Bipolariteit: wat zegt de omgeving

Tekst en tekeningen: Klaartje Coupé

Ik ben een bofkont! Ik ben gezegend met een fantastische familie en vriendengroep. Van de lieverds die zich in mijn dichtste omgeving bevinden, heeft niemand mij als persoon afgeschreven omwille van mijn psychiatrische problematiek en de rare kronkels die mijn levensweg soms neemt sinds ik ziek ben geworden. Ik besef ten volle hoe hard ik me in de handen mag wrijven met alle liefde, vriendschap en begrip die mij te beurt vallen.

Toch is er een kleine groep mensen die wel eens ongemakkelijk reageert op situaties die te maken hebben met mijn gezondheidsproblemen. Gelukkig heeft die onwennigheid meestal geen betrekking op de contacten met mezelf. Eerder het contact met lotgenoten/andere patiënten blijkt soms confronterend te zijn voor mijn omgeving. Zo kreeg ik al verschillende keren te horen dat ik altijd welkom ben bij mensen thuis, maar dat een ziekenhuisbezoek te moeilijk voor hen zou liggen. Lieve bedoelingen, maar toch elke keer een tikkeltje pijnlijk. Ikzelf verblijf immers ook in datzelfde ziekenhuis en verschil in dat opzicht niet van de andere patiënten.

 In het ziekenhuis
De uitspraak ‘ik ben niet zo ziekenhuisachtig’ vind ik stiekem een beetje grappig. Ik stel me dan automatisch de vraag of er personages bestaan die zichzelf als ‘bijzonder ziekenhuisachtig’ omschrijven. Bovendien heb ik een vaag vermoeden dat met de algemene term ‘ziekenhuisachtig’ geregeld meer specifiek  ‘psychiatrisch ziekenhuisachtig’ wordt bedoeld.

Ik vrees een beetje dat de ‘niet-ziekenhuisachtigen’, ondanks alle sensibiliseringspogingen vanuit de sector, nog steeds schrik hebben om bij een bezoek aan een psychiatrisch centrum in een soort freakshow te verzeilen. Om eerlijk te zijn: bij mijn eerste opname negen jaar geleden stelde ook ik me behoorlijk akelige taferelen voor bij de medepatiënten waartussen ik me zou gaan begeven.

Vreselijke doembeelden jaagden me de stuipen op het lijf…
Dus wie ben ik om ook maar iemand iets kwalijk te nemen?

1 freaks

Niemand kan beweren dat een opname in een psychiatrisch ziekenhuis een plezierreis is. Het leven in een groep is niet altijd evident. Per slot van rekening komt elke nieuwkomer terecht in een groep medepatiënten voor wie hij of zij niet gekozen heeft. Op de afdeling van een psychiatrisch centrum bevindt sowieso niemand zich in een  topperiode. En inderdaad: hier en daar vind je een medepatiënt die zich even in een andere wereld bevindt.

“Het spookhuis waarvoor ik gevreesd had, bleek echter helemaal geen griezelhol te zijn.”

Het was een opluchting dat de meeste medepatiënten mij geen vragen stelden over mijn doen en laten. Er de hele dag roodbehuild bij lopen, in mezelf lopen te praten, asociaal in een hoekje voor me uit zitten te staren… Iedereen nam het voor lief. Wat een contrast met de ‘buitenwereld’, waarin elke gedraging die wat afwijkt van het ‘normale’ opvalt en aan een oordeel onderworpen wordt.

Toen ik me wat beter begon te voelen en sociaal contact opnieuw tot mijn mogelijkheden/ interesses begon te behoren, was er altijd wel iemand om een praatje mee te slaan. Ik stond versteld van de verrassende openheid onder de medepatiënten, of beter gezegd  mijn lotgenoten.

