Een leven lang?

Tekst: Monique van Tol

Mijn jeugd was onbezorgd. Warm in een heerlijk gezin. Mijn gezondheid was goed en toen ik zo’n 16 jaar was, lag de wereld aan mijn voeten. Ik wilde graag verpleegkundige worden.

Nu is het 2016 en naast wat lichamelijke kwaaltjes weet ik alweer 20 jaar dat ik bipolair ben. Mijn zoektocht naar evenwicht begon in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) bij een heel sympathieke psychiater. Tijdens mijn behandeling overleed hij aan de gevolgen van een ernstige depressie. De tijd stond even stil.

girl-1098612_640

Toen ben ik naar de GGZ in mijn woonplaats gestuurd. Ik zat vast in een depressie die schommelde tussen een lichte en ernstige depressie. Alle soorten antidepressiva geprobeerd, maar niets kreeg mij langere tijd op het mildste niveau. Niet alleen medicijnen maar ook therapieën geprobeerd. Opnames ondergaan. Niets werkte voor langere tijd. Ook nog twee opnames voor elektroshocktherapie gehad. Ook wel: Electroconvulsietherapie (ECT) genoemd. De eerste opname was meer dan 20 weken met twee behandelingen per week. Dat sloeg aan, maar helaas ook niet voor hele lange tijd.

Ons huwelijk was hier niet tegen opgewassen en begin 2014 volgde een scheiding. De laatste opname van 5½ maand was in 2014. Toen 27 ECT’s gehad en daar ging het helemaal fout. De behandeling is gestopt omdat mijn geheugen was aangetast.

Terug naar de GGZ stond de behandelaar, de psychiater en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige weer voor mij klaar. Stuk voor stuk toppers. Maar voor mij was het genoeg geweest. Het gevecht was klaar.

Ik heb contact gezocht met de Levenseindekliniek en kwam daar in een traject wat zou leiden tot euthanasie. Tijdens deze gesprekken kwam overtuigend naar boven dat het voor mij meer dan genoeg was. Dit leven vol strijd mocht beëindigt worden.

Nu was er nog een middel tegen depressie niet geprobeerd: Parnate. Dat dit niet eerder genoemd is, had ermee te maken dat ik Fentanyl stickers (sterke pijnstiller) plakte. Ik heb toen zelf Fentanyl afgebouwd en ben er totaal mee gestopt. Toen om Parnate gevraagd. Waarom? Omdat ik alles wat mogelijk is gedaan wilde hebben. Geen verwijten wilde van “waarom heb je dat niet geprobeerd?”. Het duurde twee weken. Toen voelde ik verandering en zat er positieve beweging in. Zes weken lang schommelde ik niet of nauwelijks en zat mijn stemming tegen hypomaan aan.

En nu? Het effect ebt weg. Ik schommel per dag tussen lichte en ernstige depressies. En ik denk: een leven lang?


monique

Mijn naam is Monique van Tol (1963). Ik ben alleenstaand maar heb twee heerlijke volwassen zonen, een schat van een schoondochter en een lieve vriendin van de jongste zoon. Door gezondheidsperikelen heb ik helaas geen werk. En … ik ben dus bipolair.

Het toetje van het leven

Tekst en foto’s: Emma Schlikker-Carstens (helaas overleden)
Dit blog verscheen eerder op Stoere Vrouwen Sporten

Dit jaar werd ik 65. Officieel hoeft dan niet zo veel meer, voor mij gold dat echter niet. Twee jaar hiervoor was mijn elastiek uitgerekt, zoals mijn huisarts dat zo terecht verwoorde. Dat elastiek had het overigens vrij aardig gedaan. Met allerlei trucks kon ik mijn ziekte 60 jaar camoufleren, een eenzame weg en niet de juiste. De diagnose ‘bipolaire stoornis’ was enerzijds een opluchting, omdat ik het niet meer hoefde te verstoppen, maar anderzijds betekende het werk aan de winkel. Achterstallig onderhoud, zoals mijn psychiater het kernachtig zei. Met dit laatste ben ik flink aan de slag, en dat is de moeite waard.

heart-chirunning

Mijn behandelaars bij Vitaalpunt gaan uit van het principe ‘praten EN bewegen’ en eventueel ook nog medicatie, een goede combinatie . Weliswaar bewoog ik – rusteloos mens als ik was – altijd wel, maar of ik daar nu rustiger door werd, is nog maar de vraag. Ik wist vaak helemaal niet waar ik het zoeken moest. En dat is nu heel anders.

