Onbekend's avatar

Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter, auteur, voorzitter etcetera

Bipolair en moeder voor het leven

Tekst en foto’s: Jamila van Zoest

Bipolair is een “foutje” van de natuur. Het moederschap is een cadeautje van de natuur. In mijn geval zelfs drie cadeautjes.

De bipolaire stoornis, daar kom je helaas nooit meer van af. Het moederschap, daar kom je gelukkig nooit meer van af.

Bipolair en een goede nachtrust is een zeer belangrijke combinatie. Maar het moederschap gaat ook ’s nachts door (“mama, ik heb dorst…”).

Zomaar wat zinnen die direct al laten zien hoe tegenstrijdig de term bipolair en moeder lijken. Lijken want moeder èn bipolair zijn, is echt mogelijk maar je moet er wel hard voor werken. “Mama, mag ik spelen?”. Het is zo’n eenvoudige vraag maar de kinderen weten dat het antwoord van mijn bui afhangt. Is mama in een rode fase (oftewel een diep dal) dan wordt er niet gespeeld. Ook niet ergens anders, want dan moet mama weer de deur uit terwijl ze niemand wil en kan zien.
Sommige andere moeders weten wat ik heb en zijn zo lief om dan de gebruikelijke regel te doorbreken, ze halen en brengen de kinderen dan. Een klein gebaar, grote hulp!

image (13)

Gelukkig kennen de kinderen ook de andere kant. Als het goed gaat, is mij niets teveel en compenseer ik soms de speelafspraken met een extraatje zoals een overnachting. Wat is nou leuker dan je vriendinnetje die mag blijven slapen? De juffen weten ‘het’ ook al. Komen ze in een week vaak net te laat op school dan betekent dit dat het even niet goed gaat met mama. Zelfs op een drukke schoolavond waarbij ik in paniek raakte, was daar de lieve juf die de oudste onder haar hoede nam en naar het toneel bracht. Je maakt het jezelf op dat soort vlakken makkelijker als je open over je aandoening bent. Andere mensen kunnen erop inspelen waar nodig en je krijgt ook meer begrip. Je bent niet dat “rare mens” maar een medemoeder die ook het beste voor haar kinderen wil maar die toevallig moet worstelen met een psychische ziekte. Ik heb het ook de twee oudste kinderen uitgelegd. In simpele bewoording: “Mama is ziek, soms is ze een beetje boos of verdrietig maar dat heeft niets met jullie te maken”. Schiet ik te snel uit mijn slof dan zeg ik achteraf “sorry” en leg ik nogmaals uit dat ik ziek ben. Dat is uiteraard geen excuus, maar beter dan niets. Later overleg ik dan met de psycholoog of psychiater hoe ik dat kan voorkomen in de toekomst.

Dat ik ziek ben, daar ben ik niet trots op en zeker niet dat ik al een paar jaar thuis zit door deze ziekte. Het grote voordeel is dan wel weer dat je zelf je kinderen kunt ophalen van school en daar zijn mijn kinderen dan weer enorm trots op. Ik vind het best moeilijk. Als het moeilijk gaat, blijf ik liever in m’n bed met de gordijnen dicht. Cliché maar oh zo waar. Met drie kinderen is dat natuurlijk geen optie. Juist ik ben degene die de kar moet trekken. Wat me daarbij helpt, is leven volgens een dagschema. Per half uur staat van alles beschreven en zelfs ook tijd voor de kinderen. Dat klinkt alsof ik een gaatje in mijn agenda moet maken voor de kinderen. Zo is het absoluut niet, maar alleen op deze manier lukt het om ze in moeilijke tijden de volle aandacht te geven die ze zo ontzettend verdienen.

image (12)

Mijn grootste prioriteit ligt absoluut bij de kinderen. Ik kan wegsmelten bij de kleinste glimlach, bij hun stralende gezichtjes als iets gelukt is en alleen al bij het feit dat ik hun moeder ben. Maar uiteraard moet ik mezelf niet vergeten. We hebben dus nog wat ingebouwde oplossingen voor als het slechter gaat met mama:

1. Een vriendin die af en toe voor mij de kinderen meeneemt naar school;

2. Een dag per week is volledig voor mezelf. Oma past dan tot na het diner op de kinderen;

3. Manlief springt bij als ik het aangeef, zoals babyfoondienst als ik slaaptekort heb.

Laat ik afsluiten met de goede perioden. Heerlijk genieten van de kinderen, niets kost mij moeite, ik ben bijna zoals ‘normale’ moeders. Ik verzin de meest creatieve bezigheden met ze. Ja, bipolair en creatief is een vaak geziene combi. Zoals bijvoorbeeld in de zomer, toen hebben we een High Fristi gehouden…. in de achtertuin. Allemaal etagères op de grond met lekkers en flesjes Fristi en Chocomel. Vuurkorf aan, kaarsen aan. Eenvoudig. Maar ik heb eeuwige roem van ze gekregen. Zolang ik nog regelmatig briefjes krijg met “mama is de liefste”, weet ik dat er hoop is voor alle bipolaire (toekomstige) moeders.

“Cherish the little things.” 


Jamila 2 Hoi, leuk dat je mijn gastblog hebt gelezen. Ik ben Jamila van Zoest en ik heb een bipolaire stoornis. In een druk leven met lieve man en drie lieve kindjes is het een hele uitdaging om tussen alle pieken, dalen en therapieën de ballen hoog te houden.
 Met behulp van psycholoog, psychiater, Citalopram, Lithium en luisterende oren van vrienden en familie kan ik me redelijk redden.  Het is knokken of mokken! Wil je meer van en over mij lezen, klik dan hier voor mijn weblog.

Ben niet gek, ben net moeder

Tekst: Manon Valken

Met 12 weken zwangerschap mogen wij ons melden bij onze verloskundige. Vandaag gaan we het onder andere hebben over onze medische voorgeschiedenis, zodat we ons kunnen voorbereiden op eventuele erfelijke aangeboren afwijkingen. Mijn man heeft op dat vlak wel het één en ander vanuit de familie te bespreken. Maar ik? Een infectie op mijn tweede, telt dat mee? Verder? Nee, ik heb niets te noemen. Ook weinig noemenswaardigheden in de familie. 

Wat een misser van mij dat ik de kraambedpsychose van mijn moeder inclusief opname en de bipolaire stoornis van mijn tante, waarop ik als twee druppels water lijk, niet noem. Daar hebben we geen woord over gerept.

“Wisten wij veel dat de kans op een kraambedpsychose aanzienlijk hoger is als dit soort psychische ziekten in je familie voorkomen.”

De symptomen van mijn kraambedpsychose waren niet misselijk. Na de bevalling van onze baby voelde ik me fantastisch, deed ik geen oog dicht en was ik hyperactief en volledig ontremd. Tussendoor had ik ook goede momenten. Als buitenstaander was het dan ook bijna niet te zien dat ik mezelf niet was. Maar mijn man heeft flink wat telefoontjes gepleegd naar hulpverleners om zijn zorgen te uiten. Hij werd gelukkig net op tijd gehoord, nadat ik begon te hallucineren en bizar stemmingswisselend werd.

baby

Het psychiatrisch centrum waar ik werd opgenomen, heeft ook een babykamer waar plek is voor de baby’s van zieke kraamvrouwen. In het begin van de opname mocht ik onder toezicht drie voedingen aan mijn zoontje geven. De rest van de dag verzorgden de verpleegkundigen hem. ’s Avonds kwam mijn man uit zijn werk bij ons op visite. Om acht uur namen de verpleegkundigen de verzorging van ons zoontje over en nooit lang daarna ging ik met een Lorazepam en later ook Zyprexa mijn bed in. Toen ik van de gesloten naar de open afdeling verhuisde, mocht ik van ’s morgens 8 tot ’s avonds 10 uur bij mijn kindje zijn.

