Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter etcetera

Zelfregulatie tijdens werk

Tekst: Juul Koene

Ieder mens is gedurende de dag bezig om kleine, maar ook grote doelen te stellen. Zoals het doen van boodschappen, sparen voor grote uitgaven en bedenken hoe je je dag wilt invullen. Om deze doelen te bereiken sturen we ons gedrag, onze gedachten en onze emoties bij. Deze zelfregulatie ligt aan de basis van ons dagelijks handelen en is het resultaat van vele leerprocessen.

Uit onderzoek en ervaringsverhalen komt steeds duidelijker naar voren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid of aandoening moeite kunnen ervaren met zelfregulatie. Dit kan te maken hebben met de psychische aandoening zelf, maar ook met de ontwikkeling van zelfregulatie of factoren die dit vermogen negatief beïnvloeden (zoals stress of weinig sociale steun). Alledaagse activiteiten, zoals werk en het onderhouden van relaties, gaan daardoor lastiger. Dit komt mede doordat de doelen (klein, groot, bewust en onbewust) lastiger te bereiken zijn wanneer we onszelf minder goed kunnen monitoren en bijsturen.

Dit is ook het geval voor mensen met een bipolaire stoornis. Werk is een levensgebied wat kan lijden onder moeite met zelfregulatie. Werken is voor mensen (met én zonder psychische kwetsbaarheid) van groot belang. Het geeft een gevoel van bijdragen aan de maatschappij, zelfstandigheid, sociale contacten. Met andere woorden: het draagt bij aan de betekenis die we aan ons leven geven. En juist werk is voor veel mensen met een bipolaire stoornis een problematisch gebied. De werkeloosheidscijfers zijn hoog en mensen kunnen tijdens het werk tegen allerhande problemen aanlopen, zoals verminderde productiviteit.

Het doel van het onderzoek
Zelfregulatie is een thema dat belangrijk kan zijn voor herstelprocessen op het gebied van werk, maar helaas nog weinig aan de orde komt. Expliciete aandacht hiervoor zou extra ondersteuning kunnen bieden en we denken dat een gespreksmethode hier een behulpzame optie voor is. Dit geeft patiënten en professionals namelijk de mogelijkheid hier samen over in gesprek te gaan vanuit het perspectief van de patiënt. Het overkoepelende doel van dit onderzoek is dan ook om een gespreksmethode te ontwikkelen waarmee mensen met een bipolaire stoornis kunnen ontdekken hoe zelfregulatie van invloed kan zijn op hun werk en de manier waarop ze op dit gebied functioneren. Om dit te doen zoeken we allereerst naar ervaringen: wat zijn belangrijke thema’s binnen werk? Welke (mentale) strategieën hebben mensen bedacht? Tegen welke moeilijkheden lopen ze aan?

Voorlopige resultaten
Om aan antwoorden op deze vragen te komen heb ik tot nu toe 48 mensen geïnterviewd: patiënten, ervaringsdeskundigen en naastbetrokkenen. Dit levert een rijkdom aan informatie op, die ik volgens een bepaalde methode analyseer (Grounded Theory). Met deze analysemethode kan uiteindelijk een theorie gevormd worden vanuit de verzamelde informatie. Dat maakt het tot een mooie manier om de ervaringen van mensen samen te voegen, te vergelijken en verschillen tussen ervaringen te verduidelijken. De volledige analyse van de interviews gaat nog een tijdje duren, maar de eerste resultaten geven al inzicht in een aantal belangrijke thema’s.

Het meest opvallend (en wellicht ook het meest logische) was dat ieder verhaal weer anders is. Natuurlijk zijn er overeenkomsten zoals het leren omgaan met symptomen en zoeken naar wat werkt. Maar wat mensen in hun werk tegenkomen verschilt. Dit heeft enerzijds te maken met de aard van het werk, maar ook met hoe mensen hun werk vormgeven. Daarnaast zijn er allerlei factoren in de omgeving van belang: is je leidinggevende begripvol? Wel of niet vertellen over je diagnose? Heb je te maken met stigmatisering? Welke steun krijg je vanuit werk en omgeving? 

En waar dit onderzoek zich vooral op richt: de mentale strategieën die mensen toepassen om tijdens hun werk naar (eigen) tevredenheid te functioneren. De eerste resultaten laten zien dat respondenten verschillende manieren hebben om met moeilijkheden en tegenslagen om te gaan. Ze benutten hun interne dialoog (bijvoorbeeld: “doe het rustig, doe het stapje voor stapje”), ontwikkelen manieren om hun emoties te hanteren (door bijvoorbeeld door balansoefeningen te doen), evalueren hun doelen en bekijken hun eigen mogelijkheden om deze te bereiken. Plannen is een van de belangrijkste thema’s die naar voren komt.

Zelfregulatie komt dus in allerlei vormen en maten voor in de werksituatie. De gemene deler is dat deze mentale strategieën geleerd zijn en bijdragen aan autonomie, zowel binnen als buiten de werksituatie. Door jezelf te reguleren, zeker in situaties die lastig zijn, kan je een keuze maken hoe je reageert en hoe je met moeilijkheden omgaat. Uit de interviews komt ook naar voren dat wanneer dit lastig is, dit voor een gevoel van controleverlies kan zorgen. Succeservaringen op dit vlak geven juist een positieve wending aan het leer- en herstelproces.

Hoe verder?
De theorie die vanuit de analyse naar voren komt gebruiken we als basis voor de ontwikkeling van een gespreksmethode over zelfregulatie. Deze methode is specifiek gericht op de werksituatie en hoe zelfregulatie hier een rol in kan spelen. Na het ontwikkelen van de methode leggen we deze voor aan mensen die hiermee te maken kunnen krijgen: mensen met een bipolaire stoornis, naastbetrokkenen en professionals. Op basis van hun advies passen we de methode vervolgens weer aan, om deze te kunnen evalueren in een pilotstudie.


Juul Koene is werkzaam als onderzoeker bij Hogeschool Leiden en als promovenda verbonden aan Tranzo, Tilburg University (promotoren: prof. dr. Jaap van Weeghel, prof. dr. Ralph Kupka, dr. dr. Jaap van der Stel). 

Meer lezen over het onderzoek?
Op de volgende website staat meer informatie: https://www.hsleiden.nl/geestelijke-gezondheidszorg/onderzoek/zeef-onderzoek

Als ik het kan, kan jij het ook

Tekst en foto’s: Annette

Ik ben een KOPP-kind* en kreeg op 34-jarige leeftijd een psychose met vervolgens meerdere manieën en depressies. Ik verloor mijn droombaan als fysiotherapeut en ook mijn sociaal netwerk van collega’s en mensen binnen de kerkgemeenschap. Gelukkig hield ik een kleine vriendenkring over die klaar voor mij stond. Ik werd lastiggevallen door stemmen, hallucinaties en hele heftige nachtmerries waar ik moest vechten voor mijn leven.

Mijn moeder ging weg toen ik acht jaar oud was. Ik was een gevoelig kind en ik miste haar heel erg. Mijn vader was een hele lieve man maar hij sprak niet over zijn gevoelens en ik heb hem zelden boos of verdrietig gezien. Ik wilde zijn zoals mijn vader. Stabiel en rustig met weinig emoties. Niet zoals mijn moeder.

Omdat mijn vaders familie mijn moeder’s karakter veroordeelden, was er een stigma op emotioneel zijn. ‘Doe normaal, dan doe je al gek genoeg’. Mijn moeder heeft ook twee psychoses gekregen.

In mijn vroege pubertijd werd ik depressief en deed ik een zelfmoordpoging. Mijn vader vertelde mij die dag dat hij heel erg veel van mij hield en dat ik een wonder was. Hij had namelijk nooit gedacht dat hij ooit kinderen zou krijgen. Ik voelde mij geen wonder dus ik maakte ervan ‘ik moet een wonder zijn’.

