Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter etcetera

Het samenspel tussen donker en licht onthult de schoonheid van het leven

Tekst: Ilja Kramer
Foto: Jaap Kloppenburg

Dit ben ik. De zon schijnt, een verloren plukje haar waait in mijn gezicht. Mijn sjaal zit slordig. Een mooie foto, maar geen gelikt portret. Is er iets van mijn kwetsbaarheid zichtbaar? Kan je aan iemand zien dat hij of zij kwetsbaar is? Ik denk het niet. Ik weet het niet.

Ik liep met fotograaf Jaap Kloppenburg over het Perenlaantje naar de Waaldijk. Hij zou een portret van mij maken waarin mijn kwetsbaarheid naar voren zou komen.

Jaap en ik raakten al wandelend aan de praat over wat we om ons heen zagen. Prachtige natuur, bos, weiland, water en horizon. Maar ook grote schepen, elektriciteitsmasten, vrachtwagens en industrie. Naast elkaar. Voor mij kan dat heel goed naast elkaar, of eigenlijk samen bestaan. Ik vind niet de natuur mooi en de elektriciteitsmasten lelijk. Ik lig er niet wakker van dat er nieuwbouwwijk ontspruiten waar eerst landbouwgrond was. Ik vind het geheel van een nieuw soort schoonheid getuigen.

En al lopende vroeg Jaap mij om wat te vertellen over mijn kwetsbaarheid. Heb veel ervaring met depressies, al vanaf mijn jonge tienerjaren. Toen wist ik, wisten we, helemaal niet wat er aan de hand was en had ik vooral het gevoel dat ik zwaar op de hand was, faalangstig en onzeker. Dit speelde allemaal van binnen af. Ik denk dat weinig mensen dat aan me hebben gezien of gemerkt. Zie je wel, je ziet het niet aan de buitenkant.

Ik zie mijn binnenwereld, mijn gedachten en gevoelens, soms als gitzwart. Een continue stroom van negatieve, destructieve gedachten. ‘Ik kan het niet, ik ben het niet waard, ik ben slecht, ik kan niks, ik faal, ik ben eenieder tot last, het is mijn eigen schuld dat ik me zo voel, ik schaam me.’ Ze noemen het ook wel de innerlijke criticus. De dialoog die je de hele tijd met jezelf, of in dit geval je criticus voert. Deze criticus is kritisch, dat zegt zijn naam al. Nou, bij tijden van depressie heb ik een hoofd vol met critici en die tetteren de hele dag keihard door elkaar. Om het hardst. ‘Je deugd niet, je bakt er niks van, je kan het niet, je bent een slechte moeder, je bent lelijk, je deugt niet, je bent een loser, je stelt iedereen teleur, je gaat af…’

Mijn hele fysiek reageert ook op de depressie. Ik duik als het ware ineen. Ik wil er niet zijn, ik wil niet gezien worden. Het liefst duik ik diep onder mijn dekbed weg. In het donker. Niemand zien. Niks horen. Er bijna niet zijn. Alleen ben je er dan nog steeds en die verdomde critici tetteren maar door. Paniek, angst, hoe dan?

Mijn hele lijf verkrampt. Soms ga ik zitten wiegen, hardop praten in mezelf, tegen mezelf. Mezelf slaan of tegen mijn hoofd bonken met de vraag of het op kan houden? Machteloos, radeloos. Totaal verkrampt. Ik ben ver heen.

De ochtenden zijn het moeilijkst. Opstaan en het leven van die dag aangaan is hels. Hoe kom ik mijn bed uit? Ik kan niet helder denken. Ik kan alleen maar huilen.

Als ik middenin een depressieve periode zit, zie ik echt geen uitkomst. Maar met behulp van medicatie en intensieve psycho-sociale begeleiding heb ik mijn leven weer behoorlijk op de rit. Na een dubbele opname in een psychiatrische kliniek kreeg ik thuis ambulante begeleiding. Een ambulant psychiatrische begeleidster nam mij bij de hand en leerde mij weer leven. Een dagritme opbouwen, het huishouden doen, in- en ontspanning, gezin, privé. Deze begeleiding is me zo dierbaar gebleken. Van drie dagen per week naar nu helemaal op eigen benen.

Ook heb ik me in de afgelopen jaren bekwaamt als het gaat om leven met een psychische kwetsbaarheid. Ik volgde hersteltrainingen zoals WRAP (Welness Recovery Action Plan) en de WWme (Wijzer Werken met Ervaring). Met de laatste cursus ben ik erachter gekomen dat ik aan de slag wil als ervaringsdeskundige GGZ, om anderen te helpen zichzelf te helpen en stappen te laten zetten in hun herstel.

Ook begeleidde ik samen met de ervaringsdeskundige van het CWZ (Canisius Wilhelmina Ziekenhuis) en een collega lotgenoot de lotgenotengroep van de PAAZ. We kwamen drie jaar lang eens in de zes weken samen. We deelden onze ervaringen, en nodigden ook mensen van buitenaf uit om iets te vertellen over bijvoorbeeld stigma, oordeelvrij communiceren of het werk van een ervaringsdeskundige.

Ook beoefen ik alweer een aantal jaren mindfulness en dru yoga. De mindfulnesstechnieken helpen me om meer in het moment te leven en me niet mee te laten slepen door mijn (negatieve) gedachten. Het is niet zo dat ze er niet meer zijn, maar het lukt me nu steeds beter om er niet in mee te gaan.

Ze zeggen wel eens ‘Alles dat je aandacht geeft groeit.’
En dat geldt dus ook andersom:

‘Alles dat je geen aandacht geeft, slinkt.’

Om mentaal fit en geestelijk gezond te blijven moet ik heel hard werken. Continu ben ik me bewust van mijn gevoel en mijn gedachten. Als ik merk dat mijn gedachten negatief zijn, in cirkeltjes blijven draaien, me een gevoel van paniek bekruipt, moet ik mentaal aan de slag. Bewust mijn aandacht richten op iets anders, om in het moment te blijven en me niet mee laat slepen in de afgrond van de negatieve gedachten.

Gelukkig lukt het mij steeds beter mijn binnenwereld te accepteren en als onderdeel te zien van mijn hele leven. Mijn donkere binnenwereld gaat gelijk op met mijn zichtbare buitenwereld. Mijn binnen- en mijn buitenwereld horen allebei bij mij en maken wie ik ben. Niet mooi of lelijk. Niet goed of slecht.

Ik kijk met een nieuwe blik naar mijzelf. Een nieuw soort schoonheid wordt zichtbaar. Voelbaar ook. Voor mij althans. Ik ben wie ik ben door alles wat ik mee heb gemaakt. Crisis en verdriet, maar ook een diep gevoel van erbij horen en geluk. Het hele plaatje. Dat ben ik. Mijn kwetsbaarheid is verworden toch mijn kracht. En dat zie je.