Na 8 weken opname mocht ik weer naar huis. Ik was als een kind zo blij, maar ook zenuwachtig. Mijn man moest gewoon werken en ik was thuis om voor ons kindje te zorgen. Dat lukt me niet. Ik was te moe en had last van angsten en sombere gedachten. Het leek alsof dat met de week erger werd.

“Van mijn psychiater begreep ik dat kraambedpsychoses wel eens worden opgevolgd door een depressie.”

Ook ik was de ongelukkige. Het hoort bij het herstel. Voor de zekerheid kreeg ik een signaleringsplan voor als het weer mis zou gaan. Die dacht ik nooit meer nodig te hebben en daar hield ik mij aan vast. Dat was mijn hoop. Een misvatting.

Een half jaar later waren er twee sterfgevallen tegelijkertijd in de familie, maar mijn leven ging rustig verder…dacht ik. Stapje voor stapje werd ik drukker in mijn hoofd en in mijn gedrag. Toen mijn man mij daarop wees, luisterde ik niet. Daarop wist hij dat hij het contact met mij aan het verliezen was. Mijn opname zat echter nog vers in mijn geheugen en dat was reden genoeg om toch naar mijn huisarts te stappen en de hulpverlening weer op te pakken.

Twee manische periodes en een depressie binnen 16 maanden resulteerde in mijn diagnose bipolaire stoornis. Tijd om op de rem te trappen. Het zou toch best handig zijn als ik die eens wist te vinden. Nu lijkt het erop dat de Lithium een rem is die bijzonder goed werkt. Het is voor mij echter nog dagelijkse koek om de balans te vinden en behouden.


Manon_ValkenMijn naam is Manon Valken. Ik houd van avonturen aangaan met mijn peuter boef Joep, lekker eten, cafeïnevrije koffie, muziek luisteren (stiekem gekke dansjes doen) en fanatieke dingen doen zoals sport. Heel mijn leven ben ik al een stuiterbal geweest, maar vorig jaar ben ik op 25-jarige leeftijd gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis en ADHD. Best onhandig als je net moeder bent geworden. Het geeft niet, want het heeft ook veel voordelen, maar ik heb soms toch wel wat last van hoge pieken en dalen. Door te schrijven lukt het mij om ze een plek te geven.

book_3d_299x500

Wat ik erg fijn vind om te doen is schrijven en vertellen over de ingewikkelde kwesties, die zelfs mijn superslimme psychiater niet altijd helemaal begrijpt. Het zou leuk zijn als mijn schrijfsels lotgenoten en hun familie kunnen helpen. Daarom is mijn verhaal te koop in boekvorm ‘Ben niet gek, ben net moeder’, verhaal over kraambedpsychose, depressie en herstel. Het boek is onder andere te bestellen via mijn website: www.manonvalken.nl

Het recept voor verre reizen

Tekst en foto’s: Sandra Di Bortolo

Net als veel anderen houd ik van reizen. Azië is mijn favoriete bestemming. Maar wanneer je met een bipolaire stoornis zo’n verre reis maakt, kan dat nogal wat problemen geven. Dat begint soms al met de (positieve) spanning rondom de voorbereidingen. En een lange vlucht van tien, vijftien of meer uren vliegen gooit je stabiliteit vaak overhoop. Bovendien is een tijdverschil van vijf, zes of soms wel tien uur niet zomaar te overbruggen.

“Inmiddels heb ik samen met mijn psychiater een ‘recept’ gevonden waarmee ik zonder al te veel problemen van begin tot eind kan genieten van mijn reis…”

Op 17 april vertrok ik voor een periode van drie weken naar Vietnam. We hebben bewust gekozen voor een vlucht na de middag, zodat ik niet al te vroeg hoefde op te staan. We moesten drie uur voor vertrek aanwezig zijn op Schiphol, maar voor die tijd ons paspoort met visum nog afhalen bij de balie van ons reisbureau. Omdat het anderhalf uur rijden is vanaf ons huis, betekende dat toch dat ik om half zeven moest opstaan. Voor mijn doen erg vroeg. Ik ben zelfstandig ondernemer en kan dus zelf mijn slaaptijden bepalen. In mijn geval is dat van half elf ’s avonds tot half negen de volgende ochtend. Nachten van tien uur dus. Om mijn nacht voor vertrek niet al te veel geweld aan te doen, ben ik om half tien gaan slapen. Ik slik voor het slapen gaan altijd 100 mg Seroquel, wat bij mij meestal zorgt voor een goede nachtrust. In een vliegtuig, met een vlucht van in totaal zeventien uur, ligt dat wel een beetje anders. Slapen is dan niet meer aan de orde, zelfs niet met Seroquel.

Met mijn psychiater heb ik afgesproken dat ik  voor de nacht in het vliegtuig 2 mg Lorazepam zou slikken om de stress enigszins op te vangen en voor het slapen gaan de gebruikelijke 100 mg Seroquel met 40 mg Temazepam. Mocht ik ondanks dat toch vaak wakker worden, dan mocht ik na vier uur nogmaals 40 mg Temazepam slikken. Een stevige boost dus! De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik niet écht vast geslapen heb, maar ik was wel zo sloom dat de nacht ongemerkt aan mij voorbij is gegaan. Een ander probleem was het slikken van mijn stemmingsstabilisator. Normaal gesproken slik ik die bij het opstaan, maar met een tijdverschil van vijf uur is van een etmaal van 24 uur ineens geen sprake meer. Ik slik Lamotrigine, met een halfwaardetijd van meer dan 24 uur, dus dat moest ik gewoon bij het opstaan – in Nederland of in Vietnam – slikken. Bij Lithium zal dat wellicht lastiger zijn, maar dat weet ik niet.

2015-04-24 10.20.16

Op 20 april kwamen we rond de middag aan bij ons hotel. Mijn reisgenoten gingen, na zich te hebben opgefrist, Hanoi verkennen. Ik niet. Ik ben met 20 mg Temazepam en 2 mg Lorazepam gaan slapen. Voor het avondeten ben ik opgestaan en heb samen met de groep gegeten en daarna op een terras wat gedronken. Natuurlijk was iedereen moe, dus we hebben het niet laat gemaakt. Toen ik ’s avonds weer ben gaan slapen, heb ik naast 100 mg Seroquel en 20 mg Temazepam ook 5 mg Melatonine geslikt om het dag- en nachtritme sneller op te pakken. Met deze extra Melatonine ben ik nog een paar dagen doorgegaan, maar de Temazepam en de Lorazepam had ik niet meer nodig. Af en toe heb ik mezelf een extra middagslaap gegund, maar voor de rest heb ik net als mijn reisgenoten een fantastische tijd gehad. De terugreis heb ik, net als de heenreis, opgevangen met extra slaapmedicatie en Melatonine.

