Kolder in de kop

Tekst: Martine van ’t Hek

Iedereen ervaart een bipolaire stoornis anders en heeft zo gezegd andere frequenties in zijn episodes. Niet iedere manie heeft dezelfde kenmerken. Waar de een heel veel gaat schrijven of de bloemetjes buiten de deur gaat zetten, zet ik onder andere mijn huishouden bijna letterlijk en figuurlijk op zijn kop.

Het is niet verwonderlijk dat mensen in mijn omgeving, evenals ikzelf, niet door hadden wat er met mij aan de hand was. De meest voor de hand liggende opmerkingen, die ook zeker meerdere malen zijn gemaakt: “ Ze is schoonschip aan het maken” of “Ze is met de voorjaarsschoonmaak bezig”. Het maakte daarbij niet uit in welk jaargetijde ik dit deed. Al vroor het dat het kraakte of al vielen de mussen van het dak, het maakte mij niet uit. De temperatuur voel ik op zo’n moment niet. Als de kolder eenmaal in mijn hoofd zit, krijg ik hem er niet uit. Wat ik wil, moet en zal koste wat kost gebeuren. Die metamorfose van mijn woonkamer komt er en menig meubelstuk wat niet meewerkt, krijgt het te voorduren of wordt desnoods gesloopt.

hulk-578088_640

De kracht waarmee deze ‘verbouwing’ gepaard gaat, is bijna onbeschrijfelijk. Meubelstukken waar je normaliter meerdere personen bij nodig hebt om ze leeg te verplaatsen, verplaats ik helemaal alleen mét inhoud naar de nieuwe plek van bestemming . Het voelt soms alsof ik transformeer in de Hulk en in het bezit ben van super krachten. Zelfs mijn ruimtelijk inzicht lijkt scherper te zijn dan wanneer ik stabiel ben. Ik weet exact op bijna de cm nauwkeurig af of iets gaat passen of niet. In mijn hoofd heb ik een duidelijk beeld van wat, waar moet komen en hoe. Het plan wat ik in mijn hoofd heb, moet worden uitgevoerd. Het is voor mijn gezin en mijn omgeving dan beter om of uit de buurt te blijven of juist mee te werken. Maar loop je mij voor mijn voeten dan kun je er op rekenen dat ik je overspoel met woorden of dat ik je letterlijk aan de kant zet.

Als mijn gezinsleden besluiten om mee te helpen dan is het wel zaak dat zij snel van begrip zijn en niet herhaaldelijk aan mij vragen wat nu de bedoeling is. Zo’n uitleg komt namelijk met een razend tempo mijn mond uitgevlogen. Geduld om het nog een keer uit te leggen heb ik dan niet. Alles moet nu gebeuren. Niet over één uur of over één dag. Nee, NU!

Als ik bijvoorbeeld bedenk dat ik mijn vitrages voor de ramen wil vervangen door plakfolie, dan rijd ik per direct naar de plaatselijke bouwmarkt om materiaal te halen. Zelfs mijn fysieke beperking houdt mij niet tegen. Al moet ik lopend of met de fiets. Als ik zoiets in mijn hoofd heb dan gebeurt het ook. Zelfs als in verband met tropische temperaturen het advies geldt om geen zware fysieke inspanningen te doen, ga ik gewoon door met het plan dat ik in mijn hoofd heb. Ik voel het toch niet. Bij thuiskomst worden dan de vitrages direct afgehaald en lap ik de ramen om vervolgens deze weer nat te maken om het folie op te kunnen plakken. Hoe ik het doe, doe ik het en het lukt mij ook. Al moet ik doorgaan tot midden in de nacht. Ik klaar dit klusje zonder dat ik deze bijvoorbeeld na de manie overnieuw moet doen omdat het folie weer naar beneden komt. Een ander zou van vermoeidheid zijn ingestort maar ik ga door.

Bent u nu ook moe van het lezen van bovenstaande? Ik wel. Als ik naar mijn manies terugkijk dan denk ik wel eens: “Hoe heb ik het voor elkaar gekregen om dat te kunnen doen terwijl ik nog geen fractie van zo’n activiteit kan uitvoeren als ik stabiel ben”. En dan moet u nagaan, dit zijn maar kleine stukjes van wat ik tijdens een manische periode allemaal doe.

Zoals ik bij het intro al zeg, heeft iedereen zo zijn eigen kenmerken die bij een manie passen. Hetgeen wat ik hier beschreven heb, is één van mijn voorbeelden die kunnen optreden tijdens een manie. Een ander voorbeeld is koopjes najagen. En dan heb ik het niet over gezellig shoppen maar over een bulkvoorraad aanleggen van onder andere shampoos of vaatwasblokjes. Wat er weer voor zorgt dat mijn kasten uitpuilen. Allemaal omdat ik de koopjes niet kon laten liggen. Wat moet ik doen met een voorraad van een jaar aan vaatwasblokjes? Gelukkig hebben we een vaatwasser die er graag gebruik van maakt. En die shampoo die komt ook wel op. Zeker met een stel pubers die graag staan te schuimen onder de douche.