De gewoonte om te gaan hardlopen had ik me al eigen gemaakt, al deed ik dat ook wel met de nodige tegenzin. Maar altijd gaf het verlichting van dat overvolle hoofd en dus was het winst. Gaandeweg heb ik me verdiept in mindful lopen. Zo heb ik een clinic over ChiRunning bijgewoond van Marion Meesters. Mijn psychiater wees me op deze sport.
Intussen ben ik het aan het leren – en dat is al zo leuk – om aandachtig te lopen, het vers gemaaide gras te ruiken, vogels te horen kwetteren, en wat zoal niet meer. Van een soort loopautomaat ben ik een bewuste loper aan het worden.

En het ligt me, het is fijn voor elke leeftijd, iedereen kan dit en er is weinig kans op blessures. Intussen loop ik anders, intenser, en zonder dat heilige moeten, waar ik zo gevoelig voor ben. En, het gaat lekker. Mijn dochter zei eens, toen ik dieper dan diep zat: “Dat blije meisje wat ik ken, moet weer terugkomen hoor mam”

Daar werk ik aan, sterker nog: voorzichtig is ze aan het terugkomen. Met bipolariteit valt te leven, het is een sport om dit te laten lukken, en in dit geval is sport letterlijk ook een belangrijk onderdeel. Ik ga er voor. Voor het toetje van het leven.


Emma

Ik ben Emma, opgegroeid in een groot gezin met een rustige introverte vader en een extraverte moeder, die manisch depressief was. Ik was een rustig kind die geen problemen gaf. Op vijfjarige leeftijd mijn broertje verloren, waar ik het moedertje voor was.

Als enige van het gezin erfelijk belast, heb ik alles ingezet om niet zo te eindigen als mijn moeder.
 Grotendeels lukte dat ook … tot het elastiek uitgerekt was. 
Wat jammer is, dat ik het decennia lang verborgen heb gehouden. Een eenzame zware strijd. 
Ik heb uiteindelijk hulp gezocht en daardoor veel inzicht gekregen. 
Medicatie en sport helpen maar ik heb het ook enorm getroffen met mijn dokter. 
En mijn familie is geweldig.
 Desondanks, over zal het niet gaan, het blijft dealen. 
Als het een tijd stabiel is, denk je altijd dat het zo blijft en dat is niet zo, dus acceptatie is heel erg belangrijk . Maar van heel erg belang is ook om er iedere keer weer in te geloven dat het weer beter zal gaan .

Mijn zoektocht naar stabiliteit

Tekst: Sandra Groenewold

Vanaf mijn achttiende had ik regelmatig last van depressies. In mijn studententijd had ik een periode van weken dat ik niet sliep: werkte, lessen volgde, veel sportte, toneel speelde, naar de kroeg ging en ’s nachts studeerde. Ik at nauwelijks en was broodmager. Medestudenten adviseerden mij naar de huisarts te gaan, maar waarom zou ik? Ik voelde mij fantastisch.

Na het spelen van een toneelvoorstelling en het lopen van een marathon stortte mijn leven in. Ik ging nauwelijks nog naar les, verbrak contacten maar bleef extreem sporten. Dat hield mij levend. Van de huisarts kreeg ik antidepressiva met de opdracht na twee weken terug te komen. Twee weken later voelde ik mij weer helemaal top. De dokter leek het verstandig te stoppen met de pillen en vooral te gaan sporten. Een week later zat ik weer in een dip, maar ik durfde niet terug.

treadmill-1201014_640

Ik ontmoette een leuke man, ook student en al snel woonden we samen. Hij merkte mijn enorme stemmingswisselingen op en stuurde mij naar de huisarts. Deze begon eerst tegen mij te schreeuwen dat ik moest zeggen wie mij misbruikt had, maar ik was helemaal niet misbruikt. Toen kreeg ik bètablokkers mee. Twee dagen later viel ik flauw in de trein en moest gelijk stoppen met de bètablokkers. Weer kreeg ik antidepressiva. Dit keer redelijk met succes. Ik heb mijn studie afgemaakt en na een jaar had ik een baan.

