Keuze van medicatie

Tekst: Nadya van der Sluis

Terwijl ik dit schrijf ben ik herstellende van een terugval en heb ik een keuze moeten maken in medicatie. Ik heb altijd een haat-liefdeverhouding met medicatie gehad en het duurde jaren voordat ik kon accepteren dat ik het nodig had. Alleen de bijwerkingen, die blijven lastig en die zijn niet te accepteren. Sinds 2015 neem ik Olanzapine wanneer ik voel dat ik hypomanisch word of ben en dit moet af remmen. Helaas bleef ik in mijn laatste terugval in een hypomanie hangen omdat mijn medicatie niet direct aansloeg zoals normaal. Een korte manie volgde met daarna gelijk een depressieve periode waarbij ik voor het eerst in lange tijd dwang had tot zelfpijniging.

Gelukkig heb ik sinds 2015 passende therapie en gaf mijn psychiater aan dat ik mijn medicatie moest vervierdubbelen om weer stabiel te worden. Het duurde drie weken voordat deze dosis aansloeg als mijn normale dosis en na een tijd kon ik rustig mijn medicatie weer afbouwen. Ondertussen had ik extreem last van de bijwerkingen, zoals: vocht vasthouden, vergeetachtig zijn, weinig concentratievermogen hebben, droge mond en spiertrekkingen.

health-621356_640

Tijdens mijn behandeling kwam naar voren dat ik de afgelopen jaar meer last had van hypo manische periodes dan voorheen en Olanzapine geen geschikte medicatie meer was. Stabiel zijn zonder met regelmaat medicatie te nemen is niet iets vanzelfsprekend. Ik kon het al die jaren omdat ik 24/7 bezig was op mijzelf te letten en bewust mijn energieën aan het verdelen was. Mijn leven bestaat uit schema’s voor sporten, voeding, sociale activiteiten en rust. Elke dag weer. En dan nog mijn gedachtes verbinden met mijn gedrag. Elke dag weer. Zelfreflectie. Zelfcompassie. Elke dag weer. Opletten dat mijn schema’s realistisch zijn en ik niet obsessief controle neem op mijn voeding en sporten omdat ik geen controle heb over bepaalde emoties. Of ervoor zorgen dat mijn grenzen goed bewaakt blijven zodat andere energieën niet te dichtbij komen, die ervoor kunnen zorgen dat je uit balans raakt.

Na mijn laatste terugval had ik een blijvende angst, namelijk weer een terugval en deze niet overleven. Om die reden heb ik tijdens mijn behandeling gekeken naar andere medicatie, namelijk Rexulti. Deze medicatie neemt de scherpe randjes weg waardoor een kans op een terugval velen malen kleiner is. Kritisch als ik ben, wilde ik eerst tijd hebben om onderzoek te doen naar deze medicatie omdat dit de medicatie is welke ik wel elke dag dien in te nemen en ook de nodige bijwerkingen zal hebben. Een moeilijke keuze om te maken waarbij ik het gevoel kreeg alsof ik het afgelopen jaar heb gefaald in het stabiel blijven. Ook herstel ik snel van een terugval doordat ik weet hoe ik door meditatie, rust, voeding en sport weer stabiel word en prikkels kan vermijden.

Alleen ik weet ook dat mijn laatste terugval kwam door een positieve trigger, namelijk mijn ambitie. Dit is al de tweede keer dat ik door mijn ambitie een terugval heb gekregen. Tijdens een hypo manische periode worden mijn gedachtes telkens gevoed met creativiteit omtrent hoe ik mijn ambities kan waarmaken. Ik ben dan het meest creatief rond ongeveer 4 uur ’s ochtends en heb dan de drang al mijn creativiteit gelijk uit te werken. Ambitie is een positieve trigger die blijvend is waardoor een kans op een terugval ook blijvend is.

Van jongs af aan ben ik ambitieus. Ik leef voor mijn ambities. Ze zijn mijn passie in het leven. Alleen om dit te kunnen behouden op een veilige manier voor mijn gezondheid ontkom ik er niet aan om te veranderen van medicatie. Namelijk een ander soort medicatie, die ik dagelijks moet innemen voor altijd. Die ervoor zal zorgen dat ik stabiel ben en geen hypomanie meer zal ervaren. Een hypomanie, een periode waarin mijn ambities en creativiteit geen grenzen kennen en ik het beste werk verricht of zoveel van mijzelf houd. Hoe gevaarlijk een hypomanie is voor mijn gezondheid is het naast mijn vijand ook mijn beste vriend geworden. Het heeft mij in sommige periodes geholpen in het zijn waar ik nu ben in het leven. Een hypomanie was soms ook mijn motivatie om mijn ambities te behalen. Door mijn extra zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen in zo’n periode geloofde ik in het halen van mijn persoonlijke doelen. In zo’n periode voelt het alsof je alles aankan en geloof je niet in obstakels. Mede door deze periodes heb ik mijn HBO Rechten diploma gehaald en vervolgens mijn Master Strafrecht op de universiteit. Mede hierdoor was ik kandidaat Staatssecretaris van Vrede en afgelopen jaar kandidaat Minister van Gehandicaptenzaken. Mede hierdoor durfde ik te solliciteren voor een WO-functie bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid en heb ik die baan nu.

Ik zal mijn hypo manische periodes missen maar kan niet wachten naar de rust die medicatie mij zal geven. Het niet meer bang hoeven te zijn dat een ander terugval op de loer ligt of elke dag afvragen of ik wel een hele nacht zal door slapen. Minder op mijzelf hoeven te letten waardoor ik misschien energie heb om te gaan daten en open te staan voor een relatie. Belangrijkste voor nu is hopen dat de medicatie zal aanslaan maar het niet al mijn emoties en gevoelens zal afvlakken.


foto blog

Mijn naam is Nadya van der Sluis (33 jaar) en ik woon sinds drie jaar alleen in Den Haag.

In mijn vrije tijd houd ik van het schrijven van artikelen. Klik hier om ze te lezen.

Deel 2: Zoektocht naar de oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij

Tekst en foto: Pascal Gilissen 

Voor ik verder ga met mijn verhaal wil ik even wat benadrukken. Op de vraag die werd gesteld na mijn eerste gastblog: “Kun je mij ook komen genezen?”, kan ik alleen ‘nee’ zeggen. Dit omdat het een proces is wat eenieder met zichzelf aan gaat. Het is een proces met jezelf en jouw verleden, met jouw familiegeschiedenis en door de tijdgeest van eeuwen. Ik kan door mijn verhaal te delen alleen laten zien hoe ik mijn weg heb bewandeld, wat een leidraad kan zijn voor andere mensen. Ik heb deze weg zo kunnen bewandelen omdat ik het heel mijn leven op mijn eigen wijze heb gedaan. Hierin ben ik mezelf altijd aan het verbeteren en vernieuwen geweest. Alleen moest ik nu voor de oorzaak van de bipolaire stoornis bij mij, nog verder de diepte in duiken. Het is allemaal zeker de moeite waard geweest. Het heeft mij zoveel inzicht en kennis gegeven over mezelf, de familiegeschiedenis en hoe het door de eeuwen heen is gelopen voor de mensheid waardoor het voor mij niet vreemd is waarom er veel mensen met lichamelijke of geestelijke problemen zitten.

Voor ik het intakegesprek had met de therapeut, die mij zou begeleiden tijdens dit proces, had ik voorwerk gedaan. Ik was namelijk alle adressen waar ik in mijn jeugd gewoond heb met mijn ouders, broertjes en zusje, langs gegaan voor herinneringen. Dit waren, tot ik op mijn zeventiende leeftijd het ouderlijk huis uit ben gevlucht, negen adressen. Daarvan waren er vier in Brabant en vijf in Limburg. In Limburg ging ik naar de adressen waar ik had gewoond met mijn ouders en zusje maar ook naar de adressen van mijn opa’s en oma’s. Ook had ik herinneringen bij de lagere school in Maastricht. Dus daar ging ik ook langs. Vervolgens ben ik ook nog even naar het adres van mijn vriendinnetje van de lagere school gegaan en zo terug naar Brabant.