2014-04-09 10.40.24

Mijn naam is Martine van ’t Hek , bijna 41 jaar en volop bezig met mijn ontdekkingstocht naar de do’s en don’ts bij het hebben van een bipolaire stoornis. Daarnaast ben ik moeder van een twee prachtige kinderen met ieder een eigen uitdaging en gelukkig getrouwd met een schat van een man die ook zijn eigen uitdaging heeft. Wat die uitdagingen zijn en waar wij als gezin mee van doen hebben, kunt je lezen als je een kijkje neemt op: www.martinevanthekblogt.wordpress.com

De weg die herstel heet

Tekst: Romana Slagboom

Aan het begin van mijn weg naar herstel was ik compleet door mijn ziekte overrompeld. Ik wist niet wat er met mij gebeurde. Ik was bekend met angst maar niet met alle bijverschijnselen die mij nu plotseling overvielen. Ik zag dingen die er niet waren, hoorde gesprekken waar ik toch echt alleen was en mijn lichaam leek niet meer te functioneren. Ik voelde zoveel tegelijkertijd dat ik de individuele emoties niet meer kon onderscheiden. Ik was in de war, begreep niet wat er met mij aan de hand was en ik was wanhopig want wat nu? Hoe moest ik verder als ik zelfs mijzelf en mijn eigen lichaam niet meer kon vertrouwen? Hierop ging ik in de wachtstand en was ik tot niet veel meer in staat dan ademhalen. Ik heb aan de bel getrokken bij de GGZ en werd niet gehoord. Ook omdat ik niet in staat was om mijn klachten goed en duidelijk te verwoorden.

butterfly-730430_640

In de tweede fase van mijn herstel, zoals ik die nu herken, kon ik weer wat helderder denken. Er was nog een enorme angst voor een terugval maar ook het besef dat ik hulp moest zoeken. Toen ik eenmaal wist wat er met me aan de hand was, dat ik een bipolaire stoornis had, ben ik gaan vechten om beter te worden. Ik ging genezen dat wist ik zeker. Mijn ziekte verklaarde dan misschien mijn verleden maar zou zeker geen plaats hebben in mijn toekomst. Ik kon niet accepteren dat ik misschien altijd klachten zou blijven houden. Ik schaamde me, voelde me een zwakkeling en vertelde niemand over mijn problematiek. Want , zo redeneerde ik: “ik word toch weer beter?” Wie weet zouden mensen in mijn omgeving mij altijd blijven zien als het meisje dat psychische problemen heeft gehad. Dat wilde ik niet. Ik projecteerde mijn zelfstigma en angst op mijn omgeving en gaf zo niemand de kans mij te steunen.

Zo ging het even beter, met af en toe een terugval. “Maar dat is ok”, zei mijn behandelaar. Tot ik wederom gevloerd werd door mijn klachten. Dat was het moment dat ik besefte: “ik word niet beter.” Ik kan blijven vechten maar ik denk dat ik beter af ben als ik leer om met mijn ziekte te leven. Misschien kon ik dan ook echt gaan leven want het gevecht kostte mij bakken met energie. Het leverde mij niets op behalve een gevecht tegen een onzichtbare vijand. Een gevecht die ik ooit hoopte te gaan winnen. Langzaam maar zeker ben ik gaan ontdekken wat mijn leven leuk en waardevol maakte. Daarnaast ben ik een plan gaan schrijven voor een eventuele terugval. Wat kan ik doen? Wat kunnen mijn naasten doen? Wat werkt en wat niet? Ik ben gaan lezen over mijn ziekte die ik langzaam maar zeker ‘mijn kwetsbaarheid’ ging noemen. Ik las over medicatie en behandelingen en realiseerde me dat mijn ziekte ook echt MIJN ziekte was.

“Een andere patiënt kan dezelfde ziekte heel anders beleven.”

Dat was belangrijk voor me, omdat het betekende dat mijn herstelproces ook het MIJNE was. Ik mocht de regie nemen, experimenteren en mijn eigen weg gaan bewandelen. Doodeng maar ook heel bevrijdend. Ik hoefde niet langer te vechten tegen de ziekte. De ziekte werd een deel van mij. Mijn kwetsbaarheid. Ik werd dan wel niet beter, maar dat betekende niet dat mijn leven niet beter zou gaan worden.

Sinds lange tijd heb ik gezegd dat ik iets met mijn ervaringen wilde gaan doen. Maar wat dat ‘iets’ zou zijn werd pas duidelijk toen ik startte met de cursus ‘Samen Deskundig’. Dat ‘iets’ van mij bleek een functie: die van ervaringswerker. Ik had een doel!

In mijn contact met lotgenoten en gelijkgestemden voel ik me geaccepteerd om wie ik ben. Een ervaring die me het zelfvertrouwen heeft gegeven om niet meer te zwijgen over mijn kwetsbaarheid. Met schaamte doe je jezelf enorm tekort. Het maakt je ziek naast je ziekte. Eenmaal uit de kast viel er een last van mijn schouders. Eindelijk mocht ik mezelf zijn. Ik hoefde niet meer bang te zijn dat mijn geheim zou uitkomen.

Eerlijk gezegd heb ik vrijwel geen negatieve reacties gehad maar mochten ze komen dan doen ze niets af aan mijn identiteit. Stigma en onbegrip zeggen niets meer over mij maar wel heel veel over de persoon die het uit.

Ik heb nog steeds dagelijks te maken met de gevolgen van mijn kwetsbaarheid maar ziek voel ik me al lang niet meer. Ik let op wat ik eet, doe aan sport en zorg voor voldoende ontspanning. Ik blijf mezelf ook prikkelen om me verder te ontplooien en mijn grenzen op te zoeken. Dat hoort ook bij ervaringsdeskundigheid, weten hoe het is om over je angst heen te stappen. Gelukkig ben ik niet bang meer voor een terugval. Het kan gebeuren, morgen of over vijf jaar, maar die kennis houd me ook weer scherp. Het herinnert me eraan dat ik van alle goede momenten moet genieten en dat doe ik volop. Met de kennis en ervaring die ik nu heb weet ik dat een terugval niet het einde betekent van mijn herstel. Herstel blijft een proces dat voor mij en vele anderen niet lineair verloopt maar wel een proces dat ik aankan.