Ilja Kramer (50). Moeder van zoon Bastiaan (17) en Maarten (21). Gelukkig getrouwd met Daniël. Kom uit Noord-Holland maar woon al 16 jaar in Nijmegen-Noord. Al ruim 25 jaar werkzaam als communicatie-deskundige. Maar ook behept met een bipolaire stoornis, zware depressies en psychoses doorgemaakt, opnames en opsluiting op psychiatrische afdelingen. Gereïntegreerd en weer ‘normaal’ aan het werk. Momenteel bekwaam ik me als ervaringsdeskundige in de GGZ en werk als coördinator/trainer hersteltrainingen bij de Kentering in Nijmegen. Ik geef schrijftrainingen in het schrijven van je herstelverhaal en ben ook werkzaam als schrijfster vanuit mijn eigen onderneming www.zoblijdatikschrijf.nl

Hoe gaat het nu?


Tekst: Sander

Toen ik in 2009 de diagnose kreeg, wilde ik zelf niet inzien dat ik een manie had. Mijn vriendin waarmee ik samenwoonde, wilde dat ik hulp ging zoeken. Maar na een korte vrijwillige opname van slechts vier dagen heb ik mijn spullen weer ingepakt en ben ik tegen beter weten in huiswaarts gekeerd. Daar kreeg zij weer te maken met mijn gevoelens van onmacht en frustratie. Kort hierop zijn wij uit elkaar gegaan. Jammer, maar wel begrijpelijk.

Een jaar later, tijdens een manie met ernstige psychotische kenmerken, heb ik veel vrienden en kennissen verloren doordat ik op Hyves diverse berichten had geplaatst. Pas na een opname van elf weken in een GGZ-kliniek en na het slikken van Zyprexa (de werkzame stof is olanzapine) ben ik langzaam weer opgeknapt. Hierna heb ik enkele jaren nazorg gehad van een sociaal psychiatrisch verpleegkundige (spv-er) en een psychiater.

Meer hierover kun je lezen in mijn eerste gastblog:
https://petraetcetera.com/2017/11/13/mijn-bipolaire-ervaring/

Op dit moment ben ik ingesteld op tien milligram olanzapine. Dit middel slik ik nog dagelijks. Wel word ik regelmatig nog herinnerd aan die vervelende manische periode van toen. Ik ben namelijk dertig kilogram in gewicht gegroeid. Met behulp van een diëtiste ben ik ooit al eens acht kilogram afgevallen maar ook weer bijgekomen. Vrij recent heb ik een gesprek gehad met de huisarts en word doorverwezen naar een praktijkondersteuner van de ggz om te praten over toenemende somberheid en stemmingswisselingen per dagdeel. Ook heb ik de vraag gesteld aan mijn zorgverzekeraar of het mogelijk is om op korte termijn te starten met gecombineerde leefstijlinterventie (GLI); een intensief traject van twee jaar om meer kennis op te doen en een gezondere leefstijl aan te leren wat betreft voeding en beweging. Ik wil toch weer een poging wagen om af te vallen en fitter te worden.

Sinds enige tijd wil ik ook actief het stigma rondom bipolariteit doorbreken door open en eerlijk te zijn over mijn bipolaire stoornis. Toen ik in 2016 begon met vrijwilligerswerk, bij de zorgboerderij hier op het dorp, heb ik aan mijn leidinggevende van het activiteitencentrum globaal wel verteld wat ik had. Aan de bewoners en andere vrijwilligers/deelnemers doelbewust niet. Op dit moment heb ik liever dat iemand mij, inclusief mijn rugzakje, accepteert zoals ik ben en kan iemand daar niet mee omgaan dan heb ik pech gehad.

Daarnaast heb ik ruim anderhalf jaar geleden contact gezocht met de vereniging plusminus om opnieuw deel te nemen aan een lotgenotengroep in mijn regio. Deze bestond niet meer en het heeft lange tijd geduurd voordat een nieuwe groep werd opgestart. In de Corona-tijd waren dat eerst online meetings via Zoom. Deze zomer heb ik gelukkig andere lotgenoten een keer in het echt ontmoet tijdens een wandeling. Tijdens deze gesprekken kreeg ik te maken met veel herkenning en erkenning van mijn ervaringen. Dat was fijn en ik had een plek gevonden waar ik mij thuis voelde.

In de periode van april tot en met september 2021 ben ik doorgaans bijna elk weekend actief met diverse uitstapjes van verenigingen waar ik lid van ben. Dan ben ik positief gestemd en wil ik zelf ook uitstapjes gaan organiseren om anderen bij elkaar te brengen en hun een leuke middag of avond te bezorgen.

Bij het korter worden van de dagen kan ik nog wel veel last hebben van somberheid of een zogenaamde winterdepressie, bijvoorbeeld bij het opstarten van de dag. Als ik in de ochtend een doel of afspraak heb dan lukt het mij vaak om op tijd op te staan. Heb ik geen activiteit gepland dan slaap ik het klokje rond en lukt het mij niet om structuur te vinden. Doordat ik mijzelf nu openstel naar anderen krijg ik tips om hiermee om te gaan.

Sinds begin 2021 heb ik thuis hulp van een persoonlijk begeleider, wat tot stand is gekomen via de zorgboerderij. Door te praten over situaties, meestal in relatie tot diverse kennissen en vrienden, leer ik te groeien hierin. Ook ben ik erachter gekomen dat ik meer op zoek ben naar een spontaan maatje die mijn verhalen kan aanhoren en tips geeft.


Ik ben Sander, 44 jaar, en ik woon in Lekkerkerk (Zuid-Holland) samen met mijn kater Tom (13). Wandelen in de natuur doe ik nog steeds heel graag maar ik bezoek ook muziekfestivals, museums, exposities, evenementen en de thermen. Sinds vorig jaar ben ik activiteitencoördinator van een gezondheidsvereniging.

Wat is er met mij aan de hand

Tekst: Marije Dane

Als kleuter was ik altijd een vrij, lief en spontaan kind. Ik hield van gezelligheid en niets was mij te veel. In mijn puberteit rond mijn 12e veranderde dat radicaal. Ik werd erg onzeker en faalangstig. Via school heb ik toen allerlei cursussen gedaan om af te komen van mijn faalangst. Ik had zelfs angst naar mijn vriendinnen en familie toe. Constant het gevoel alsof ik niet goed genoeg was. 

Dit somberdere gevoel werd vaak versterkt in de wintermaanden. In de zomer bloeide ik weer op maar nooit meer zoals dat vrolijke meisje van vroeger. Het was altijd een strijd in mijn hoofd. Constant kwamen die gedachten voorbij: “doe ik het wel goed?” en “ben ik wel goed genoeg voor iedereen?” Rond mijn 15e jaar ging ik met mijn moeder voor het eerst naar de dokter vanwege mijn onzekerheid en stemmingswisselingen. Deze verwees mij door naar een 1ste-lijnspsycholoog. Van hem kreeg ik de diagnose “winterdepressie”, dus in de wintermaanden zat ik achter de lichtbak om uit mijn depressie te komen. Ik werd er niet vrolijker van, maar toch heb ik zo een tijdje doorgesukkeld met het idee dat het niet anders is. 