Zonder te verpinken kon ik dingen vertellen waarvoor ik me in mijn dagelijks leven te pletter zou schamen, waardoor mijn omgeving plaatsvervangend gegeneerd zou zijn of niet zou weten hoe te reageren. Het is moeilijk om te beschrijven hoe bevrijdend die vrijheid van spreken aanvoelde.

De buitenwereld
Op een gegeven moment was de tijd rijp om het psychiatrisch centrum te verlaten. Met bibberende knieën begaf ik me weer in de grote boze buitenwereld. Ik besefte wel dat ik maandenlang had vertoefd in een bubbel van begrip van mijn dichtste familieleden en vrienden, hulpverleners en medepatiënten.

Plotseling kreeg ik af te rekenen met reacties van mensen die ik nauwelijks kende, laat staan dat ik hun afwezigheid in de maanden ervoor als een nadeel had ervaren. Bijna was ik vergeten dat  zuivere dwaasheid en onversneden vooroordelen daadwerkelijk bestaan. Een enkele keer werd me een ronduit bikkelharde uitspraak in het gezicht gegooid door een  persoon die mij amper kende, laat staan mijn situatie.

2 azo vet

niet werken

In feite had dit gebrek aan respect mijn koude kleren niet mogen raken. De personages die zich eraan schuldig maakten, waren mijn frustratie en tranen natuurlijk niet waard. ‘Wie niets beter te melden heeft dan dit soort beledigingen heeft een mentale gezondheid die er erger aan toe is dan de mijne’, prentte ik mezelf in. Dat vond ik best wel een geslaagde theorie van mezelf.

Maar in werkelijkheid was ik bijzonder kwetsbaar op dat moment en ging elke opmerking als een dolk door mijn hart. Gelukkig waren er mijn lieverds, die wisten (en weten) hoe veel pijn het doet om je job niet langer te kunnen uitoefenen, dat medicijnen noodzakelijk zijn en de bijwerkingen ervan miserabel.  Boven alles wisten/weten ze dat elke dag een strijd was/ is om het hoofd boven water te houden. Zonder hen was ik eenvoudigweg nooit door doorheen de voorbije negen jaren gesparteld . Helden waren ze en dat zijn ze nog steeds.

Lachen, gieren, brullen
Humor is één van de beste pijnstillers en daar zijn wij, de patiënten, bijzonder bedreven in. Een situatie die op het moment zelf om te janken was of een moment waarop je je in de diepst denkbare put bevond, kan achteraf een giller worden. Zeker als je er een schepje drama bovenop doet, kan het lolligheidspeil (volgens ons toch) ongekende hoogten bereiken.

Toegegeven: sommige verhalen over psychotische of manische episoden zijn meer dan hilarisch, zeker om te delen met lotgenoten die zich in gelijkaardige miserabele situaties bevonden. Anekdotes waarin het hoofdpersonage zich – bij voorkeur publiekelijk – schandelijk misdroeg, kunnen meestal op veel succes rekenen. Als er in het avontuur als toemaatje politie of andere instanties te pas kwamen, vallen de belevenissen nog meer in de smaak.

Het is belangrijk niet uit het oog te verliezen dat dergelijke humor bij de gezonde medemens niet het zelfde effect heeft. Immers: hoe hard mensen hun best ook doen, helemaal begrijpen hoe het er in mijn/ons  hoofd en leven aan toegaat is een onmogelijke opdracht. Doordat psychiatrische aandoeningen in de samenleving niet meteen een voor de hand liggend gespreksonderwerp zijn, is het niet realistisch te verwachten dat iedereen de soms bizarre psychiatriehumor kan smaken.

Het is een beetje opletten voor welke mop we op welke medemens afvoeren.

haahahahahha

 Raar maar waar…
Als je een jaar uit het openbare leven verdwijnt en niemand op de hoogte is van een specifieke ziekte of familiale situatie die je uit de running haalde, weet iedereen snel genoeg wat er aan de hand is.