In Brabant was een adres waar ik met mijn ouders naartoe verhuisden vanuit Maastricht. Op dit adres was het nodige gebeurd: vechtscheiding met geweld, kinderbescherming en met heel wat rechtzaken. Hier kwam ook al snel een tweede man in het leven van mijn moeder en dus ook van mij en mijn zusje. Ook werden hier mijn broertjes geboren uit deze nieuwe relatie van mijn moeder. Daarnaast was er een aardappelschuur waar we een jaar in hadden gewoond. En ook een boerderij waar we hebben gewoond en waar ik gevlucht ben. Ook was er het adres van de mensen die mij na een week van straat hebben gehaald en anderhalf jaar hebben opgevangen.

Aan al deze adressen waar ik heb gewoond, zaten herinneringen en ook emoties en gevoelens vast. Ik had ook veel foto’s die ik later in mijn proces wilde gebruiken voor herinneringen. Door dit zo te ondernemen met mezelf kwam ik al snel tot een inzicht. Dit inzicht was:

De herinneringen, gebeurtenissen, emoties en gevoelens die ik vanaf mijn geboorte tot ik uit huis ben gevlucht heb gekend, zouden bepalend kunnen zijn voor de ontwikkeling van de bipolaire stoornis bij mij.

Ook wist ik dat de herinneringen die ik had en de herinneringen die mijn broertjes en zusje hadden veel hetzelfde waren maar anders beleefd. Zij hadden er andere gevoelens en emoties bij en waarschijnlijk daardoor geen bipolaire stoornis ontwikkeld. Natuurlijk wist ik dat mijn broertjes een andere vader hebben en dat dus ook ander DNA meespeelt in de persoonlijkheidsontwikkeling van mijn broertjes.

Ook was de opvoeding die ik kreeg in het huwelijk van mijn moeder en vader anders dan in het tweede huwelijk van mijn moeder. En ook had ik als oudste van de vier kinderen een andere rol binnen het gezin. Mijn gevoeligheid was anders dan die van mijn broertjes en zusje.

Tijdens mijn opleiding tot voetrefextherapeut, kreeg ik de medische basiskennis. Door deze kennis kon ik mijzelf splitsen. Hiermee bedoel ik; ik heb van beide ouders DNA. Dat wil dus zeggen dat delen van mijn ouders, die berusten op emotioneel, psychisch, mentaal en fysiek gebied, ook in mij zitten. Daarnaast is het mijn ziel die gereïncarneerd is in het fysieke lichaam wat zijn oorsprong heeft in de eicel van mijn moeder en de zaadcel van mijn vader.

Mijn beide ouders hebben zo ook hun ouders en een plek in het gezin gekend met daarbij hun rol. Allemaal invloeden waarvan ik van mening was dat dit mee kon spelen in de oorzaak van de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij. Voor mijn broertjes zag dit er natuurlijk anders uit dan voor mij. Zij hebben namelijk een andere vader en dus ook ander DNA. Een deel wat wel hetzelfde is, is natuurlijk het deel van onze moeder.

Met dit alles ging ik naar de afspraak met de therapeut voor een intakegesprek. De therapeut stond versteld van de manier waarop ik bezig was geweest en het inzicht waar ik mee kwam. Hij bevestigde dat de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij daar voor een groot deel mee te maken zou kunnen hebben.


Ik ben Pascal Gilissen en geboren in 1975 te Maastricht. Op zevenjarige leeftijd ben ik met mijn ouders verhuisd naar Brabant. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van moeder. Ik heb meerdere relaties gehad, heb nu een latrelatie en er bewust voor gekozen om niet aan kinderen te beginnen.

Ik woon in Haaren (Brabant) samen met Luna mijn trouwe viervoeter, een Amerikaanse stafford. Op jonge leeftijd had ik al interesse in hoe mensen met elkaar omgaan en het functioneren van mensen. Ook heb ik altijd veel interesse in spiritualiteit en metafysica gehad. Op dertigjarige leeftijd een beroepsopleiding tot voetrefextherapeut gestart, alleen deze na drie jaar moeten beëindigen.

In 2010 gediagnosticeerd met bipolair 2. Ik heb van de bipolaire stoornis een project gemaakt. Dit project ben ik met mezelf gestart in 2017 en had als doel: de diepere oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij te achterhalen en indien mogelijk te genezen. Dit is gelukt.

 

Zoektocht naar de oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij

Tekst: Pascal Gilissen

Laat ik beginnen te zeggen, dat ik jullie allemaal moedig vind. Moedig om staande te blijven met de belasting van een bipolaire stoornis. Voor familie en naasten heb ik respect. Ook jullie zijn belast met de bipolaire stoornis van jullie geliefde en naaste.

Mijn naam is Pascal Gilissen en heb in 2010, op 35 jarige leeftijd, de diagnose bipolaire stoornis type 2 gekregen. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van mijn moeder. Voor mij was het een raadsel dat ik een bipolaire stoornis had. Dit omdat ik de enige in het gezin en familie was met deze aandoening. Een vrij gevestigde psychiater heeft bij mij de diagnose gesteld. Toen ik van deze psychiater de diagnose te horen kreeg, had ik een tegenstrijdig gevoel. Dit kwam door wat de psychiater er vervolgens achteraan vertelde:

“Hier kom je nooit meer van af en dien je medicijnen voor te gebruiken”.

Het gaf mij een enorme weerstand en een heel negatief gevoel. Maar wat ook heel tegenstrijdig was, is dat ik ook blij was met deze diagnose. Blij omdat ik na jaren niet weten wat er gaande was, nu een naam had gekregen. Ik kon eindelijk doelgericht aan mezelf gaan werken. Ik kon leren om te gaan met een bipolaire stoornis. Om van de stemmingswisselingen te kunnen stabiliseren waren de medicijnen nodig. Tegen medicijnen had ik ook weerstand. Ik had er een uitgesproken mening over.

Altijd ben ik van mening geweest dat medicijnen zouden onderdrukken en dus alleen iets aan symptoombestrijding zouden doen. Ik moest deze gedachte loslaten want met de heftigheid van de stemmingswisselingen was ook niet te leven. De psychiater kon mij alleen helpen door mij in te stellen op de juiste lithiumspiegel. Daarna zou ik bij de ggz verder geholpen worden. Door de lange wachtlijst duurde het ruim drie maanden voor ik terecht kon. Deze tijd gebruikte ik om zoveel mogelijk te weten te komen over de bipolaire stoornis. Daarbij keek ik naar mezelf en hoe de bipolaire stoornis er voor mij uitzag.

kijkdaar

Toen ik eenmaal bij de ggz terecht kon, wist ik al veel toe te passen om mezelf stabiel te houden. Dit in combinatie met de lithium. Uiteindelijk besloot ik in 2014 om met de Lithium te stoppen. Ik had werk, een nieuwe relatie en voelde me daardoor goed en dacht dat het wel kon. Eind 2015 kreeg ik last van de eerste depressieve klachten. Hier gaf ik alleen niet aan toe. Ik bleef doorwerken omdat ik in mijn werk altijd een uitdaging vond. Hierdoor had ik minder last van de depressieve klachten.

Mijn relatie werd in 2016 beëindigd en ik kwam al snel in een hypomanie. Gelukkig ontdekte ik dit binnen een week en wist snel te handelen. Per mail benaderde ik de psychiater die ik in 2010 bezocht had en ik kon daar dezelfde week nog terecht. Na een gesprek met hem, werd ik weer ingesteld op lithium. In 2017 speelde de bijwerkingen en het gevoel onderdrukt te worden weer op. Alleen had ik al ervaren dat stoppen geen optie was.

Ik dacht: “Stel dat de dosering die door de psychiater wordt aangehouden niet klopt voor mij als persoon?”. Dit bracht mij op het idee zelf de dosering te gaan verlagen. Afbouwen deed ik heel langzaam en tussen de verlagingen in zaten minimaal zes weken. Hierdoor kon ik goed blijven voelen wat de verlaging met mij deed. Ik kon makkelijk bijsturen wanneer dit nodig was. Dan pakte ik terug op de dosering waar ik voor de verlaging op zat. Ik ging ook in kaart brengen welke gebeurtenissen hadden plaatsgevonden waardoor ik ontregelde en de medicatie moest verhogen.