Tot ik op een leeftijd kwam (ik weet niet meer precies hoe oud) dat de depressie omsloeg in een hypomane fase. Ik danste soms op de tafel in de kroeg en kocht de hele G-star store leeg. Ik had echt extreme uitspattingen in mijn gedrag maar had geen idee dat ik in een hypomanie zat. Nu achteraf weet ik dat natuurlijk wel. Ik was echt, zonder twijfel, knetter hypomaan. Later leerde ik een beetje met mijn stemmingswisselingen om te gaan maar de depressieve kant bleef behoorlijk lastig. Tijdens mijn depressies vlakte ik totaal af. 

Na de geboorte van mijn zoon kreeg ik een postnatale depressie en kon ik niet van mijn baby’tje genieten. In die periode overleed ook mijn vader. Ik leefde alsof er niks gebeurd was. Ik voelde mij zo sterk en had ook het gevoel dat ik sterk moest zijn voor iedereen. Dit lukte voor een tijd, maar al snel volgde er wederom een depressie. 

Vier jaar na mijn zoon is mijn dochter geboren. Nu wilde ik het helemaal anders doen. Ik moest en zou genieten! Even leek dit te lukken, maar na enige tijd belandde ik toch weer in een depressie. Dit keer was hij heftiger. Weer ging ik met mijn klachten naar de huisarts. Die verwees mij door naar de ggz-instelling Emergis hier in Zeeland. Daar heb ik mijn verhaal keer op keer opnieuw verteld aan een psycholoog. Door deze gesprekken werd alles helder voor mij. Ik was uit balans geraakt door de combinatie van een druk gezin met kinderen en een hectische baan van 28-uur met wisselende tijden. Ik kreeg de stempel “depressieve stoornis” en een antidepressivum voorgeschreven. Dit heeft maar even geholpen.

Toen werd ik voor het eerst echt manisch! Ik weet nog heel goed dat ik in die periode naast mijn drukke baan en als moeder van twee kinderen (inmiddels zes en twee jaar) als een malle ben gaan sporten. Ook ging ik veel stappen, sliep slecht en hield met niemand rekening. Ik viel veel kilo’s af, van 80 kg naar 60 kg, en voelde mij ontzettend mooi. Doordat ik mij zo aantrekkelijk voelde, zocht ik een tijdje de liefde bij andere mannen op en ben ik een keer vreemdgegaan. Ik was een totaal andere persoon, zelfzuchtig en heel erg egoïstisch. Zo wil ik nooit meer worden. Ik draafde door in sporten en werken. In die tijd kon ik heel veel aan, maar dit hield niet lang stand. De manie ging over in een psychose. Hoe dit heel precies is gegaan, weet ik niet meer goed, maar ik weet wel dat ik heel slecht sliep. Soms bijna niet. Op een gegeven moment was het zo erg dat ik drie dagen achtereenvolgend niet had geslapen. Mijn hoofd maakte overuren, alles tolde om mij heen. Ik vertrouwde niemand meer, zelfs mijn man niet. Als ik TV keek, kreeg ik signalen die voor mij bestemd waren en opdrachten die ik moest uitvoeren. Het leek alsof ik in mijn eigen film zat en ik ervaarde alles wat ik zag op TV als de waarheid. Mijn moeder en mijn man vertrouwde het niet meer en hebben toen de ggz gebeld. De crisisdienst is toen gekomen en ik kreeg iets om te slapen. Ik sliep die nacht wel, maar de volgende dag kreeg ik weer wanen en zag spoken. De dag daarna ben ik opgenomen op een medium care afdeling. Eindelijk, na twee weken kwam ik uit mijn psychose en al gauw kreeg ik de diagnose: bipolair type 1.


Ik ben Marije Dane en al vierentwintig jaar samen met mijn partner Peter. Samen hebben wij twee kinderen: Rowen is onze zoon van dertien en we hebben een dochter Jesmay van negen jaar. Mijn hobby’s zijn: de bioscoop bezoeken, wandelen in de natuur en steden bezoeken met mijn moeder. Mijn favoriete vakantieland is Oostenrijk. Hier ga ik graag heen zowel in de winter als in de zomer. Er moet voor dit alles wel centjes verdiend worden en dit mag ik doen bij Sheerenloo. Sheerenloo is een zorginstelling voor mensen met een handicap. Mijn werk en de uren zijn wel aangepast zodat ik stabiel blijf.

What’s in a name

Tekst: Lisette van Gurp

Onlangs hoorde ik een gesprek over stigma’s. Over hoe je door een diagnose wordt vastgepind op de naam van een aandoening. Dat een diagnose een werkelijk contact tussen behandelaar en cliënt in de weg kan staan. Ik snap en herken dat. Ruim tien jaar geleden kwam bij een GGZ-instelling terecht in een langdurig intake-traject. Toen ik depressief bleek, lag de behandeling voor me klaar: groepstherapie. Het maakte niet uit dat ik daaraan geen behoefte had. En toen die niet aansloeg lag natuurlijk meer aan mijn weerstand dan aan de therapie zelf. Na één jaar was ik dus niet veel opgeschoten.

Ik zocht verder, voerde gesprekken over burnout-problemen. Mijn stress probeerde ik te reduceren met een training mindfulness. Ik voelde me beter begrepen, maar mijn klachten bleven steeds weer terugkeren. Na een zware periode kon het ineens stukken beter met me gaan. Dan kon ik de wereld aan, wist ik zeker dat het nu allemaal voorbij was. Waar ik eerst nog om huilde, was dan niet zo dramatisch meer. Dus pakte ik de draad weer op al was ik door een geestelijke val mijn werk kwijtgeraakt, ik was uit de kuil geklommen. “Wat fijn dat het nu weer goed met je gaat”, constateerde mijn omgeving dan. Ik had mijn lessen geleerd. De diepte was overwonnen.

Via vrijwilligerswerk kreeg ik een leuke baan als welzijnswerker. Ik voelde me onzekerder dan vroeger. Werken kostte me meer moeite. Op de achtergrond hoorde ik nog wel eens de echo uit mijn put. Dan ploeterde ik me door zo’n dag. Op andere dagen was ik een steun voor iedereen.

Moedig begon ik aan een omscholing richting onderwijs, een lang gekoesterde droom. Bijna zingend ging ik als vrijwilliger werken op een MBO. Ik was weer helemaal terug, blaakte van zelfvertrouwen. Met een omweg kwam ik dan toch op mijn plaats terecht. Dat gelukzalige gevoel duurde net zo lang als de periode van het vrijwilligerswerk. Ik kreeg een betaalde functie op een andere plek in de school. En hoewel ik me groothield naar buiten toe, voelde ik me eigenlijk meteen weer de diepte inglijden. Daar was die peilloze put weer. Klauwend viel ik langs de schachten, maar ik bereikte alsmaar de bodem niet. Weg baan en toekomstmuziek. Wat gebeurde er toch met me?