 


 

FB_IMG_1452521763929

Ik ben Romana Slagboom, 32 jaar, getrouwd, mama van een tweejarige dochter en ervaringswerker met een bipolaire stoornis. Ook ben ik initiatiefneemster van stichting Te Gek, een stichting die zich inzet voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.

Herstel, bestaat dat?

Tekst: Luc Vercauteren

Zelf ben ik hersteld. “Herstellen, wat is dat?”, heb ik vaak gedacht. Voor mij kwam dat antwoord pas toen ik hersteld was. Herstellen van een psychische aandoening laat zich niet in één zin omschrijven. Het is voor ieder een uniek en persoonlijk proces en reikt over de grenzen van een psychische aandoening heen naar een volwaardig leven. Herstellen van klachten van een psychische aandoening -van een psychose, van een angststoornis, van een eetstoornis, van een depressie- is vaak niet voorstelbaar als je last van psychische klachten hebt. De hoop ontbreekt dan vaak. Hoop is dan ook een belangrijk onderdeel van herstellen. Het is het begin van herstellen. Zonder hoop kan herstel niet worden ingezet. Herstel is niet gelijk aan het genezen van een stoornis. Het is het vinden van een weg om te leren omgaan met je kwetsbaarheden. Je bent hersteld op het moment dat je niet meer wilt veranderen, dat je omarmt wie je bent met al je kwetsbaarheden. Dat het goed is zoals het is. Herstel gaat niet vanzelf ook al denk ik dat het vooral een onbewust proces is. Herstel is het weer aanwezig zijn van een verbinding met jezelf. Verbinding met anderen. Het weer kunnen beleven. Het weer kunnen voelen en het weer kunnen voelen van liefde.

Samenvattend is herstel een proces waarin ruimte is voor hoop en wat leidt tot het ontdekken van een nieuwe zinvolle betekenis in het leven ondanks de beperkingen van een psychische aandoening.


Luc

Mijn naam is Luc Vercauteren. Door Petra ben ik uitgenodigd om een gastblog te schrijven voor haar website. Nu schrijf ik al zo af en toe voor de website psychosenet.nl. Ik schrijf daar over mijn bipolaire aandoening en hoe ik deze ziekte ervaar.

Je kunt meer over mij en m’n bipolaire aandoening lezen in de volgende blogs:
Omgaan met iemand met een depressie
Bipolaire stoornis en acceptatie

Over mijn nabije toekomstplannen verwijs ik je graag door naar mijn website: www.maastricht-teheran.nl

Psychotisch onderuit

Tekst: Huub Hendriks

In mijn bed lig ik al dagenlang
onbewust van tijd en uren
mijn lichaam is zwak en uitgeteerd
mijn geest maakt overuren

uit voorzorg ben ik vastgemaakt
aan polsen en aan enkels
men zegt dat dit beter is
voor mijn gedachte kronkels

alsof ik weg kan lopen
met lakens om mij heen
mijn leven gaat teneinde
onmenselijk en alleen

zes maal per dag die spuiten
beladen met beton
alleen dat was het anker
dat mij nog redden kon

dertig kilo aan gewicht
heeft men mij al ontnomen
in even vele dagen
heb ik niets tot me genomen

mijn toestand is nu heel kritiek
zelfs drinken kan ik niet
ik schaam me voor mijn eigen vrouw
die mij zo liggen ziet

person-371015_640

dan weer zo’n moment
dat Jezus onze vader
mij meeneemt op zijn weg
naar ‘t hemels engelen kader

en steeds weer gaan wij andere wegen
zoals de kruisweg saam
en soms mag ik dan drogen
een traan in Jezus naam

vogels zie ik stil staan
boven in de lucht
terwijl onder hen de mensen
zich haasten op hun vlucht

het einde aller tijden
zag ik wel honderd keer
en juist daarom God de Vader
geloof ik in U Heer.


huub

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

De eerste stappen zette ik als RIAGG-cliëntenraadsvoorzitter in Maastricht. Ook volgde ik aan de Universiteit van Maastricht Cliënt-, Recht en Etiek. Ik kwam in de Limburgse Cliëntenraad terecht. Het RIAGG stelde mij in de gelegenheid om mijn eerste gedichtenbundel uit te geven genaamd “Eindelijk is de pijn gedicht”. Toen bleek dat ik alles over mijn ziekte goed onder woorden kon brengen en mij er ook niet voor schaamde, vond ik een plek bij de VMDB waar ik nu al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben.

De VMDB heeft mijn leven altijd een zonnige kant gegeven. Ik heb mij er mogen ontwikkelen. Ik geef nog steeds op landelijk niveau lezingen en voorlichting aan 2de jaars studenten en huisartsen in opleiding. Ik schrijf vaak in het verenigingsblad PLUSminus en heb drie jaar geleden de Fridus Crijns wisseltrofee mogen ontvangen als beste vrijwilliger aan onze landelijke lotgenotenlijn. Binnenkort ga ik ook voorlichting geven bij de politie over hoe zij beter om kunnen gaan met mensen die psychotisch zijn.

De medewerkers van de lotgenotenlijn zijn er voor zowel lotgenoten als betrokkenen en iedere dag (ook in het weekend) van 11.00 tot 21.00 bereikbaar onder het volgende nummer: 0900 5123456

Innerlijk weten

Tekst: Truus Zeegers

SAM_1303

Tijdens donkere diepe dalen
willen weten zo graag weten
wat is de reden van dit bestaan
om steeds opnieuw toch weer
op weg te gaan

Weten
eens wordt het weer licht
een blik vol hoop
op de toekomst gericht

Voel de levensdrang in mijn hart
dat is wat hoop me heeft gebracht
geloof al is het schijnsel zwak
een lichtstraal die door het donker brak
een sprankje hoop veert in me op

Voorzichtig durf ik te geloven
op mijn tast loop ik met kleine stappen door
het leven stroomt weer door mijn aderen
het levensgevoel daar ga ik voor.