Het was een geweldige reis, die ik eerder zonder dit ‘recept’ niet zonder kleerscheuren doorkwam. Voor mij een perfecte oplossing die reizen mogelijk maakt. Hopelijk werkt dit voor anderen ook zo. Als je van reizen houdt, maar dergelijke problemen je in de weg staan, bespreek dit dan eens met je psychiater. Wellicht is reizen dan ook voor jou (weer) mogelijk. Goede reis!


Mijn naam is Sandra Di Bortolo. Ik ben 55 jaar en de jongste dochter van een Italiaanse vader en een Nederlandse moeder. Mijn vader was al zolang ik mij kan herinneren manisch depressief, zoals een bipolaire stoornis destijds genoemd werd. Meer dan eens kwam ik uit school en hoorde dan dat mijn vader weer was opgenomen op de PAAZ. Hij viel van de ene episode in de andere, wellicht omdat de juiste medicatie destijds niet voorhanden was.

Bij mij is jarenlang gedacht dat ik depressief was. Toen ik zo depressief was dat ik letterlijk ‘klaar’ was met dit leven is het antidepressivum dat ik slikte verhoogd. En daar ging het mis. Mijn depressie sloeg om in een hypomane periode en pas toen werd duidelijk dat ik (met een manisch depressieve vader én grootmoeder) een bipolaire stoornis had. Inmiddels slik ik Lamotrigine en Seroquel, omdat ik met Lithium te veel last had van bijwerkingen en ik ondanks dit medicijn toch manisch werd. Ik voel me bij deze medicatie goed en ben nu stabiel. Slapen is voor mij het allerbelangrijkste en dát is nu juist zo lastig als je verre reizen maakt. Inmiddels is ook dat geen onoverkomelijk probleem meer zoals blijkt uit mijn bovenstaande meest recente reiservaring.

Die eet

Als kind had ik een normaal postuur. Ik speelde veel buiten en was veel in beweging. In de loop der jaren werd mijn bouw steviger en heb ik mijzelf altijd te dik gevonden. Als jonge tiener ben ik met Weight Watchers begonnen. Dat was mijn eerste dieetervaring. Ondanks dat ik hiermee vele kilo’s kwijtraakte, heb ik nu spijt dat ik op zo’n jonge leeftijd ooit met lijnen ben begonnen. Als je lichaam namelijk te weinig energie binnenkrijgt, kan je stofwisseling trager worden om energie te sparen. Je lijf gaat zuiniger met iedere calorie om en zal sneller geneigd zijn om energie op te slaan. Zeker jongeren hebben voldoende voedingsstoffen nodig om te groeien en als je zo jong bent dan moet je niet op streng dieet. Niet alleen slecht voor je lichaam maar ook voor je geest. De kans is groot dat je je teveel gaat bezighouden met eten en het moment dat je zondigt jezelf achteraf erg kwalijk gaat nemen. Schuldgevoelens. Je raakt wellicht geobsedeerd door voeding terwijl eten in het leven bijzaak is. Je eet om te leven en je leeft niet om continu bezig te zijn met eten.

Mijn dagboeken van vroeger beschrijven keer op keer mijn dieetplannen en ‘dat ik het nu echt ga aanpakken’. Bij mijn tekst plakte ik dan foto’s van strakke fotomodellen ter motivatie. Nu ik ouder ben, bedenk ik mij dat zoiets alleen maar demotiverend werkt. Je gaat je gewoon nog ontevredener over jezelf voelen. Als ik nu in mijn fotoalbums van vroeger blader, zie ik een meisje met een misschien iets boven gemiddeld gewicht maar niets om je zorgen over te maken. Maar zoals waarschijnlijk de meeste pubers dacht ik daar zelf toen heel anders over.

Terugkijkend op mijn jeugd was ik altijd erg kritisch naar mijzelf toe en heb ik ook altijd al last gehad van spanningen en stemmingswisselingen. Ben ik daardoor misschien ook verslavingsgevoeliger?

Ik heb wel eens een sigaretje opgestoken en ik kan mij die ene keer dronken nog goed herinneren maar ik ben nooit een echte roker of drinker geweest. En drugs heb ik in mijn hele leven al helemaal niet aangeraakt. Eten daarentegen was voor mij een makkelijk en snel middel om even te ontspannen. Zo heb ik mijzelf een ongezonde gewoonte aangeleerd. Er is wel eens beweerd dat suiker de gevaarlijkste drug van deze tijd is. Overal makkelijk te verkrijgen. In het handboek van de psychiatrie, DSM-5, is suiker echter niet opgenomen in het rijtje van officiële verslavingen. Okay, ik was dan officieel niet verslaafd maar zelf voelde ik mij altijd wel behoorlijk afhankelijk van dit zoete stofje.

Als student fietste ik iedere dag 11 km heen naar de hogeschool en terug. Eenmaal mijn rijbewijs gehaald, werd de beweging steeds minder en zodra ik kans zag dan pakte ik de auto. Ik houd van efficiëntie en snelheid. Als ik kan kiezen tussen een snelle autorit van A naar B of een langer durende fietstocht dan kies ik voor optie 1. Met als gevolg dat mijn broekriem steeds strakker ging zitten. Vele dieetpogingen hadden slechts kortdurend effect.

Niet alleen mijn gewicht was continu aan het schommelen, ook mijn geest werd naarmate ik ouder werd steeds onrustiger. Toen in 2001 na een tweede psychose de diagnose bipolaire stoornis werd gediagnostiseerd ben ik, zoals vele lotgenoten, direct begonnen met Lithium. Na 12 jaar trouw medicijngebruik had ik veel lichamelijke klachten gekregen: mijn schildklier was bijna gestopt met produceren waardoor ik voor de rest van mijn leven iedere morgen Thyrax moet gebruiken en ik was flink in gewicht aangekomen. Daarbij had ik een enorme droge huid, was mijn speekselproductie afgenomen waardoor ik altijd last had van een droge mond en mijn tandarts regelmatig een gaatje kon vullen. Ook had ik hele dagen een enorm dorstgevoel waardoor ik veel water dronk en ’s nachts vaak uit mijn nachtrust werd verstoord omdat ik weer eens naar de WC moest. Vanwege de vele bijwerkingen ben ik uiteindelijk gestopt met Lithium en na een tweetal pogingen met Abilify, waar ik ontzettend onrustig en onzeker van werd, ben ik nu aan het opbouwen met Lamotrigine omdat dit een van de weinig stemmingsstabilisatoren is waarbij gewichtstoename niet als bijwerking wordt genoemd.

100kg

Maar daar zit ik dan, jaren later met een lichter hoofd maar zwaarder lichaam. Ik doe over een paar kilootjes niet moeilijk maar ik ben de afgelopen decennia zo’n 20 kilo aangekomen. Ik vind het jammer dat er tijdens de bezoeken aan de vele psychiaters die ik heb gehad zo ontzettend weinig aandacht wordt besteed aan dit soort bijkomende lichamelijke problemen die tenslotte ook van invloed zijn op je stemming. Zoals een gewichtsprobleem die vast niet alleen tot stand is gekomen door de medicatie maar een combinatie is van pillen en te weinig beweging. Inactiever zijn en aankomen tijdens depressieve periodes waarbij je het liefst hele dagen slaapt maar ook door een noodgedwongen rustigere levensstijl zonder teveel stress om geestelijk stabiel te blijven. Naar mijn mening is een weegschaal in de gesprekskamer geen overbodige luxe. Goede zorg om onder andere suïcide te voorkomen is natuurlijk noodzakelijk maar we willen ook niet doodgaan aan hart- en vaatziekten.