Verhuisd naar de andere kant van het land en getrouwd met de man van mijn dromen. We hadden het goed samen. Ik kreeg een andere baan 130 km van huis. Dus veel reizen en lange dagen. Ik wilde ook nog veel sporten, mijn familie ver weg opzoeken en tijd voor elkaar maken. Doordeweeks maakte ik vijf lange dagen en de hele zaterdag lag ik op bed. En dan de verplichtingen op zondag, het brak mij op. Maar in plaats van vermoeid, voelde ik mij plots energieker dan ooit. De huisarts dacht dat ik manisch depressief was en dat het verstandig was even een afspraak te maken met een psychiater. Ik was zo vreselijk boos. Ik gek? Hoe halen ze het in hun hoofd! Mijn man zei ook dat het verstandig was er gewoon even naar te laten kijken. Een paar dagen later ben ik van het een op het andere moment bij hem weggegaan. “Hij was niet goed genoeg voor mij”.

Daarna ben ik ingetrokken bij een collega. Helemaal ingestort maar ik bleef werken. En … ik bleef sporten. Na een jaar was ik weer een beetje de oude en heb ik samen met die oude collega een huis gekocht en zijn we getrouwd. Het ging best een tijdje goed totdat hij ontslagen werd, in een psychose raakte, diverse zelfmoordpogingen ondernam en uiteindelijk bijna een jaar op een gesloten afdeling belandde. Toen hij weer thuis kwam, begon de ellende. Hij deed niets meer. Leefde ’s nachts en kon mijn stemmingswisselingen niet verdragen. Twee jaar later voelde ik me alleen maar tot last. Ook hij begon aan te dringen eens naar een psycholoog te gaan. Ik? Hier hadden we regelmatig ruzie om. En uiteindelijk hebben we besloten te gaan scheiden.

stones-825374_640

Na de scheiding kreeg ik een eigen huis en het leek even goed te gaan. Maar in september dat jaar ging het helemaal fout. Wat ik vroeger ook wel deed, mezelf snijden of overgieten met zoutzuur, nam nu extreme vormen aan. Op mijn werk werd ik doorgestuurd naar de bedrijfsarts en die stuurde mij door naar een psycholoog. Dit was verplicht. Ik heb mijn verhaal gedaan maar ik had er niets aan. Zij heeft uiteindelijk een afspraak gemaakt met een psychiater omdat ze vermoedde dat ik een bipolaire stoornis had. Ik was doodzenuwachtig voor deze afspraak. De psychiater stelde mij maar één vraag. Of ik wel eens extreme dingen deed zoals veel geld uitgeven ofzo. Twee minuten later stond ik weer buiten. Uiteindelijk kon de psycholoog ook niets meer voor mij doen. En de bedrijfsarts vond dat ik maar niet meer zo moest zeuren.

Uiteindelijk ben ik door mijn huidige huisarts doorgestuurd naar een psychotherapeut. Met hem heb ik eerst de ‘trauma’s’ uit het verleden verwerkt. Toen ik uit het niets weer in een depressie dreigde te zakken en tot tweemaal toe bij de crisisdienst terecht was gekomen, ben ik weer naar een psychiater gestuurd. Weer kreeg ik antidepressiva. Toen ik binnen een week mij weer helemaal fantastisch voelde en wanen had, heeft hij mij gelijk aan de Lithium gezet.

Het heeft even geduurd maar met Lithium ben ik nu redelijk stabiel. Wel heb ik nog stemmingswisselingen. Misschien wat meer als een ander maar minder als vroeger. Mijn huidige psychiater kent mijn hele verhaal niet. Volgens mij is zij niet zo’n Lithiumfan. Maar ik vecht ervoor dit zo te houden.


sandragroenewold

Mijn naam is Sandra Groenewold (1972) en ik woon in Wijk bij Duurstede. Ik ben single, heb geen kinderen, twee katten en ik werk als security specialist ICT. Mijn passies zijn racefietsen en verre reizen maken, ook op de fiets. Ja, bipolair maar het lijkt bij sommige wel een strijd te zijn hoe erg het allemaal is en met welke medicijnen je kan smijten…dus daar begin ik niet aan 🙂

Voorjaarsdepressie

Tekst en foto: Yasmijn

Ik voel me beter. Of het nu te maken heeft met het nieuwe antidepressivum dat enkele weken geleden is toegevoegd aan mijn toch al omvangrijke pillenspectrum of niet, de miserabele uitzichtloosheid van de depressie bleek plots overruled door onrust in mijn brein, gepaard gaande met snelle, korte irritaties om niets. Als er sprake zou kunnen zijn van stabiele onrust, dan zit ik nu in dit vaarwater. Ik wil weer wat doen, zonder precies te weten wat.

happypills

Vanmiddag testte ik mezelf door boodschappen te gaan doen en even bij een kledingoutlet binnen te lopen. Het duizelde me en ik voelde me benauwd. Niet te vroeg juichen dus, ik ben nog niet zover dat ik me geheel relaxt buitenshuis kan begeven. Toch vond ik de kleine overwinning een goed excuus voor een traktatie op een pak melo-cakes en een kleine rookworst. Ik moet duidelijk af van die vreetkicks, maar dit is niet het juiste moment.