Het tintelt door mijn hele lijf
durf weer te geloven
dat is de reden van mijn bestaan

Ik heb genoeg te geven

Dichtbij mezelf
op mijn eigen manier
verder gaan
kleur geven aan
mijn eigen bestaan.


SAM_2871 (3)

Als mens leef ik, Truus Zeegers (59), inmiddels 40 jaar met een uitgebreide voedselallergie en bijna 28 jaar met de bipolaire stoornis. Door de jarenlange gevolgen van de voedselallergie kwam ik begin 1987 terecht in de eerste en laatste manisch depressieve psychose van mijn leven.

Gelukkig leef ik in een tijd dat er goede stemmingsstabilisatoren zijn om de bipolaire stoornis te behandelen. Een uitgebreid allergologisch onderzoek wees uit welke voeding goed voor me was. De maandelijkse migraine aanvallen bleven hierdoor uit en werden beperkt tot twee keer per jaar.

In 1987 stroomde ik, na de ziekteperiode, weer in als fulltime groepsleerkracht binnen het speciaal onderwijs. De beperkte hoeveelheid energie bleef me parten spelen na het werk. Na 30 jaar werkzaam te zijn geweest in het onderwijs werd ik uiteindelijk volledig afgekeurd. Daar had ik grote moeite mee. Ik besloot de ochtenden bewust actief in te vullen met sport, dans, zingen. De middagen geven ruimte om te schilderen á la Hundertwasser, schrijven van gedichten, vrijwilliger aan de telefonische hulplijn van de VMDB (Vereniging van Manisch Depressieven en Betrokkenen), inmiddels Plusminus genoemd, voor lotgenoten en betrokkenen: 0900 5 123 456.

Het schrijven van gedichten geeft mij de ruimte om vanuit mijn gevoel, ook tijdens slapeloze nachten of een depressie, vanuit het donker of onrust, ongemerkt toe te schrijven naar hoop en vertrouwen. Het licht. Via deze link kom je terecht op mijn gedichtensite: https://www.facebook.com/EigenWijsGedichten

Schilderen á la Hundertwasser geeft me ook de vrijheid, puur vanuit mijn gevoel te tekenen en schilderen. Omdat leven met de bipolaire stoornis en voedselallergie vraagt om de nodige begrenzing, vind ik het heerlijk zo vrij te mogen werken.  

Gevaarlijk stigma

Tekst: Romana Slagboom

Niet lang geleden kocht ik een seizoen van Criminal Minds op dvd om heerlijk samen met mijn man te kijken. Met zijn tweeën lui op de bank. Kom maar op met die welverdiende ontspanning! Dat liep anders. Criminal Minds is een politieserie over een team FBI Profilers die de meest gruwelijke moorden probeert op te lossen. Door hun kennis van de menselijke geest maken zij een profiel van de mogelijke moordenaar. Halverwege het eerste seizoen viel het me op dat wel heel veel van die vreselijke moorden werden gepleegd door een (serie)moordenaar met een psychische kwetsbaarheid. Toen een heel gezin werd vermoord door iemand met een bipolaire stoornis was bij mij de maat wel vol. Ik wond mij enorm op over het stigmatiserende beeld dat deze serie schetste van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ik voelde mij zelfs persoonlijk aangesproken. Mijn man deed er nog een schepje bovenop door mij gekscherend te vragen of ik wel echt mijn medicatie had genomen die dag.

“Nee, ik ben geen seriemoordenaar. En nee, ik ben ook niet gevaarlijk, maar ik heb wel een psychische kwetsbaarheid.”

Mijn man vroeg me waar ik me nu zo druk om maakte, het was toch maar een televisieserie? En inderdaad, waar maakte ik me nu zo druk om? Tot ik mij realiseerde dat ik altijd al angstig ben geweest dat anderen mij om mijn kwetsbaarheid zouden uitsluiten. Of erger nog, bang voor mij zouden zijn.

Toen ik op de basisschool zat, had de moeder van een klasgenootje Gilles de la Tourette. Ze knipperde veel met haar ogen en maakte ongecontroleerde geluidjes. Veel kinderen mochten niet bij mijn klasgenootje thuis gaan spelen van hun ouders, omdat dat wellicht niet veilig zou zijn met ‘zo’n moeder’. Het klasgenootje werd ook nog eens vreselijk gepest. Ik moet toegeven dat ook ik bang was voor de moeder van mijn klasgenootje, maar er was toen ook niemand die mij uitlegde wat er aan de hand was en waarom deze moeder er anders uitzag en zich anders gedroeg. Inmiddels heb ik een dochter van twee en ik zou het verschrikkelijk vinden als ouders van klasgenootjes haar op mijn kwetsbaarheid zouden uitsluiten, zoals ik dat in mijn jeugd heb gezien.

apartments-924786_640

Afgelopen week kreeg ik het antwoord op de vraag waar ik nu zo druk om maakte. De NOS meldde in een persbericht over een gruwelijke moord en dat de dader een psychiatrisch patiënt was die in een oefenhuis woonde. Gezien het feit dat het misdrijf reeds was opgelost, vond ik deze melding onnodig maar begrijpelijk. Tot de laatste zin van het bericht: ‘niet alleen in deze Groningse plaats wonen psychiatrisch patiënten midden tussen de mensen.’ Dat is heel juist van onze NOS. Er wonen door heel Nederland, misschien wel in iedere straat, psychiatrisch patiënten midden tussen de mensen. Ik woon ook midden tussen de mensen, in een flat. Maakt mij dat potentieel gevaarlijker? Het klinkt misschien wat overdreven allemaal, maar er is een heel valide punt in dit alles: mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen te pas en te onpas te maken met stigma. Stigma schaadt en kom je tegen op de meest onverwachte momenten. Mogen de klasgenootjes van mijn dochter over een aantal jaar ook niet bij ons over de vloer komen? Onder het mom: voorkomen is beter dan genezen? Natuurlijk zijn er weldenkende mensen die heel goed begrijpen hoe stigma werkt en die mij (hopelijk) gewoon met hun kinderen vertrouwen. Maar zo is helaas niet iedereen en daarom mag het een heel stuk minder met het portretteren van mensen met een psychische kwetsbaarheid als gevaarlijk en onberekenbaar. Hollywood was voor mij nog tot daar aan toe, maar nu ook de NOS ongenuanceerd bezig is, is de maat vol.