Achteraf gezien besloot ik die dag om niet langer mijzelf te zijn maar een perfect kind voor mijn vader. Ik creëerde een alter ego en stopte mijn gevoel in een kistje. Mijn vader dacht dat mijn depressie was verholpen want ik was weer vrolijk.

Omdat mijn moeder gericht was op carrière dacht ik onbewust dat ik een goede baan kon combineren met perfect kinderen opvoeden. Dat zag ik ook in films. Het bleek helaas niet waar te zijn. Eerst kreeg ik een burn-out bij mijn eerste kind en bij mijn tweede een psychose.

image0

Mijn verhaal verscheen ook in het boek ‘Herstel als leerproces’ van Jaap van der Stel.

Na een maand te zijn opgenomen in de GGZ dacht ik dat ik goed hersteld was met medicatie en begon weer te werken. Helaas raakte ik opnieuw ontregeld en moest ik mij ziekmelden. Ik kwam erachter dat het krijgen van een psychose een heel zware ziekte is die niet in een paar maanden verholpen kan worden met een pilletje. Ik heb meerdere therapieën gevolgd die mij inzicht hebben gegeven in mijn ziektebeeld en mij hielpen bij een stuk herstel zoals haptonomie.

Ik merkte voordat ik een psychose kreeg dat ik mat was in mijn emoties. Ik wilde mij geliefd en gewenst voelen maar ik voelde helemaal niets. Ik voelde niet dat mijn man en mijn kinderen van mij hielden en wat ik van mijzelf vond, wist ik al helemaal niet. Ik moest merken dat zij van mij hielden door de dingen die ze voor mij deden. Maar mijn hart voelde leeg aan.

De therapie haptonomie was gericht op het leren voelen. In het begin vertelde ik over mijn verleden. Ik lag op de behandelbank en de therapeut raakte mij aan. Op die manier werd ik bewust van mijn lichaam. Er veranderde de eerste paar keer niet veel.

Tot de therapeut tijdens de 3e-4e behandeling haar hand op mijn linkerzij legde. Ik gilde keihard, trilde en schoot van de behandelbank af. Op dat moment wist ik niet wat er aan de hand was maar niet lang daarna voelde ik mij depressief en suïcidaal. Het verdriet van vroeger, de zelfhaat en de lijdensdruk overviel mij in een keer. Ik belde de therapeut op om te vragen als ze het kraantje dat ze net had opengedraaid weer dicht kon draaien want dit gevoel wilde ik niet hebben. Helaas was haar advies: “Ga wandelen, richt je op het moment, denk niet aan het verleden”.

Een jaar lang bleef ik depressief en suïcidaal. Ik lag veel in bed te huilen en ik voelde mij moe en uitgeblust. Ik had roofbouw op mijzelf gepleegd en ik voelde mij stervende. Het leven was te zwaar voor mij geworden. Ik kon niet langer leven. Opnieuw deed ik een zelfmoordpoging. Ik noem het ‘lijdensdood’. Ik was aan de ene kant wel blij dat ik weer kon voelen maar het gevoel overmande mij.

In die tijd werd ik op iedereen boos.

Op mijn man dat hij mij niet hielp in de huishouding en met de opvoeding van de kinderen.

Op mijn moeder dat ze weg was gegaan.

Op mijn overleden vader dat hij als arts zijnde mij nooit naar een psycholoog of psychiater heeft gestuurd.

Op mijzelf dat ik was aangekomen en bleef eten.

Op mijn kerk die mij in de steek had gelaten.

Op mijn vrienden.

Op iedereen….

Steeds werd ik teleurgesteld omdat mensen mij niet konden helpen met mijn afwijzing en eenzaamheid. Ik leerde in die tijd veel van mijn dochter. Ze werd mijn voorbeeld. Wat had de kleine Annette in mij nodig? Aandacht, liefde, geduld, een luisterend oor, troost, positieve woorden van bemoediging. Alle dingen die ik mijn dochter gaf, had ik zelf ook nodig.

Ik wil anderen meegeven dat er hoop is en dat hoe lang het ook duurt je weer met hulp een betekenisvol leven kan leiden. Een leven waarin je rekening houdt met je kwetsbaarheid. Je bent niet afgeschreven en klaar voor het grofvuil. Het stigma op psychische ziektes die in films en in het nieuws wordt verteld, is niet de waarheid. Er zijn genoeg mensen die herstellen en weer een leuke baan vinden of een lieve moeder worden.

Neem de tijd om te herstellen en om je verleden een plek te geven.
Als ik het kan, kan jij het ook.


image0 2
Ik ben Annette (39) en gelukkig getrouwd met mijn lieve man. Ook heb ik twee fantastische kinderen. Ik woon in Hoofddorp en ik ben fulltime moeder en afgekeurd voor mijn werk als fysiotherapeut. Ik heb een betekenisvol leven opgebouwd en sta positief in de maatschappij. Hiervoor heb ik keihard, geduldig, huilend voor moeten vechten.

 

*) KOPP staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen

Mandala’s en tekenen op nummer

Tekst: Esther Bons

Dit schilderij heb ik in een manische bui gemaakt. Op zo’n moment heb ik altijd een koptelefoon op met muziek. Als ik luister naar Beethoven de 5e, de 7e en de 5e Sjostakovitsj dan heb ik totale focus. Ik kan dan mooi binnen de lijntjes kleuren. Ik kom ervan tot rust.

IMG_6805

De mandala’s teken ik tijdens mijn depressie of (hypo)manie. Ik teken dan om een goede dagindeling en structuur te hebben. Muziek daarbij helpt mij ook weer enorm. Bij een manie remt het tekenen mij juist af. Ik ga dan in ieder geval geen cakes bakken om 6:00 ’s ochtends wat ik wel eens heb gedaan. In zo’n periode is alles leuk en gaat alles vanzelf maar toch geeft het potlood in mijn hand en de kleuren die het maakt op papier mij rust en ruimte. Ik kan al mijn activiteiten juist meer gedoseerd doen door het kleuren.

Deze diashow vereist JavaScript.



IMG_1797
Hallo, ik ben Esther Bons (39) en ik woon op de prachtige Veluwe. Alweer tien jaar ben ik gelukkig getrouwd met mijn lieve man Arie-Willem. In 2006 hebben we elkaar ontmoet. Samen hebben we drie prachtige kinderen, Sam (6), Juul (4) en Gijs (3). Ik werk 22 uur/week als psychosomatisch fysiotherapeut, dit doe ik met veel plezier. Even niet moederen en alle focus op mijn werk en patiënten.


In 2003 heb ik de diagnose gekregen. Na de bevalling van Sam is het compleet misgegaan. De bevalling zelf ging super en zelfs thuis bevallen. Ik raakte vrijwel meteen uit balans, sliep niet meer, borstvoeding lukte niet waardoor ik mij een falende moeder vond. Tranen, tranen, labiel. Veel dingen van vroeger kwamen naar boven en dan heel intens … en ik bleef maar afvallen. Toen naar de huisarts geweest. “Het hoort allemaal bij het moeder worden”. Dit antwoord voelde voor mij niet goed. Ik voelde mij niet serieus genomen door mijn huisarts.

Na veel narigheid belandde ik via de verloskundige bij de crisisdienst. En wat was ik opgelucht. Eindelijk op de goede plek! Ik kreeg eerst oxazepam voor het slapen en om overdag wat rustiger te zijn/voelen. Maar dat hielp niet voldoende en kreeg toen Olanzapine voorgeschreven. Vanaf dat moment sliep ik weer. Toch ging het bergafwaarts en kwam ik in een zware depressie. Antidepressiva hielpen niet. Het ging steeds slechter en uiteindelijk opgenomen op de MBU (Moeder Baby Unit). Daar werd ik overgezet op andere antidepressiva en kreeg in een hypomanie. Na gesprekken met de psychiater kreeg in de diagnose bipolaire stoornis. 