En dus ging ik weer op zoek naar hulp, ik wilde weten wat er met me was. Ik wilde begrip, van anderen en van mezelf. Wat ik verlangde was een naam, een etiket dus. Niet om daarmee afgeplakt te worden, maar om de herkenning. Goede hulp gaat over het contact tussen hulpverlener en hulpvrager. Simpel gezegd: het gaat niet goed en iemand zoekt hulp en iemand anders met verstand van zaken biedt hulp aan. Samen kijk je of er een klik is en of het aanbod aansluit. Hoe die hulp dan heet, is minder belangrijk. Het gaat om het zoekproces naar het wat en waarom. We kijken naar mijn gedrag en de overtuigingen die daaronder liggen, én naar welke pillen mij zouden kunnen helpen.

In mijn geval bleek de diagnose ‘depressie’ niet aan te sluiten. Dat was een gezamenlijke constatering van de therapeut en mij. Ik had zelf de sterke behoefte om te weten wat het dan wel was. Om pillen en praten daar beter op af te stemmen. Maar ook omdat ik mezelf dan meer zou herkennen. Toen de term ‘bipolariteit’ voor het eerst viel, had ik daar gemengde gevoelens over. Bij ‘depressief’ kon mijn omgeving zich nog wel iets voorstellen, maar ‘manisch’ zijn… Ik vond dat zelf ook lastig. Als ik mijn verhaal vertelde, haastte ik me altijd om erbij te zeggen dat ik bijvoorbeeld nog nooit gedacht had dat ik Napoleon was. Ik vond een manie eigenlijk een gekte. Was ik dan gek? Hoe kon ik mezelf accepteren?

Maar er was ook een andere kant: wat ik meemaakte bestond dus echt. Ik kon vallen én vliegen. Het betekende ook dat ik andere medicijnen kreeg. En mijn verhaal werd door het UWV serieus genomen. Na een jarenlange strijd ben ik nu volledig arbeidsongeschikt verklaard. Ben ik daar blij om? Nee natuurlijk, maar het geeft wel de erkenning die ik kennelijk zelf ook nodig heb.

Door de gesprekken met mijn therapeut leer ik waarschuwingssignalen herkennen. Sombere periodes worden getekend door angsten voor alles wat kan misgaan. Dan moet ik elke dag naar buiten en lopen, en verder mijn leven heel simpel houden. Wanneer ik echt alles leuk vind, en een tomeloze energie heb: ook dan naar buiten en lopen, en leven ‘met de handrem erop’. Mijn stemmingen zullen blijven schommelen, dat hoort ook bij mij. Maar ze schieten minder ver door. En ik leer ze beter te verdragen. De diagnose heeft mijzelf dus ook geholpen. Wat ik heb, heeft een naam gekregen. Niet dat ik mijn stoornis bén. Ik héb een stoornis waarmee ik te leven heb. Ik ben niet een etiket, maar ik ben blij dat ik de naam erop herken. 


Ik ben Lisette van Gurp (62 jaar) en heb 25 jaar gewerkt aan de bestrijding van seksueel en huiselijk geweld. De overstap naar het onderwijs is helaas mislukt.  Tegenwoordig help ik bij de vertoning van films over mensenrechten, luister ik naar verhalen van mensen die iemand verloren hebben en bemoei ik me met wat er in mijn buurtje speelt. Daarnaast schrijf ik regelmatig (korte) columns en houd ik van het kijken naar vogels.

Luister eens echt

Tekst: Vicky

Al jaren heb ik te maken met een stemmingsstoornis die moeilijk te begrijpen is voor anderen maar ook door mezelf. Psychische problematiek blijft nog altijd een groot taboe in de huidige maatschappij. Het is een onderwerp waar mensen niet open over durven praten. Daarom had ik besloten om een boek te schrijven, zodat ik mijn gevoelens en gedachten op papier kon verwerken. Na vele positieve reacties, merkte ik hierdoor dat het ijs wat gebroken was om over mijn bipolaire stoornis te kunnen praten tegen anderen. Ze begrijpen het beter.

Praten over je gevoelens is belangrijk, je moet jezelf kunnen zijn. Door het vertellen van dit verhaal, hoop ik dat jij ook gaat praten over je gevoelens. Elke emotie die je vanbinnen voelt, zoals blijdschap, verliefdheid, boosheid, frustratie en verdriet, is toegestaan. Als je ziel lijdt, vertel aan iemand die je vertrouwt hoe je je vanbinnen voelt, dan kan de genezing beginnen. Je problemen groeien als je ermee blijft zitten, je komt dan snel in een negatieve spiraal waardoor het moeilijker wordt om eruit te geraken.

‘Luister eens écht!’ is een heftig verhaal met verschillende emoties en stemmingswisselingen, zoals verdriet en rouw, frustratie en jaloezie en liefde en erotiek. In dit verhaal ga ik dieper in op de gevoelens en emoties die bij psychische kwetsbaarheid horen. De duidelijk merkbare stemmingswisselingen bij Linda, die aan een manische depressie lijdt, lopen als een rode draad doorheen het boek. Linda, die haar best doet om haar dochter Emma op te voeden. De stemmingswisselingen zijn duidelijk merkbaar in haar en later ook Emma’s verhaal. Door de gebeurtenissen die Linda doormaakt, leeft haar dochter Emma mee in die stemmingswisselingen. Hierdoor leert Emma niet hoe ze moet omgaan met haar eigen gevoelens en emoties. Emma zakt weg in een negatieve spiraal en wil geen hulp aanvaarden. Ze voelt zich hierdoor onbegrepen. Ze snakt naar liefde en aandacht. Met alle gevolgen die daaruit voortkomen.


Wil je mijn boek lezen? Klik hier voor een link naar mijn boek.

Acceptatie en beren temmen

Tekst: José

Tijdens een weekendje bij mijn moeder vraagt mijn stiefvader oprecht aan mij: ‘Hoe is met je?’ Ik twijfel wat ik zal zeggen. Ga ik echt zeggen hoe het gaat, of doe ik weer alsof het goed gaat? ‘Prima, maar ik denk de laatste tijd veel na over het accepteren van mijn bipolair zijn.’ Hij zegt: ‘Je hebt je bipolair zijn niet geaccepteerd. Opa zei altijd, omarm wat er op je pad komt.’ Ik voel de tranen opkomen. ‘Je hebt gelijk, ik heb het niet geaccepteerd. Ik heb het gevoel dat als ik het accepteer, ik het bijltje erbij neer gooi, dat ik het opgeef.’ Nu rollen de tranen over mijn wangen. Hij kijkt mij begripvol aan: ‘Wat geef je dan op?’ Ik droog mijn tranen en zeg: ‘Dat de situatie zoals die nu is altijd zo zal blijven en ik het loslaat om te proberen mijn leven altijd weer beter te maken.’ Het is even stil en dan zegt hij: ‘Deze gedachte klopt niet. Stel iemand heeft last van erge eczeem en heeft dat geaccepteerd, dan stopt die persoon erna niet ineens met zalf smeren.’ Ik knik dat ik het denk te begrijpen. ‘Zucht,ik heb het gevoel dat ik geen steek verder kom.’ Hij slaat een arm om mij heen: ‘Je kan pas groeien als je accepteert hoe de situatie NU is en vanuit daar kun je weer verder kijken.’