Dus:
“Lieve NOS, wilt u in een volgend bericht melden dat mensen met een psychische kwetsbaarheid bewezen niet gevaarlijker zijn dan mensen zonder psychische kwetsbaarheid? Sterker nog, zij hebben meer kans slachtoffer te worden van geweld dan andersom. Stigmatiserende berichtgeving zou dit risico wellicht kunnen verhogen. Ik zou het, als hoogopgeleid persoon met een psychische kwetsbaarheid en een heel actief leven, erg op prijsstellen als u eventuele gevolgen van uw manier van berichtgeving niet uit het oog verliest. Alvast bedankt voor uw moeite.”


FB_IMG_1452521763929

Ik ben Romana Slagboom, 32 jaar, getrouwd, mama van een tweejarige dochter en ervaringswerker met een bipolaire stoornis. Ook ben ik initiatiefneemster van stichting Te Gek, een stichting die zich inzet voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.

Zelfdoding

Tekst: Huub Hendriks
Dit blog verscheen eerder op Psychosenet.nl

Als je na het lezen vragen hebt of in gesprek wilt gaan met Huub? Zijn mailadres is bekend bij de redactie: redactie@petraetcetera.nl.

Momenteel is zelfdoding erg actueel daarom deze gastblog. Graag wil ik een poging doen om begrijpelijk te maken wat mensen die voor zelfdoding kiezen voorheen al moeten meemaken.

Enkele jaren geleden pleegde mijn jongste broer (47) zelfmoord door verhanging aan een boom voor zijn eigen huis. Hij was een gevoelig mens en stond voor iedereen klaar. Hij had een busonderneming en leefde voor zijn biljartsport. Hij gaf vele gratis demonstraties en had meerdere internationale titels in verschillende spelsoorten op zak en was door iedereen heel erg geliefd. Ook was hij een groot knuffeldier. Zijn beide dochters 15 en 17 waren gek op hem. Op de dag van de uitvaart was de kerk afgeladen en stonden zelf mensen buiten in de regen.

woodland-669737_640

Wat wij als familie weten, is dat er naar buiten toe geen enkel voorteken was waarom hij tot deze daad kwam. Ook zijn echtgenote had geen vermoeden. Ze was lerares, maar kon in teamverband met niemand samenwerken. Dit gaf spanningen. Ook in haar gezin. Mijn broer moet dit als zeer vervelend ervaren hebben en vluchtte in zijn geliefde sport. Ook ik heb niet gezien dat hij erg ongelukkig was en depressieve perioden kende. De dood van mijn broer kwam daarom als een geweldige onverwachte klap. Enkele weken voor zijn suïcide overleed onze moeder en mijn vader stierf twee weken na de dood van mijn broer. Plots was ik de helft van mijn familie kwijt.

“Toch durf ik rustig te stellen dat je als mens ondanks je psychiatrische achtergrond over een enorme veerkracht kan bezitten.”

Als je soortgelijke dingen meemaakt, zoek dan steun bij elkaar en praat er open over. Lucht je hart en geef jezelf de tijd om te rouwen. Verwerk je verdriet op je eigen manier. Ik heb bijvoorbeeld mijn beide ouders gewassen en afgelegd. Achteraf heeft juist dit mij enorm geholpen in mijn verwerkingsproces.

Als mensen voor zelfdoding kiezen, komt dit vaak altijd onverwachts en kan dit jarenlang pijn doen. Levens kunnen hierdoor zelfs ingrijpend veranderen. Bedenk dat mensen die tot deze daad komen meestal gevangen zitten in een groot web van psychische pijn of ander onmenselijk leed. Ze durven er vaak ook niet met hun omgeving of naasten over te praten. Vaak bang om niet begrepen te worden. Op het moment dat iemand overgaat tot zelfdoding, is hij of zij er al heel lang mee bezig. De daad op zich is voor deze mensen de enigste verlossing om uit het leven stappen.

Wij, die dit onbegrijpelijk vinden en ons afvragen waarom mensen uit het leven stappen, moeten leren iedereen deze vreselijke levensbeëindiging te gunnen. In onze ‘stressmaatschappij’ zitten tal van knelpunten waar onvoorstelbaar veel mensen zichzelf tegen komen en totaal vastlopen.

Tevens moeten we eens goed nadenken hoe we voordien signalen kunnen herkennen en mogelijk een laag-drempel-instituut binnen de GGZ creëren. Of een plaats waar mensen die met doodsgedachten leven anoniem en verantwoord terecht kunnen.


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

De eerste stappen zette ik als RIAGG-cliëntenraadsvoorzitter in Maastricht. Ook volgde ik aan de Universiteit van Maastricht Cliënt-, Recht en Etiek. Ik kwam in de Limburgse Cliëntenraad terecht. Het RIAGG stelde mij in de gelegenheid om mijn eerste gedichtenbundel uit te geven genaamd “Eindelijk is de pijn gedicht”. Toen bleek dat ik alles over mijn ziekte goed onder woorden kon brengen en mij er ook niet voor schaamde, vond ik een plek bij de VMDB waar ik nu al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben.