Het ging na het instellen op nieuwe medicatie eindelijk de goede kant op. Hierna heb ik nog twee kinderen gekregen. Waar het met de middelste heel goed ging en ik bij de jongste weer in een depressie belandde. Met de juiste hulp en medicatie ben ik daar weer uitgekomen. Nu gaat het wisselend, heb nog met regelmaat hypomane of manische episodes, al ben ik er wel sneller uit. Ik herken het beter en mijn man ook. Door extra medicatie (Olanzapine, Oxazepam, Temazepam) te nemen trekt het snel weer bij. Ik zeg mijn werk dan ook af. Ik krijg hierdoor geen depressie meer. Alleen de nasleep met vermoeidheid door de (hypo)manie. Ik vind het gebonden zijn aan huis wel moeilijk. Normaal werk ik. Daar moet nog wat structuur in komen. Ik kijk ook niet veel nieuws hoor. Veel narigheid over het Corona-virus en ‘t komt ook dichtbij nu.

Keuze van medicatie

Tekst: Nadya van der Sluis

Terwijl ik dit schrijf ben ik herstellende van een terugval en heb ik een keuze moeten maken in medicatie. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding met medicatie gehad en het duurde jaren voordat ik kon accepteren dat ik het nodig had. Alleen de bijwerkingen, die blijven lastig en die zijn niet te accepteren. Sinds 2015 neem ik Olanzapine wanneer ik voel dat ik hypomanisch word of ben en dit moet af remmen. Helaas bleef ik in mijn laatste terugval in een hypomanie hangen omdat mijn medicatie niet direct aansloeg zoals normaal. Een korte manie volgde met daarna gelijk een depressieve periode waarbij ik voor het eerst in lange tijd dwang had tot zelfpijniging.

Gelukkig heb ik sinds 2015 passende therapie en gaf mijn psychiater aan dat ik mijn medicatie moest vervierdubbelen om weer stabiel te worden. Het duurde drie weken voordat deze dosis aansloeg als mijn normale dosis en na een tijd kon ik rustig mijn medicatie weer afbouwen. Ondertussen had ik extreem last van de bijwerkingen, zoals: vocht vasthouden, vergeetachtig zijn, weinig concentratievermogen hebben, droge mond en spiertrekkingen.

health-621356_640

Tijdens mijn behandeling kwam naar voren dat ik de afgelopen jaar meer last had van hypo manische periodes dan voorheen en Olanzapine geen geschikte medicatie meer was. Stabiel zijn zonder met regelmaat medicatie te nemen is niet iets vanzelfsprekend. Ik kon het al die jaren omdat ik 24/7 bezig was op mijzelf te letten en bewust mijn energieën aan het verdelen was. Mijn leven bestaat uit schema’s voor sporten, voeding, sociale activiteiten en rust. Elke dag weer. En dan nog mijn gedachtes verbinden met mijn gedrag. Elke dag weer. Zelfreflectie. Zelfcompassie. Elke dag weer. Opletten dat mijn schema’s realistisch zijn en ik niet obsessief controle neem op mijn voeding en sporten omdat ik geen controle heb over bepaalde emoties. Of ervoor zorgen dat mijn grenzen goed bewaakt blijven zodat andere energieën niet te dichtbij komen, die ervoor kunnen zorgen dat je uit balans raakt.

Na mijn laatste terugval had ik een blijvende angst, namelijk weer een terugval en deze niet overleven. Om die reden heb ik tijdens mijn behandeling gekeken naar andere medicatie, namelijk Rexulti. Deze medicatie neemt de scherpe randjes weg waardoor een kans op een terugval velen malen kleiner is. Kritisch als ik ben, wilde ik eerst tijd hebben om onderzoek te doen naar deze medicatie omdat dit de medicatie is welke ik wel elke dag dien in te nemen en ook de nodige bijwerkingen zal hebben. Een moeilijke keuze om te maken waarbij ik het gevoel kreeg alsof ik het afgelopen jaar heb gefaald in het stabiel blijven. Ook herstel ik snel van een terugval doordat ik weet hoe ik door meditatie, rust, voeding en sport weer stabiel word en prikkels kan vermijden.

Alleen ik weet ook dat mijn laatste terugval kwam door een positieve trigger, namelijk mijn ambitie. Dit is al de tweede keer dat ik door mijn ambitie een terugval heb gekregen. Tijdens een hypo manische periode worden mijn gedachtes telkens gevoed met creativiteit omtrent hoe ik mijn ambities kan waarmaken. Ik ben dan het meest creatief rond ongeveer 4 uur ’s ochtends en heb dan de drang al mijn creativiteit gelijk uit te werken. Ambitie is een positieve trigger die blijvend is waardoor een kans op een terugval ook blijvend is.

Van jongs af aan ben ik ambitieus. Ik leef voor mijn ambities. Ze zijn mijn passie in het leven. Alleen om dit te kunnen behouden op een veilige manier voor mijn gezondheid ontkom ik er niet aan om te veranderen van medicatie. Namelijk een ander soort medicatie, die ik dagelijks moet innemen voor altijd. Die ervoor zal zorgen dat ik stabiel ben en geen hypomanie meer zal ervaren. Een hypomanie, een periode waarin mijn ambities en creativiteit geen grenzen kennen en ik het beste werk verricht of zoveel van mijzelf houd. Hoe gevaarlijk een hypomanie is voor mijn gezondheid is het naast mijn vijand ook mijn beste vriend geworden. Het heeft mij in sommige periodes geholpen in het zijn waar ik nu ben in het leven. Een hypomanie was soms ook mijn motivatie om mijn ambities te behalen. Door mijn extra zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen in zo’n periode geloofde ik in het halen van mijn persoonlijke doelen. In zo’n periode voelt het alsof je alles aankan en geloof je niet in obstakels. Mede door deze periodes heb ik mijn HBO Rechten diploma gehaald en vervolgens mijn Master Strafrecht op de universiteit. Mede hierdoor was ik kandidaat Staatssecretaris van Vrede en afgelopen jaar kandidaat Minister van Gehandicaptenzaken. Mede hierdoor durfde ik te solliciteren voor een WO-functie bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en heb ik die baan nu.

Ik zal mijn hypo manische periodes missen maar kan niet wachten naar de rust die medicatie mij zal geven. Het niet meer bang hoeven te zijn dat een ander terugval op de loer ligt of elke dag afvragen of ik wel een hele nacht zal door slapen. Minder op mijzelf hoeven te letten waardoor ik misschien energie heb om te gaan daten en open te staan voor een relatie. Belangrijkste voor nu is hopen dat de medicatie zal aanslaan maar het niet al mijn emoties en gevoelens zal afvlakken.


foto blog

Mijn naam is Nadya van der Sluis (33 jaar) en ik woon sinds drie jaar alleen in Den Haag.

In mijn vrije tijd houd ik van het schrijven van artikelen. Klik hier om ze te lezen.

Mijn studententijd

Tekst en foto’s: Milou Vlug

Je hoort het vaak: je studententijd is de beste tijd van je leven. Natuurlijk is deze uitspraak al vrij cliché, maar voor mij is mijn studententijd niet altijd leuk geweest. Op mijn 19e begon ik met groot enthousiasme aan de opleiding Franse Taal en Cultuur in Nijmegen. Ik ging op kamers wonen in een groot studentenhuis, deed mee aan de introductie en leerde zo veel nieuwe mensen kennen. Lange tijd had ik het naar mijn zin. Ik voelde me thuis in Nijmegen en vond het fijn om met medestudenten af te spreken. Daarnaast vond ik mijn opleiding leuk. Ik las met groot plezier de grote Franse romans van bijvoorbeeld Victor Hugo of ik verdiepte me graag in de ontwikkeling van de Franse taal.