In ieder geval lijkt het er op dat mijn gevoelsleven, dat om en nabij een miserabel nulpunt was gereduceerd, weer normalere vormen begint aan te nemen. Het grote niets en de volkomen machteloosheid lijken opgelost, verdampt. De mogelijkheid blijft dat het toch weer niet is wat het lijkt, want dat moet ik als ervaren bipolair mijn brein-neuronen toch wel nageven. Mijn vertrouwen is relatief. Ik vertrouw in het moment. Is dat niet zen?


Mijn naam is Yasmijn en ik heb een bipolaire stoornis.  Ik vecht tot op de dag van vandaag op mijn eigenwijze, dwarse en koppige manier tegen het onregeerbare. Vooral zelfspot houdt me op de been, want ellende is er immers al genoeg. Mijn grootste hobby is schrijven en mijn sores weg bloggen, voornamelijk in de vorm van pittige columns. Ik hoop met mijn website een bijdrage te kunnen leveren in het inzichtelijk maken van de bipolaire stoornis.

De link naar mijn website ‘Bijzonder Bipolair’ is: http://bipolairdagboek.jimdo.com/

Remedie

Tekst: Mark Verhoogt

Als er iemand is geweest die me van een etiket heeft voorzien, was ik dat vooral zelf. Zelfstigma is hardnekkig. Het kruipt onder je huid en gaat in je bloed zitten. Ik weet niet eens in hoeverre het nu nog macht over mij heeft. Ik meen me er wel bewuster van te zijn dan voorheen, maar er zal altijd een blinde vlek blijven.

Ik nestelde me soms in de positie van gemankeerde en kwam zo onder vervelende klusjes of bijeenkomsten uit. Aan de andere kant was het vaak ter zelfbescherming echt nodig om minder deel te nemen aan het maatschappelijk leven. De twee overwegingen zijn vaak moeilijk uit elkaar te houden. Doe ik het niet omdat ik er geen zin in heb, of doe ik het niet omdat het beter is voor mijn gezondheid en evenwicht? Het beeld dat ik van mezelf heb, speelt daarbij een belangrijke rol.

head-196541_640

Aan het begin van mijn ziekteloopbaan nam ik gretig de diagnoses over van de artsen: bipolair en psychoot. In mijn ogen maakten ze mij bijzonder. En dat was ook wel zo: niet iedereen kan bogen op het hebben van uitzonderlijke emoties en waanzinnige gedachten. De ellende die erbij komt kijken, moet je dan maar even wegdenken. Heimelijk droeg ik mijn stempel met trots. Hoewel misschien niet eens zo stiekem. Veelal ben ik open geweest over wat eraan schortte. Iedereen mocht het weten. Wie er niets mee te maken wilde hebben, hield afstand. Er bleven genoeg mensen dichtbij.

Van stigma door anderen heb ik nooit veel last gehad. Mogelijk heeft het, zonder dat ik het zelf in de gaten had, op de achtergrond meegespeeld. Het is niet tot me doorgedrongen. De belangrijkste mensen, familie en vrienden, hebben me altijd gezien voor wie ik was. Ze hielden en houden rekening met mijn beperkingen, die soms ernstig waren, maar zetten me niet weg als minderwaardig of zelfs gek. Hooguit op een gezond schertsende manier.

Hoewel ik er altijd veel mee bezig ben geweest, en nog wel ben, is het minder van belang hoe mensen in de schil daarbuiten over me denken. Gedachten hebben ze vast, maar ik heb nooit ervaren dat iemand me in een hoek duwde, achterstelde of minachtte vanwege mijn ziekte, aandoening, handicap, kwetsbaarheid of hoe je het wilt noemen. Ik weet dat het ook anders kan zijn.