Tip:
Emotie-eten en gewichtsproblemen zijn vast niet onbekend onder ons bipolairen. Blijf zelf niet aanmodderen met schuldgevoelens tot gevolg maar laat je doorverwijzen naar een diëtist voor een goed voedingsadvies. Door een gezond en evenwichtig eetpatroon zal jij zelf ook stabieler worden. Daarbij krijg je een steuntje in de rug en zorgen de regelmatige afspraken dat je bewust met je voeding bezig blijft zonder dat het een obsessie wordt.

Ik zou mij niet teveel op een bepaald gewicht vastpinnen want alles heeft ook te maken met je lichaamsbouw en vooral  je buikomvang is belangrijk, die mag bij vrouwen niet meer dan 88 cm zijn en bij mannen moet hij minder dan 102 cm zijn. Wil je toch je Body Mass Index (BMI) uitrekenen klik dan hier. De BMI geeft een schatting van het gezondheidsrisico van je lichaamsgewicht.

Met mij gaat het goed

“Ik ook van jou” vind ik zo’n dooddoener. Net zoals: “Goed hoor”, als je iemand vraagt hoe het met hem of haar gaat. Het is zo’n ingesleten gewoonte. Onnadenkend geef je antwoord waardoor het gesprek, wat een open en eerlijk gesprek had kunnen worden, gelijk even stil valt. “Eh, en met jou?”. “Ook goed!”

Het zijn eigenlijk best confronterende vragen en opmerkingen. “Ik houd van jou” speelt direct *tsjakka* in op je gevoel. Hij of zij houdt van mij. Houd ik ook net zoveel van die ander? We laten deze liefdesverklaring vaak niet rustig binnenkomen. We luisteren niet echt goed maar bedenken wel gelijk wat we kunnen antwoorden. En willen we eigenlijk wel eerlijk antwoord geven in een drukke winkelstraat op de vraag van een vriendin hoe het met je gaat. Best lastig om daar goed over na te denken op een moment dat je daar helemaal geen zin in hebt. Vaak beginnen we dan ook over de activiteiten van onze kinderen te praten of roddelen we over de buren. Alles om maar niet over je eigen gevoelens te moeten praten. We vinden het doodeng om onze gevoeligheid te tonen.

masker2

Ik vind het een van de moeilijkste vragen die ik bij binnenkomst krijg als ik een bezoek breng aan mijn psychiater. Een waarop ik naar mijn gevoel snel moet antwoorden. “Hoe gaat het met je?” wekt een automatisch nietszeggend antwoord op. Maar omdat ik persoonlijk vind dat het voor je eigen bestwil beter is om in zo’n situatie compleet eerlijk te zijn, komt deze vraag altijd keihard bij mij binnen. Het is moeilijk om de juiste woorden te vinden. Woorden die precies uitdrukken hoe je je echt voelt. Als ik behandelaar zou zijn en er zou een schilder tegenover mij zitten dan zou ik vragen naar zijn laatste werk of een lied die een singer-songwriter onlangs heeft geproduceerd. Zo krijg ik antwoord vanuit het gevoel van de patiënt zonder dat diegene zelf iets hoeft te zeggen. Woorden schieten toch vaak tekort.

De juiste woorden kiezen valt dus niet mee en daarom antwoorden we maar met ‘met mij gaat het goed hoor’, dan zijn we er maar weer vanaf. Vaak wordt er dan tijdens het consult verder gepraat over de medicatie of over bloedwaardes. Rationele zaken waar geen emoties bij komen kijken en waardoor je niet wordt gedwongen om bij jezelf naar binnen te gaan. Ppffff, daar zijn we weer vanaf! Na maximaal 15 minuten sta je weer buiten want meer tijd, wil de psychiater vaak wel aan je besteden, maar kan en mag deze behandelaar niet vanwege verzonnen regeltjes die de zorg efficiënter moeten maken. Wil je praten dan verwijs ik je wel weer door naar een spv-er. Niet echt effectief maar anders wordt het consult te duur. Op korte termijn dan want hierna volgen nog meer niet diepgaande gesprekken en afspraken. Dan kan je het maar beter in een keer goed doen en even de tijd nemen en de diepte ingaan waardoor misschien niet vier keer maar twee keer per jaar een bezoek nodig is. Wat op lange termijn weer kostenbesparend werkt.

Hoe zit het met die verbinding die we allemaal zo belangrijk vinden tussen patiënt en behandelaar? Mijn psychiater kan beter vragen “Wat heb je deze week allemaal gedaan of ik heb je laatste blog gelezen en merk dat het niet zo goed met je gaat…?”. Daardoor leer je gelijk iemands persoonlijke situatie beter kennen. Nee, we praten er graag omheen. Maar vaak zal het ook wel onbewust zijn. We hebben tenslotte niet allemaal Communicatie gestudeerd en misschien hebben IQ en EQ wel een relatie. Dat ze elkaar beïnvloeden waardoor bijvoorbeeld een hoog IQ ten koste gaat van het EQ en sommige mensen tekort schieten in sociale vaardigheden. Vaak wordt er gepraat om het praten maar vindt er niet altijd een respectvol, eerlijk, open en effectief gesprek plaats. Gemiste kans. Jammer!

Tip voor de behandelaar:

medcom

MedCom is een medische app waarmee je je kan voorbereiden op je gesprek met de patiënt. De gespreksvaardigheden zijn patiëntgericht: naast respectvol en effectief, zoveel mogelijk wetenschappelijk verantwoord.


De gratis app downloaden:
MedCom (Apple)
MedCom (Android)

Over verbinding met je behandelaar en een respectvol gesprek gesproken. Bekijk hier een animatiefilmpje van een gesprek tussen een psychiater en een patiënt zoals het dus niet moet. Let op: kan gevoelig materiaal bevatten!

Klok vooruit, stemming achteruit

Manisch depressief … klinkt alsof manisch een bijvoeglijk naamwoord is van depressief. Manisch wordt op die manier een ondergeschoven kindje. Daarom vind ik de term bipolair een stuk beter klinken.