Nadat ik een half jaar geëxperimenteerd had met de lithium, bleef ik op 600 mg stabiel. Terwijl de psychiater mij op 1000 mg had ingesteld.

Door het experimenteren met de lithium en te kijken wat het met mij deed, kreeg ik meer inzicht in hoe de bipolaire stoornis er voor mij uit ziet. Hiermee besloot ik dan ook om de bipolaire stoornis bij mezelf verder te gaan onderzoeken.

Ik ben gaan kijken naar de factoren die de oorzaak zouden kunnen zijn voor de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij. Hier had ik namelijk nooit eerder naar gekeken. Zowel aan vaders- als moeders kant had niemand anders een bipolaire stoornis. Deze factor viel voor mij dus weg. De factor verslaving aan drugs was al ruim acht jaar geleden en voor mij niet meer van toepassing. Dan bleef alleen de factor nog over, waarbij ik zou moeten gaan kijken hoe mijn leven gelopen was.

Dat bracht mij op de volgende gedachte:

“Wat als ik de oorzaak van de ontwikkeling van een bipolaire stoornis bij mij zou kunnen ontdekken?”

Zou het dan misschien ook mogelijk kunnen zijn dat ik door daaraan te gaan werken van een bipolaire stoornis af zou kunnen komen? Dit motiveerde mij en begin 2018 vond ik een therapeut waarmee ik dit proces aan ging.

Nu november 2019 ben ik ruim een jaar vrij van alle symptomen die zijn toegeschreven aan een bipolaire stoornis en vrij van medicijnen.

Warme groet,
Pascal Gilissen


Ik ben Pascal Gilissen en geboren in 1975 te Maastricht. Op zevenjarige leeftijd ben ik met mijn ouders verhuisd naar Brabant. Ik ben de oudste van vier kinderen uit twee huwelijken van moeder. Ik heb meerdere relaties gehad, heb nu een latrelatie en er bewust voor gekozen om niet aan kinderen te beginnen.

Ik woon in Haaren (Brabant) samen met Luna mijn trouwe viervoeter, een Amerikaanse stafford. Op jonge leeftijd had ik al interesse in hoe mensen met elkaar omgaan en het functioneren van mensen. Ook heb ik altijd veel interesse in spiritualiteit en metafysica gehad. Op dertigjarige leeftijd een beroepsopleiding tot voetrefextherapeut gestart, alleen deze na drie jaar moeten beëindigen.

In 2010 gediagnosticeerd met bipolair 2. Ik heb van de bipolaire stoornis een project gemaakt. Dit project ben ik met mezelf gestart in 2017 en had als doel: de diepere oorzaak van een bipolaire stoornis bij mij te achterhalen en indien mogelijk te genezen. Dit is gelukt.

Opname

Tekst: Diane

Ik lig al weken op een matrasje in de woonkamer. Naast mij mijn mobiel, dat staat op trilstand. Tegen harde geluiden kan ik niet. Verder een glas water en een strip Clonazepam. Aan tafel ronkt de pc van mijn vriend die net even de deur uit is voor mijn nieuwe medicijnen. Ik heb geprobeerd wat vla te eten en Vifit te drinken, maar verder dan een paar slokjes kom ik niet. Gelukkig is het vloeibaar. Vast voedsel verdraag ik al weken niet. Krijg het gewoon niet weggekauwd of het ontbreekt me aan trek, dat kan ook.

Vandaag krijg ik te horen wanneer ik word opgenomen, want de toestand is onhoudbaar. De depressie is zo persistent dat ik niet meer functioneer. Buiten dat kan mijn vriend niet meer alle dagen voor mij thuis werken. Hij wordt weer op zijn werk verwacht. Logisch. Om hem te ontzien en om op nieuwe medicatie te worden ingesteld, is een opname onvermijdelijk.

In dit hoekje waar ik lig, ken ik alle details uit mijn hoofd. De kindertekeningen van mijn jongste zoon, het IKEA-label aan het kussen, de nerven in de stoelpoten, de stofnesten in de hoeken van het plafond. Als ik naar buiten staar, zie ik een grijze soeplucht, kale zwiepende bomen, een weggewaaid tafelkleed. Het is februari en alhoewel de lente niet lang meer op zich zal laten wachten, bevind ik me in de donkerste periode van mijn leven. Leven. Dit is geen leven. Dit is langzaam wegkwijnen. De grijparmen van de depressie hebben me omstrengeld en er is niets wat ik kan doen om de pijn te verlichten. Soms val ik even in slaap en zie dan mijn leven aan mijn voorbij trekken. Zeer gedetailleerd als in een doodsstrijd. Als ik dan weer wakker word, leef ik nog. Fysiek dan.

window-view

Mijn vriend komt thuis met de pillen. Ik mag ze nog niet nemen, de oude zijn nog niet afgebouwd. In het ziekenhuis zal ik ermee beginnen.

Mijn mobiel zoemt plotseling. Het is Marry van de opnameafdeling. Ze vertelt me dat ik vandaag nog kan komen. Om twaalf uur moet ik me melden. Ik ben opgelucht en tegelijk zie ik er vreselijk tegenop. Er zijn al zovelen opnamen geweest, zoveel medicijnwisselingen. Ik kan de kamertjes dromen: een ziekenhuisbed, een kast, een bureau en een badkamer.

Mijn vriend is zichtbaar opgelucht dat ik vandaag word opgenomen. Ook hij is aan het einde van zijn Latijn. Zijn trukendoos is leeg. Hij moet bijtanken en zijn rust hebben.

We hebben nog twee uur voordat ik de ziekenhuishal zal inlopen. Nou ja lopen, meer strompelen. Twee maanden zonder eten hebben me verzwakt. Ik ben een schim van mezelf geworden. Met mijn laatste krachten probeer ik, ondersteund door mijn vriend, op te staan. Ik ben zo duizelig dat ik door mijn hoeven zak. Als ik toch enigszins op mijn benen sta, loop ik naar de keuken, open het raam en steek een sigaret op. Ik ben opgelucht dat ik dit huis verlaat. Alles eraan ademt depressie uit. De kleuren zijn verdwenen. De geur is muf. Het huis is mij vijandig gezind.

De koffers staan al weken klaar. Mijn vriend sjouwt ze alvast naar de auto. Nu eerst douchen. Tijdens mijn depressie zie ik daar het meeste tegenop: uitkleden, kraan aan, proberen te blijven staan, huilen, inzepen, afspoelen, huilen, huilen, huilen. Kraan uit, afdrogen, wankelen, aankleden. Maar wat moet ik aan doen? Waarom twijfel ik over alles? Waarom denk ik dat ik geen kleren meer heb, terwijl de kast uitpuilt? Maar het lukt uiteindelijk. De trap af. Ik houd me stevig vast aan de leuning. We zullen toch niet nu een dodelijke smak maken met een hopelijke genezing in het vizier.

Nog twee uur wachten. Mijn vriend tikt driftig op zijn toetsenbord. Buiten loopt een aantal scholieren luidruchtig door de straat. Bouwvakkers fluiten vrolijk, terwijl ze verderop de boel opknappen. Een grijze wolk verstopt de waterige zon. Ik ga weer op het groezelige matras liggen, neem een slokje water en draai me op mijn zij. Afleiding zoek ik in het luisteren naar de radio. Ze hebben het god weet waarover. Ik val in slaap.

Ruim twee uur later bevinden we ons in de ziekenhuishal. Wegrennen is geen optie. De komende weken is dit mijn honk. De intake is vertrouwd. Een vragenlijst. Hoort u stemmen? Bent u suïcidaal. Een reflexentest en een bloeddrukmeting. Mijn lichaam is ijskoud, rechtop zitten lukt maar half. Gelukkig heeft de arts-assistent warme handen en een warm hart.

Dan het gesprekje met mijn vaste SPV’er en de psychiater. Mijn vriend zit naast me. De redenen van mijn opname worden nog eens uit de doeken gedaan. De opname zal zo’n drie maanden duren. Ik moet aansterken, meedoen met het therapeutisch programma en dan… Dan eindelijk over een week met de Tracydal beginnen. Mocht die geen soelaas bieden, dan is ECT nog het enige alternatief.