Ik voel me echter niet geroepen de strijd tegen vooroordeel en stigma aan te gaan.  Misschien ook wel omdat ik er zelf weinig last van heb gehad. Toch lever ik mijn bijdrage door het uitbrengen van een boek met ervaringsverhalen. Ik heb ervoor gekozen dat onder mijn eigen naam te doen. Tot in lengte van jaren zal die in verband gebracht kunnen worden met de titel: Verwarde man. Over stempels gesproken. Opnieuw draag ik het met enige trots. Ik kies ervoor van mijn gebrek een kracht te maken. Door te staan voor wie ik ben en wat ik heb, geef ik anderen de gelegenheid daarop te reageren.

“Openheid lijkt me een prima remedie.”


IMG_4639

Mijn naam is Mark Verhoogt. Ik heb een bipolaire stoornis en ben psychosegevoelig, ook buiten de episodes om. Ik ben 20 jaar in behandeling geweest bij de ggz. In 2015 nam ik daarvan afscheid, niet genezen, wel (deels) hersteld. Tweejaarlijks contact met de huisarts volstaat sindsdien.

Over mijn ervaringen, met name van de laatste jaren, heb ik een boek geschreven: Verwarde man. Leed en herstel in 40 verhalen. Daarin komen veel facetten aan bod van het leven met een psychische kwetsbaarheid. In de eerste plaats is het schrijven ervan belangrijk onderdeel geweest van mijn herstel. Al doende kon ik mijn beperkingen beter een plek geven en me bewust worden van wat ze in mijn leven betekenen en hoe ermee om te gaan.

Daarnaast hoop ik dat het boek een inspiratiebron kan zijn voor hulpverleners, cliënten en eenieder die er voor openstaat. In de verhalen komen worstelingen en ellende langs, maar ze ademen ook kracht en hoop. Een vleug ironie ontbreekt niet.

De Graaff 2016
Het verschijnen van het boek is voor mij een mijlpaal. Het herstel gaat door, dat is een niet eindigend proces. Met de publicatie van Verwarde man achter me heb ik een solide basis om op te bouwen. Deze biografie hou ik beknopt. Ik nodig je uit uitgebreid kennis te maken met mijn (ziekte)geschiedenis middels het boek. Het bevat een voorwoord van Wilma Boevink.

Meer informatie en het eerste verhaal zijn te vinden op: www.verwardeman.com Het boekje is daar te bestellen en ook verkrijgbaar in de boekwinkel.

 

Twitteren in een psychose

Tekst en foto’s: Aefke ten Hagen

Stel je bent bipolair. Je voelt je helemaal lekker en hebt zin om dit met de wereld te delen. Een tweet is zo geschreven. Dan is een ‘Hoera! Ik ben blij!’, helemaal niet erg. Tenzij je je net ziek hebt gemeld bij je werkgever. Dan is dat weer heel moeilijk te rijmen en heb je wat uit te leggen als je weer op kantoor komt. Een tweet is een minuscuul onderdeel van je leven. Maar dat kleine stukje kan wel heel groot worden. Groter dan je wilt.

Twitteren in een psychose
Als ik depressief word, merk ik dat ik het nieuws niet meer trek. Op het moment dat de onthoofdingsvideo op Twitter trending topic was, stopte ik als de wiederweerga met dit medium. Voor mijn werk kan ik er niet helemaal omheen, maar ik heb mezelf ervoor geprobeerd te beschermen. Het is ingewikkeld om je voor online media te beschermen als je niet goed in je vel zit. Mij helpt het goed om mijn telefoon dan zoveel mogelijk weg te leggen en niet te gaan scrollen op Twitter. Maar stel dat je hypomaan bent. Of psychotisch wordt. In een paar muisklikken kun je een heleboel veroorzaken wat je waarschijnlijk niet had gewild als je niet ziek was geweest.

Maar dat gebeurt in het dagelijks leven toch ook?
Natuurlijk kun je IRL (in real life) ook iemand de huid volschelden. Dat kan ook waar een heel veel mensen bij zijn. Dat is naar. Dat is vervelend. Het verschil met online media is dat het een stuk minder snel verspreid wordt. Als ik op Twitter zeg dat mijn baas een eikel is en de secretaresse een domme doos, kun je er donder op zeggen dat je inderdaad kunt opdonderen en dat je je baan kwijt bent. Een tweet is zo verspreid. Ook al verwijder je je bericht. Mensen kunnen er printscreens van maken of een foto en het leed is geschied. Een tweet, een facebookbericht of een post op Instagram… het staat allemaal online.