Bovenstaand fragment beschrijft mijn weerstand tegen het accepteren van mijn bipolaire stoornis (BS). Dit is een stukje wat bij mij als persoon hoort, alleen moet ik dat zelf nog willen zien. Een vriendin zei laatst: ‘Het is net als een blessure, als je het negeert dan wordt het erger en hou je er rekening mee dan heb je er bijna geen last van.’ Het rekening houden met vind ik moeilijk omdat ik er niet eerlijk over durf te zijn naar mijn collega’s. Ik meld mij daardoor niet snel ziek op werk. Er heerst zo’n taboe op mentale ziektes. Vorig jaar moest ik mij een week ziekmelden op mijn werk door mijn BS en dan verzin ik een buikgriep. Collega’s voelen namelijk geen grote behoefte om door te vragen over mijn diarreeklachten. Op mijn werk weten ze het dus niet, maar door de afgelopen jaren praat ik er nu met mijn vriend, familie en vrienden heel open over.

Ik ben een éénendertig jarige vrouw en ik heb nu zo’n ruim tien jaar de BS type twee. Na het eerste jaar van mijn studie, ging het bij mij mentaal mis en kreeg ik de diagnose bipolair. Ik heb verder gelukkig geen last gehad van mijn BS tijdens mijn studententijd. Een paar jaar later had ik een hele pittige baan in het basisonderwijs. Hierdoor ging het weer mis en ben ik een jaar ziek geweest. Uiteindelijk heb ik toen besloten om te stoppen in het basisonderwijs. Ik werk nu naar mijn zin bij een kinderopvangcentrum. Deze verandering was heel moeilijk, want ik ben ambitieus. Heb ik zo lang gestudeerd om luiers te verschonen?  Maar goed, met een baan op een wat lager niveau kan ik het werken tenminste volhouden. Doordat ik nu stabiel ben, heb ik bovendien ruimte in mijn hoofd om mijn BS te kunnen verwerken en accepteren.

Ik wil vooral beter worden in omgaan met mijn extremere emoties en negatieve gedachtes. Omgaan met de beren op de weg die ik zie. Beide heb ik door mijn BS meer dan gemiddeld. Een ding wat helpt is om de beren met andere mensen te bespreken. Toevallig zijn mijn vrienden en familie uitstekende berentemmers. Iets anders dat helpt is het maken van een gedachteschema. Ik probeer dagelijks een gedachteschema te maken. In zo’n schema geef je je belemmerende gedachten weer en probeer je er helpende gedachten tegenover te stellen.

 Als voorbeeld, het schrijven van dit verhaal zorgde weer voor genoeg emoties. Na de tweede alinea voelde ik al tranen opkomen. Waarom zou ik andere mensen met mijn negatieve gedachtes en problemen lastigvallen via een website? Ik hou niet van klagen en ik heb er zelf al genoeg last van. Daarbij denk ik nu niet dat ik meer accepterend ben naar mijn BS als het op internet staat. Tot slot denken mijn beren dat dit een perfect verhaal moet worden.

De volgende uitdaagvragen heb ik bedacht. Denk jij dat je de enige bent met negatieve gedachtes en problemen? Jij vindt verhalen van lotgenoten ook heel waardevol, toch? Het is anoniem, je hoeft maar een korte tekst te schrijven. Mensen kiezen er zelf voor om jouw blog te lezen. Jouw verhaal kan steun geven aan andere mensen met een BS. Je kunt de tekst altijd nog door iemand laten nalezen. Door het op internet te delen, bereik je meer openheid en dat draagt misschien bij aan meer acceptatie.

Toen ik deze helpende gedachten allemaal had, was de beer op de weg weer wat kleiner en heb ik dit verhaal geschreven.


Mijn naam is José en ik ben 31 jaar oud. Ik woon in Nijmegen en mijn vriend in een dorp in de buurt. Op mijn 19de ben ik gediagnosticeerd met de bipolaire stoornis type twee en met hulp van mijn berentemmers gaat het de laatste jaren steeds beter.

Zelfregulatie tijdens werk

Tekst: Juul Koene

Ieder mens is gedurende de dag bezig om kleine, maar ook grote doelen te stellen. Zoals het doen van boodschappen, sparen voor grote uitgaven en bedenken hoe je je dag wilt invullen. Om deze doelen te bereiken sturen we ons gedrag, onze gedachten en onze emoties bij. Deze zelfregulatie ligt aan de basis van ons dagelijks handelen en is het resultaat van vele leerprocessen.

Uit onderzoek en ervaringsverhalen komt steeds duidelijker naar voren dat mensen met een psychische kwetsbaarheid of aandoening moeite kunnen ervaren met zelfregulatie. Dit kan te maken hebben met de psychische aandoening zelf, maar ook met de ontwikkeling van zelfregulatie of factoren die dit vermogen negatief beïnvloeden (zoals stress of weinig sociale steun). Alledaagse activiteiten, zoals werk en het onderhouden van relaties, gaan daardoor lastiger. Dit komt mede doordat de doelen (klein, groot, bewust en onbewust) lastiger te bereiken zijn wanneer we onszelf minder goed kunnen monitoren en bijsturen.

Dit is ook het geval voor mensen met een bipolaire stoornis. Werk is een levensgebied wat kan lijden onder moeite met zelfregulatie. Werken is voor mensen (met én zonder psychische kwetsbaarheid) van groot belang. Het geeft een gevoel van bijdragen aan de maatschappij, zelfstandigheid, sociale contacten. Met andere woorden: het draagt bij aan de betekenis die we aan ons leven geven. En juist werk is voor veel mensen met een bipolaire stoornis een problematisch gebied. De werkeloosheidscijfers zijn hoog en mensen kunnen tijdens het werk tegen allerhande problemen aanlopen, zoals verminderde productiviteit.