Na een half uurtje is het gesprek voorbij. Mijn vriend verdwijnt naar zijn werk. Ik ga naar mijn kamer om mijn koffer uit te pakken. Ik heb een hoekkamer, dat scheelt. Deze zijn groter en hebben lange witte gordijnen tot op de grond. Het voelt neutraal en niet onprettig.

Een half uurtje later ben ik klaar. Ik ga op de rand van mijn bed zitten en voel de pijn weer terugstromen. Ik huil en ik huil en ik huil. Hoeveel tranen heb ik gehuild de afgelopen maanden? Ik sta op en besluit een sigaret te gaan roken. Eenmaal buiten, tussen de smerige volle asbakken, besef ik dat ik hier beter af ben dan thuis. Dan gaat de deur open en een lieve verpleegkundige vertelt mij dat we gaan lunchen. Lunchen! Ik krijg geen hap naar binnen. Maar ik neem plaats, doe het voorstelrondje en eet een bakje yoghurt. De kop is eraf.


Ik ben geboren in 1967 in Amsterdam en in 1994 verhuisd naar Haarlem. Ik heb twee kinderen, eentje van 21 en één van 17. Al acht jaar gelukkig met mijn vriend met wie ik niet samenwoon. Mijn vader is manisch depressief en ik ben dus gediagnosticeerd met dezelfde stoornis in 2008. De bipolaire stoornis type 2.

De ziekte heeft me vaak te pakken gehad, er zijn vele opnames geweest en een aantal elektroshocks maar ik ben nu al een aantal maanden stabiel op de MAO-remmer Tracydal. Dit slikken betekent een streng dieet maar dat heb ik er uiteraard voor over. Helaas ben ik niet werkende meer. Van huis uit ben ik redacteur maar ontvang mijn geld via de WIA en heb een aantal kleine vrijwilligersbaantjes. Bipolair zijn betekent een wankel evenwicht bewaren, stress en prikkels vermijden én acceptatie.

Happen naar de dood

Tekst en foto’s: René Booms

Ik bevind me in water en zink als een baksteen naar beneden. Een besef van ongekend tekortkomen. Ik probeer weer naar boven te komen, maar ik heb te weinig zuurstof om weer met mijn hoofd boven het water uit te komen. Dat is het dus. Voor mij geen frisse lucht meer. In plaats daarvan hap ik naar de dood. Een laatste poging, gepaard gaande met zeer drukke overlevingsreflexen, overslaand in paniek.

air-bubbles-230014_640

Ik red het niet. Mijn adem stokt. HELP! HELP! Alsjeblieft. Ik kan de woorden alleen maar voelen; door de druk van het water op mijn mond kan ik ze niet uitschreeuwen. Niemand die me ziet. Het ergste is dat ik maar niet wakker word uit die kou en donkerte. Diep in het water. Ik huil, waarna het gevoel van de droom zich weer herhaalt.

Deze eeuwigheid duurt pas negentig seconden. Ik ben me te pletter geschrokken, maar voel opluchting: ik ben weer wakker geschoten. Uit het water bevrijd lig ik zwetend in mijn bed, naast mijn partner José. Met een gevoel van ‘weet ik veel’. Een gevoel van toegeven. Ik wandel gestaag richting een hypomane fase, de opmaat naar een psychose.

Faalangst achtervolgt mij de eerste 25 jaar van mijn leven. Het geeft mij een intens, sluipend en misselijkmakend gevoel. Het heeft mij in lastige situaties regelmatig verlamd, vooral op momenten als een schoolexamen. Op alle rapporten scoor ik bovengemiddelde cijfers, maar tijdens zo’n examen krijg ik door een ongezonde manier van ademhalen een soort van black-out.

Tegen het mbo-examenjaar wordt zichtbaar dat het niet goed gaat met mij. Na drie jaar hoge cijfers te hebben gehaald, scoor ik steeds lagere cijfers in de aanloop naar de tentamens en het eindexamen. Het lukt me niet om de leerstof erin te stampen. De leerstof boeit me gewoonweg niet. Op school zeggen ze dat ik last heb van faalangst. Ik herken mij niet in deze omschrijving.

Diep vanbinnen voel ik intense boosheid naar het hele schoolsysteem. Ik ben niet dom; eigenlijk verveel ik me rot, en het lijkt erop dat ik daardoor ook minder presteer. Dit gevoel betitelen als faalangst voelt als een klap in mijn gezicht. Ik kan mezelf onvoldoende motiveren en op school weten ze daar geen raad mee. Bovenstaande situatieschets laat precies zien wat ik steeds meer ga doen: onderzoeken en analyseren. Twijfelen en vervelen. Falen, angstig zijn en me vooral diep somber voelen. Ik praat met niemand over mijn gevoelens. Het is gemakkelijker voor me om te spelen dat ik opgewekt ben en een opgeruimd karakter heb. Mensen ervaren mij als spontaan, gezellig en rustig. Wat een kwelling. Toch krijg ik niet het gevoel dat ik wat aan mijn houding kan veranderen. Ik huil en niemand die het ziet. Ik haal met een herexamen mijn diploma en ga door naar het middelbaar beroepsonderwijs, het Ondernemerscollege.

Ook hier weer een vliegende start. En ook hier weer die snel opkomende verveling. Opnieuw de zogenaamde faalangst die om de hoek komt kijken. In het examenjaar kom ik weer in de problemen. Ik ga me steeds verder terugtrekken op mijn slaapkamer, draai muziek als troost en kom in aanraking met klassieke muziek. Er gaat een nieuwe wereld voor me open. Met mijn spaargeld ga ik op jacht naar de mooiste adagio’s. Ik val als een blok voor die van Mahlers vijfde, die hij speciaal voor zijn vrouw heeft gecomponeerd, uit liefde voor haar. Ik ben zó onder de indruk: heel anders dan alle popmuziek waar ik ook nog steeds naar luister. Het verfijnde van muziek luisteren zit hem voor mij in het openstaan voor beide muziekvormen.

Toch gaat het in dat mbo-examenjaar steeds slechter met mij. Ik voel me zo onzeker en steeds depressiever worden. Alles ontglipt me. Ik kan er met niemand echt diepzinnig over praten. Maar mijn zwaarte heeft voor mijn gevoel niets te maken met mentaliteit. Het depressieve voelt lichamelijk.

Op een gegeven moment wordt er bij mij thuis op de voordeurbel gedrukt. Een schoolvriend en -vriendin staan voor de deur en ze vragen mij hoe het gaat. Uit schaamte durf ik ze niet eens even binnen te laten. Voor het eerst vertel ik ze wel dat het helemaal niet goed gaat met me. Ze kunnen bijna niet geloven dat ik dat zeg. ‘Hoe kan dat nou? Je bent altijd zo opgewekt.’ ‘Ja, ik weet het, maar dat is alleen maar ter bescherming van m’n ware gevoelens.’ Ik durf er niet over te praten, bang dat mijn wereld in elkaar stort. ‘Heb je het er met je ouders over?’ Mijn ouders zijn schatten van mensen, maar ze vinden het ook lastig om met mijn somberheid om te gaan. Mijn vrienden gaan geraakt weer weg, en als de deur eenmaal dicht is, begin ik op mijn kamer onbedaarlijk te huilen.

Het lukt me ook na een herexamen niet om mijn diploma te halen. Gelukkig krijg ik uiteindelijk wel deelcertificaten voor de meeste vakken die ik gehaald heb.

Dit betekent dat ik toch gewoon door kan leren. Wel weer heel bijzonder is dat ik vervolgens mijn theorie-examen voor m’n rijbewijs op mijn achttiende in één keer haal en na achttien lessen ook mijn rijbewijs in één keer haal. Autorijden boeit me mateloos.


 

Rene Haarlem klein 4

Mijn naam is René Booms van de Heuvel van de blogsite: https://www.renebooms.nl

Ik ben geboren in 1965 in Heemstede en noem mijzelf een ‘mood swing expert’. Dan doel ik op mijn levenservaringen die ik heb opgedaan in mijn bipolaire leven. In 2011 is de diagnose bipolaire stoornis vastgesteld. Wat een verademing. Het herstel, het weten, de zouttabletten (lithium) en mijn liefdesleven met mijn prachtige vrouw José weer terug.