Twitterretraite
Eigenlijk moet je jezelf altijd een stap voor zijn. Als je voelt dat je depressief wordt en je trekt het nieuws niet meer, zet dan niet alleen de televisie uit. Al je mobiele devices even op de spaarstand. Ga vooral niet scrollen op Twitter. Instagram wordt het meest vrolijke medium genoemd, dus neus daar dan lekker rond. Leuke plaatjes kijken op Pinterest kan ook geen kwaad. Maar blijf weg van Twitter. Nu lijkt het misschien alsof Twitter een vervelend medium is. Niets is minder waar. Ik houd van Twitter. Je legt makkelijk contact en kunt heel snel boodschappen delen met je volgers (of niet volgers. Dan gebruik je je #hashtag). Dat snelle heeft ook een keerzijde. Je imago is snel besmet. Je gooit misschien zo op je timeline dat al je vriendinnen suffe dozen zijn (omdat er niemand mee wilde stappen vanavond). Ik denk dat je dan niet veel vriendinnen overhoudt. Of ze moeten zich wel heel goed in jouw hypomanieën kunnen inleven. Als je merkt dat je hyper wordt, lees dan je timeline op Twitter nog even terug. Is het oké wat er staat? Laat een ander meelezen. Kan het nog? Gaat het te ver? Moet je even op Twitter-retraite?

TIPS:

  • Doe het tegenovergestelde
    Eigenlijk geldt het voor alles. Met een bipolaire stoornis moet je vaak het tegenovergestelde doen van dat wat je wilt. Een tijd terug schreef ik daarover in Koosje. Als je hyper wordt, doe dan een stapje terug op social media.
  • Zet je pushberichten uit
    Ook al voel je je goed, geweldig of relaxt. Zet je pushberichten uit. Het leidt enorm af en voedt je in een social-mediaverslaving. Pak je momenten waarop je gaat Facebooken of Twitteren. Doe het vooral niet de hele dag door.
  • Ken jezelf
    Voel je wanneer je hyper wordt? Doe een stapje terug met social media. Word je depressief? Doe alleen nog de leuke dingen op social en kies je kanalen.

blackberry

En gaat het toch mis?
Als het toch is misgegaan en je hebt iemand beledigd, iets doms gezegd, jezelf schade berokkend door rare berichten? Geef het gewoon toe. Het kan de allerbeste overkomen. Neem nou bijvoorbeeld die BlackBerry-reclametweet afkomstig van een iPhone… Leg gewoon uit dat het inderdaad een beetje dom was en laat het gaan.


Aefke

Hallo! Ik ben Aefke. Ik woon in Utrecht met met grote liefdes Tijmen, Tijl en Bo. Ik schrijf. Romans, blogs, columns en webteksten. Online communicatie is mijn vak en mijn passie. Verder ben ik gecertificeerd mediacoach en geef ik gastlessen mediawijsheid. Ik heb sociale psychologie gestudeerd en heb drie boeken geschreven. Koosje , In naam van mijn vader en Tijdens kantooruren. Ik schrijf nu aan Lievelingskind. Een roman over ongewenste kinderloosheid.

koosjeklein
Koosje is manisch-depressief. Ze leeft een leven onder inktzwarte wolken en scherp zonlicht. In dit boek beschrijft Koosje treffend wat het voor haar en haar omgeving betekent om bipolair te zijn. Haar leven is een continue, soms wanhopige zoektocht naar de juiste balans. Goede keuzes maken blijkt daarbij van levensbelang. Koosje heeft ook een eigen website: www.koosjehetboek.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

Een dochter! En ook nog een bipolaire stoornis…

Tekst: Anne de Leeuw

2015 was voor mij een topjaar. Echter, het vormt een groot contrast met de voorafgaande jaren, waarin mijn leven volledig op zijn kop kwam te staan.

In mei 2013 ben ik bevallen van een dochtertje en deze gebeurtenis betekende het begin van een heftige, maar bijzondere periode in mijn leven. Ongeveer drie maanden na haar geboorte kreeg ik een manische psychose. Ik werd opgenomen in een psychiatrische kliniek. Daar kwam ik enigszins tot rust. Ik kreeg medicijnen, de psychose ging voorbij en tweeëneenhalve week later keerde ik huiswaarts met de diagnose van bipolaire stoornis.

Inmiddels is dit ruim tweeënhalf jaar geleden en ondanks alle ups en downs tussen toen en nu kan ik met recht zeggen dat ik de ‘nieuwe oude’ ben: Anne 2.0.