Maar langzamerhand merkte ik dat alles me te veel werd. Ik kreeg steeds minder energie en kreeg moeite om mijn sociale leven, het studeren, sporten en bijbaantje te combineren. Aan het einde van de tweede tentamenperiode van mijn eerste jaar begon ik me steeds somberder te voelen. Ik stelde hoge eisen aan mezelf en vond dat ik niet goed genoeg was. Met mijn studie ging het goed. Qua cijfers niets te klagen en ik probeerde ook mijn leven buiten de universiteit normaal te laten verlopen. Na hulp gezocht te hebben bij een psycholoog, volgde de diagnose ‘depressie’. Ik vond dit moeilijk te accepteren. Ik kon toch geen depressie hebben? Ik lag toch niet de hele dag in mijn bed? Ik kon toch studeren? Daarnaast vond ik dat ik ook geen depressie mocht hebben, omdat ik alles had om gelukkig te zijn. Er zijn toch mensen die het veel erger hebben. Na veel gesprekken zag ik uiteindelijk in dat ik een depressie had.

Milou Vlug, eerste studentenkamer

Mijn eerste studentenkamer

Het ging steeds slechter. Ik had geen zin meer om te leven en die depressie viel niet meer te ontkennen. Uiteindelijk, met enige angst, aan de antidepressiva begonnen in de hoop dat het beter zou gaan. Helaas gleed ik alleen maar meer af en bleef ik me maandenlang slecht voelen. Al die tijd probeerde ik door te studeren en door te gaan met mijn studentenleven, ook al liep dat ondertussen minder goed dan voorheen. Als je nergens zin in hebt, dan is zelfs een studie die je interessant vindt niet leuk meer en ook best wel vermoeiend. Daarnaast vond ik ook sociale activiteiten zoals borrels te veel worden.

Na vele psychiaters, meerdere psychologen en oneindig veel gedachteschema’s veranderde na maanden toch iets in mij. Na een nieuw antidepressivum voelde ik me opeens beter dan ooit. Ik werd wakker en voelde dat ik de hele wereld aankon. Ik had een tomeloze energie, voelde me extreem gelukkig en had heel veel zelfvertrouwen. Ik ervaarde dit alles als positief. Na maanden depressief geweest te zijn een beetje licht in de duisternis. Helaas schoot het wel een beetje door. Ik sliep en at niet meer, sprak razendsnel en was rusteloos. Dit leverde naast wat energie en dynamiek, achteraf gezien ook wat gênante momenten op. Zo moest ik een presentatie houden in het Frans voor twee docenten en dat ging voor mijn gevoel heel goed. Ik was lekker veel, snel en ongestructureerd aan het praten. Op een gegeven moment zei één van de docenten: “Kun je even stoppen, Milou? Je beweegt de hele tijd. Kun je even gaan zitten?” Blijkbaar stond ik niet stil en was ik zoveel aan het bewegen dat ze niet meer naar mijn presentatie konden luisteren. Ik was me van geen kwaad bewust en dacht dat het allemaal supergoed ging. Dit was één van de momenten dat ik me besefte dat deze energievolle buien misschien niet normaal waren.

Na het stoppen met de antidepressiva volgde nog meerdere depressieve en hypomane periodes en kreeg ik uiteindelijk de diagnose ‘bipolaire stoornis type 2’. Na veel proberen, heb ik uiteindelijk een combinatie van medicatie gevonden die helpend voor me is. Een tijdje ben ik gestopt met studeren en ben ik vrijwilligerswerk gaan doen. Ik kreeg weer zelfvertrouwen en had de tijd om te leren leven met mijn bipolaire stoornis. Uiteindelijk heb ik mijn studie opgepakt en ben ik onlangs afgestudeerd en aan mijn masteropleiding begonnen. Het gaat nog steeds wel eens minder goed met me, maar ik probeer ermee te leven.

Als ik één ding heb geleerd in mijn studententijd is het hoe dankbaar ik ben.

Dankbaar voor mijn ouders en mijn zus die me altijd steunen en die mijn rots in de branding zijn;

Dankbaar voor mijn vrienden, die er altijd zijn of het nu goed of slecht gaat. Dankbaar voor mijn studiegenoten, bij wie ik altijd terecht kan ook als het minder ging;

Dankbaar voor docenten die naast hun colleges er ook waren in slechte tijden met thee en chocolade of een luisterend oor;

Dankbaar voor een scriptiebegeleidster die om wist te gaan met mijn onzekere en perfectionistische kant;

Dankbaar voor een studieadviseur die altijd meedacht met mijn studievoortgang, maar ook op privégebied;

Dankbaar voor een psycholoog die er elke week was en waarbij ik alles kwijt kon;

Dankbaar dat ondanks dat mijn studententijd misschien niet de leukste tijd van mijn leven was, ik er toch nog heb van kunnen genieten!


Milou Vlug, (portret) foto

Milou Vlug (25) is studente Europese letterkunde. In haar studententijd kwam haar bipolaire stoornis tot uiting. In haar vrije tijd speelt ze harp en verliest ze zich graag in een goed boek.

Ervaringen zijn een must

Teks en foto’s: Huub Hendriks

Ik ben iemand die al meer dan tien jaar zeer stabiel is, maar ook het geluk heb dat ik met een echtgenote gehuwd ben die al meer dan 44 jaar aan mijn zijde staat. Lief en leed heeft ze met me gedeeld en Ans steunt me waar ze kan. Vaak cijfert ze zich helemaal weg om ons samen toch een leefbaar leven te geven. Iets waar ik heel erg dankbaar voor ben. Niet iedereen heeft een partner die openstaat voor het ziektebeeld.

Het verleden vormt je
Deze woorden kunnen duiden op belevingen die je veel pijn gedaan hebben, maar kunnen ook je oerkracht naar boven halen. Wat je voorheen hebt meegemaakt, kan je sterk maken. Als je er maar positief mee omgaat en erin blijft geloven. Bijna altijd heb je daar hulp of begeleiding bij nodig. Ook medicatie is vaak een must. De meesten van ons zijn op jonge leeftijd al getraumatiseerd of hebben vaak jarenlang verdriet en geestelijk pijn moeten doorstaan.

Hoe ga je daar het beste mee om?
Allereerst moet je op zoek naar je eigen ik, iets wat jaren kan duren. Accepteer dat je helaas anders bent dan de meeste mensen om je heen maar behoud vooral je eigenwaarde. En zoek naar je positieve kracht. Door onze psychische kwetsbaarheid zijn we vaak getekend en uit ons evenwicht.

Ik had een groot minderwaardigheidscomplex, dat vooral gevoed werd door uitspraken van mijn ouders. “Je kunt niets, je bent niets en zult nooit iets worden.” Ik wilde graag studeren. Geestelijke wilde ik worden maar het kwam er niet van.

Mijn geestelijke kwetsbaarheid
Daarom kijk ik toch even terug op mijn eigen ziektegeschiedenis. In 1974 kreeg ik mijn eerste opname die in totaal 14 maanden duurde. Hiervan was ik 7 maanden gesepareerd en had vele medicijnen. Twintig kilo aan gewicht verloor ik en moest zelfs opnieuw leren lopen. Ook heb ik in die tijd tientallen psychosen moeten doorstaan. Niemand gun ik deze ervaringen, want ze kunnen heel ingrijpend zijn en je tekenen voor het leven. Hierna volgden acht jaar van de ene opname naar de andere en ik was maar zelden thuis. Ook heb ik de eerste jaren van het leven van onze zoon gemist. Mijn gevoel van een echte vader voor hem zijn, speelt me nog steeds parten. Ook bij zijn geboorte kon ik niet aanwezig zijn, terwijl ik de dag erna met bloemen alleen naar huis mocht.

