Psychotisch onderuit

Tekst: Huub Hendriks

In mijn bed lig ik al dagenlang
onbewust van tijd en uren
mijn lichaam is zwak en uitgeteerd
mijn geest maakt overuren

uit voorzorg ben ik vastgemaakt
aan polsen en aan enkels
men zegt dat dit beter is
voor mijn gedachte kronkels

alsof ik weg kan lopen
met lakens om mij heen
mijn leven gaat teneinde
onmenselijk en alleen

zes maal per dag die spuiten
beladen met beton
alleen dat was het anker
dat mij nog redden kon

dertig kilo aan gewicht
heeft men mij al ontnomen
in even vele dagen
heb ik niets tot me genomen

mijn toestand is nu heel kritiek
zelfs drinken kan ik niet
ik schaam me voor mijn eigen vrouw
die mij zo liggen ziet

person-371015_640

dan weer zo’n moment
dat Jezus onze vader
mij meeneemt op zijn weg
naar ‘t hemels engelen kader

en steeds weer gaan wij andere wegen
zoals de kruisweg saam
en soms mag ik dan drogen
een traan in Jezus naam

vogels zie ik stil staan
boven in de lucht
terwijl onder hen de mensen
zich haasten op hun vlucht

het einde aller tijden
zag ik wel honderd keer
en juist daarom God de Vader
geloof ik in U Heer.


huub

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

De eerste stappen zette ik als RIAGG-cliëntenraadsvoorzitter in Maastricht. Ook volgde ik aan de Universiteit van Maastricht Cliënt-, Recht en Etiek. Ik kwam in de Limburgse Cliëntenraad terecht. Het RIAGG stelde mij in de gelegenheid om mijn eerste gedichtenbundel uit te geven genaamd “Eindelijk is de pijn gedicht”. Toen bleek dat ik alles over mijn ziekte goed onder woorden kon brengen en mij er ook niet voor schaamde, vond ik een plek bij de VMDB waar ik nu al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben.

De VMDB heeft mijn leven altijd een zonnige kant gegeven. Ik heb mij er mogen ontwikkelen. Ik geef nog steeds op landelijk niveau lezingen en voorlichting aan 2de jaars studenten en huisartsen in opleiding. Ik schrijf vaak in het verenigingsblad PLUSminus en heb drie jaar geleden de Fridus Crijns wisseltrofee mogen ontvangen als beste vrijwilliger aan onze landelijke lotgenotenlijn. Binnenkort ga ik ook voorlichting geven bij de politie over hoe zij beter om kunnen gaan met mensen die psychotisch zijn.

De medewerkers van de lotgenotenlijn zijn er voor zowel lotgenoten als betrokkenen en iedere dag (ook in het weekend) van 11.00 tot 21.00 bereikbaar onder het volgende nummer: 0900 5123456

Alsof ik honderden kilo’s weeg

LINDA., april 2007

Artikel_Linda

Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn oudste, kreeg ik mijn tweede psychose. Ik had er al eerder een gehad, maar toen werd de diagnose manisch depressief nog niet gesteld: iedereen kan in zijn leven een keer psychotisch worden en dat betekent nog niet dat je de ziekte hebt. Die tweede keer zei de dokter tegen mijn man: “Het is kiezen tussen twee kwaden, door de medicijnen kan er iets met het kind gebeuren, maar als ze niks slikt gaat het zeker mis.” We kozen voor zo min mogelijk medicijnen.

Als ik psychotisch ben slaap ik niet, heb ik heel veel energie, kan ik alles aan en ben ik heel druk. Daarna volgt een diepe depressie. Dan wil ik niets meer. Mijn lijf voelt zwaar, alsof ik honderden kilo’s weeg. Toch wilde ik een tweede kind. Ik ben zelf enig kind en wilde graag een groot gezin. Voordat ik zwanger werd van mijn zoon zijn we overgegaan op lichtere medicijnen en tijdens de zwangerschap extra controles. Na de bevalling mocht ik twee weken langer in het ziekenhuis blijven om uit te rusten. Daarna kreeg ik hulp van de psychiatrische thuiszorg. En toch ging het niet helemaal goed. Ik had mijn gedachten slecht in de hand, ging weer aan de dood denken, moest zwaardere pillen.

Nu is mijn leven zo georganiseerd dat ik voldoende rust krijg. Ik doe samen met mijn zoontje een middagdutje en mijn dochter gaat overdag naar school. Natuurlijk heeft ze door dat er soms iets aan de hand is, maar ze is pas zes, ik kan nu nog niet uitleggen wat voor ziekte ik heb.”