Toen ik in de zomer van 2013 in de kliniek mijn diagnose aanhoorde, voelde ik opluchting. Ik dacht: eindelijk heeft het een naam waar ik al mijn halve leven tegenaan loop. Maar toch was het voor mij slechts een opgeplakt etiket.

“Ik verzette me ertegen en overtuigde mijzelf ervan dat het een eenmalige kraambedpsychose was en dat er verder niets met mij aan de hand was.”

Om dat te bewijzen stopte ik met het slikken van Lithium, wat ik inmiddels ruim een jaar deed. Eind 2014 was de afbouwfase afgerond en nam ik mijn laatste tablet. Rond die tijd was ik ook zo’n 20 kilo aan gewicht kwijt, dat ik er door medicijngebruik en de zwangerschap bijgekregen had.

Het gevoel van euforie maakte niettemin plaats voor aanhoudende gedachtestromen. Een hypomane episode ontpopte zich, gevolgd door opnieuw een manie. Zo belandde ik voor de tweede keer in dezelfde psychiatrische kliniek als anderhalf jaar eerder.

Emotioneel gezien stortte ik compleet in en ik had grote moeite met het nemen van het paardenmiddel waarvan ik eerder onder andere zo dik werd.”

Het was voor mij glashelder dat ik op vrijwillige basis was opgenomen. Ik wilde alleen maar rust en weer thuis zijn. Daarom bleef ik deze keer, tegen het advies van de psychiater in, maar een etmaal in de kliniek. Dat bleek genoeg te zijn.

2015 diende zich aan en ik kwam weer enigszins tot rust. De recente manie vormde voor mij dé bevestiging dat de door mij zo gehate diagnose toch klopte. Maar er was mijns inziens nog een heleboel te onderzoeken. Ik wilde zoveel mogelijk van de bipolaire stoornis weten, wat manisch-depressief zijn voor impact kon hebben op mijn leven en vooral hoe ik er zelf mee om moest gaan. Maar alles op zijn tijd. Ik heb niks overhaast en stapje voor stapje gewerkt aan mijn herstel. Ik heb alles in de strijd gegooid om mijzelf opnieuw te leren kennen. Ik ontdekte weer waar ik voor sta en wat ik belangrijk vind in het leven. Ik ontwikkelde weer een positief zelfbeeld en mijn zelfvertrouwen werd opgekrikt.

Het leek wel alsof er een deurtje in mijn hoofd openging waarachter alle essentiële data lagen opgeslagen. Ik moest ze alleen even afstoffen en nieuw leven inblazen.”

Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ondertussen moest ik er natuurlijk ook zijn voor mijn gezin. Maar het is meer dan goed gekomen. Behalve het schrijven van mijn boek Alles is een liedje was sporten voor mij van wezenlijk belang. Ik wilde me dolgraag weer fit voelen en blij zijn met mijn lichaam. Mijn doel was 10 km onafgebroken hardlopen. Door het rustig op te bouwen heb ik dat inmiddels weten te realiseren. Daarnaast hebben mindfulness-oefeningen en yoga voor rust en ruimte in mijn hoofd en lichaam gezorgd. Verder heb ik mij laten inspireren door de trend van het minimaliseren. Ik heb veel overbodige ballast overboord gegooid, variërend van bergen kleren en stapels verstofte tijdschriften tot overbodige meubels, boeken, foto’s en nog zoveel meer. Het deed me erg goed. Wat ik belangrijk vond werd weer zichtbaar – zowel letterlijk als figuurlijk. Door het opruimen liep het schoonmaken ook veel beter.

Kortom, ik kreeg geleidelijk aan weer overzicht over mijn leven. Ik voelde dat ik iets met mijn ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg moest doen. Om deze reden heb ik inmiddels de Basiscursus Ervaringsdeskundigheid afgerond om van daaruit verder te kijken naar mogelijkheden voor betaald werk op dit gebied. Ik ben blij dat ik deze stap heb kunnen zetten. Het vormt het begin van een nieuwe uitdaging!


annedeleeuw

Mijn naam is Anne de Leeuw (pseudoniem). In 1981 zag ik het levenslicht. Mijn grootste passies zijn pianospelen, wandelen, reizen en creatief zijn door onder meer te schrijven. Net voordat ik 32 werd, kreeg ik na de bevalling van mijn dochtertje een manische psychose en werd ik gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis.