De VMDB heeft mijn leven altijd een zonnige kant gegeven. Ik heb mij er mogen ontwikkelen. Ik geef nog steeds op landelijk niveau lezingen en voorlichting aan 2de jaars studenten en huisartsen in opleiding. Ik schrijf vaak in het verenigingsblad PLUSminus en heb drie jaar geleden de Fridus Crijns wisseltrofee mogen ontvangen als beste vrijwilliger aan onze landelijke lotgenotenlijn. Binnenkort ga ik ook voorlichting geven bij de politie over hoe zij beter om kunnen gaan met mensen die psychotisch zijn.

De medewerkers van de lotgenotenlijn zijn er voor zowel lotgenoten als betrokkenen en iedere dag (ook in het weekend) van 11.00 tot 21.00 bereikbaar onder het volgende nummer: 0900 5123456 

‘Fijne’ feestdagen

Tekst: anoniem (naam bekend bij de redactie)

Kerstmis, brrrr … Voor deze bipolair zijn de kerstdagen niet geschikt. Veel te veel te doen van te voren, te weinig tijdens. Kerst betekent voor mij up of down.

Het is eenzaam voor mij zonder familie en vrienden terwijl het grootste deel van de wereld samen met hun geliefden lijken te zijn. Gelukkig heb ik wel mijn gezin, maar zij hebben Asperger en kunnen ook niet goed tegen de drukte van het vele regelen, inkopen doen, mensenmassa’s in de winkels en de veranderde inrichting van het huis. Kortom, kerstmis is stress!

christmas-830460_640

Maanden van te voren begin ik meestal met kadootjes verzamelen. Dat is goedkoper en er is nog niks uitverkocht. Het is ook veel rustiger in de winkels. En je hoeft niet alles op het laatste moment nog in te pakken. Maar sinds deze herfst ben ik nogal depressief en dus niet eens in staat de deur uit te gaan. Laat staan een cadeau te bedenken voor kinderen die alles al hebben. Het resultaat is dat ik twee weken voor de feestdagen nog allerlei dingen moet bedenken, kopen en inpakken. En die stress is niet goed voor mij. Ik word er nog depressiever van of juist zo hyper dat ik niet eens goed kan ademhalen, mijn hartslag niet weet te temperen en mijn vele gedachten niet kan indammen. Ik kan natuurlijk via internet bestellen maar worden de pakjes dan op tijd bezorgd?

En dan de spanningen rondom het avondeten. Ik moet ineens voor drie dagen maaltijden verzinnen. Ik vind het al moeilijk om het ontbijt klaar te maken en daadwerkelijk op te eten. Okay, dan wordt het gourmetten de ene dag en de andere dag kip in de oven. De kerstavond zelf eten we pizza, gemaakt door manlief. Maar wat gooien we in het boodschappenmandje voor de gourmetmaaltijd? En de kip? Wat eten we bij de kip? Sla en gebakken aardappeltjes dat is eigenlijk gewone kost wat wij al het hele jaar door regelmatig eten.

Nee, de kerstdagen komt mijn stemming niet ten goede.

Een mobieltje. Mooi cadeau voor onze dochter. Ja, want onze kleine meid van 10 mag na de kerstvakantie voor het eerst alleen naar school? Dat ze dan een eigen telefoontje heeft, is toch wel een must voor deze bezorgde mama. Ppffff, dat is dan geregeld. Alhoewel…er moet natuurlijk wel een simkaart in, en whatsapp. Ja, whatsapp moet ik zeker instellen.

Via Markplaats heb ik nog een ander cadeau besteld. Gelukkig kwam die aardige manier het ook nog zelf brengen en hoefde ik de deur niet uit. Er zijn dus ook echt aardige mensen op de wereld! Misschien wil hij wel komen eten met de kerst? Kip genoeg en minder saai voor ons. Wie weet kunnen we vrienden worden? Zou hij leuke kinderen hebben? Misschien aankomende vriendjes voor mijn dochters? Oeps, ik draaf weer een beetje door.

Door mijn depressies heb ik veel familieleden en vrienden weggejaagd. Zelfs mijn eigen moeder liet mij vallen tijdens een opname drie jaar geleden. De depressiefste fase ooit voor mij. Met mijn broers en zussen had ik al langer geen contact.

En mijn laatste vriendin, nota bene zelf manisch-depressief, zei tijdens die opname onze vriendschap vaarwel. Ik begrijp dat een depressief iemand niet erg gezellig is maar ik heb ook mijn hypomane kant. De fase waarin alles kan, waarin ik zoveel meemaak dat ik daarover leuke verhalen kan vertellen en niets mij teveel is. Helaas duren die fases veel te kort.

Kerstmiss, brrrr… ik word er zo down van. De dagen dat iedereen samen met familie en vrienden is. Nou ja, bijna iedereen. Er zijn natuurlijk ook mensen die geen gezin hebben en die deze dagen in hun eentje moeten zien door te komen. Met één kippepootje of één pannetje op het gourmetstel. Kerstboompje uit, vroeg naar bed. Fijne feestdagen.

Openheid loont

Tekst en foto’s: Cornelie Egelie-Sprenger

Als presentatie/media-ambassadeur van Samen Sterk zonder Stigma kies ik ervoor mijn verhaal te delen. Mijn motto is dan ook: delen is helen! Ik doe dat door middel van het geven van gastcolleges, presentaties en workshops. Telkens richt ik mij tot een andere doelgroep. Inmiddels heb ik voor MBO/HBO- studenten, kadetten van de politie academie, basisscholieren en psychiaters/psychologen gestaan. Te gek!