Het doel van het onderzoek
Zelfregulatie is een thema dat belangrijk kan zijn voor herstelprocessen op het gebied van werk, maar helaas nog weinig aan de orde komt. Expliciete aandacht hiervoor zou extra ondersteuning kunnen bieden en we denken dat een gespreksmethode hier een behulpzame optie voor is. Dit geeft patiënten en professionals namelijk de mogelijkheid hier samen over in gesprek te gaan vanuit het perspectief van de patiënt. Het overkoepelende doel van dit onderzoek is dan ook om een gespreksmethode te ontwikkelen waarmee mensen met een bipolaire stoornis kunnen ontdekken hoe zelfregulatie van invloed kan zijn op hun werk en de manier waarop ze op dit gebied functioneren. Om dit te doen zoeken we allereerst naar ervaringen: wat zijn belangrijke thema’s binnen werk? Welke (mentale) strategieën hebben mensen bedacht? Tegen welke moeilijkheden lopen ze aan?

Voorlopige resultaten
Om aan antwoorden op deze vragen te komen heb ik tot nu toe 48 mensen geïnterviewd: patiënten, ervaringsdeskundigen en naastbetrokkenen. Dit levert een rijkdom aan informatie op, die ik volgens een bepaalde methode analyseer (Grounded Theory). Met deze analysemethode kan uiteindelijk een theorie gevormd worden vanuit de verzamelde informatie. Dat maakt het tot een mooie manier om de ervaringen van mensen samen te voegen, te vergelijken en verschillen tussen ervaringen te verduidelijken. De volledige analyse van de interviews gaat nog een tijdje duren, maar de eerste resultaten geven al inzicht in een aantal belangrijke thema’s.

Het meest opvallend (en wellicht ook het meest logische) was dat ieder verhaal weer anders is. Natuurlijk zijn er overeenkomsten zoals het leren omgaan met symptomen en zoeken naar wat werkt. Maar wat mensen in hun werk tegenkomen verschilt. Dit heeft enerzijds te maken met de aard van het werk, maar ook met hoe mensen hun werk vormgeven. Daarnaast zijn er allerlei factoren in de omgeving van belang: is je leidinggevende begripvol? Wel of niet vertellen over je diagnose? Heb je te maken met stigmatisering? Welke steun krijg je vanuit werk en omgeving? 

En waar dit onderzoek zich vooral op richt: de mentale strategieën die mensen toepassen om tijdens hun werk naar (eigen) tevredenheid te functioneren. De eerste resultaten laten zien dat respondenten verschillende manieren hebben om met moeilijkheden en tegenslagen om te gaan. Ze benutten hun interne dialoog (bijvoorbeeld: “doe het rustig, doe het stapje voor stapje”), ontwikkelen manieren om hun emoties te hanteren (door bijvoorbeeld door balansoefeningen te doen), evalueren hun doelen en bekijken hun eigen mogelijkheden om deze te bereiken. Plannen is een van de belangrijkste thema’s die naar voren komt.

Zelfregulatie komt dus in allerlei vormen en maten voor in de werksituatie. De gemene deler is dat deze mentale strategieën geleerd zijn en bijdragen aan autonomie, zowel binnen als buiten de werksituatie. Door jezelf te reguleren, zeker in situaties die lastig zijn, kan je een keuze maken hoe je reageert en hoe je met moeilijkheden omgaat. Uit de interviews komt ook naar voren dat wanneer dit lastig is, dit voor een gevoel van controleverlies kan zorgen. Succeservaringen op dit vlak geven juist een positieve wending aan het leer- en herstelproces.

Hoe verder?
De theorie die vanuit de analyse naar voren komt gebruiken we als basis voor de ontwikkeling van een gespreksmethode over zelfregulatie. Deze methode is specifiek gericht op de werksituatie en hoe zelfregulatie hier een rol in kan spelen. Na het ontwikkelen van de methode leggen we deze voor aan mensen die hiermee te maken kunnen krijgen: mensen met een bipolaire stoornis, naastbetrokkenen en professionals. Op basis van hun advies passen we de methode vervolgens weer aan, om deze te kunnen evalueren in een pilotstudie.


Juul Koene is werkzaam als onderzoeker bij Hogeschool Leiden en als promovenda verbonden aan Tranzo, Tilburg University (promotoren: prof. dr. Jaap van Weeghel, prof. dr. Ralph Kupka, dr. dr. Jaap van der Stel). 

Meer lezen over het onderzoek?
Op de volgende website staat meer informatie: https://www.hsleiden.nl/geestelijke-gezondheidszorg/onderzoek/zeef-onderzoek

Als ik het kan, kan jij het ook

Tekst en foto’s: Annette

Ik ben een KOPP-kind* en kreeg op 34-jarige leeftijd een psychose met vervolgens meerdere manieën en depressies. Ik verloor mijn droombaan als fysiotherapeut en ook mijn sociaal netwerk van collega’s en mensen binnen de kerkgemeenschap. Gelukkig hield ik een kleine vriendenkring over die klaar voor mij stond. Ik werd lastiggevallen door stemmen, hallucinaties en hele heftige nachtmerries waar ik moest vechten voor mijn leven.

Mijn moeder ging weg toen ik acht jaar oud was. Ik was een gevoelig kind en ik miste haar heel erg. Mijn vader was een hele lieve man maar hij sprak niet over zijn gevoelens en ik heb hem zelden boos of verdrietig gezien. Ik wilde zijn zoals mijn vader. Stabiel en rustig met weinig emoties. Niet zoals mijn moeder.

Omdat mijn vaders familie mijn moeder’s karakter veroordeelden, was er een stigma op emotioneel zijn. ‘Doe normaal, dan doe je al gek genoeg’. Mijn moeder heeft ook twee psychoses gekregen.

In mijn vroege pubertijd werd ik depressief en deed ik een zelfmoordpoging. Mijn vader vertelde mij die dag dat hij heel erg veel van mij hield en dat ik een wonder was. Hij had namelijk nooit gedacht dat hij ooit kinderen zou krijgen. Ik voelde mij geen wonder dus ik maakte ervan ‘ik moet een wonder zijn’.

Achteraf gezien besloot ik die dag om niet langer mijzelf te zijn maar een perfect kind voor mijn vader. Ik creëerde een alter ego en stopte mijn gevoel in een kistje. Mijn vader dacht dat mijn depressie was verholpen want ik was weer vrolijk.

Omdat mijn moeder gericht was op carrière dacht ik onbewust dat ik een goede baan kon combineren met perfect kinderen opvoeden. Dat zag ik ook in films. Het bleek helaas niet waar te zijn. Eerst kreeg ik een burn-out bij mijn eerste kind en bij mijn tweede een psychose.

image0

Mijn verhaal verscheen ook in het boek ‘Herstel als leerproces’ van Jaap van der Stel.

Na een maand te zijn opgenomen in de GGZ dacht ik dat ik goed hersteld was met medicatie en begon weer te werken. Helaas raakte ik opnieuw ontregeld en moest ik mij ziekmelden. Ik kwam erachter dat het krijgen van een psychose een heel zware ziekte is die niet in een paar maanden verholpen kan worden met een pilletje. Ik heb meerdere therapieën gevolgd die mij inzicht hebben gegeven in mijn ziektebeeld en mij hielpen bij een stuk herstel zoals haptonomie.

