In hoeverre lijk ik op mijn bipolaire vader

Tekst en foto’s: Mieke Terlouw

Het is precies drie jaar geleden dat mijn vader zelfmoord pleegde. Samen met mijn tante Els, haar man en Anna (mijn vaders vriendin) zitten we op het terras van restaurant Bergen Binnen. Ik schep het schuim van mijn cappuccino.

‘Gek he? Drie jaar alweer.’
Tante Els prikt met haar vork in de appeltaart en doopt het stuk in de slagroom.
‘Alsof het gisteren was,’ zegt Anna. ‘Terwijl we ook zoveel doorgemaakt hebben.’
Ze haalt de munt uit haar thee en legt de blaadjes op een schoteltje.
‘Zelfmoord blijft altijd een open wond’.
Tante Els stopt het stuk appeltaart in haar mond.
‘Toch verandert het wel,’ zegt Anna.

Godzijdank! Twee jaar geleden zat ik er heel anders bij. Terwijl mijn omgeving dacht dat het na een jaar minder werd, was dat voor mij het dieptepunt. Ik was bang dat mij hetzelfde als mijn vader kon gebeuren, maar ik wist niet wat ik moest doen. Ik stond al maanden op de wachtlijst bij een psycholoog. Om houvast te krijgen was ik alles over zelfmoord aan het lezen wat ik vinden kon. In bijna elk artikel stond: ‘praat erover’. Dat is een tip die ze wat mij betreft beter aan de omgeving kunnen geven. Wanneer ik vertelde dat ik mijn vader wel begreep en zijn zelfmoord ook ambieerde, kreeg ik vaak te horen dat ik niet van die gekke dingen moest zeggen. Mensen vonden mij te vrolijk om depressief te zijn, laat staan zelfmoord te plegen. Ik probeerde minder te lachen. Lukte niet. Hoe slechter ik me voelde, des te mooier de glimlach.

‘Jij bent je vader niet.’ Nog zo’n vaak gehoorde uitspraak. Natuurlijk wist ik dat ook wel. Maar we deelden toch dezelfde genen? Bovendien vond mijn vader ons wel identiek. Dat kreeg ik vaak van hem te horen. Hoewel alleen in zijn manische perioden. En het waren enkel de (semi) positieve eigenschapppen waarin we volgens hem zo op elkaar leken. Dat ik wellicht ook zijn sombere buien geërfd had, daar heeft hij nooit een woord over gerept. Ik vroeg me af waarom niet. Wilde hij mij niet ongerust maken? Of kon hij mijn problemen er niet bij hebben als hij zich depressief voelde?

foto mijn vader en ik

Het was twee jaar voor zijn dood. Ik woonde tijdelijk in Polen voor mijn werk en logeerde een weekend bij mijn vader.

‘Lieve dochter, fijn om je te zien,’ zei mijn vader. Hij stond ongeduldig te wachten naast zijn auto tegenover de aankomsthal van Schiphol. Hij gaf me vluchtig een zoen op mijn wang en stapte meteen in. ‘Ja fijn pap! Hoe gaat het met je?’ Ik zette mijn trolley op de achterbank. ‘Niet zo goed. Ik zit weer tegen een depressie aan. Ik heb grote fouten op mijn werk gemaakt met desastreuze gevolgen. Deze keer zullen ze me wel ontslaan.’ Hij keek me met grote ogen aan, waarna hij de auto startte en we wegreden. Ik schrok van zijn negatieve toon en voelde buikpijn opkomen. Ik probeerde hem gerust te stellen: ‘dat je niet ontslagen kunt worden als je in de ziektewet zit’. Maar hij was in de stellige overtuiging dat de regels waren veranderd.

Die nacht kon ik niet slapen. Eigenlijk sliep ik al weken slecht. Ik zat niet lekker in mijn vel: in Polen voelde ik me eenzaam en ik had last van huilbuien. Ik stapte uit bed. Beneden trof ik mijn vader aan achter zijn laptop.

‘Wat doe je op dit tijdstip achter je computer?’ vroeg ik.
‘Even de ontslagregels doorlezen,’ zei hij.
‘Dat had je toch allemaal al uitgezocht?’ Mijn vader reageerde daar niet op. Ik begreep niet waarom hij dat in de nacht deed en voelden de tranen in mijn ogen prikken.
‘Heb je een slaappil voor me?’ vroeg ik.
‘Dat heb jij niet nodig,’ zei mijn vader nog steeds starend naar het beeldscherm.

‘Hoezo zou ik dat niet nodig hebben? Jij bent niet de enige met problemen!’ Ik slikte een brok in mijn keel weg. In het badkamerkastje zocht ik naar slaappillen. En stonden genoeg doosjes, maar na even overwegen besloot ik om geen slaappil te nemen. Mijn problemen vielen natuurlijk in het niets bij die van hem.

‘Fijn om jou ook weer te zien.’ Anna draait haar gezicht naar mij.
‘Ja, gezellig.’ Ik neem de laatste slok van mijn cappucino. ‘Zullen we gaan?’
‘Ook zo lekker ongeduldig.’ Lachend blaast Anna in haar thee. ‘Kind van je vader.’