Foto collage

Het is voor mij telkens een feestje mijn herstelverhaal te delen. Maar mijn verhaal gaat natuurlijk niet alleen over mij. Het gaat ook over al die andere mensen die, in het geheim of in de openheid, worstelen met hun bipolaire stoornis. Nog fijner is het om te zien dat mijn verhaal ook écht aankomt. Dat merk ik aan de reacties en de vragen die men stelt. De vragen zijn dikwijls erg persoonlijk: Welke medicijnen gebruik je? Word je er dik van? Heb je nog een seksleven? Hoe gaan je kinderen met jouw kwetsbaarheid om? Aan wie vertel je dat je een bipolaire stoornis hebt? Hoe reageert men daarop?

Soms worden mensen emotioneel. De tranen stromen over hun wangen. Twee nichtjes kwamen, na afloop van een gastcollege HBO V, naar mij toe en vertelde me dat ze nu eindelijk snappen hoe het voor hun moeder/tante is om een bipolaire stoornis te hebben. Het waren ook tranen van herkenning én opluchting.

Eens gaf ik een presentatie aan groep 8 van een plaatselijke basisschool. Een moedig kind van 11 jaar vertrouwde mij en de rest van de klas toe dat haar vader depressief was. De vader kreeg medicijnen voorgeschreven maar wilde deze niet slikken want “je slikt toch geen medicijnen als je somber bent”? Best heftig om te horen. Ik weet dan niet hoe lang deze vader al depressief is en wat de ernst van zijn situatie is? Wat ik wel doe is een filmpje tonen. In dat filmpje wordt uitgelegd dat de hippocampus (diep verstopt in de hersenen) krimpt als je depressief bent. Daardoor maak je geen serotonine aan. De hippocampus kan weer groeien indien je therapie en/of medicijnen krijgt. Ik geef de link van dit filmpje ook aan het kind mee zodat zij het aan haar vader kan laten zien.

Mijn belangrijkste boodschap is dat het hebben van een psychiatrische aandoening geen aanstellerij is.

Een depressie/psychose is geen zwakte maar een ziekte. Indien je deze ziekte niet goed behandeld kun je er zelfs dood aan gaan! Dat komt binnen. Zelfmoord is niet hip, wél happening.

De afgelopen jaren ben ik een aantal keren in de media verschenen. Zo heeft mijn verhaal onder andere in de Libelle (‘13) gestaan, Trouw (‘14), Mijn Geheim (’15) en JAN (‘15).

Mijn ego krijgt een boost. Maar mijn hart wordt geraakt door de warme reacties. Op Blue Monday ’15 verscheen mijn verhaal in “Mijn Geheim”. In alle eerlijkheid wist ik niet goed of ik hier wel aan mee wilde werken. Immers, het is niet een blad dat ik zou kopen. Maar hoeveel dames in Nederland kopen dit wél? Ik zat te wikken en te wegen. En opeens dacht ik eraan dat het geen klap uitmaakt in welk blad je verschijnt. Immers, als ik één iemand hoop kan bieden met mijn openheid dan is dat al voldoende.

Na “Mijn Geheim” werd ik gevraagd door de JAN. De mooiste reactie die ik heb gekregen was het verhaal van een vrouw met ernstige psychische problemen. De zus van deze vrouw had mijn artikel in JAN (september ’15) gelezen.

Hi Cornelie, wilde je nog laten weten dat het sinds kort echt heel goed gaat met A.  En raad eens sinds wanneer? Sinds ze haar als aanvullend medicijn Lithium hebben gegeven. Dat wat ik de artsen heb geopperd toen ze werd opgenomen n.a.v. jouw verhaal in de JAN. Toen wilden ze eerst dat ze overging op een nieuw medicijn. Uiteindelijk hebben ze haar pas maanden later Lithium erbij gegeven als derde middel. Bizar toch? A. is inmiddels aan het werk. Iets dat ze al jaren niet heeft gedaan. Met haar relatie gaat het nog niet zo goed, maar met haar zelf wel. Heel fijn. Nogmaals duizendmaal dank dat jij je verhaal gedeeld hebt. Ik weet echt niet of ze mijn zusje anders wel lithium zouden hebben gegeven? Natuurlijk moeten we nog zien hoe het allemaal beklijft? Maar voor nu echt 1000% winst. Veel liefs, M.

Waar ik in mijn persoonlijk leven vooral tegenaan loop zijn “vriendinnen” die zeggen dat ik vooral niet aan bepaalde problemen moet denken want dan kan ik ook niet depressief of (hypo-) manisch worden. Denk vooral niet aan een roze olifant. Dat verhaal. Ik krijg dan het gevoel dat ik niet serieus wordt genomen. En soms twijfel ik: stel ik mij aan? Dat vind ik lastig. En het maakt mij strijdlustig. Juist deze vrouwen wil ik laten inzien hoe het is om bipolair te zijn. Maar is dit wel reëel? Niet iedereen zit op mijn verhaal te wachten. Toch?

Op dinsdag 19 januari 2016 zal ik in onze plaatselijke bibliotheek een ‘luchtige presentatie’ geven inzake “anders denken over psychische aandoeningen.” Ik hoorde gisteren dat er al flink wat kaarten zijn verkocht. Ben heel benieuwd wie er komen?



cornelie
Ik ben Cornelie Egelie-Sprenger, gelukkig getrouwd en moeder van 3 heerlijke kinderen. Jarenlang heb ik geworsteld met mijn psychische gezondheid.  
Ik had veel last van zelfstigma en ook vanuit de omgeving kreeg ik te horen vooral “een knop om te zetten”. Dat lukte niet. 