“Dan ga je toch een nieuw blog schrijven? Wat zo’n uur verschil met je doet.” We liggen ’s avonds in bed als ik tegen mijn man begin te klagen. Je moet open zijn over je gevoelens dus dat doe ik dan ook. Naar mijn gevoel ben ik helemaal niet in staat om nu een creatief en inspirerende blog te schrijven waar anderen iets aan kunnen hebben. Ik ben geestelijk vermoeid en voel mij klote. Daarom kijk ik mijn partner hoopvol aan. Op zo’n moment heb ik behoefte aan een ‘positive talk’. Hoewel ik ook als geen ander weet dat opbeurende woorden niet echt bij mij binnenkomen als ik in zo’n mineurstemming ben. En dat weet mijn man ook. Dit gesprek kan oneindig duren en ik kan mij voorstellen dat dit ‘gezeur’ voor hem erg vermoeiend is. Zeker als je de hele dag gewerkt hebt, al moe bent en blij dat je ’s avonds in bed ligt en eindelijk je ogen kan sluiten. Voor mij is het moment dat we samen in bed liggen vaak een ideale gelegenheid om een ‘moeilijk gesprek’ te beginnen. Hij moet wel luisteren, hij kan geen kant op.

klok

Vorige week voelde ik mij nog fantastisch! Ik had enorm veel energie. Misschien een beetje teveel? ’s Morgens als de wekker ging, had ik direct al zin in de dag. Via een paar ervaren bloggers had ik de tip gekregen om mijn eigen site om te zetten naar WordPress zodat mijn site beter te volgen zou zijn. Ik zag enorm tegen dit karwei op maar vond wel ook wel een uitdaging. Ik kende heel WordPress niet en het leek mij allemaal erg ingewikkeld. Faalangst? Maar uiteindelijk had ik de smaak te pakken en kon ik hem ook niet meer loslaten. Hele dagen was ik bezig om mijn site te optimaliseren en op te leuken. Ik wilde al mijn kennis en kunde over de bipolaire stoornis in deze site stoppen. Niet alleen mijn eigen blogs maar ook de knowhow van andere lotgenoten erin betrekken zodat mijn site alleen maar beter kon worden. Het moest een website zijn waar iemand met een bipolaire stoornis allerlei informatie vandaan kon halen wat nodig is om met deze aandoening te leren omgaan. Ik had er zin in en ‘I was feeling good’! Onzekerheid kwam niet in mijn vocabulaire voor. Ik was assertief en trots op mijzelf dat ik dit klusje ging klaren. Elke puntje en kommaatje in de teksten moesten kloppen. Deze site moest ‘smoelen’ en dit communicatief beestje was wild en enthousiast. Stiekem wist ik dat ik aan de bovenkant van de lijn zat en dat ik een beetje contragedrag moest vertonen, pauzes inlassen, meer rust nemen maar mijn enthousiaste geest won het van die wijze gedachte. Er zat bij mij geen rem op. In no-time had ik mijn site zo goed als klaar en zette hem online.

Zoals ik al zei: ‘I was feeling good!’ Toen ik hoorde dat op maandag 30 maart World Bipolar Day was, kreeg ik ’s morgens in de keuken een spontane ingeving. Dit was een ideaal moment om een persbericht te sturen naar de regionale kranten om deze aandoening maar ook gelijk mijn eigen website en het Fonds Psychische Gezondheid onder de aandacht te brengen. In een kwartier had ik het persbericht geschreven. Een beetje van mijzelf en een beetje van de VMDB. Via via bemachtigde ik de emailadressen van de verschillende redacties en die avond verstuurde ik het bericht in de hoop dat het opgepakt zou worden.

Alles ging mij die week makkelijk en vlot af. Zodra ’s morgens de wekker ging, kon ik makkelijk mijn bed uitkomen. Kleedde mij snel aan en liep met een volle wasmand de trap af richting de garage, gooide de was in de wasmachine en zette het apparaat aan. Teruggekomen in de keuken haalde ik eerst de vaatwasser leeg, daarna smeerde ik boterhammen voor mijn zoon, pakte zijn gymtas, een beker drinken en een koek die ik zorgvuldig in het voorvak van de tas stopte. Ik zette mijn computer aan en begon, zonder eerst rustig te ontbijten, te werken aan mijn volgende project: een website van de plaatselijke zangvereniging die mij hadden gevraagd om op vrijwillige basis een opzet te maken. Zodra mijn zoon zijn boterhammen had weggewerkt en de deur uit was, ruimde ik de keuken op, zette de borden en bekers in de vaatwasser en pakte de riem van de hond. Tijdens mijn wandeling borrelde allemaal ideeën en plannen op die ik snel opsloeg in mijn notities van mijn iphone. Je zou die goede ingevingen maar vergeten! Thuisgekomen zette ik de radio aan, iets harder dan normaal, en pakte de stofzuiger. Ik was lekker bezig. Als ik de stofzuiger terug in de garage zet, gooi ik nog even wat stro in de caviakooi. Met blik en veger ruim ik de restjes die naast de kooi zijn gevallen op. Terug in de keuken druk ik de senseo in en met een beker koffie in mijn hand neem ik weer plaats achter mijn macbook. ‘I’m feeling good!’

Het is vrijdag en het weekend staat voor de deur. Een druk weekend. Zaterdag eten bij vrienden en zondag op verjaardag in de randstad. Ik weet uit ervaring dat dit teveel voor mij is. Meestal plan ik na een drukke dag een dag rust. Maar sociale contacten zijn ook belangrijk. Je moet een keuze maken. Dan wordt maandag maar mijn rustdag beslis ik. Het weekend verloopt goed. Zaterdagmiddag breng ik samen met mijn man en zoon nog een bezoekje aan de binnenstad waar op dat moment de Stigmatour staat en ’s avonds hebben we een gezellig en lekker etentje bij vrienden. Die avond verzetten we voor dat we naar bed gaan de klok. Zondagochtend sta ik een uur vroeger op dan gewend, maak mijzelf op en kleed mij in een rood leren jasje (normaal ben ik nogal casual). Eind van de ochtend stappen we in de auto. Na een uur en drie kwartier uur rijden komen we bij onze vrienden aan. Het is gezellig maar zodra de woonkamer begint vol te lopen, voel ik dat het voor mij te druk begint te worden. Ik vind het moeilijk om aandachtig te luisteren naar een oude vriendin die naast mij zit en tegelijkertijd mijn aandacht te verdelen onder mijn andere vrienden. Ik ben meer van het één-op-één-gesprek. We vertrekken weer op tijd want ’s avonds hebben we met eten afgesproken bij mijn schoonouders om de verjaardag van mijn schoonvader te vieren. Ik val van de ene gezelligheid in de andere en ondanks deze drukte val ik ook s avonds, zonder slaappil, in slaap. Blij dat ik mijn verre vrienden weer eens ‘live’ gezien en gesproken heb.

sociaalcontact

Maandagmorgen kom ik moeilijker uit bed. Ik doe die ochtend rustig aan. In de middag heb ik afgesproken met een goede vriendin, die ik heb overgehouden aan de periode dat ik in deeltijdbehandeling zat. Deze afspraak had ik al eerder in mijn agenda gepland. Dat doe je vaak op de momenten dat je je goed voelt, afspraken met vrienden plannen. Eigenlijk moet ik dan ook rekening houden met mijn weekplanning van rust-activiteit-regelmaat maar omdat ik mijzelf op dat moment goed voel, schat ik de zaken wat positiever in dan anders en ga ik er van uit dat ik het allemaal wel aan kan. Ik voel die maandagochtend dat ik compleet uit mijn ritme ben. Komt dit door het uurtje wat ons is afgepakt of voelde ik mij de afgelopen week tè goed en moet ik nu de prijs betalen? Het is alsof ik gisteravond tot diep in de nacht heb door gefeest en een fles wijn of twee achterover heb geslagen. Meestal ben ik ’s morgens actief en rust ik in de middag uit zodat ik ’s avonds weer genoeg energie heb als het hele gezin thuis komt. Vandaag loopt het anders. Het is gezellig met mijn vriendin en omdat we elkaar niet vaak zien, hebben we heel wat te bespreken. Om kwart voor vijf zwaai ik haar uit en ik voel dat het leuke gesprek mij zwaarder is gevallen dat ik zou willen. Ik voel mij een wrak als mijn man uit zijn werk komt. Ik vraag aan mijn dochter of ze wil koken en ga zelf op de bank liggen. Ik kan er nu even niet zijn voor mijn gezin. Ik heb hoofdpijn, voel mij licht in mijn hoofd en uit balans. Ik merk dat ik weer langzaam onder de lijn schiet. Maar ik ben blij dat mijn website af is en ik mijn sociale contacten weer heb aangehaald. Contacten die ik nodig heb om mij als mens goed te voelen maar die ik vaak moet minderen om een manische episode te voorkomen.