Vreemd genoeg zorgde de onduidelijke oorzaak van mijn afwezigheid ervoor dat uit alle holen en kieren bekenden opdoken met wie ik voorheen nauwelijks een woord gewisseld had. Half fluisterend en op een discrete plaats in de wandelgangen knoopten zij een gesprek met mij aan. Uit die conversaties bleek dat psychische problemen géén marginaal verschijnsel zijn. Ik had nooit verwacht dat zo veel mensen er rechtstreeks of onrechtstreeks mee te kampen krijgen.

alcoholverslaving

depressie vroeger
psycholoog

dochter angsten

Uiteraard had ik er geen enkele moeite mee om een luisterend oor te bieden aan de mensen die me in vertrouwen namen. Na maandenlang hulp te ontvangen deed het me ook wel goed om een keertje iets te betekenen voor anderen.

Dat neemt niet weg dat het jammer, en eigenlijk zelfs pijnlijk is dat mensen hun verdriet en zorgen klaarblijkelijk niet durven of kunnen delen met hun dichtere leefomgeving. Zeker als je weet dat zo veel mensen heimelijk met psychische problemen in aanraking komen, vind ik het absurd dat niemand er openlijk over praat.

Moraal van het verhaal?
Leven met  psychiatrische gezondheidsproblemen is in de meeste gevallen een lijdensweg. De uitdrukking ‘gedeelde smart is halve smart’ wordt voor zover ik het weet door niemand betwist. Jammer genoeg zijn er nog veel taboes die het delen van onze smart in de weg staan.

Waarom moeten mensen met een psychiatrische aandoening zo voorzichtig zijn om iets over hun ziekte te zeggen? Wat is er schandaliger aan problemen in de hersenen dan aan problemen in pakweg de ruggengraat? Waarom wordt er over iemand  die in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft voornamelijk met gedempte stem gepraat, of vinden familieleden zelfs soms een andere aandoening uit? Waarom staat het slechter op je CV een jaar niet gewerkt te hebben omwille van een depressie dan omwille van een chemobehandeling?

Misschien moeten wij zelf – hoe moeilijk ook én op momenten dat we ons sterker voelen – onze moed meer bij elkaar rapen om iets opener te durven zijn. De begripvolle reacties wegen vast op tegen de ongepaste kritiek en naarmate de tijd vordert zal de onwennigheid vermoedelijk ook slinken. Doe je mee?


Klaartje Coupé (1981) had als kind al een eigen kijk op de wereld. Indrukken en sociale interacties zijn voor haar heel gevoelsgeladen. Soms is dat verrijkend, maar het kan ook knap lastig zijn voor haar en haar omgeving. Op haar 28ste werd ze voor het eerst opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Na 12 jaar werken met senioren als maatschappelijk assistent heeft ze de moeilijke keuze gemaakt om haar loopbaan stop te zetten. Haar stressgevoeligheid en concentratieproblemen zorgden voor een te hoge werkdruk. Ze wordt momenteel behandeld voor stemmingswisselingen en angstproblemen.

klaartje

Ondanks alle moeilijkheden bekijkt Klaartje haar situatie het liefst met milde humor. Humor verzacht, daarom tekent ze graag cartoons over leven met een psychische kwetsbaarheid. In tegenstelling tot veel leeftijdgenoten heeft ze geen bucketlist gericht op spectaculaire ervaringen. Haar droom is om een gelukkig, gezond en vooral liefdevol leven te leiden.

Met een grote dankjewel aan mijn grote zus Griet
voor het meepuzzelen aan de woorden en de zinnen.

Opgedragen aan mijn liefste lief Geertje, die altijd weet waarover ik het heb.

‘Gebruik humor eerst bij lotgenotencontact’

Interview: Ireen van der Lande
Cartoon: Peter de Wit


Ervaringswijzer
 duikt in de wereld van humor en herstel, door interviews met een aantal (levens)experts op dit gebied. Na professor Ivan Brown, volgt nu Petra van de website Petra etcetera, over leven met een bipolaire stoornis.