Hoe vorm je je eigen herstel?
Wees vooral dankbaar voor het goede dat het leven je biedt ook al ondervind je wel eens het tegendeel. Eerder zei ik al dat ieder mens oerkracht bezit en haal die dan ook naar boven uit jezelf. Laat je vooral bijstaan door een goed behandelteam en kleur met hen samen je leven. Ik wens eenieder hier veel succes mee.

Plusminus is altijd mijn levenslijn geweest
Mijn activiteiten in de loop der jaren hebben mij mede gevormd tot wie ik nu ben. Kort na de oprichting van de VMDB, de Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (nu de vereniging Plusminus – leven met bipolariteit genoemd) kwam ik via het RIAGG Maastricht, waar ik cliëntenraad voorzitter was, in aanraking met deze geweldige organisatie. Op dat moment studeerde ik nog Cliënt Recht en Ethiek aan de universiteit van Maastricht en was ik tevens zeer actief in de Limburgse Cliëntenraden.

Dertig jaar lang was ik KNVB voetbalscheidsrechter en twee jaar lang op landelijk niveau betrokken bij een politieke partij. Al deze ervaringen brachten me afleiding en vreugde, en zonder dat we het wisten gaf ons dit ook ruimte voor elkaar. We hebben altijd gewild dat ieder van ons zijn eigen leven moest hebben. Gewoon om te overleven.

Plusminus als reddingsboei
De VMDB heeft mij in die tijd (en Plusminus doet dat nog steeds) helemaal laten opbloeien. Altijd heb ik bij hen mogen doen waar ik goed in was namelijk o.a. voorlichting geven aan studenten huisartsen en de politie.

DSC00705

De politie mocht ik bij brengen hoe ze beter konden omgaan met psychiatrische patiënten in crisissituaties. Tevens leerde ik hen vanuit patiëntenperspectief denken.

Wat de huisartsen betreft sta ik nog altijd verstelt hoe weinig uren er in hun opleiding zit om over onder andere onze stoornis te leren, namelijk maar vier uur in totaal. Vaak ontvangen Ans en ik huisartsen in opleiding bij ons thuis. Dit gebeurt dan in een ongedwongen sfeer want dan vertel je veel meer als in een huisartsenpraktijk.

De lotgenotenlijn
Mijn hulp aan de telefoonlijn * van de landelijke vereniging heeft mij altijd veel steun en kracht gegeven. Doordat ik anderen bijstond, hielp ik ook mezelf. Gemiddeld vier uur per week mocht ik er voor anderen zijn.

*  Voor een persoonlijk gesprek kun je bellen met de lotgenotenlijn 0900 512 34 56.
    Elke dag van 11.00 tot 21.00 uur voor 0,10 euro per minuut. 

Ook werd me zo duidelijk dat er anderen waren die meer getekend waren door de psychiatrie dan ik zelf. Hen kon ik dan een luisterend oor bieden en samen zochten we naar oplossingen, iets wat me veel voldoening gaf.

Landelijke dagen
Het lotgenotencontact op deze dagen is voor mij nog altijd een feest. Met de meesten leden van de vereniging heb ik een warme open band. Iets wat zich ook vaak in de privésfeer uitbreidt.

De laatste jaren begeleid ik ook workshops waar ik veel voldoening uit haal. Ik merk steeds weer dat medelotgenoten, vooral in de eerste contacten binnen de psychiatrie, vastlopen op hun behandelplek en zich dan geen weg weten. Ook is de wachttijd voor behandeling vreselijk lang. Soms meer dan 9 maanden, en wat gebeurt er met de cliënt?

Bestuur en medewerkers
Lang was het pad van de vereniging Plusminus – leven met bipolariteit, om een goed en gedegen bestuur te vinden. Gelukkig is er nu een volwaardig en geweldig bestuur. Mooi is het dat iedereen van hen met korte lijntjes te bereiken is en er ook altijd tijd voor je gemaakt wordt. Zelf als je bestuursleden in de auto aan de lijn hebt, zijn ze er voor je.

Ik bewonder deze mensen en heb groot respect voor hen. Ook de medewerkers van Plusminus Young, die er voor de jongeren zijn met een bipolaire stoornis, en alle medewerkers op ons kantoor wens ik graag een heel warm hart toe. Nooit deed ik een vergeefs beroep op hen.

Dankbaar ben ik jullie allen. Bouw deze landelijke vereniging daarom verder uit en vervang de Minus altijd voor de Plus 🙂


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

Deel 2: Zoektocht naar de oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij

Tekst en foto: Pascal Gilissen 

Voor ik verder ga met mijn verhaal wil ik even wat benadrukken. Op de vraag die werd gesteld na mijn eerste gastblog: “Kun je mij ook komen genezen?”, kan ik alleen ‘nee’ zeggen. Dit omdat het een proces is wat eenieder met zichzelf aan gaat. Het is een proces met jezelf en jouw verleden, met jouw familiegeschiedenis en door de tijdgeest van eeuwen. Ik kan door mijn verhaal te delen alleen laten zien hoe ik mijn weg heb bewandeld, wat een leidraad kan zijn voor andere mensen. Ik heb deze weg zo kunnen bewandelen omdat ik het heel mijn leven op mijn eigen wijze heb gedaan. Hierin ben ik mezelf altijd aan het verbeteren en vernieuwen geweest. Alleen moest ik nu voor de oorzaak van de bipolaire stoornis bij mij, nog verder de diepte in duiken. Het is allemaal zeker de moeite waard geweest. Het heeft mij zoveel inzicht en kennis gegeven over mezelf, de familiegeschiedenis en hoe het door de eeuwen heen is gelopen voor de mensheid waardoor het voor mij niet vreemd is waarom er veel mensen met lichamelijke of geestelijke problemen zitten.

FB_IMG_1579879722740

Voor ik het intakegesprek had met de therapeut, die mij zou begeleiden tijdens dit proces, had ik voorwerk gedaan. Ik was namelijk alle adressen waar ik in mijn jeugd gewoond heb met mijn ouders, broertjes en zusje, langs gegaan voor herinneringen. Dit waren, tot ik op mijn zeventiende leeftijd het ouderlijk huis uit ben gevlucht, negen adressen. Daarvan waren er vier in Brabant en vijf in Limburg. In Limburg ging ik naar de adressen waar ik had gewoond met mijn ouders en zusje maar ook naar de adressen van mijn opa’s en oma’s. Ook had ik herinneringen bij de lagere school in Maastricht. Dus daar ging ik ook langs. Vervolgens ben ik ook nog even naar het adres van mijn vriendinnetje van de lagere school gegaan en zo terug naar Brabant.

In Brabant was een adres waar ik met mijn ouders naartoe verhuisden vanuit Maastricht. Op dit adres was het nodige gebeurd: vechtscheiding met geweld, kinderbescherming en met heel wat rechtzaken. Hier kwam ook al snel een tweede man in het leven van mijn moeder en dus ook van mij en mijn zusje. Ook werden hier mijn broertjes geboren uit deze nieuwe relatie van mijn moeder. Daarnaast was er een aardappelschuur waar we een jaar in hadden gewoond. En ook een boerderij waar we hebben gewoond en waar ik gevlucht ben. Ook was er het adres van de mensen die mij na een week van straat hebben gehaald en anderhalf jaar hebben opgevangen.