Ik merkte voordat ik een psychose kreeg dat ik mat was in mijn emoties. Ik wilde mij geliefd en gewenst voelen maar ik voelde helemaal niets. Ik voelde niet dat mijn man en mijn kinderen van mij hielden en wat ik van mijzelf vond, wist ik al helemaal niet. Ik moest merken dat zij van mij hielden door de dingen die ze voor mij deden. Maar mijn hart voelde leeg aan.

De therapie haptonomie was gericht op het leren voelen. In het begin vertelde ik over mijn verleden. Ik lag op de behandelbank en de therapeut raakte mij aan. Op die manier werd ik bewust van mijn lichaam. Er veranderde de eerste paar keer niet veel.

Tot de therapeut tijdens de 3e-4e behandeling haar hand op mijn linkerzij legde. Ik gilde keihard, trilde en schoot van de behandelbank af. Op dat moment wist ik niet wat er aan de hand was maar niet lang daarna voelde ik mij depressief en suïcidaal. Het verdriet van vroeger, de zelfhaat en de lijdensdruk overviel mij in een keer. Ik belde de therapeut op om te vragen als ze het kraantje dat ze net had opengedraaid weer dicht kon draaien want dit gevoel wilde ik niet hebben. Helaas was haar advies: “Ga wandelen, richt je op het moment, denk niet aan het verleden”.

Een jaar lang bleef ik depressief en suïcidaal. Ik lag veel in bed te huilen en ik voelde mij moe en uitgeblust. Ik had roofbouw op mijzelf gepleegd en ik voelde mij stervende. Het leven was te zwaar voor mij geworden. Ik kon niet langer leven. Opnieuw deed ik een zelfmoordpoging. Ik noem het ‘lijdensdood’. Ik was aan de ene kant wel blij dat ik weer kon voelen maar het gevoel overmande mij.

In die tijd werd ik op iedereen boos.

Op mijn man dat hij mij niet hielp in de huishouding en met de opvoeding van de kinderen.

Op mijn moeder dat ze weg was gegaan.

Op mijn overleden vader dat hij als arts zijnde mij nooit naar een psycholoog of psychiater heeft gestuurd.

Op mijzelf dat ik was aangekomen en bleef eten.

Op mijn kerk die mij in de steek had gelaten.

Op mijn vrienden.

Op iedereen….

Steeds werd ik teleurgesteld omdat mensen mij niet konden helpen met mijn afwijzing en eenzaamheid. Ik leerde in die tijd veel van mijn dochter. Ze werd mijn voorbeeld. Wat had de kleine Annette in mij nodig? Aandacht, liefde, geduld, een luisterend oor, troost, positieve woorden van bemoediging. Alle dingen die ik mijn dochter gaf, had ik zelf ook nodig.

Ik wil anderen meegeven dat er hoop is en dat hoe lang het ook duurt je weer met hulp een betekenisvol leven kan leiden. Een leven waarin je rekening houdt met je kwetsbaarheid. Je bent niet afgeschreven en klaar voor het grofvuil. Het stigma op psychische ziektes die in films en in het nieuws wordt verteld, is niet de waarheid. Er zijn genoeg mensen die herstellen en weer een leuke baan vinden of een lieve moeder worden.

Neem de tijd om te herstellen en om je verleden een plek te geven.
Als ik het kan, kan jij het ook.


image0 2
Ik ben Annette (39) en gelukkig getrouwd met mijn lieve man. Ook heb ik twee fantastische kinderen. Ik woon in Hoofddorp en ik ben fulltime moeder en afgekeurd voor mijn werk als fysiotherapeut. Ik heb een betekenisvol leven opgebouwd en sta positief in de maatschappij. Hiervoor heb ik keihard, geduldig, huilend voor moeten vechten.

 

*) KOPP staat voor Kinderen van Ouders met Psychische Problemen

Mandala’s en tekenen op nummer

Tekst: Esther Bons

Dit schilderij heb ik in een manische bui gemaakt. Op zo’n moment heb ik altijd een koptelefoon op met muziek. Als ik luister naar Beethoven de 5e, de 7e en de 5e Sjostakovitsj dan heb ik totale focus. Ik kan dan mooi binnen de lijntjes kleuren. Ik kom ervan tot rust.

IMG_6805

De mandala’s teken ik tijdens mijn depressie of (hypo)manie. Ik teken dan om een goede dagindeling en structuur te hebben. Muziek daarbij helpt mij ook weer enorm. Bij een manie remt het tekenen mij juist af. Ik ga dan in ieder geval geen cakes bakken om 6:00 ’s ochtends wat ik wel eens heb gedaan. In zo’n periode is alles leuk en gaat alles vanzelf maar toch geeft het potlood in mijn hand en de kleuren die het maakt op papier mij rust en ruimte. Ik kan al mijn activiteiten juist meer gedoseerd doen door het kleuren.

Deze diashow vereist JavaScript.



IMG_1797
Hallo, ik ben Esther Bons (39) en ik woon op de prachtige Veluwe. Alweer tien jaar ben ik gelukkig getrouwd met mijn lieve man Arie-Willem. In 2006 hebben we elkaar ontmoet. Samen hebben we drie prachtige kinderen, Sam (6), Juul (4) en Gijs (3). Ik werk 22 uur/week als psychosomatisch fysiotherapeut, dit doe ik met veel plezier. Even niet moederen en alle focus op mijn werk en patiënten.


In 2003 heb ik de diagnose gekregen. Na de bevalling van Sam is het compleet misgegaan. De bevalling zelf ging super en zelfs thuis bevallen. Ik raakte vrijwel meteen uit balans, sliep niet meer, borstvoeding lukte niet waardoor ik mij een falende moeder vond. Tranen, tranen, labiel. Veel dingen van vroeger kwamen naar boven en dan heel intens … en ik bleef maar afvallen. Toen naar de huisarts geweest. “Het hoort allemaal bij het moeder worden”. Dit antwoord voelde voor mij niet goed. Ik voelde mij niet serieus genomen door mijn huisarts.

Na veel narigheid belandde ik via de verloskundige bij de crisisdienst. En wat was ik opgelucht. Eindelijk op de goede plek! Ik kreeg eerst oxazepam voor het slapen en om overdag wat rustiger te zijn/voelen. Maar dat hielp niet voldoende en kreeg toen Olanzapine voorgeschreven. Vanaf dat moment sliep ik weer. Toch ging het bergafwaarts en kwam ik in een zware depressie. Antidepressiva hielpen niet. Het ging steeds slechter en uiteindelijk opgenomen op de MBU (Moeder Baby Unit). Daar werd ik overgezet op andere antidepressiva en kreeg in een hypomanie. Na gesprekken met de psychiater kreeg in de diagnose bipolaire stoornis. 