Als geluksvogel is het diepe contact met mijn drie kinderen er ook weer. Mijn vriendschappen hebben zich geselecteerd en verdiept.

Toch is het zeker niet allemaal rozengeur en maneschijn. Verschillende malen ben ik toch weer in een hypomane fase gedoken. Deze zomer van 2019 is de 1ewaarbij ik tot nu toe helemaal vrij ben van de last van mijn bipolaire stoornis. Dat vraagt van mij enorme dag-discipline, vertrouwen in mijn levens- ritme en focus op de mooie dingen in ons leven.

Soms kan ik me voor een moment intens éénzaam voelen. Ik huil dan in stilte en baal van de intensiteit van de stoornis, moet uiteindelijk glimlachen en voel me hemeltje rijk met alles en iedereen die zich om mij heen begeeft.

Gezond eten voor stabiliteit

Tekst en foto’s: Ruby van der Kuil

Gezond leven, gezond eten, het draagt allemaal bij aan een stabiel leven. Toch is het lastig om het altijd maar perfect te doen. Daarom deel ik vandaag mijn eetschema om mijzelf gezond en fit te houden. Alvast een tip: zelf drink ik alleen maar groene thee en water. Dat scheelt een hoop! En als ik eens aan de frisdrank ga: dan maar zero!

gezond eten

Let op! Dit is mijn eetschema. Ik heb deze keuzes afgewogen na het bespreken met een professionele diëtist. Wil je zelf een eetschema maken? Doe dat dan door een diëtist te informeren of in ieder geval te kijken of deze keuzes aansluiten bij jouw leven en benodigdheden.

Eten in de ochtend

Ik houd zelf zes eetmomenten aan. Zo hoef ik per eetmoment niet zo veel te eten en verdeel ik alles zorgvuldig om mijn hongergevoel te minderen. Ik begin daarom met een ontbijtje dat bestaat uit magere yoghurt of kwark met muesli. Vaak heet muesli alleen een hoop suiker. Stel daarom zelf muesli samen met als variatie wat bessen of fruit.

Als tussendoortje neem ik altijd graag een appeltje. Als variatie neem ik soms een Breaker, een zuivelproduct met extra proteïne. Dit neem ik niet te vaak, omdat het toch veel suiker bevat, maar is lekker om soms mee te variëren dus.

Eten in de middag

Als middageten neem ik vaak een tosti. Een tosti?! Maar dat is toch vet? Nee hoor, als je het maar zonder sauzen eet. Het is gewoon een broodje met kaas (en in mijn geval met kip) maar dan warm. Wel verstandig is dan om bruin brood of volkorenbrood te gebruiken in plaats van wit brood. Maar voor een keertje is wit natuurlijk geen schande.

Als tussendoortje word dan vaak een handje noten aanbevolen of een gezond koekje. Zelf hou ik niet van noten en niet van dat soort koekjes (ik ben een echte zoetekauw) dus houd ik het bij een handje pinda’s. Een handje is niet veel, maar pinda’s bevatten veel olie en vetten. Dus eet niet te veel! (En voor de mensen die nu heel hard na zitten te denken, pinda’s zijn eigenlijk peulvruchten).

Eten in de avond

Belangrijk is dat je zelf kookt. Zo weet je precies hoeveel zout, suiker en andere dingen er in het eten belanden. Zelf kook ik graag pasta. Veel winkels hebben bijvoorbeeld volkoren pasta en dat soort kleine aanpassingen doen niet zo veel met de smaak, maar wel met de gezondheidspuntjes. Een Hollands dagje? Zelf eet ik dan twee (forse) aardappels en twee opscheplepels met groente. Met vlees kun je het beste rund of kip aanhouden en een goede variatie is vis. Varken is wat vetter, maar is natuurlijk niet verboden en ook hier geld: voor een keertje is het echt geen zonde hoor.

Voor mijn pillen uit eet ik nog een broodje of wat muesli. Niet de meest gezonde manier om de dag te sluiten, maar ik heb geen zin om misselijk te worden van mijn pillen.

En zo kom ik op zes eetmomenten. Ik ben wel benieuwd: hoe doen jullie dat? Zijn er vuistregels die jullie aanhouden of vertrouwen jullie ook op een expert? Laat het weten!


Hoi, ik benLogo

21 jaar en studeer aan de hogeschool van Amsterdam in de richting Media en Communicatie. Ik schrijf, ik blog en ik heb een bipolaire stoornis, type 2.
Sinds ik mijn diagnose heb gekregen, zet ik mij in voor openheid en begrip.

Ruby1

 

 

Het gevoel dat ik weer leef (deel 2)

Tekst en foto’s: Fransisca Furda

Hoe is het verder met mij gegaan na mijn besluit geen pillen meer te nemen in mijn leven?

Vanaf 2013 heb ik alle pillen laten staan en aangegeven om nooit meer pillen te slikken. Vanaf het moment dat ik mijn pillen heb laten staan, kreeg ik vaak de vraag of ik die pillen die in de kast stonden eindelijk niet eens weg moest doen. Ik kan dan alleen maar antwoorden dat ik dat niet kon. Op de een of andere manier heb ik die pillen in die kast toch nodig en waarschijnlijk zal ik ze tot het eind van mijn leven bij mij houden. Dat ik ze achter de hand had, gaf mij rust.

FDAF534F-8D8B-460E-8527-A1701E9E3263

Een leven zonder pillen. Dit ging een lange tijd goed maar wel nog steeds met ups en downs. Het jaar 2016 was een heel moeilijk jaar. In datzelfde jaar ging het heel slecht met mijn oudste herder, Olex waardoor ik heel diep in een depressie terecht kwam. Er waren momenten dat ik mij een leven zonder mijn buddy Olex niet kon voorstellen. Ik heb hem nodig om naar buiten te gaan want ik voel mij alleen maar veilig als ik een grote hond naast mij heb lopen. Zonder hem zou ik niet verder kunnen leven. Vaak dacht ik er zelfs aan om voor hem uit deze wereld te gaan maar mag ik hem dit wel aan doen? Dit was een vraag die mij regelmatig bezig hield.

Mijn depressie werd steeds heftiger. Mijn behandelaar zei tegen mij dat hij mij niet goed kon inschatten op het moment maar hij wilde niets voor mij beslissen want dan moest hij mij pijn doen en dat wilde hij niet. Die middag, ik vergeet het nooit meer, vroeg mijn behandelaar toch of het niet verstandiger was om mij te laten opnemen. Wat had ik graag ‘ja’ geantwoord maar door mijn verleden kan ik zo ontzettend blokkeren op een vraag. Ik wist dat een opname voor mij een opluchting zou zijn maar ik kon dit die middag niet over mijn lippen verkrijgen. Door die blokkade kon ik geen ‘ja’ zeggen.

Naar mijn gevoel zou ik een strijd verliezen als ik ‘ja’ zou zeggen. Een strijd die er niet hoort te zijn tussen mij en mijn behandelaar maar deze man had in het begin van ons contact eens gedreigd dat hij volgens de wet verplicht is om in te grijpen als ik een gevaar voor mijzelf zou zijn. Door ‘ja’ te zeggen had ik het gevoel dat hij van mij zou winnen waardoor ik op dat moment niet de juiste beslissing kon nemen. Ik zou verliezen, iets wat in mijn verre verleden al zo vaak was gebeurd. Uiteindelijk stelde hij mij volgende vraag: “Wat als ik maandagmorgen op kantoor kom en er word gezegd dat jij bent overleden. Moeten wij als team dan zeggen dat je je rust hebt gevonden of moeten we accepteren dat we als team hebben gefaald?” Ik heb hier eerlijk op geantwoord en gezegd dat het laatste dan het geval zou zijn. Op dat moment wist hij genoeg.

Vanaf 1995 heb ik een ondertekende euthanasieverklaring. Deze verklaring is mij vaak tot grote steun geweest. Als er weer in een periode van diepe depressies zat, kon ik altijd op de verklaring terugvallen. En op de een of andere manier was dat heel belangrijk voor mij en gaf het mij een veilig gevoel op de momenten dat ik niet verder wou leven. Maar nu was mijn gedachte aan de dood als enige uitweg mijn grootste angst. Ik ben bang dat ik in een moment van paniek mijzelf iets zal aandoen, zonder echt dood te willen. Zoals mijn huisarts eens tegen mij zei ‘per ongeluk overleden’. Deze angst bleek veel heftiger te zijn. Die vrijdagmiddag dat ik eigenlijk heel hard ‘help mij’ had willen schreeuwen tegen mijn behandelaar deed ik dit niet. Het lukte mij niet om mijn trauma’s aan de kant te zetten en daardoor kon ik zijn hulp niet aannemen.

