De ervaring van een getrouwde vrouw

Tekst: anoniem (naam bekend bij de redactie)

Ik was gehuwd met een man (laat ik hem Piet noemen). Samen hebben we vijf kinderen maar deze zijn nu volwassen. Piet kende veel negatieve periodes. Hij was vaak onredelijk tegen de kinderen of anderen, lag veel op de bank en klaagde dat hij allemaal ‘pijntjes’ had. Hij verklaarde zijn negatieve periodes ook door te vertellen dat hij lichamelijke klachten had zoals een verstopte neus, keelklachten, maagpijn, last van zijn longen, pijnlijke knieën en rugpijn. Hij is vele keren door de medische molen geweest, maar telkens weer lichamelijk kerngezond bevonden. Piet bleef echter klagen. Ik werd er niet goed van. Als ik eens iets mankeerde, ik heb bijvoorbeeld voorhoofdsholteontsteking gehad, dan vertelde Piet aan iedereen dat hij dat had. Hij had ook wel positieve periodes, sprong dan soms ‘uit de band’. Op zulke momenten kon hij niet stoppen met werken, gaf veel geld uit en was overdreven belangstellend naar iedereen die hij tegenkwam. Hij was ook erg godsdienstig, soms tot waanzin toe. Piet zijn periodes worden dan steeds heftiger.

Op internet las ik dat het herkenningspunten zijn van een bipolaire stoornis. Ik heb altijd gezegd: een psychische ziekte hebben of diabetes; je kunt er niets aan doen, het overkomt je maar je moet wel je leven daaraan aanpassen. Zelf bleef Piet ontkennen dat hij psychisch ziek was. Als hij in een psychose terecht kwam, erkende hij dat daarna wel maar als hij weer hersteld was, raakte hij weer in de ontkennende fase en mocht er niet meer over gepraat worden. Tijdens zijn psychose ‘zag’ hij overal camera’s die hem in de gaten hielden, had hij roekeloos rijgedrag of kon iemand helemaal verrot schelden en dan een week later met een doos gebak om de koffie gaan.

Ik had te weinig verstand over een bipolaire stoornis om de juiste hulpverlener te zoeken. Toen hij op een nacht helemaal ‘de weg kwijt was’, heb ik 112 gebeld. De arts kwam en hij kreeg medicatie. In de weken daarna kwamen we bij een psychiatrische instelling terecht. Daar heeft hij meerder gesprekken gehad. Er kwam toen zoveel ‘bagger’ boven water dat ik hem voor de keuze heb gesteld: je gaat aan jezelf werken en medicatie gebruiken of we gaan scheiden. Hij beloofde in therapie te gaan. Ik mocht in het kader van de privacy niet mee. Na een maand ging het weer wat beter met hem. Tegen mij ging hij echter steeds lelijker doen.

Ik durfde Piet niet te verlaten omdat ik bang was dat hij dan direct een einde aan zijn leven zou maken. Toen ik erachter kwam dat hij de therapie had afgezegd omdat hij ‘aan die flauwekul’ niet meedeed, heb ik voor mezelf paal en perk gesteld. Ik ben gestopt met puinruimen. Hij liep toen tegen zijn zelf gecreëerde problemen op en enige tijd later vertrok hij voorgoed. Dat was voor mij een verademing. Ik had een vreselijke tijd achter de rug en ik kon wel wat rust gebruiken.

Voor de kinderen was dit erg heftig. Ze wilden geen partij trekken, maar deden dat wel toen ze zagen dat hun pa toch echt ziek was. Ze begrepen het niet. Nog steeds begrijpen ze niet wat ik met hem heb doorgemaakt. Ik heb altijd mijn best gedaan om de kinderen voor deze ellende te sparen. 

Aan de hele situatie kwam een eind toen Piet zelfmoord pleegde. Bijna iedereen was verbijsterd. Ik voelde aan dat het ging gebeuren en ik had het zelfs voorspelt en tegen een paar vrienden gezegd. Tegen de kinderen heb ik gezegd dat ze dit niet konden voorkomen. Het was Piet zijn keuze, evenals de keuzes dat hij niet wilde accepteren psychisch ziek te zijn en geen hulp wilde accepteren.

Zelfdoding

Tekst: Huub Hendriks
Dit blog verscheen eerder op Psychosenet.nl

Als je na het lezen vragen hebt of in gesprek wilt gaan met Huub? Zijn mailadres is bekend bij de redactie: redactie@petraetcetera.nl.

Momenteel is zelfdoding erg actueel daarom deze gastblog. Graag wil ik een poging doen om begrijpelijk te maken wat mensen die voor zelfdoding kiezen voorheen al moeten meemaken.