Dus toch…


Mieke Terlouw (1982) woont in Haarlem werkt in Amsterdam als project controller bij een stichting die gezondheidszorg in Afrika levert. Daarnaast geeft ze les als yogadocent. In 2016 verloor Mieke haar vader aan zelfmoord. Schrijven heeft haar erg geholpen in het rouwproces. Naast dat het schrijven helend werkt voor haar, wil Mieke ook graag haar verhaal delen met lotgenoten. In 2018 en 2019 heeft ze verschillende schrijfcursussen gevolgd. En is ze als beginnend schrijfster haar eerste boek begonnen over hoe het is om opgevoegd te worden door een zwaar psychiatrisch patiënt en na zijn zelfmoord pas echt tot dat besef te komen.

Zelfdoding

Tekst: Huub Hendriks
Dit blog verscheen eerder op Psychosenet.nl

Als je na het lezen vragen hebt of in gesprek wilt gaan met Huub? Zijn mailadres is bekend bij de redactie: redactie@petraetcetera.nl.

Momenteel is zelfdoding erg actueel daarom deze gastblog. Graag wil ik een poging doen om begrijpelijk te maken wat mensen die voor zelfdoding kiezen voorheen al moeten meemaken.

Enkele jaren geleden pleegde mijn jongste broer (47) zelfmoord door verhanging aan een boom voor zijn eigen huis. Hij was een gevoelig mens en stond voor iedereen klaar. Hij had een busonderneming en leefde voor zijn biljartsport. Hij gaf vele gratis demonstraties en had meerdere internationale titels in verschillende spelsoorten op zak en was door iedereen heel erg geliefd. Ook was hij een groot knuffeldier. Zijn beide dochters 15 en 17 waren gek op hem. Op de dag van de uitvaart was de kerk afgeladen en stonden zelf mensen buiten in de regen.

woodland-669737_640

Wat wij als familie weten, is dat er naar buiten toe geen enkel voorteken was waarom hij tot deze daad kwam. Ook zijn echtgenote had geen vermoeden. Ze was lerares, maar kon in teamverband met niemand samenwerken. Dit gaf spanningen. Ook in haar gezin. Mijn broer moet dit als zeer vervelend ervaren hebben en vluchtte in zijn geliefde sport. Ook ik heb niet gezien dat hij erg ongelukkig was en depressieve perioden kende. De dood van mijn broer kwam daarom als een geweldige onverwachte klap. Enkele weken voor zijn suïcide overleed onze moeder en mijn vader stierf twee weken na de dood van mijn broer. Plots was ik de helft van mijn familie kwijt.

“Toch durf ik rustig te stellen dat je als mens ondanks je psychiatrische achtergrond over een enorme veerkracht kan bezitten.”

Als je soortgelijke dingen meemaakt, zoek dan steun bij elkaar en praat er open over. Lucht je hart en geef jezelf de tijd om te rouwen. Verwerk je verdriet op je eigen manier. Ik heb bijvoorbeeld mijn beide ouders gewassen en afgelegd. Achteraf heeft juist dit mij enorm geholpen in mijn verwerkingsproces.

Als mensen voor zelfdoding kiezen, komt dit vaak altijd onverwachts en kan dit jarenlang pijn doen. Levens kunnen hierdoor zelfs ingrijpend veranderen. Bedenk dat mensen die tot deze daad komen meestal gevangen zitten in een groot web van psychische pijn of ander onmenselijk leed. Ze durven er vaak ook niet met hun omgeving of naasten over te praten. Vaak bang om niet begrepen te worden. Op het moment dat iemand overgaat tot zelfdoding, is hij of zij er al heel lang mee bezig. De daad op zich is voor deze mensen de enigste verlossing om uit het leven stappen.

Wij, die dit onbegrijpelijk vinden en ons afvragen waarom mensen uit het leven stappen, moeten leren iedereen deze vreselijke levensbeëindiging te gunnen. In onze ‘stressmaatschappij’ zitten tal van knelpunten waar onvoorstelbaar veel mensen zichzelf tegen komen en totaal vastlopen.

Tevens moeten we eens goed nadenken hoe we voordien signalen kunnen herkennen en mogelijk een laag-drempel-instituut binnen de GGZ creëren. Of een plaats waar mensen die met doodsgedachten leven anoniem en verantwoord terecht kunnen.


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

De eerste stappen zette ik als RIAGG-cliëntenraadsvoorzitter in Maastricht. Ook volgde ik aan de Universiteit van Maastricht Cliënt-, Recht en Etiek. Ik kwam in de Limburgse Cliëntenraad terecht. Het RIAGG stelde mij in de gelegenheid om mijn eerste gedichtenbundel uit te geven genaamd “Eindelijk is de pijn gedicht”. Toen bleek dat ik alles over mijn ziekte goed onder woorden kon brengen en mij er ook niet voor schaamde, vond ik een plek bij de VMDB waar ik nu al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben.

De VMDB heeft mijn leven altijd een zonnige kant gegeven. Ik heb mij er mogen ontwikkelen. Ik geef nog steeds op landelijk niveau lezingen en voorlichting aan 2de jaars studenten en huisartsen in opleiding. Ik schrijf vaak in het verenigingsblad PLUSminus en heb drie jaar geleden de Fridus Crijns wisseltrofee mogen ontvangen als beste vrijwilliger aan onze landelijke lotgenotenlijn. Binnenkort ga ik ook voorlichting geven bij de politie over hoe zij beter om kunnen gaan met mensen die psychotisch zijn.

De medewerkers van de lotgenotenlijn zijn er voor zowel lotgenoten als betrokkenen en iedere dag (ook in het weekend) van 11.00 tot 21.00 bereikbaar onder het volgende nummer: 0900 5123456