De dinsdag daarop had ik een gesprek met een vervangende psychiater van het team. Mijn beste vriendin was met mij mee. Dat was fijn en toen de psychiater mij de vraag stelde: “Hoe sta je tegenover een opname?”, heb ik onmiddellijk ‘ja’ gezegd. Ook stelde hij mij de vraag: “Waarom kun je nu wel ja zeggen en vrijdag niet?”. Ik legde hem uit dat ik met mijn eigen behandelaar een slecht verleden had en met hem niet.

De man ging een opname proberen te regelen en vroeg mij waar ik wilde wachten op het antwoord. Ik had gekozen voor de wachtkamer omdat ik bang was dat ik thuis mijzelf alsnog wat zou aandoen. In de wachtkamer was het een stuk rustiger, veiliger. Om 16.00 uur kwam het verlossende antwoord. Ik kon de volgende morgen opgenomen worden op de afdeling Stemmingsstoornissen. Op de gesloten afdeling. Omdat ik het een en ander moest regelen zoals Olex onderbrengen, tassen inpakken etc., durfde ik thuis de nacht wel in te gaan. Ik was rustiger omdat ik de volgende medicatie had genomen: Quetiapine en Fluoxetine.

Mijn angst om ooit weer op een gesloten afdeling opgenomen te worden was zo groot en heftig maar nu kon ik het wel accepteren. Er was nog wel een beetje angst over. “Als het er maar veilig is en ik hulp van mensen om mij heen kan krijgen. Ik wist dat het goed was om niet meer alleen thuis te zijn met Olex. Ik wou niet meer dood.

820FB54E-B356-418F-ABD1-039A9715DE98

Tijdens het intakegesprek werd er aangegeven dat er wel van mij verwacht werd dat ik tweemaal per dag mee ging wandelen. Ik moest ook naar de therapieën gaan. Er werd mij gezegd dat je daar veel leuke dingen kon doen zoals schilderen. Ik keek ze aan alsof ze niet goed bij hun hoofd waren. “Je dacht toch niet dat ik ging zitten schilderen?”. En moet je mij nu eens zien.

De psychiater die ook bij de intake zat, schreef ook meteen iets voor het slapen voor. Volgens hem kon hij mij de garantie geven dat ik op dat middel, Zopiclon, zeker zou slapen. En zou mij dat na een uur nog niet lukken dan kon ik naar de verpleegpost gaan om nog een extra pil te nemen.

De gesprekken met de psychologen waren heel bijzonder. Ze vonden het dan ook helemaal niet vreemd, dat ik zo diep terecht was gekomen. Een psycholoog die opeens opgestapte, mijn behandelaar die in de periode dat ik opgenomen was, stopte met werken en ik, die niet wist wie er voor in de plaats kwam. Deze onzekerheid deed mij geen goed.

Het waren twee bijzondere weken op de gesloten afdeling. Wat gaf mij het een opluchting dat ik gewoon over mijn trauma’s binnen de psychiatrie kon praten en dat alles wat ik in het verleden op de gesloten afdeling heb meegemaakt nooit had mogen gebeuren. Ze gaven mij gelijk. Maar ja, het was zo dat de behandelaars vroeger dachten dat het goed was om mensen plat te spuiten en te isoleren.

Ik gaf in mijn vorige blog aan dat ik na het stoppen met de medicijnen het gevoel had dat ik weer leef. Helaas is het leven zonder pillen mij niet gelukt. Maar ik kan gelukkig wel zeggen dat, ondanks dat ik nu drie soorten medicijnen slik, ik nog steeds het gevoel heb dat ik leef. Het zijn wel andere pillen dan ik voorheen innam. De angst om terug te vallen en weer dicht te slaan, is niet meer nodig. Tot nu toe heb ik geen terugval gehad. Ik lig geen nacht meer wakker. Wat was het moeilijk om van mijn standpunt af te stappen. Wat was het een strijd maar het is mij gelukt. Ook met pillen kan je gewoon in het leven blijven staan. Naast mijn buddy Olex is ondertussen een opvolger bij ons in huis gekomen die luistert naar de naam Cassey. Olex is aan zijn pensioen toe en Cassey kan met frisse moed aan de taak beginnen om mij te begeleiden op straat. Ze zal nog veel moeten leren maar het gaat haar lukken.

IMG_2444

En het schilderen…..deze uitlaatklep heb ik echt ontdekt tijdens mijn opname en ik ben er thuis mee verder gegaan. Met schilderen kan ik mij heerlijk uitleven en mijn schilderijen geven heel duidelijk mijn stemmingen weer. Wat ik in mijn hoofd voel, kan ik heel goed in beeld brengen op papier. Vanaf half december tot aan half februari heb ik zelf een expositie hier in het dorp. Wie had dit ooit kunnen bedenken. Ik in ieder geval niet.

Dit is mijn verhaal waarin dus heel duidelijk blijkt dat het toch ook goed kan zijn om van een vast standpunt af te durven stappen. En toch het gevoel te blijven houden dat je leeft!


IMG_6612

Mijn naam is Fransisca Furda (61 jaar). Ik ben alleenstaande en heb een zoon en twee kleinkinderen. Op dit moment heb ik drie honden, waarvan er twee mijn buddy’s zijn. Het zijn twee Duitse herders: Olex van bijna 12 jaar en Cassey van ruim 1 1/2 jaar.

Grenzeloos geluk

Tekst: Luc Vercauteren

Ruim twee jaar geleden ben ik teruggekomen van m’n fietstocht naar Teheran. Het zijn twee bijzondere jaren geweest. Misschien wel de meest waardevolle jaren in m’n leven. Mijn vader kreeg ALS, droeg zijn ziekte met waardigheid en is inmiddels overleden.

Los van de medicatie die ik krijg heb ik zelf ook een ontwikkeling door gemaakt. Een ontwikkeling als mens, ondanks en dankzij de diagnose. De wens hypomaan te zijn, is er eigenlijk niet meer, ik ken m’n grenzen, ik weet steeds beter wie ik ben en waar ik voor sta, en ik zal ook altijd blijven twijfelen daarover. Ik zal nooit een ‘in-balans’ persoon worden. Dat past niet bij me, dat heeft niks met mijn bipolariteit te maken, zo zit ik gewoon in elkaar. Ik ben een gevoelsmens en daar horen schommelingen bij. En dan kan ik de ene dag A zeggen en drie dagen later B doen én begrip opbrengen voor beide.
Ik hecht waarde aan m’n autonomie. Ik doe wat ík denk dat goed voor me is. Ja, dat heb ik geleerd. Dat heb ik moeten leren en dat was grotendeels een onbewust proces. Hoe mijn vader in het leven stond en mijn broer Marc in het leven staat heeft me daarbij geholpen. Ik ben de belangrijkste persoon in mijn leven.

grenzeloosgeluk

En ja, ik heb nog steeds angsten, onzekerheden en twijfels. Maar die mogen er zijn en ik laat ze ook graag zien. Ook dat hoort bij me, ik ben nou eenmaal een deler. En het tegenstrijdige daarin is dat juist die onzekerheden en twijfels me sterker en evenwichtiger maken. Ik kom dichter bij mezelf. Mijn zogenaamde kwetsbaarheid is m’n kracht. Het klopt. Ik heb het zo vaak gehoord de afgelopen jaren, maar nu geloof ik het ook. Ik ervaar het ook zo, het is zo.

Ik schaam me er steeds minder voor. En ook schaamte mag, ook dat hoort bij me. Net zoals alle gevoelens mogen. Ook gevoelens die wij als maatschappij graag als negatief bestempelen. Gevoelens als jaloezie, haat, angst, boosheid, wraak, al die gevoelens mogen. Je moet er niet tegen vechten, je moet gevoelens niet veroordelen. Je moet ze er laten zijn en accepteren dat het even zo is.