Enkele jaren geleden pleegde mijn jongste broer (47) zelfmoord door verhanging aan een boom voor zijn eigen huis. Hij was een gevoelig mens en stond voor iedereen klaar. Hij had een busonderneming en leefde voor zijn biljartsport. Hij gaf vele gratis demonstraties en had meerdere internationale titels in verschillende spelsoorten op zak en was door iedereen heel erg geliefd. Ook was hij een groot knuffeldier. Zijn beide dochters 15 en 17 waren gek op hem. Op de dag van de uitvaart was de kerk afgeladen en stonden zelf mensen buiten in de regen.

woodland-669737_640

Wat wij als familie weten, is dat er naar buiten toe geen enkel voorteken was waarom hij tot deze daad kwam. Ook zijn echtgenote had geen vermoeden. Ze was lerares, maar kon in teamverband met niemand samenwerken. Dit gaf spanningen. Ook in haar gezin. Mijn broer moet dit als zeer vervelend ervaren hebben en vluchtte in zijn geliefde sport. Ook ik heb niet gezien dat hij erg ongelukkig was en depressieve perioden kende. De dood van mijn broer kwam daarom als een geweldige onverwachte klap. Enkele weken voor zijn suïcide overleed onze moeder en mijn vader stierf twee weken na de dood van mijn broer. Plots was ik de helft van mijn familie kwijt.

“Toch durf ik rustig te stellen dat je als mens ondanks je psychiatrische achtergrond over een enorme veerkracht kan bezitten.”

Als je soortgelijke dingen meemaakt, zoek dan steun bij elkaar en praat er open over. Lucht je hart en geef jezelf de tijd om te rouwen. Verwerk je verdriet op je eigen manier. Ik heb bijvoorbeeld mijn beide ouders gewassen en afgelegd. Achteraf heeft juist dit mij enorm geholpen in mijn verwerkingsproces.

Als mensen voor zelfdoding kiezen, komt dit vaak altijd onverwachts en kan dit jarenlang pijn doen. Levens kunnen hierdoor zelfs ingrijpend veranderen. Bedenk dat mensen die tot deze daad komen meestal gevangen zitten in een groot web van psychische pijn of ander onmenselijk leed. Ze durven er vaak ook niet met hun omgeving of naasten over te praten. Vaak bang om niet begrepen te worden. Op het moment dat iemand overgaat tot zelfdoding, is hij of zij er al heel lang mee bezig. De daad op zich is voor deze mensen de enigste verlossing om uit het leven stappen.

Wij, die dit onbegrijpelijk vinden en ons afvragen waarom mensen uit het leven stappen, moeten leren iedereen deze vreselijke levensbeëindiging te gunnen. In onze ‘stressmaatschappij’ zitten tal van knelpunten waar onvoorstelbaar veel mensen zichzelf tegen komen en totaal vastlopen.

Tevens moeten we eens goed nadenken hoe we voordien signalen kunnen herkennen en mogelijk een laag-drempel-instituut binnen de GGZ creëren. Of een plaats waar mensen die met doodsgedachten leven anoniem en verantwoord terecht kunnen.


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

De eerste stappen zette ik als RIAGG-cliëntenraadsvoorzitter in Maastricht. Ook volgde ik aan de Universiteit van Maastricht Cliënt-, Recht en Etiek. Ik kwam in de Limburgse Cliëntenraad terecht. Het RIAGG stelde mij in de gelegenheid om mijn eerste gedichtenbundel uit te geven genaamd “Eindelijk is de pijn gedicht”. Toen bleek dat ik alles over mijn ziekte goed onder woorden kon brengen en mij er ook niet voor schaamde, vond ik een plek bij de VMDB waar ik nu al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben.

De VMDB heeft mijn leven altijd een zonnige kant gegeven. Ik heb mij er mogen ontwikkelen. Ik geef nog steeds op landelijk niveau lezingen en voorlichting aan 2de jaars studenten en huisartsen in opleiding. Ik schrijf vaak in het verenigingsblad PLUSminus en heb drie jaar geleden de Fridus Crijns wisseltrofee mogen ontvangen als beste vrijwilliger aan onze landelijke lotgenotenlijn. Binnenkort ga ik ook voorlichting geven bij de politie over hoe zij beter om kunnen gaan met mensen die psychotisch zijn.

De medewerkers van de lotgenotenlijn zijn er voor zowel lotgenoten als betrokkenen en iedere dag (ook in het weekend) van 11.00 tot 21.00 bereikbaar onder het volgende nummer: 0900 5123456