Petra (41) heeft een psychische gevoeligheid, maar is daarnaast nog zoveel meer. Op haar website http://www.petraetcetera.nl deelt ze haar kwetsbaarheden en talenten, met als doel: (zelf)stigma tegen gaan. Zij gebruikt humor als belangrijk hulpmiddel. ‘€˜Als je om elkaar kunt lachen, verwijdert het de pijn van schaamte en onzekerheid.’€™

Zij reageerde op een oproep van Ervaringswijzer om eigen ervaringen te delen over het onderwerp Humor & Psyche. Dit onderwerp, gezien vanuit de manisch-depressieve hoek, spreekt haar aan: ‘€œEr wordt doorgaans zo serieus gecommuniceerd over mensen met een bipolaire stoornis. Dat stigmatiseert, en dat creëert zelfstigma.’€ Daarom lijkt het Petra goed om gewoon eens lekker om en met elkaar, maar vooral ook om jezelf te kunnen lachen. ‘€œHet wordt tijd dat we ook eens om psychische aandoeningen kunnen lachen en het allemaal niet zo serieus nemen, dat relativeert de boel een beetje.’€

Over humor gesproken: Petra is gek op Sigmund, de uiterst absurde psychiater in dé strip van de Volkskrant, die op humoristische wijze de toeschouwer een kijkje geeft in zijn praktijk en al zijn bezoekers. Niet alleen de psychiatrie, maar ook de cliënt wordt continu op de hak genomen. Op Petra’€™s site staat dan ook de volgende afbeelding van dokter Sigmund.

sigmund_mds

Humor met respect
‘€œLachen om elkaar moet wel met mate gebeuren, want als mensen de hele dag grapjes over je gaan maken, is de lol er ook snel van af. Het is daarnaast belangrijk wannéér je humor toepast. Als je in crisis zit of als je net gehoord hebt dat je de diagnose hebt, dan stort je wereld in. Dat is allemaal zo heftig. Op zo’€™n moment betrek je ook alles op jezelf. Een grapje valt dan niet zo lekker. Respect speelt in mijn beleving ook een belangrijke rol bij humor. Ik begrijp ook dat er in de zorg niet zo snel grapjes worden gemaakt; je slaat gauw de plank mis. Het duurt even wanneer je weet dat er respect is. Naar mijn idee kan humor wel toegepast worden tijdens therapiesessies als patiënt en behandelaar dicht bij elkaar staan en een goede, wederzijdse vertrouwensband hebben. Ik heb behandelaren gehad bij wie ik dat had en anderen waarbij dat niet zo was. Een grapje op zijn tijd had op dat moment kunnen helpen om zo’€™n band te creëren. Tijdens de hulp die ik heb gekregen sinds mijn diagnose werd humor overigens niet of nauwelijks ingezet. In ieder geval niet bewust. Het was juist vaak heel serieus allemaal.

Grappen over mij zijn welkom
Je moet jezelf niet al te serieus nemen. Mensen mogen een grap over mij maken. Mijn man en dochter hebben hele droge humor, dat vind ik geestig. Als we bijvoorbeeld Chinees eten zegt mijn man wel eens: ‘€œGeef mij de ketjap manisch eens aan’€. Dat moet gewoon kunnen. Ik vind het heerlijk om even te lachen, dat neemt zoveel spanningen weg. Ik kan het goed hebben als iemand anders een grapje over mij maakt. Mijn zwager kan zelfs vrij ‘€˜harde’€™ grappen maken. Dat geeft mij juist een gevoel van verbinding, anders zou hij die grap niet maken. En ik weet dat hij mij niet opzettelijk zou kwetsen. Voor hem is het een manier om met mij in contact te treden.
Laatst gaf mijn man me voor mijn verjaardag, het ‘€˜Sigmund’€™ boek van Peter de Wit cadeau, de cartoonist die ik al eerder noemde. Het is een té gek boek genaamd: ‘€œHet definitief diagnostisch naslagwerk om iedereen gek te verklaren’€.

