicht ook het meest logische) was dat ieder verhaal weer anders is. Natuurlijk zijn er overeenkomsten zoals het leren omgaan met symptomen en zoeken naar wat werkt. Maar wat mensen in hun werk tegenkomen verschilt. Dit heeft enerzijds te maken met de aard van het werk, maar ook met hoe mensen hun werk vormgeven. Daarnaast zijn er allerlei factoren in de omgeving van belang: is je leidinggevende begripvol? Wel of niet vertellen over je diagnose? Heb je te maken met stigmatisering? Welke steun krijg je vanuit werk en omgeving? 

En waar dit onderzoek zich vooral op richt: de mentale strategieën die mensen toepassen om tijdens hun werk naar (eigen) tevredenheid te functioneren. De eerste resultaten laten zien dat respondenten verschillende manieren hebben om met moeilijkheden en tegenslagen om te gaan. Ze benutten hun interne dialoog (bijvoorbeeld: “doe het rustig, doe het stapje voor stapje”), ontwikkelen manieren om hun emoties te hanteren (door bijvoorbeeld door balansoefeningen te doen), evalueren hun doelen en bekijken hun eigen mogelijkheden om deze te bereiken. Plannen is een van de belangrijkste thema’s die naar voren komt.

Zelfregulatie komt dus in allerlei vormen en maten voor in de werksituatie. De gemene deler is dat deze mentale strategieën geleerd zijn en bijdragen aan autonomie, zowel binnen als buiten de werksituatie. Door jezelf te reguleren, zeker in situaties die lastig zijn, kan je een keuze maken hoe je reageert en hoe je met moeilijkheden omgaat. Uit de interviews komt ook naar voren dat wanneer dit lastig is, dit voor een gevoel van controleverlies kan zorgen. Succeservaringen op dit vlak geven juist een positieve wending aan het leer- en herstelproces.

Hoe verder?
De theorie die vanuit de analyse naar voren komt gebruiken we als basis voor de ontwikkeling van een gespreksmethode over zelfregulatie. Deze methode is specifiek gericht op de werksituatie en hoe zelfregulatie hier een rol in kan spelen. Na het ontwikkelen van de methode leggen we deze voor aan mensen die hiermee te maken kunnen krijgen: mensen met een bipolaire stoornis, naastbetrokkenen en professionals. Op basis van hun advies passen we de methode vervolgens weer aan, om deze te kunnen evalueren in een pilotstudie.


Juul Koene is werkzaam als onderzoeker bij Hogeschool Leiden en als promovenda verbonden aan Tranzo, Tilburg University (promotoren: prof. dr. Jaap van Weeghel, prof. dr. Ralph Kupka, dr. dr. Jaap van der Stel). 

Meer lezen over het onderzoek?
Op de volgende website staat meer informatie: https://www.hsleiden.nl/geestelijke-gezondheidszorg/onderzoek/zeef-onderzoek