Aan al deze adressen waar ik heb gewoond, zaten herinneringen en ook emoties en gevoelens vast. Ik had ook veel foto’s die ik later in mijn proces wilde gebruiken voor herinneringen. Door dit zo te ondernemen met mezelf kwam ik al snel tot een inzicht. Dit inzicht was:

De herinneringen, gebeurtenissen, emoties en gevoelens die ik vanaf mijn geboorte tot ik uit huis ben gevlucht heb gekend, zouden bepalend kunnen zijn voor de ontwikkeling van de bipolaire stoornis bij mij.

Ook wist ik dat de herinneringen die ik had en de herinneringen die mijn broertjes en zusje hadden veel hetzelfde waren maar anders beleefd. Zij hadden er andere gevoelens en emoties bij en waarschijnlijk daardoor geen bipolaire stoornis ontwikkeld. Natuurlijk wist ik dat mijn broertjes een andere vader hebben en dat dus ook ander DNA meespeelt in de persoonlijkheidsontwikkeling van mijn broertjes.

Ook was de opvoeding die ik kreeg in het huwelijk van mijn moeder en vader anders dan in het tweede huwelijk van mijn moeder. En ook had ik als oudste van de vier kinderen een andere rol binnen het gezin. Mijn gevoeligheid was anders dan die van mijn broertjes en zusje.

Tijdens mijn opleiding tot voetrefextherapeut, kreeg ik de medische basiskennis. Door deze kennis kon ik mijzelf splitsen. Hiermee bedoel ik; ik heb van beide ouders DNA. Dat wil dus zeggen dat delen van mijn ouders, die berusten op emotioneel, psychisch, mentaal en fysiek gebied, ook in mij zitten. Daarnaast is het mijn ziel die gereïncarneerd is in het fysieke lichaam wat zijn oorsprong heeft in de eicel van mijn moeder en de zaadcel van mijn vader.

Mijn beide ouders hebben zo ook hun ouders en een plek in het gezin gekend met daarbij hun rol. Allemaal invloeden waarvan ik van mening was dat dit mee kon spelen in de oorzaak van de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij. Voor mijn broertjes zag dit er natuurlijk anders uit dan voor mij. Zij hebben namelijk een andere vader en dus ook ander DNA. Een deel wat wel hetzelfde is, is natuurlijk het deel van onze moeder.

Met dit alles ging ik naar de afspraak met de therapeut voor een intakegesprek. De therapeut stond versteld van de manier waarop ik bezig was geweest en het inzicht waar ik mee kwam. Hij bevestigde dat de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij daar voor een groot deel mee te maken zou kunnen hebben.


Ik ben Pascal Gilissen en geboren in 1975 te Maastricht. Op zevenjarige leeftijd ben ik met mijn ouders verhuisd naar Brabant. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van moeder. Ik heb meerdere relaties gehad, heb nu een latrelatie en er bewust voor gekozen om niet aan kinderen te beginnen.

Ik woon in Haaren (Brabant) samen met Luna mijn trouwe viervoeter, een Amerikaanse stafford. Op jonge leeftijd had ik al interesse in hoe mensen met elkaar omgaan en het functioneren van mensen. Ook heb ik altijd veel interesse in spiritualiteit en metafysica gehad. Op dertigjarige leeftijd een beroepsopleiding tot voetrefextherapeut gestart, alleen deze na drie jaar moeten beëindigen.

In 2010 gediagnosticeerd met bipolair 2. Ik heb van de bipolaire stoornis een project gemaakt. Dit project ben ik met mezelf gestart in 2017 en had als doel: de diepere oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij te achterhalen en indien mogelijk te genezen. Dit is gelukt.

 

Zoektocht naar de oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij

Tekst: Pascal Gilissen

Laat ik beginnen te zeggen, dat ik jullie allemaal moedig vind. Moedig om staande te blijven met de belasting van een bipolaire stoornis. Voor familie en naasten heb ik respect. Ook jullie zijn belast met de bipolaire stoornis van jullie geliefde en naaste.

Mijn naam is Pascal Gilissen en heb in 2010, op 35 jarige leeftijd, de diagnose bipolaire stoornis type 2 gekregen. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van mijn moeder. Voor mij was het een raadsel dat ik een bipolaire stoornis had. Dit omdat ik de enige in het gezin en familie was met deze aandoening. Een vrij gevestigde psychiater heeft bij mij de diagnose gesteld. Toen ik van deze psychiater de diagnose te horen kreeg, had ik een tegenstrijdig gevoel. Dit kwam door wat de psychiater er vervolgens achteraan vertelde:

“Hier kom je nooit meer van af en dien je medicijnen voor te gebruiken”.

Het gaf mij een enorme weerstand en een heel negatief gevoel. Maar wat ook heel tegenstrijdig was, is dat ik ook blij was met deze diagnose. Blij omdat ik na jaren niet weten wat er gaande was, nu een naam had gekregen. Ik kon eindelijk doelgericht aan mezelf gaan werken. Ik kon leren om te gaan met een bipolaire stoornis. Om van de stemmingswisselingen te kunnen stabiliseren waren de medicijnen nodig. Tegen medicijnen had ik ook weerstand. Ik had er een uitgesproken mening over.

Altijd ben ik van mening geweest dat medicijnen zouden onderdrukken en dus alleen iets aan symptoombestrijding zouden doen. Ik moest deze gedachte loslaten want met de heftigheid van de stemmingswisselingen was ook niet te leven. De psychiater kon mij alleen helpen door mij in te stellen op de juiste lithiumspiegel. Daarna zou ik bij de ggz verder geholpen worden. Door de lange wachtlijst duurde het ruim drie maanden voor ik terecht kon. Deze tijd gebruikte ik om zoveel mogelijk te weten te komen over de bipolaire stoornis. Daarbij keek ik naar mezelf en hoe de bipolaire stoornis er voor mij uitzag.

kijkdaar

Toen ik eenmaal bij de ggz terecht kon, wist ik al veel toe te passen om mezelf stabiel te houden. Dit in combinatie met de lithium. Uiteindelijk besloot ik in 2014 om met de Lithium te stoppen. Ik had werk, een nieuwe relatie en voelde me daardoor goed en dacht dat het wel kon. Eind 2015 kreeg ik last van de eerste depressieve klachten. Hier gaf ik alleen niet aan toe. Ik bleef doorwerken omdat ik in mijn werk altijd een uitdaging vond. Hierdoor had ik minder last van de depressieve klachten.

Mijn relatie werd in 2016 beëindigd en ik kwam al snel in een hypomanie. Gelukkig ontdekte ik dit binnen een week en wist snel te handelen. Per mail benaderde ik de psychiater die ik in 2010 bezocht had en ik kon daar dezelfde week nog terecht. Na een gesprek met hem, werd ik weer ingesteld op lithium. In 2017 speelde de bijwerkingen en het gevoel onderdrukt te worden weer op. Alleen had ik al ervaren dat stoppen geen optie was.

Ik dacht: “Stel dat de dosering die door de psychiater wordt aangehouden niet klopt voor mij als persoon?”. Dit bracht mij op het idee zelf de dosering te gaan verlagen. Afbouwen deed ik heel langzaam en tussen de verlagingen in zaten minimaal zes weken. Hierdoor kon ik goed blijven voelen wat de verlaging met mij deed. Ik kon makkelijk bijsturen wanneer dit nodig was. Dan pakte ik terug op de dosering waar ik voor de verlaging op zat. Ik ging ook in kaart brengen welke gebeurtenissen hadden plaatsgevonden waardoor ik ontregelde en de medicatie moest verhogen.

Nadat ik een half jaar geëxperimenteerd had met de lithium, bleef ik op 600 mg stabiel. Terwijl de psychiater mij op 1000 mg had ingesteld.

Door het experimenteren met de lithium en te kijken wat het met mij deed, kreeg ik meer inzicht in hoe de bipolaire stoornis er voor mij uit ziet. Hiermee besloot ik dan ook om de bipolaire stoornis bij mezelf verder te gaan onderzoeken.