Ik heb een chronische aandoening maar er is meer in het leven en je moet kunnen relativeren. Humor is daar een goed hulpmiddel voor. Maar als iemand heel veel grappen maakt over zichzelf, dan vermoed ik dat diegene zijn/haar ziekte nog niet geaccepteerd heeft. Je moet wel met respect met jezelf omgaan. Het is niet grappig om bipolair te zijn; het is een vreselijke klote ziekte. Dus maak jezelf niet continu belachelijk.

Omdenken
Ik zoek het positieve in het leven bewust op. Indirect hoort humor daar ook bij. Zo kijk ik graag naar cabaretiers, waarvan ik Theo Maassen het einde vind. In humor moet voor mij een bepaalde intelligentie zitten. Je moet als het ware leren ‘€˜omdenken’€™; buiten je eigen referentiekader leren denken. Dat is een creatief proces. Als toeschouwer word je een bepaalde richting opgestuurd, mede door je eigen vooroordelen en verwachtingen. Je denkt een bepaalde richting op en dan BAM!, word je de totaal andere kant opgeslingerd. Tegelijkertijd word je keihard met je neus op de feiten gedrukt, dat je beperkt bent in je denken. Humor is een serieuze zaak die vaak een gevoelige kwestie duidelijk maakt. Dan denk ik vaak: ‘€œVerrek ja, dat is waar!’€.

Ik denk ook dat humor goed is voor je geest. Je hebt toch van die gesleten paden, die vaste denkpatronen en gewoontes? Met humor, sla je ineens een zijweg in die nog niet bewandeld is. Misschien creëer je zelf nieuwe banen en wordt je ‘€˜mind’€™ er wel flexibeler van.

Uit de kast
Psychiater Bram Bakker staat binnenkort met cabaretiere Marjolijn van Kooten op de planken met de show ‘€˜Geen paniek’€™ over haar angststoornis. Dat vind ik zo goed. Laten we met zijn allen normaal over psychiatrie doen en daar hoort dus ook erom lachen bij.

Delen werkt helend. Ik denk dat het een uitlaatklep is voor Marjolijn om haar stoornis vanuit een humoristisch perspectief neer te zetten voor een groter publiek. Zij ‘€˜moet’€™ dit waarschijnlijk doen, haar verhaal delen, om te helen. Voor mij werkt dat via mijn eigen website. Het was doodeng om voor de hele wereld ‘€˜uit de kast’€™ te komen over mijn bipolariteit, maar het heeft mij wel ‘€˜beter’€™ gemaakt.

Met elkaar lachen geeft lucht
Humor kan een gevoelig onderwerp bespreekbaar maken. Het zorgt voor lucht in een zwaar onderwerp, of het breekt taboes open. Als je om elkaar kunt lachen, verwijdert het de pijn van schaamte en onzekerheid. Dat werkt volgens mij net zo goed bij mensen met een psychische aandoening als bij zogenaamde ‘€˜gezonde mensen’€™. Iemand met een dwangstoornis vertelde bijvoorbeeld dat alles op volgorde moet staan, anders werd ze helemaal gek, maar dat het nu dankzij therapie steeds beter ging. Ik schreef haar toen: ‘€œGoed bent bezig jij!’€. Gewoon een beetje met en om elkaar kunnen lachen is belangrijk.

Het om elkaar lachen onder lotgenoten werkt positief, het geeft luchtigheid en verbinding. Dat komt volgens mij doordat er een soort vertrouwensband en respect naar elkaar toe is, omdat je min of meer hetzelfde hebt meegemaakt. We hebben aan één woord genoeg en kunnen soms gemakkelijk om elkaar lachen, zonder dat het kwetsend overkomt. Humor maakt ook een gevoeliger onderwerp bespreekbaar.