Ik ben bipolair, dat is onderdeel van wie ik ben. En het heeft me zoveel gebracht en zoveel moois laten zien, dat ik nu kan zeggen en ook graag wíl zeggen: ik heb geluk.


Luc

Luc Vercauteren heeft een boek geschreven over z’n fietsreis vanuit Nederland naar Iran, het boek ‘Grenzeloos geluk’. Luc heeft een bipolaire aandoening. Grenzeloos geluk is behalve een mooie reisbeschrijving ook het verslag van een innerlijke tocht, die leidt van schaamte en ontkenning, via besef, naar acceptatie en geluk.

Recensie van hoogleraar Jim van Os:
‘Doortastend en psychologisch fijnmazig geschreven’

Het boek is vanaf 15 december te bestellen op de website van uitgeverij Tobi Vroegh: http://www.tobivroegh.nl en vanaf 23 december op http://www.bol.com.

Bipolariteit: wat zegt de omgeving

Tekst en tekeningen: Klaartje Coupé

Ik ben een bofkont! Ik ben gezegend met een fantastische familie en vriendengroep. Van de lieverds die zich in mijn dichtste omgeving bevinden, heeft niemand mij als persoon afgeschreven omwille van mijn psychiatrische problematiek en de rare kronkels die mijn levensweg soms neemt sinds ik ziek ben geworden. Ik besef ten volle hoe hard ik me in de handen mag wrijven met alle liefde, vriendschap en begrip die mij te beurt vallen.

Toch is er een kleine groep mensen die wel eens ongemakkelijk reageert op situaties die te maken hebben met mijn gezondheidsproblemen. Gelukkig heeft die onwennigheid meestal geen betrekking op de contacten met mezelf. Eerder het contact met lotgenoten/andere patiënten blijkt soms confronterend te zijn voor mijn omgeving. Zo kreeg ik al verschillende keren te horen dat ik altijd welkom ben bij mensen thuis, maar dat een ziekenhuisbezoek te moeilijk voor hen zou liggen. Lieve bedoelingen, maar toch elke keer een tikkeltje pijnlijk. Ikzelf verblijf immers ook in datzelfde ziekenhuis en verschil in dat opzicht niet van de andere patiënten.

 In het ziekenhuis
De uitspraak ‘ik ben niet zo ziekenhuisachtig’ vind ik stiekem een beetje grappig. Ik stel me dan automatisch de vraag of er personages bestaan die zichzelf als ‘bijzonder ziekenhuisachtig’ omschrijven. Bovendien heb ik een vaag vermoeden dat met de algemene term ‘ziekenhuisachtig’ geregeld meer specifiek  ‘psychiatrisch ziekenhuisachtig’ wordt bedoeld.

Ik vrees een beetje dat de ‘niet-ziekenhuisachtigen’, ondanks alle sensibiliseringspogingen vanuit de sector, nog steeds schrik hebben om bij een bezoek aan een psychiatrisch centrum in een soort freakshow te verzeilen. Om eerlijk te zijn: bij mijn eerste opname negen jaar geleden stelde ook ik me behoorlijk akelige taferelen voor bij de medepatiënten waartussen ik me zou gaan begeven.

Vreselijke doembeelden jaagden me de stuipen op het lijf…
Dus wie ben ik om ook maar iemand iets kwalijk te nemen?

1 freaks

Niemand kan beweren dat een opname in een psychiatrisch ziekenhuis een plezierreis is. Het leven in een groep is niet altijd evident. Per slot van rekening komt elke nieuwkomer terecht in een groep medepatiënten voor wie hij of zij niet gekozen heeft. Op de afdeling van een psychiatrisch centrum bevindt sowieso niemand zich in een  topperiode. En inderdaad: hier en daar vind je een medepatiënt die zich even in een andere wereld bevindt.

“Het spookhuis waarvoor ik gevreesd had, bleek echter helemaal geen griezelhol te zijn.”

Het was een opluchting dat de meeste medepatiënten mij geen vragen stelden over mijn doen en laten. Er de hele dag roodbehuild bij lopen, in mezelf lopen te praten, asociaal in een hoekje voor me uit zitten te staren… Iedereen nam het voor lief. Wat een contrast met de ‘buitenwereld’, waarin elke gedraging die wat afwijkt van het ‘normale’ opvalt en aan een oordeel onderworpen wordt.

Toen ik me wat beter begon te voelen en sociaal contact opnieuw tot mijn mogelijkheden/ interesses begon te behoren, was er altijd wel iemand om een praatje mee te slaan. Ik stond versteld van de verrassende openheid onder de medepatiënten, of beter gezegd  mijn lotgenoten.

Zonder te verpinken kon ik dingen vertellen waarvoor ik me in mijn dagelijks leven te pletter zou schamen, waardoor mijn omgeving plaatsvervangend gegeneerd zou zijn of niet zou weten hoe te reageren. Het is moeilijk om te beschrijven hoe bevrijdend die vrijheid van spreken aanvoelde.

De buitenwereld
Op een gegeven moment was de tijd rijp om het psychiatrisch centrum te verlaten. Met bibberende knieën begaf ik me weer in de grote boze buitenwereld. Ik besefte wel dat ik maandenlang had vertoefd in een bubbel van begrip van mijn dichtste familieleden en vrienden, hulpverleners en medepatiënten.

Plotseling kreeg ik af te rekenen met reacties van mensen die ik nauwelijks kende, laat staan dat ik hun afwezigheid in de maanden ervoor als een nadeel had ervaren. Bijna was ik vergeten dat  zuivere dwaasheid en onversneden vooroordelen daadwerkelijk bestaan. Een enkele keer werd me een ronduit bikkelharde uitspraak in het gezicht gegooid door een  persoon die mij amper kende, laat staan mijn situatie.

2 azo vet

niet werken

In feite had dit gebrek aan respect mijn koude kleren niet mogen raken. De personages die zich eraan schuldig maakten, waren mijn frustratie en tranen natuurlijk niet waard. ‘Wie niets beter te melden heeft dan dit soort beledigingen heeft een mentale gezondheid die er erger aan toe is dan de mijne’, prentte ik mezelf in. Dat vond ik best wel een geslaagde theorie van mezelf.

Maar in werkelijkheid was ik bijzonder kwetsbaar op dat moment en ging elke opmerking als een dolk door mijn hart. Gelukkig waren er mijn lieverds, die wisten (en weten) hoe veel pijn het doet om je job niet langer te kunnen uitoefenen, dat medicijnen noodzakelijk zijn en de bijwerkingen ervan miserabel.  Boven alles wisten/weten ze dat elke dag een strijd was/ is om het hoofd boven water te houden. Zonder hen was ik eenvoudigweg nooit door doorheen de voorbije negen jaren gesparteld . Helden waren ze en dat zijn ze nog steeds.

Lachen, gieren, brullen
Humor is één van de beste pijnstillers en daar zijn wij, de patiënten, bijzonder bedreven in. Een situatie die op het moment zelf om te janken was of een moment waarop je je in de diepst denkbare put bevond, kan achteraf een giller worden. Zeker als je er een schepje drama bovenop doet, kan het lolligheidspeil (volgens ons toch) ongekende hoogten bereiken.

Toegegeven: sommige verhalen over psychotische of manische episoden zijn meer dan hilarisch, zeker om te delen met lotgenoten die zich in gelijkaardige miserabele situaties bevonden. Anekdotes waarin het hoofdpersonage zich – bij voorkeur publiekelijk – schandelijk misdroeg, kunnen meestal op veel succes rekenen. Als er in het avontuur als toemaatje politie of andere instanties te pas kwamen, vallen de belevenissen nog meer in de smaak.

Het is belangrijk niet uit het oog te verliezen dat dergelijke humor bij de gezonde medemens niet het zelfde effect heeft. Immers: hoe hard mensen hun best ook doen, helemaal begrijpen hoe het er in mijn/ons  hoofd en leven aan toegaat is een onmogelijke opdracht. Doordat psychiatrische aandoeningen in de samenleving niet meteen een voor de hand liggend gespreksonderwerp zijn, is het niet realistisch te verwachten dat iedereen de soms bizarre psychiatriehumor kan smaken.