Tip:
Als je aan de beginfase staat van een lichte depressie of manie dan kan contragedrag helpen. Contragedrag is precies het tegenovergestelde doen dan wat je voelt. Ik kan met mijn bipolaire brein niet voorkomen dat ik uit balans raak maar ik kan de hoogte van de pieken en de dalen wel enigszins beperken. Als ik slim was geweest had ik die week iets meer mijn oude ritme moeten volgen, rust in mijn agenda moeten bouwen en ’s middags even op de bank moeten blijven liggen. Maar door mijn overactieve brein gaf ik daar niet aan toe.

In voor- en tegenspoed

“Als de rollen waren omgedraaid, waren wij allang uit elkaar gegaan. Ik weet niet of ik er zo goed mee kan omgaan als jij.” Dit zijn woorden die ik vaak tegen mijn man zeg, mijn direct betrokkene. Scheidingen en psychische problemen doen het goed samen. Van psychische problemen ontstaan scheidingen en van scheidingen ontstaan vaak weer psychische problemen.

schakel

Het leven als mens met een psychische gevoeligheid valt niet altijd even mee. Ik leef met de dag en plan elke activiteit in mijn digitale agenda op mijn iphone (app: Week Calendar) zodat mijn hoofd leeg blijft en om stress te voorkomen. Ja, ja ik werk dan misschien niet meer maar heb een hele “drukke” agenda. Alles wat ik moet onthouden zet ik direct in mijn telefoon, die ik altijd bij mij heb en waaruit de hele dag piepjes afgaan als herinnering. De agenda deel ik samen met mijn man zodat wij allebei niet voor verrassingen komen te staan en van elkaars activiteiten op de hoogte zijn. Hij waarschijnlijk iets meer van mijn doen en laten dan andersom. Vaak weet ik zonder te kijken nog wel wat ik die dag niet moet vergeten. Simpele dingen zoals luizencontrole op school, gymtas van mijn zoon, boodschappen doen, wandelen met een vriendin, maar het geeft mij een prettig en veilig gevoel als alles zwart op wit staat en ik een duidelijk weekoverzicht heb.

En zo probeer ik iedere dag van mijn leven te leiden. Activiteit en rust af te wisselen en mijn spanningsboog onder controle te houden. Maar soms lukt dit niet omdat niemand, zelfs ik niet, zijn externe omgevingsfactoren in de hand kan houden. Dan krijg je onverwachts een uitnodiging voor een drukke trouwerij, een moeilijk gesprek met een vriendin of erger: een begrafenis. Je hebt de situatie niet meer onder controle en dan moet ik oppassen dat het leven niet ga voelen als lijden. Ik heb inmiddels wel geleerd, om tegen de normen en waarden van deze maatschappij in, ‘nee’ te zeggen ook al voel ik zelf in mijn hart de enorme behoefte om deel te nemen. Zo heb ik vier maanden geleden bewust gekozen om niet aanwezig te zijn bij de begrafenisplechtigheid van mijn man zijn oma. Niet dat ik de emotionele lading op dat moment niet zou aankunnen maar omdat ik weet dat de klap bij mij ongeveer een week later komt. En hoe erg ik hierdoor uit balans kan raken, is door niemand van tevoren te bepalen. Ik ben, omdat sociale contacten belangrijk zijn, na afloop wel aanwezig geweest in een plaatselijke bistro om de familie te condoleren. Dat voelde goed. Kortom: psychische gevoeligheid betekent continu bewust keuzes maken. Mijn man heeft tot twee keer toe bewust voor mij gekozen. En ik kan je één ding zeggen: het leven met een bipolaire vrouw valt niet altijd even mee.

 “Als ik moet kiezen tussen twee kwaden, heb ik je liever depressief. Dat je passief de hele dag ‘veilig’ op de bank ligt. Dan heb ik rust. Als je manisch bent, allerlei dingen wilt ondernemen, ik je met moeite kan remmen en dat je ’s nachts niet in slaap kan komen. Dan ga ik mij pas echt zorgen maken.”

Het is voor mijn man altijd een verrassing hoe mijn stemming is, als hij ’s avonds thuis komt. Mijn man is altijd alert. Als zijn telefoon gaat, is er bij hem altijd de spanning of het goed of slecht met mij gaat. Als ik ’s nachts naar de WC ga, en ik blijf wat langer weg dan gemiddeld, hoor ik hem altijd even mijn naam roepen. Hij is bijna altijd alert. Gelukkig wordt het naarmate ik langer stabiel ben, steeds minder maar het zal niet helemaal verdwijnen. Dit komt omdat we in het verleden samen heel veel meegemaakt hebben maar mijn man heeft ook alleen heel veel moeten verwerken. Als psychiatrisch patiënt is het vaak lijden maar je moet het leed van de betrokkenen niet onderschatten. Hun continue alertheid bestaat niet voor niets.

Tijdens mijn derde psychose werd ik, onder andere om mijn gezin te ontlasten, voor de eerste keer opgenomen en kwam mijn man plotseling alleen voor de zorg van onze driejarige dochter te staan. Onze zoon zou drie jaar later geboren worden. Opa’s en oma’s sprongen overdag als oppas bij omdat mijn man moest werken. Hij werkte op dat moment bij een klein reclamebureau waar de aanwezigheid van iedere collega telde. Het noodlot sloeg toe. Ik kreeg verkeerde medicatie waardoor ik steeds erger manisch psychotisch werd. Mijn man had al verschillende keren gezegd dat zijn vrouw het oude vertrouwde middel, Haldol, moest hebben maar de dienstdoende psychiater vond Seroquel een betere keuze. Toen hij uiteindelijk instemde met Haldol, was ik al zover heen dat ik vanwege paranoïde gedachten besloot mijn medicatie niet in te nemen en belandde in de isoleercel waar ik steeds verder afdwaalde.