Ik ben gaan kijken naar de factoren die de oorzaak zouden kunnen zijn voor de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij. Hier had ik namelijk nooit eerder naar gekeken. Zowel aan vaders- als moeders kant had niemand anders een bipolaire stoornis. Deze factor viel voor mij dus weg. De factor verslaving aan drugs was al ruim acht jaar geleden en voor mij niet meer van toepassing. Dan bleef alleen de factor nog over, waarbij ik zou moeten gaan kijken hoe mijn leven gelopen was.

Dat bracht mij op de volgende gedachte:

“Wat als ik de oorzaak van de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij zou kunnen ontdekken?”

Zou het dan misschien ook mogelijk kunnen zijn dat ik door daaraan te gaan werken van een bipolaire stoornis af zou kunnen komen? Dit motiveerde mij en begin 2018 vond ik een therapeut waarmee ik dit proces aan ging.

Nu november 2019 ben ik ruim een jaar vrij van alle symptomen die zijn toegeschreven aan een bipolaire stoornis en vrij van medicijnen.

Warme groet,
Pascal Gilissen


Ik ben Pascal Gilissen en geboren in 1975 te Maastricht. Op zevenjarige leeftijd ben ik met mijn ouders verhuisd naar Brabant. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van moeder. Ik heb meerdere relaties gehad, heb nu een latrelatie en er bewust voor gekozen om niet aan kinderen te beginnen.

Ik woon in Haaren (Brabant) samen met Luna mijn trouwe viervoeter, een Amerikaanse stafford. Op jonge leeftijd had ik al interesse in hoe mensen met elkaar omgaan en het functioneren van mensen. Ook heb ik altijd veel interesse in spiritualiteit en metafysica gehad. Op dertigjarige leeftijd een beroepsopleiding tot voetrefextherapeut gestart, alleen deze na drie jaar moeten beëindigen.

In 2010 gediagnosticeerd met bipolair 2. Ik heb van de bipolaire stoornis een project gemaakt. Dit project ben ik met mezelf gestart in 2017 en had als doel: de diepere oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij te achterhalen en indien mogelijk te genezen. Dit is gelukt.

Opname

Tekst: Diane

Ik lig al weken op een matrasje in de woonkamer. Naast mij mijn mobiel, dat staat op trilstand. Tegen harde geluiden kan ik niet. Verder een glas water en een strip Clonazepam. Aan tafel ronkt de pc van mijn vriend die net even de deur uit is voor mijn nieuwe medicijnen. Ik heb geprobeerd wat vla te eten en Vifit te drinken, maar verder dan een paar slokjes kom ik niet. Gelukkig is het vloeibaar. Vast voedsel verdraag ik al weken niet. Krijg het gewoon niet weggekauwd of het ontbreekt me aan trek, dat kan ook.

Vandaag krijg ik te horen wanneer ik word opgenomen, want de toestand is onhoudbaar. De depressie is zo persistent dat ik niet meer functioneer. Buiten dat kan mijn vriend niet meer alle dagen voor mij thuis werken. Hij wordt weer op zijn werk verwacht. Logisch. Om hem te ontzien en om op nieuwe medicatie te worden ingesteld, is een opname onvermijdelijk.

In dit hoekje waar ik lig, ken ik alle details uit mijn hoofd. De kindertekeningen van mijn jongste zoon, het IKEA-label aan het kussen, de nerven in de stoelpoten, de stofnesten in de hoeken van het plafond. Als ik naar buiten staar, zie ik een grijze soeplucht, kale zwiepende bomen, een weggewaaid tafelkleed. Het is februari en alhoewel de lente niet lang meer op zich zal laten wachten, bevind ik me in de donkerste periode van mijn leven. Leven. Dit is geen leven. Dit is langzaam wegkwijnen. De grijparmen van de depressie hebben me omstrengeld en er is niets wat ik kan doen om de pijn te verlichten. Soms val ik even in slaap en zie dan mijn leven aan mijn voorbij trekken. Zeer gedetailleerd als in een doodsstrijd. Als ik dan weer wakker word, leef ik nog. Fysiek dan.

window-view

Mijn vriend komt thuis met de pillen. Ik mag ze nog niet nemen, de oude zijn nog niet afgebouwd. In het ziekenhuis zal ik ermee beginnen.

Mijn mobiel zoemt plotseling. Het is Marry van de opnameafdeling. Ze vertelt me dat ik vandaag nog kan komen. Om twaalf uur moet ik me melden. Ik ben opgelucht en tegelijk zie ik er vreselijk tegenop. Er zijn al zovelen opnamen geweest, zoveel medicijnwisselingen. Ik kan de kamertjes dromen: een ziekenhuisbed, een kast, een bureau en een badkamer.

Mijn vriend is zichtbaar opgelucht dat ik vandaag word opgenomen. Ook hij is aan het einde van zijn Latijn. Zijn trukendoos is leeg. Hij moet bijtanken en zijn rust hebben.

We hebben nog twee uur voordat ik de ziekenhuishal zal inlopen. Nou ja lopen, meer strompelen. Twee maanden zonder eten hebben me verzwakt. Ik ben een schim van mezelf geworden. Met mijn laatste krachten probeer ik, ondersteund door mijn vriend, op te staan. Ik ben zo duizelig dat ik door mijn hoeven zak. Als ik toch enigszins op mijn benen sta, loop ik naar de keuken, open het raam en steek een sigaret op. Ik ben opgelucht dat ik dit huis verlaat. Alles eraan ademt depressie uit. De kleuren zijn verdwenen. De geur is muf. Het huis is mij vijandig gezind.

De koffers staan al weken klaar. Mijn vriend sjouwt ze alvast naar de auto. Nu eerst douchen. Tijdens mijn depressie zie ik daar het meeste tegenop: uitkleden, kraan aan, proberen te blijven staan, huilen, inzepen, afspoelen, huilen, huilen, huilen. Kraan uit, afdrogen, wankelen, aankleden. Maar wat moet ik aan doen? Waarom twijfel ik over alles? Waarom denk ik dat ik geen kleren meer heb, terwijl de kast uitpuilt? Maar het lukt uiteindelijk. De trap af. Ik houd me stevig vast aan de leuning. We zullen toch niet nu een dodelijke smak maken met een hopelijke genezing in het vizier.

Nog twee uur wachten. Mijn vriend tikt driftig op zijn toetsenbord. Buiten loopt een aantal scholieren luidruchtig door de straat. Bouwvakkers fluiten vrolijk, terwijl ze verderop de boel opknappen. Een grijze wolk verstopt de waterige zon. Ik ga weer op het groezelige matras liggen, neem een slokje water en draai me op mijn zij. Afleiding zoek ik in het luisteren naar de radio. Ze hebben het god weet waarover. Ik val in slaap.

Ruim twee uur later bevinden we ons in de ziekenhuishal. Wegrennen is geen optie. De komende weken is dit mijn honk. De intake is vertrouwd. Een vragenlijst. Hoort u stemmen? Bent u suïcidaal. Een reflexentest en een bloeddrukmeting. Mijn lichaam is ijskoud, rechtop zitten lukt maar half. Gelukkig heeft de arts-assistent warme handen en een warm hart.

Dan het gesprekje met mijn vaste SPV’er en de psychiater. Mijn vriend zit naast me. De redenen van mijn opname worden nog eens uit de doeken gedaan. De opname zal zo’n drie maanden duren. Ik moet aansterken, meedoen met het therapeutisch programma en dan… Dan eindelijk over een week met de Tracydal beginnen. Mocht die geen soelaas bieden, dan is ECT nog het enige alternatief.