Eerst via lotgenotencontact
Ik geloof zeker dat de inzet van humor kan bijdragen aan herstel. Lachen is natuurlijk ontzettend gezond. Humor zorgt ervoor dat negatieve emoties niet de overhand nemen. Wanneer je lacht, komt er op natuurlijke wijze een stofje vrij in je hersenen dat een prettig gevoel geeft. Dus zonder pillen kan je je al lekkerder voelen.

Ik geloof dat humor in eerste instantie het beste via lotgenotencontact kan worden uitgebouwd in de psychiatrie. Lotgenoten voelen elkaar onderling heel goed aan, waardoor er ruimte is voor grappen over en met elkaar. Bij lotgenotencontact denk ik ook aan de bijeenkomsten met partners. Ik vind het leuk dat mijn man grapjes maakt tijdens de psycho-educatie bijeenkomsten waar wij samen aan meewerken als ervaringsdeskundigen. Zo heeft hij mij liever depressief dan manisch omdat ik dan ‘€˜veilig’€™ op de bank lig en geen ‘€˜gekke’€™ dingen onderneem. Daar kan ik om lachen.

Mensen schamen zich over het algemeen heel erg voor hun beperkingen. Ik ook nog wel hoor, want al kan ik nu wel zeggen dat je dat niet moet doen, het vergt enig acceptatieproces voordat je erom kunt lachen. Zeker ook omdat je tijdens depressieve periodes zo onzeker bent, je hebt dan zoveel schaamtegevoelens. Terwijl je tijdens een manie juist zo heel zeker van je zaak bent.

Sociale contacten en kwetsbaarheid
Als je, zoals ik, bipolair bent, dan is het onderwerp sociale contacten een lastige. Ik kan niet mét en ik kan niet zonder. Gelukkig heb ik genoeg vrienden, maar zowel in depressie als de manie voel ik me vaak heel alleen. Er wordt gezegd dat psychiatrische patiënten veel lijden aan eenzaamheid. Tijdens mijn depressies vermijd ik anderen, omdat ik me dan zo onzeker voel. Als ik manisch ben, ben ik geneigd om juist veel sociale contacten op te zoeken. Ik weet dat ik prikkels moet vermijden. Dat het bijvoorbeeld beter is om niet naar feestjes te gaan. Daardoor mis ik wel het sociale contact. Dat maakt soms eenzaam. Humor bindt en in je eentje kun je wel lachen maar geen echte humor hebben. Je mist de interactie. Humor is juist ‘€˜vrienden onder elkaar’€™. Je moet het kunnen delen. Ook daarom is lotgenotencontact zo belangrijk.

Petra’€™s Conclusie
Humor is belangrijk omdat het ontspant, verbindt, relativeert en omdat het normaliseert. Maar ook omdat het je anders laat denken, buiten je bestaande kaders. Dat is gymnastiek voor de hersenen. Via lotgenotencontact (niet online, maar echte ontmoetingen) kan humor in de zorg meer ingezet worden, want voor onderlinge humor is respect en een gelijkwaardig gevoel nodig. Humor doe je niet alleen.’€

Petra heeft een eigen kennis- en ervaringssite: http://www.petraetcetera.nl, waarop zij alle ervaringen en kennis op het gebied van de bipolaire stoornis van lotgenoten, betrokkenen en behandelaars bundelt. Bezoekers van de site kunnen hier informatie vinden over en hoe om te gaan met een bipolaire stoornis. Naast iemand met een bipolaire stoornis is ze ook dochter, vriendin, (buur)vrouw, eigenaar, ex-communicatieadviseur, cliënt, echtgenoot, moeder, baasje, lotgenoot, ervaringsdeskundige, blogger, ambassadeur van het Fonds Psychische Gezondheid, et cetera.