Mijn man kreeg vanwege de Wet op de Privacy door dezelfde psychiater niet te horen hoe het met zijn vrouw ging wat hem enorm frustreerde. Thuis raakte onze dochter ziek. Kan gebeuren. Maar mijn alerte man vertrouwde het niet en bezocht meerdere keren de huisartsenpost, die haar lusteloosheid en diarree afdeden met een “ach, kinderen zijn wel vaker ziek”. Mijn man is gelukkig een gevoelsmens en na veel aandringen werd onze dochter doorgestuurd naar het ziekenhuis. Als een geschenk uit de hemel herkende een zeer bekwame, bijna gepensioneerde kinderarts haar zeldzame ziektebeeld. Onze dochter had een E-coli O157 bacteriële infectie en had daardoor het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS) opgelopen waardoor zij accuut nierfalen had. Met spoed werd ze per ambulance naar het Sophia Kinderziekenhuis gebracht voor een nierdialyse. Haar bloedwaarden waren heel slecht en onze dochter sliep alleen nog maar. Moet je voorstellen: daar zit je dan, in de ambulance met je ernstig zieke kind, 190 km/uur op de snelweg richting Rotterdam, terwijl je vrouw is opgenomen in de isoleercel van een psychiatrische instelling. Je voelt als man je gezin, waar je zoveel van houd en je leven voor zou geven, langzaam door je vingers glippen. Je bent machteloos en het voelt alsof de aarde onder je voeten verdwijnt. Dit is natuurlijk een uitzonderlijke situatie maar zoals ik al zei: Als je psychisch ziek bent, is het vaak lijden. Maar wie lijdt er nu het meest? De patiënt of de betrokkenen?

Op het moment dat je van de psychiater een diagnose krijgt en opeens een ‘psychiatrisch patiēnt’ bent, ben je vaak niet de enige die iets krijgt wat je liever niet wilt hebben. Als je een partner hebt, is deze ook gelijk een uitdaging rijker. Alleen is er één groot verschil. Ik kan niet kiezen. Ik heb een chronische ziekte gekregen en ik kom er niet meer vanaf. Deal er maar mee! Je partner als direct betrokkene heeft uiteindelijk toch een keuze. Niet een makkelijke maar hij of zij kan wel kiezen. Should I stay or should I go? Mijn man heeft destijds voor mij, zonder diagnose, gekozen. In voor en tegenspoed. En op die keuze is hij (nog) niet teruggekomen. Hij koos voor mij zonder en hij kiest tot op de dag van vandaag voor mij mèt. Voor mij èn mijn ziekte. Dat voelt pas als echte liefde!

Tips:
Ten eerste, pas als betrokkene op voor expressed emotion! Deze term verwijst naar de houding van betrokkenen zoals familieleden en partners ten opzichte van een psychiatrisch patient. Mijn man zal, als hij merkt dat het slecht met mij gaat, zijn gevoel niet naar mij uitten om te voorkomen dat ik daar verkeerd op zou kunnen reageren. Zijn bezorgde houding zou namelijk een averechts effect kunnen hebben. Ik zou bijvoorbeeld mijn manische/depressieve gevoelens voor hem kunnen verbergen om hem niet meer ongerust te maken terwijl het juist op dat moment zo belangrijk is voor hem om te weten wat er in mij omgaat.

Ten tweede, beschrijf in overleg met je behandelaars in je zogenaamde preventie/crisisplan precies op welke medicijnen je het beste reageert en welke medicatie voor jou niet geschikt is. Maar zet voor de zekerheid ook in dit plan dat je akkoord gaat dat je partner te allen tijde op de hoogte gehouden wordt van je situatie tijdens je opname en onderteken dit document samen met je partner en je behandelende psychiater.

Klik hier voor een voorbeeld van een kort signaleringsplan.

Betrekkingsideeën, bijgeloof en leren relativeren

PLUSminus, herfst 2014

“Toeval bestaat niet. Ik geloof dat je in je leven tot op zekere hoogte dingen meemaakt om van te leren. Zelfs tijdens bijvoorbeeld gesprekken met anderen leer je, door emoties en gedachten die vrijkomen de ander maar, vooral jezelf steeds beter kennen. Maar soms tijdens mijn manische periodes komt er bij mij te veel informatie binnen.”

betrekkingsideeHeel vermoeiend en beangstigend is het als je alle ‘toevallige’ gebeurtenissen zoals nieuwsberichten in de krant of op tv op jezelf gaat betrekken, de zogenaamde betrekkingsideeën. Ook ging ik teveel betekenissen aan kleuren geven. Als ik bijvoorbeeld een zwarte auto voorbij zag rijden dan dacht ik aan de dood en mijn eigen begrafenis. Ik was manisch maar had wel depressieve gedachten. Teksten van liedjes op de radio kwamen keihard binnen en ik betrok de inhoud op mijn eigen leven. Alles leek voorbestemd.

Nu zie ik dit verschijnsel meer als selectieve perceptie. Je hoort wat je wilt horen en je ziet wat je wilt zien. Als ik nu teveel betrekkingsideeën krijg dan weet ik dat ik geestelijk vermoeid ben, dat ik moeite heb met filteren en dat ik even moet gaan liggen.

Betrekkingsideeën worden volgens mij gevaarlijk als je gevoelig bent voor bijgeloof en je uit angst de verkeerde verbanden gaat leggen. Mijn man wilde graag een keer met mij naar New York, naar ‘The city that never sleeps’. Niet echt een ideale vakantiebestemming voor iemand die overgevoelig is voor prikkels. Na een paar goede gesprekken met mijn zorgzame omgeving koos ik echter de veilige weg en ging niet mee. Mijn man vertrok samen met mijn dochter. Ik bleef thuis met onze zoon, die ik meer plezier zou doen met een dagje strand dan 24-uur winkelen. Ik vond het fantastisch dat zij wel gingen en was er ook aan toe om ze los te laten. Ik genoot van de whatsappjes met tekst, foto’s en filmpjes. Alsof ik er zelf bij was. Het feit dat ze op zondag 4 mei (dodenherdenking) terug zouden vliegen deed mij niets. Ik ben toch niet gek? Mijn trouwring brak die week plotseling doormidden maar dat zag ik als het loslaten van mijn geliefde. Zoals ik al zei: ik geloof niet in toeval. Ik werd pas ongerust toen ik op zondag in de vroege ochtend nadat ze geland waren géén telefoontje kreeg. Je moet niet direct uitgaan van het slechte maar ik weet ook als geen ander dat een ongeluk in een klein hoekje zit. Uit onwetendheid werd ik angstig. En dat zijn die moeilijke momenten in mijn leven. Dat je je gedachten moet leren loslaten.

Gelukkig heb ik geleerd dat je op zo’n moment moet leven in het nu! De kunst is rustig te blijven ademen, niet teveel na te denken en vooral proberen niet bang te zijn voor wat gaat komen. En wees ook niet bang voor je emoties want die gaan wel weer voorbij. Het zijn vaak de gedachten die je bang maken, niet de feiten dus je kunt ze relativeren. Wat kan ik doen om tot rust te komen? Nadat ik mijn man had gebeld met als resultaat de voicemail, belde ik mijn vader. Hij had op internet gezien dat het vliegtuig geland was. Tien minuten later belde mijn man en een half uur later stonden mijn dierbaren met een ‘big smile’ voor de deur. Mijn dochter had een zwarte sweater aan met een groot, rood hart ‘I LOVE NY’. En wat houd ik van haar!

Een goede keuze was het om mijn man en dochter los te laten op hun reis naar ‘The Big Apple’. Uit liefde, niet rekening houdend met mijn angst om hen of misschien mijzelf te verliezen. Het leven zit vol verrassingen, ik heb weer veel geleerd! Om mijn geest tot rust te brengen, gebruik ik medicatie en leef een geregeld leven. Ik probeer rust en activiteit af te wisselen en weet wat goed en wat slecht voor mij is en kan door duidelijk, open en eerlijk te communiceren assertief zijn naar anderen zodat mijn grenzen bewaakt worden.