Na een half uurtje is het gesprek voorbij. Mijn vriend verdwijnt naar zijn werk. Ik ga naar mijn kamer om mijn koffer uit te pakken. Ik heb een hoekkamer, dat scheelt. Deze zijn groter en hebben lange witte gordijnen tot op de grond. Het voelt neutraal en niet onprettig.

Een half uurtje later ben ik klaar. Ik ga op de rand van mijn bed zitten en voel de pijn weer terugstromen. Ik huil en ik huil en ik huil. Hoeveel tranen heb ik gehuild de afgelopen maanden? Ik sta op en besluit een sigaret te gaan roken. Eenmaal buiten, tussen de smerige volle asbakken, besef ik dat ik hier beter af ben dan thuis. Dan gaat de deur open en een lieve verpleegkundige vertelt mij dat we gaan lunchen. Lunchen! Ik krijg geen hap naar binnen. Maar ik neem plaats, doe het voorstelrondje en eet een bakje yoghurt. De kop is eraf.


Ik ben geboren in 1967 in Amsterdam en in 1994 verhuisd naar Haarlem. Ik heb twee kinderen, eentje van 21 en één van 17. Al acht jaar gelukkig met mijn vriend met wie ik niet samenwoon. Mijn vader is manisch depressief en ik ben dus gediagnosticeerd met dezelfde stoornis in 2008. De bipolaire stoornis type 2.

De ziekte heeft me vaak te pakken gehad, er zijn vele opnames geweest en een aantal elektroshocks maar ik ben nu al een aantal maanden stabiel op de MAO-remmer Tracydal. Dit slikken betekent een streng dieet maar dat heb ik er uiteraard voor over. Helaas ben ik niet werkende meer. Van huis uit ben ik redacteur maar ontvang mijn geld via de WIA en heb een aantal kleine vrijwilligersbaantjes. Bipolair zijn betekent een wankel evenwicht bewaren, stress en prikkels vermijden én acceptatie.

In hoeverre lijk ik op mijn bipolaire vader

Tekst en foto’s: Mieke Terlouw

Het is precies drie jaar geleden dat mijn vader zelfmoord pleegde. Samen met mijn tante Els, haar man en Anna (mijn vaders vriendin) zitten we op het terras van restaurant Bergen Binnen. Ik schep het schuim van mijn cappuccino.

‘Gek he? Drie jaar alweer.’
Tante Els prikt met haar vork in de appeltaart en doopt het stuk in de slagroom.
‘Alsof het gisteren was,’ zegt Anna. ‘Terwijl we ook zoveel doorgemaakt hebben.’
Ze haalt de munt uit haar thee en legt de blaadjes op een schoteltje.
‘Zelfmoord blijft altijd een open wond’.
Tante Els stopt het stuk appeltaart in haar mond.
‘Toch verandert het wel,’ zegt Anna.

Godzijdank! Twee jaar geleden zat ik er heel anders bij. Terwijl mijn omgeving dacht dat het na een jaar minder werd, was dat voor mij het dieptepunt. Ik was bang dat mij hetzelfde als mijn vader kon gebeuren, maar ik wist niet wat ik moest doen. Ik stond al maanden op de wachtlijst bij een psycholoog. Om houvast te krijgen was ik alles over zelfmoord aan het lezen wat ik vinden kon. In bijna elk artikel stond: ‘praat erover’. Dat is een tip die ze wat mij betreft beter aan de omgeving kunnen geven. Wanneer ik vertelde dat ik mijn vader wel begreep en zijn zelfmoord ook ambieerde, kreeg ik vaak te horen dat ik niet van die gekke dingen moest zeggen. Mensen vonden mij te vrolijk om depressief te zijn, laat staan zelfmoord te plegen. Ik probeerde minder te lachen. Lukte niet. Hoe slechter ik me voelde, des te mooier de glimlach.

‘Jij bent je vader niet.’ Nog zo’n vaak gehoorde uitspraak. Natuurlijk wist ik dat ook wel. Maar we deelden toch dezelfde genen? Bovendien vond mijn vader ons wel identiek. Dat kreeg ik vaak van hem te horen. Hoewel alleen in zijn manische perioden. En het waren enkel de (semi) positieve eigenschapppen waarin we volgens hem zo op elkaar leken. Dat ik wellicht ook zijn sombere buien geërfd had, daar heeft hij nooit een woord over gerept. Ik vroeg me af waarom niet. Wilde hij mij niet ongerust maken? Of kon hij mijn problemen er niet bij hebben als hij zich depressief voelde?

foto mijn vader en ik

Het was twee jaar voor zijn dood. Ik woonde tijdelijk in Polen voor mijn werk en logeerde een weekend bij mijn vader.

‘Lieve dochter, fijn om je te zien,’ zei mijn vader. Hij stond ongeduldig te wachten naast zijn auto tegenover de aankomsthal van Schiphol. Hij gaf me vluchtig een zoen op mijn wang en stapte meteen in. ‘Ja fijn pap! Hoe gaat het met je?’ Ik zette mijn trolley op de achterbank. ‘Niet zo goed. Ik zit weer tegen een depressie aan. Ik heb grote fouten op mijn werk gemaakt met desastreuze gevolgen. Deze keer zullen ze me wel ontslaan.’ Hij keek me met grote ogen aan, waarna hij de auto startte en we wegreden. Ik schrok van zijn negatieve toon en voelde buikpijn opkomen. Ik probeerde hem gerust te stellen: ‘dat je niet ontslagen kunt worden als je in de ziektewet zit’. Maar hij was in de stellige overtuiging dat de regels waren veranderd.

Die nacht kon ik niet slapen. Eigenlijk sliep ik al weken slecht. Ik zat niet lekker in mijn vel: in Polen voelde ik me eenzaam en ik had last van huilbuien. Ik stapte uit bed. Beneden trof ik mijn vader aan achter zijn laptop.

‘Wat doe je op dit tijdstip achter je computer?’ vroeg ik.
‘Even de ontslagregels doorlezen,’ zei hij.
‘Dat had je toch allemaal al uitgezocht?’ Mijn vader reageerde daar niet op. Ik begreep niet waarom hij dat in de nacht deed en voelden de tranen in mijn ogen prikken.
‘Heb je een slaappil voor me?’ vroeg ik.
‘Dat heb jij niet nodig,’ zei mijn vader nog steeds starend naar het beeldscherm.

‘Hoezo zou ik dat niet nodig hebben? Jij bent niet de enige met problemen!’ Ik slikte een brok in mijn keel weg. In het badkamerkastje zocht ik naar slaappillen. En stonden genoeg doosjes, maar na even overwegen besloot ik om geen slaappil te nemen. Mijn problemen vielen natuurlijk in het niets bij die van hem.

‘Fijn om jou ook weer te zien.’ Anna draait haar gezicht naar mij.
‘Ja, gezellig.’ Ik neem de laatste slok van mijn cappucino. ‘Zullen we gaan?’
‘Ook zo lekker ongeduldig.’ Lachend blaast Anna in haar thee. ‘Kind van je vader.’

Dus toch…


Mieke Terlouw (1982) woont in Haarlem werkt in Amsterdam als project controller bij een stichting die gezondheidszorg in Afrika levert. Daarnaast geeft ze les als yogadocent. In 2016 verloor Mieke haar vader aan zelfmoord. Schrijven heeft haar erg geholpen in het rouwproces. Naast dat het schrijven helend werkt voor haar, wil Mieke ook graag haar verhaal delen met lotgenoten. In 2018 en 2019 heeft ze verschillende schrijfcursussen gevolgd. En is ze als beginnend schrijfster haar eerste boek begonnen over hoe het is om opgevoegd te worden door een zwaar psychiatrisch patiënt en na zijn zelfmoord pas echt tot dat besef te komen.