 

 

Na vijf zware depressies en drie psychoses was de maat vol. Ik besloot openheid van zaken te geven op Facebook. Het leverde mij hartverwarmende reacties op. En niet onbelangrijk, ik kreeg eindelijk in de gaten dat ik niet gek ben maar manisch depressief?! Hoe heftig de diagnose ook is, het was een verademing dat alle misère nu eindelijk een naam kreeg. De psychiater die mij de diagnose gaf vertelde me het vooral niet met de buitenwereld te delen. Waaaat????  Ik kon het niet geloven. Zoveel leed en dat in eenzaamheid te moeten doorstaan? Dat kan niet waar zijn. 

Daarom heb ik mij in 2012 aangesloten bij de beweging Samen Sterk zonder Stigma. Kort gezegd komt het erop neer dat de ambassadeurs, die de spil van deze stichting vormen, werken aan een samenleving waarin iedereen open kan zijn over psychische aandoeningen. Dat doen wij door mensen bewust te maken van vooroordelen en de impact hiervan.

Zie: www.samensterkzonderstigma.nl

Een gewichtig probleem

Tekst: Miriam Peters-Zandstra

Bijna 30 kilo… in één jaar tijd! Ik begon dat jaar met pillen, onder andere Lithium om mijn depressies en hypomanieën af te remmen. Is dat toeval?

Soms red je het niet alleen. Je bent zo somber dat je geen uitweg meer ziet. Je komt bij een psycholoog, die het al snel ook niet meer weet. De volgende stap is de psychiater. En dan de grootste stap: de pillen. Je gaat aan de stemmingsstabilisatoren, antidepressiva en misschien slaap- en kalmeringsmiddelen. De medicatie lijkt al redelijk snel iets te helpen. Je voelt dat het wat met jou doet…en met je gewicht. Maar dat is even niet belangrijk, als die depressie maar wegebt. De pillen doen wat ze moeten doen en de goede moed komt weer terug. Maar met het toenemen van de hoop en de levenskracht komen ook de kilo’s.

Ik kwam precies 28 kilo aan. Natuurlijk veel te veel op een lengte van 1 meter 53. Ik eet normaal, drink geen frisdrank, gebruik geen suiker/snoep en snaai niet. Alles wat er bij mij ingaat, is exact hetzelfde als voordat ik begon met de medicatie. En joepie, mijn stemming verbetert. Voor even … dan gaat de onzekerheid weer een rol spelen. Dik zijn is ‘not done’. Ik word geplaagd door mijn gezin, op straat en in de sportschool voel ik dat ze mij aanstaren. Tja, ik probeer er tenminste iets aan te doen. Maar ook de praktische zaken komen om de hoek kijken. Ik moet kleding bijkopen want mijn broeken gaan niet meer dicht. En wat te denken van mijn schoenen zelf dichtmaken en iedere keer die ‘pillenbuik’ voelen. Een volgende depressie sluipt erin.

horizontal-162952_640

Opnieuw een depressie. Ik was er voor gewaarschuwd maar toch komt het hard aan. “Ik slik al die pillen toch niet voor niets?” “Ben ik voor de kat zijn viool zoveel aangekomen?” Met veel moeite probeer ik de weegschaal op hetzelfde getal te houden. Ook deze dip wordt langzaam minder maar ik ben nog dik en dat voelt niet fijn. Hard sporten werkt niet. Een half jaar onder begeleiding 2x per week fitness betekent slechts één kilo minder op de weegschaal. Het is een stap in de goede richting maar dan wel een hele langzame.

Ideeën komen bij mij op: diëtist, stoppen met de pillen, maagverkleining, liposuctie en thuis sporten. Via marktplaats en vrienden komt er een roeiapparaat en hometrainer in huis. De oude tv wordt op zolder geïnstalleerd samen met een gratis opgehaalde dvd-speler. Je moet jezelf toch zien te vermaken tijdens het fietsen en roeien. De hometrainer doet als snel zijn dienst als wasrek en het roeiapparaat is al niet meer te vinden tussen al mijn troep.

De hypomane periodes die volgen duren helaas maar kort. En heel oneerlijk komen de depressies keihard binnen.

De pillen helpen naar mijn gevoel geen zier maar afbouwen? Stoppen met de medicatie vindt de psychiater een slecht idee. Je weet immers nooit hoe je eraan toe bent zonder medicijnen. Hij zegt: “Je wordt niet dik van Lithium maar van snaaien.” Ik probeer tegengas te geven voor zover het lukt in mijn toestand. Ik eet juist minder dan voorheen. Hij luistert niet en het idee om mijn Lithium af te willen bouwen wordt steeds groter.

Op dit moment eet ik minder dan mijn tienjarige dochter. En jawel, 6 kilo eraf in één maand! Niet echt gezond maar ik heb totaal geen trek meer. Het is afwachten op het einde van deze depressie. De vorige duurde 2,5 jaar. Deze is net begonnen en als hij weer over is, ben ik misschien wel weer richting mijn oude gewicht. Dat zou een mooi voordeel kunnen zijn. En dan…stoppen met de pillen om op gewicht te blijven én om te ervaren hoe het verder gaat zonder.

Ik weet dat twee bipolaire vriendinnen om verschillende redenen gestopt zijn met Lithium en in ‘no time’ flink afgevallen zijn tot aan hun oude gewicht. Dat geeft hoop. De eerste kilo’s zijn bij mij nu al gelukt. Het geeft mij een beetje licht in de donkere dagen.


 

miriampeters


I
k ben Miriam Peters-Zandstra (45) en momenteel vooral dus bipolair…en dik. Je lijkt als snel een Michelin mannetje als je dik en ook nog klein bent. Maar verder ben ik ook getrouwd en moeder van twee bijzondere meiden (10 en 16).