Het ging na het instellen op nieuwe medicatie eindelijk de goede kant op. Hierna heb ik nog twee kinderen gekregen. Waar het met de middelste heel goed ging en ik bij de jongste weer in een depressie belandde. Met de juiste hulp en medicatie ben ik daar weer uitgekomen. Nu gaat het wisselend, heb nog met regelmaat hypomane of manische episodes, al ben ik er wel sneller uit. Ik herken het beter en mijn man ook. Door extra medicatie (Olanzapine, Oxazepam, Temazepam) te nemen trekt het snel weer bij. Ik zeg mijn werk dan ook af. Ik krijg hierdoor geen depressie meer. Alleen de nasleep met vermoeidheid door de (hypo)manie. Ik vind het gebonden zijn aan huis wel moeilijk. Normaal werk ik. Daar moet nog wat structuur in komen. Ik kijk ook niet veel nieuws hoor. Veel narigheid over het Corona-virus en ‘t komt ook dichtbij nu.

Keuze van medicatie

Tekst: Nadya van der Sluis

Terwijl ik dit schrijf ben ik herstellende van een terugval en heb ik een keuze moeten maken in medicatie. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding met medicatie gehad en het duurde jaren voordat ik kon accepteren dat ik het nodig had. Alleen de bijwerkingen, die blijven lastig en die zijn niet te accepteren. Sinds 2015 neem ik Olanzapine wanneer ik voel dat ik hypomanisch word of ben en dit moet af remmen. Helaas bleef ik in mijn laatste terugval in een hypomanie hangen omdat mijn medicatie niet direct aansloeg zoals normaal. Een korte manie volgde met daarna gelijk een depressieve periode waarbij ik voor het eerst in lange tijd dwang had tot zelfpijniging.

Gelukkig heb ik sinds 2015 passende therapie en gaf mijn psychiater aan dat ik mijn medicatie moest vervierdubbelen om weer stabiel te worden. Het duurde drie weken voordat deze dosis aansloeg als mijn normale dosis en na een tijd kon ik rustig mijn medicatie weer afbouwen. Ondertussen had ik extreem last van de bijwerkingen, zoals: vocht vasthouden, vergeetachtig zijn, weinig concentratievermogen hebben, droge mond en spiertrekkingen.

health-621356_640

Tijdens mijn behandeling kwam naar voren dat ik de afgelopen jaar meer last had van hypo manische periodes dan voorheen en Olanzapine geen geschikte medicatie meer was. Stabiel zijn zonder met regelmaat medicatie te nemen is niet iets vanzelfsprekend. Ik kon het al die jaren omdat ik 24/7 bezig was op mijzelf te letten en bewust mijn energieën aan het verdelen was. Mijn leven bestaat uit schema’s voor sporten, voeding, sociale activiteiten en rust. Elke dag weer. En dan nog mijn gedachtes verbinden met mijn gedrag. Elke dag weer. Zelfreflectie. Zelfcompassie. Elke dag weer. Opletten dat mijn schema’s realistisch zijn en ik niet obsessief controle neem op mijn voeding en sporten omdat ik geen controle heb over bepaalde emoties. Of ervoor zorgen dat mijn grenzen goed bewaakt blijven zodat andere energieën niet te dichtbij komen, die ervoor kunnen zorgen dat je uit balans raakt.

Na mijn laatste terugval had ik een blijvende angst, namelijk weer een terugval en deze niet overleven. Om die reden heb ik tijdens mijn behandeling gekeken naar andere medicatie, namelijk Rexulti. Deze medicatie neemt de scherpe randjes weg waardoor een kans op een terugval velen malen kleiner is. Kritisch als ik ben, wilde ik eerst tijd hebben om onderzoek te doen naar deze medicatie omdat dit de medicatie is welke ik wel elke dag dien in te nemen en ook de nodige bijwerkingen zal hebben. Een moeilijke keuze om te maken waarbij ik het gevoel kreeg alsof ik het afgelopen jaar heb gefaald in het stabiel blijven. Ook herstel ik snel van een terugval doordat ik weet hoe ik door meditatie, rust, voeding en sport weer stabiel word en prikkels kan vermijden.

Alleen ik weet ook dat mijn laatste terugval kwam door een positieve trigger, namelijk mijn ambitie. Dit is al de tweede keer dat ik door mijn ambitie een terugval heb gekregen. Tijdens een hypo manische periode worden mijn gedachtes telkens gevoed met creativiteit omtrent hoe ik mijn ambities kan waarmaken. Ik ben dan het meest creatief rond ongeveer 4 uur ’s ochtends en heb dan de drang al mijn creativiteit gelijk uit te werken. Ambitie is een positieve trigger die blijvend is waardoor een kans op een terugval ook blijvend is.

Van jongs af aan ben ik ambitieus. Ik leef voor mijn ambities. Ze zijn mijn passie in het leven. Alleen om dit te kunnen behouden op een veilige manier voor mijn gezondheid ontkom ik er niet aan om te veranderen van medicatie. Namelijk een ander soort medicatie, die ik dagelijks moet innemen voor altijd. Die ervoor zal zorgen dat ik stabiel ben en geen hypomanie meer zal ervaren. Een hypomanie, een periode waarin mijn ambities en creativiteit geen grenzen kennen en ik het beste werk verricht of zoveel van mijzelf houd. Hoe gevaarlijk een hypomanie is voor mijn gezondheid is het naast mijn vijand ook mijn beste vriend geworden. Het heeft mij in sommige periodes geholpen in het zijn waar ik nu ben in het leven. Een hypomanie was soms ook mijn motivatie om mijn ambities te behalen. Door mijn extra zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen in zo’n periode geloofde ik in het halen van mijn persoonlijke doelen. In zo’n periode voelt het alsof je alles aankan en geloof je niet in obstakels. Mede door deze periodes heb ik mijn HBO Rechten diploma gehaald en vervolgens mijn Master Strafrecht op de universiteit. Mede hierdoor was ik kandidaat Staatssecretaris van Vrede en afgelopen jaar kandidaat Minister van Gehandicaptenzaken. Mede hierdoor durfde ik te solliciteren voor een WO-functie bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en heb ik die baan nu.

Ik zal mijn hypo manische periodes missen maar kan niet wachten naar de rust die medicatie mij zal geven. Het niet meer bang hoeven te zijn dat een ander terugval op de loer ligt of elke dag afvragen of ik wel een hele nacht zal door slapen. Minder op mijzelf hoeven te letten waardoor ik misschien energie heb om te gaan daten en open te staan voor een relatie. Belangrijkste voor nu is hopen dat de medicatie zal aanslaan maar het niet al mijn emoties en gevoelens zal afvlakken.


foto blog

Mijn naam is Nadya van der Sluis (33 jaar) en ik woon sinds drie jaar alleen in Den Haag.

In mijn vrije tijd houd ik van het schrijven van artikelen. Klik hier om ze te lezen.