Bipolair met kinderen

PLUSminus, mei 2012

Daar gaat een beker melk om, precies in de duplobak. De tranen schieten in mijn ogen. Mijn zoontje staat er kraaiend bij te kijken. Ik bel mijn moeder. “Mam, kan je hem alsjeblieft komen ophalen?”

bipo_kindOpvoeden is zwaar. Opvoeden terwijl je bipolair bent waarschijnlijk nog zwaarder. Soms trek ik het niet meer en dan roep ik de hulptroepen erbij. De opa’s en oma’s zijn gelukkig altijd bereid te helpen. Maar niet alleen opvoeden is zwaar. Ook de zwangerschap, de bevalling en de tijd van ontzwangeren vergen veel van iemand met een bipolaire stoornis. Mijn tweede psychose kreeg ik toen ik zeven maanden zwanger was van ons eerste kindje. De diagnose luidde manisch depressief. Nog tijdens de zwangerschap ben ik begonnen met lithium.

De bevalling in het ziekenhuis verliep goed. We kregen een kerngezonde dochter. Ik was natuurlijk hieperdepiep maar met stevige slaappillen kreeg ik toch mijn o zo belangrijke nachtrust. Thuis ging mijn man er vaak uit om onze dochter te voeden. Door de lithium kon ik geen borstvoeding geven. Doordat ik ’s nachts goed sliep, kon ik mij overdag storten op het moederschap. Een baby brengt een heel nieuw leefritme met zich mee, en ritme en regelmaat zijn bij een bipolaire stoornis erg belangrijk. Ze houden je stabiel. Samen met de psychiatrische intensieve thuiszorg heb ik een schema opgesteld waarin ik naast de babytaken ook rustmomenten had. Als de kleine sliep, sliep mama vaak ook.

Luier pakken
Het moederschap werd zwaarder toen mijn dochter te oud werd voor een middagdutje. Maar gelukkig bood de televisie uitkomst. Ik ging dan met mijn knieën opgetrokken op de bank liggen en mijn dochter nestelde zich in het hoekje van de bank achter mijn benen. Zo kon ik dan toch even mijn ogen sluiten. De periodes waarin ik het echt zwaar had, belde ik opa en oma. Hulp vanuit de directe omgeving is voor een bipolaire moeder zeer belangrijk. Mijn dochter ging net een jaar naar school toen ik beviel van onze zoon. Tijdens de hele zwangerschap ben ik lithium blijven gebruiken. Beter een stabiele zwangerschap met lithium dan weer een psychose. Ik onderging vanwege mijn lithiumgebruik wel meer controles in het ziekenhuis, vooral met het oog op eventuele hartafwijkingen bij de baby. De zwangerschap verliep gelukkig zonder problemen en ik beviel op medische indicatie in het ziekenhuis. In eerste instantie had ik graag minder leeftijdsverschil tussen de kinderen gehad, maar achteraf was het leeftijdsverschil van vijf jaar een uitkomst. Mijn kleuterdochter kon begrijpen dat de baby soms iets meer aandacht nodig had. En soms hielp ze mij door een luier te pakken of een flesje te geven.

Knuffelmama
Nu is mijn dochter 11 jaar en mijn zoon 6 jaar. Ik probeer mijn kinderen zo zelfstandig, zo zelfredzaam mogelijk op te voeden. Dat ze goed voor zichzelf kunnen zorgen, vind ik niet alleen voor henzelf belangrijk maar vooral ook voor mijzelf als bipolair patiënt. Ik ben geen mama met een ‘tovertas’ waar alles uit tevoorschijn komt wat toevallig net nodig is: drinken, snoepjes, snottebeldoekjes, bellenblaas etcetera. Het is ook niet vanzelfsprekend dat deze mama elke zaterdag op het voetbalveld staat te kijken naar een spannende wedstrijd of dat ze elke ochtend haar kind in de klas een dikke pakkerd geeft. Mijn kinderen weten dat ik soms erg moe ben in mijn hoofd. Dan kan ik de drukte even niet meer aan en neemt mijn dochter haar broertje mee naar school. Maar dat geeft niet. De keren dat ik er wel ben, zijn extra leuk. Ik ben wel een knuffelmama. Soms kruipen we met zijn allen heel vroeg in bed en kijken we samen tv. Dat zijn de mooie momenten. Hoe het is om bipolair te zijn met kinderen? Kinderen hebben aandacht nodig. Ze verdienen aandacht. De rust is soms ver te zoeken als je kleine elke nacht naast je bed staat. Maar daarentegen geeft het opvoeden van kinderen ook heel veel ritme en regelmaat. Ze geven je liefde en dat helpt je er ook vaak bovenop. De depressieve gedachten verdwijnen maar mijn kinderen niet. Die hebben mij nodig… en ik hen! Mijn dochter helpt mij met de huishoudelijke taken. Even de hond uitlaten of de tafel dekken. Ik ben duidelijk naar ze over hoe ik mij voel. Ze mogen mij best verdrietig zien, dat is ook een emotie. En als ik wat drukker ben, moeten we samen lachen. “Ik vind het leuk als je manisch bent, want dan zeg je vaker ja!”

Tip:
KopOpOuders.nl is er voor alle ouders die last hebben van o.a. psychische problemen. De site geeft informatie en tips over hoe je een zo goed mogelijke ouder kunt zijn. Ook kun je anoniem een gratis online groepscursus volgen, om advies via de e-mail vragen en ervaringsverhalen lezen en uitwisselen.

Alsof ik honderden kilo’s weeg

LINDA., april 2007

Artikel_Linda

Toen ik zeven maanden zwanger was van mijn oudste, kreeg ik mijn tweede psychose. Ik had er al eerder een gehad, maar toen werd de diagnose manisch depressief nog niet gesteld: iedereen kan in zijn leven een keer psychotisch worden en dat betekent nog niet dat je de ziekte hebt. Die tweede keer zei de dokter tegen mijn man: “Het is kiezen tussen twee kwaden, door de medicijnen kan er iets met het kind gebeuren, maar als ze niks slikt gaat het zeker mis.” We kozen voor zo min mogelijk medicijnen.

Als ik psychotisch ben slaap ik niet, heb ik heel veel energie, kan ik alles aan en ben ik heel druk. Daarna volgt een diepe depressie. Dan wil ik niets meer. Mijn lijf voelt zwaar, alsof ik honderden kilo’s weeg. Toch wilde ik een tweede kind. Ik ben zelf enig kind en wilde graag een groot gezin. Voordat ik zwanger werd van mijn zoon zijn we overgegaan op lichtere medicijnen en tijdens de zwangerschap extra controles. Na de bevalling mocht ik twee weken langer in het ziekenhuis blijven om uit te rusten. Daarna kreeg ik hulp van de psychiatrische thuiszorg. En toch ging het niet helemaal goed. Ik had mijn gedachten slecht in de hand, ging weer aan de dood denken, moest zwaardere pillen.

Nu is mijn leven zo georganiseerd dat ik voldoende rust krijg. Ik doe samen met mijn zoontje een middagdutje en mijn dochter gaat overdag naar school. Natuurlijk heeft ze door dat er soms iets aan de hand is, maar ze is pas zes, ik kan nu nog niet uitleggen wat voor ziekte ik heb.”