Het is een beetje opletten voor welke mop we op welke medemens afvoeren.

haahahahahha

 Raar maar waar…
Als je een jaar uit het openbare leven verdwijnt en niemand op de hoogte is van een specifieke ziekte of familiale situatie die je uit de running haalde, weet iedereen snel genoeg wat er aan de hand is.

Vreemd genoeg zorgde de onduidelijke oorzaak van mijn afwezigheid ervoor dat uit alle holen en kieren bekenden opdoken met wie ik voorheen nauwelijks een woord gewisseld had. Half fluisterend en op een discrete plaats in de wandelgangen knoopten zij een gesprek met mij aan. Uit die conversaties bleek dat psychische problemen géén marginaal verschijnsel zijn. Ik had nooit verwacht dat zo veel mensen er rechtstreeks of onrechtstreeks mee te kampen krijgen.

alcoholverslaving

depressie vroeger
psycholoog

dochter angsten

Uiteraard had ik er geen enkele moeite mee om een luisterend oor te bieden aan de mensen die me in vertrouwen namen. Na maandenlang hulp te ontvangen deed het me ook wel goed om een keertje iets te betekenen voor anderen.

Dat neemt niet weg dat het jammer, en eigenlijk zelfs pijnlijk is dat mensen hun verdriet en zorgen klaarblijkelijk niet durven of kunnen delen met hun dichtere leefomgeving. Zeker als je weet dat zo veel mensen heimelijk met psychische problemen in aanraking komen, vind ik het absurd dat niemand er openlijk over praat.

Moraal van het verhaal?
Leven met  psychiatrische gezondheidsproblemen is in de meeste gevallen een lijdensweg. De uitdrukking ‘gedeelde smart is halve smart’ wordt voor zover ik het weet door niemand betwist. Jammer genoeg zijn er nog veel taboes die het delen van onze smart in de weg staan.

Waarom moeten mensen met een psychiatrische aandoening zo voorzichtig zijn om iets over hun ziekte te zeggen? Wat is er schandaliger aan problemen in de hersenen dan aan problemen in pakweg de ruggengraat? Waarom wordt er over iemand  die in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft voornamelijk met gedempte stem gepraat, of vinden familieleden zelfs soms een andere aandoening uit? Waarom staat het slechter op je CV een jaar niet gewerkt te hebben omwille van een depressie dan omwille van een chemobehandeling?

Misschien moeten wij zelf – hoe moeilijk ook én op momenten dat we ons sterker voelen – onze moed meer bij elkaar rapen om iets opener te durven zijn. De begripvolle reacties wegen vast op tegen de ongepaste kritiek en naarmate de tijd vordert zal de onwennigheid vermoedelijk ook slinken. Doe je mee?


Klaartje Coupé (1981) had als kind al een eigen kijk op de wereld. Indrukken en sociale interacties zijn voor haar heel gevoelsgeladen. Soms is dat verrijkend, maar het kan ook knap lastig zijn voor haar en haar omgeving. Op haar 28ste werd ze voor het eerst opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Na 12 jaar werken met senioren als maatschappelijk assistent heeft ze de moeilijke keuze gemaakt om haar loopbaan stop te zetten. Haar stressgevoeligheid en concentratieproblemen zorgden voor een te hoge werkdruk. Ze wordt momenteel behandeld voor stemmingswisselingen en angstproblemen.

klaartje

Ondanks alle moeilijkheden bekijkt Klaartje haar situatie het liefst met milde humor. Humor verzacht, daarom tekent ze graag cartoons over leven met een psychische kwetsbaarheid. In tegenstelling tot veel leeftijdgenoten heeft ze geen bucketlist gericht op spectaculaire ervaringen. Haar droom is om een gelukkig, gezond en vooral liefdevol leven te leiden.

Met een grote dankjewel aan mijn grote zus Griet
voor het meepuzzelen aan de woorden en de zinnen.

Opgedragen aan mijn liefste lief Geertje, die altijd weet waarover ik het heb.

Medicijntrouw

Tekst: Liesbeth

Nooit had ik gedacht dat ik zelf ook een bipolaire stoornis zou krijgen. Als dochter van een moeder met deze stoornis was ik in de veronderstelling dat ik meer op mijn vader leek. Mijn moeder was zoveel extraverter, meer op de voorgrond dan ik. Ik vergeleek me nooit zo erg met haar, ze was zo anders…

En toen dan toch. Op mijn 35steraakte ik ontregeld en fors ook. Depressie, verdiepte depressie, psychose, depressie, manie, manische psychose. Ik kon er niet meer omheen. De diagnose bipolaire stoornis werd gesteld.

Ik heb veel bewondering gekregen voor de manier waarop mijn moeder zich door haar leven heeft geslagen (1941-2007) met deze ziekte. Voor haar geen therapie, geen psycho-educatie, geen internet om informatie op te zoeken, geen VMDB, geen lotgenotencontact. Geen eens een handboek, een SPV’er. Het was er allemaal nog niet. Of ze wist er niet van.

En daarbij een eeuwig geklungel met pillen. Voelde ze zich goed dan stopte ze met alles. Werd ze depressief dan duurde het weken voor de medicatie een beetje aansloeg. Een episode eindigde bij haar steevast met een hypomanische fase, voor mij als dochter ook niet erg prettig omdat ze dan erg druk en overheersend was. Lithium heeft ze ook een poosje geprobeerd. Ze vond het geweldig spul maar helaas kreeg ze er ernstige psoriasisklachten van en is ze er mee gestopt.

medications-257346_640

Ik vond het echt verschrikkelijk dat ik ook last kreeg van deze stemmingsstoornis maar ik dacht wel: laat ik nu leren van wat bij mijn moeder zo moeizaam ging. Ik sprak met mezelf af de medicijnen trouw te slikken. Mijn psychiater had verteld dat dat erg belangrijk is. En ook las ik dat het met lithium een kunst is goed ingesteld te raken. En wat is dan mooier om dat ook te blijven?

Lithium slikken vind ik aan de ene kant niet zo moeilijk omdat ik de heilzame werking ervan ervaar. Sinds ik lithium slik gaat het behoorlijk goed met mijn stabiliteit. Het gaat beter met  me dan tijdens de Depakine die ik acht jaar gebruikte.

Aan de andere kant vind ik lithium wel een moeilijk medicijn. Ik vind de tabletten erg lastig te slikken, de smaak is vies. Het kost me ’s avonds tien minuten tijd om ze in te nemen. Dat doe ik nu met melk of yoghurt.

Ook heb ik er een heel droge huid van gekregen en met name heb ik klachten in mijn mond. Mijn mond is erg droog en ik heb veel pijn op mijn tong, in mijn wangen soms.

“Maar goed, ik ben zo dankbaar voor mijn stabiliteit dat ik dapper doorslik.”

Geschrokken ben ik wel toen een lotgenote uit onze lotgenotengroep toch is overleden aan nierproblemen die ontstonden door de lithium.

Nog vaak denk ik aan mijn moeder die altijd al haar medicijnen in de prullenbak gooide als ze zich weer goed voelde. Ze dacht dat haar ziekte voor altijd verdwenen was. Het was haar droom, die elke keer voor haar weer zo waar leek. Het is over, dit nooit meer!

Mijn moeder heeft door de onderbehandeling echt wel een moeilijk leven gehad. De bipolaire stoornis heeft haar behoorlijk in de weg gezeten. Gelukkig heeft ze ook mooie periodes gekend en genoten van het leven.

Maar ik prijs mezelf toch gelukkig dat ik in deze tijd leef waar ik goede en intensieve begeleiding krijg en ik grip heb op mijn medicijngebruik. Een goede spiegel draagt bij aan mijn levensgeluk.

Ik wil iedereen die overweegt te stoppen met de medicatie wel meegeven dat ik zelf gezien heb wat de gevolgen kunnen zijn. Telkens terugkerende episodes helaas. Een bipolaire stoornis is niet niks en ik maak graag gebruik van de ondersteuning van de medicijnen die beschikbaar zijn.

Ik denk nog vaak aan mijn moeder. Ik ben trots op haar, hoe zij het gedaan heeft en ik voel vaak haar nabijheid. Ze troost me, ze steunt me, ze is me zo lief.