Wat mij enorm geholpen heeft in mijn herstel is het schrijven van mijn autobiografische boek Alles is een liedje, mijn beleving van een manische psychose na de kraamtijd. Hierin beschrijf ik uitgebreid hoe het steeds drukker werd in mijn hoofd, hoe ik langzaam in een psychose raakte en gedwongen werd opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek. Mijn verblijf daar komt tot in de kleinste details aan bod. Tevens vertel ik over mijn herstel na de opname en hoe ik mijn leven weer heb kunnen oppakken. Ik hoop dat lotgenoten en betrokkenen kracht putten uit mijn verhaal. Verder is mijn boek ook zeer interessant voor GGZ-medewerkers.

Allesiseenliedje

Voor meer informatie over het boek en het plaatsen van bestellingen kun je met mij contact opnemen per e-mail: allesiseenliedje@gmail.com.

Wat betekent ‘ik’ eigenlijk als je psychotisch bent?

Tekst: Sam Gerrits

Ik was ooit bij een lezing van de gevierde filosoof Peter Hacker. Meneer Hacker betoogde, in een mooi zaaltje in een dito Utrechts universiteitsgebouw, dat de vraag of je een persoon bent of niet, afhangt van een aantal factoren. Hij had een lijstje: om een persoon te zijn, moet je een complexe taal beheersen, rationeel zijn, moreel besef hebben, verdriet en andere emoties kennen, en zo waren er nog wat eigenschappen.

Na de lezing was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Ik kreeg de microfoon en legde dr. Hacker voor, dat ik in het verleden wel eens psychotisch geweest ben, en dat mij in deze toestand samenhangende taal, ratio en moreel besef vreemd zijn. Kortom, tijdens een psychose mis ik een aantal eigenschappen, die dr. Hacker eerder gedefinieerd had als noodzakelijk, voor het zijn van een persoon.

Mijn vraag was uiteraard, of Hacker me een persoon vond, tijdens  psychose. Voor dr. Hacker was dit een uitstekende gelegenheid om zijn eigen concept nader te illustreren. Jammer genoeg ontweek hij mijn vraag met wat ‘universele rechten van de mens’ platitudes. Idealiter had hij gezegd, dat het heel goed mogelijk was, hoewel hij me pas na uitputtend onderzoek een definitief antwoord kon geven, dat ik, volgens zijn eigen definities, tijdens mijn psychoses geen persoon ben. Maar wat ben ik dan wel?

man-510481_640

Psychiaters vinden me waarschijnlijk minder dan een persoon. Want for all practical purposes ‘doet’ de mens Sam Gerrits ‘het niet’. De interne ervaring van een psychose is echter heel anders. Je volkomen van taal en ratio en moreel besef gespeende ‘ik’ vervloeit met iets groters. Je bent méér dan een persoon. Meer dan ‘Ik’. Je bent ALLES.

Dat is een goddelijk heerlijk gevoel als je neigt naar euforie, of een diabolisch verschrikkelijk gevoel als je meer geneigd bent tot paranoia. Maar linksom of rechtsom, alles draait om jou, je bent de maat der dingen. Jij bent Alle Dingen.

We weten natuurlijk allemaal, dat je ratio verliezen samenhangt met opgaan in een groter geheel. Dat is de reden dat we in schemerige etablissementen onze hersenen bedwelmen met ethanol-houdende drankjes of sterker spul, en dat we massaal synchroon bewegen op elektronische beats. Moderne versies van de trommel van de sjamaan en zijn toverdrankjes. Het doel is nog steeds: in een trance raken, in een verduisterde staat van dronkenschap. Om de korst van onze dagdagelijkse vorm, de formaliteit van de maatschappij, die ons als aparte personen uit elkaar houdt, even te verliezen. Om deel te gaan uitmaken van een groter ‘ik’. Om één met alle dingen te worden.

Natuurlijk weten we ook allemaal, dat gif in de dosering zit. Altijd dronken of anders onder invloed zijn schiet niet op. Rust, reinheid en regelmaat, om een paar pijlers van geestelijke gezondheid te noemen, zijn essentieel om een leefbaar leven te leiden op deze planeet. Wie niet op dat soort elementaire dingen let, wordt uiteindelijk krankzinnig.

Letterlijk iedereen kan gek worden. Het enige dat je hoeft te doen, is kortsluiting in de hersenen stimuleren. Een staat van verwarring kan worden bereikt met verrassend alledaagse ingrepen, zoals onthouding van slaap, niet eten en (zelf toegebrachte) pijn. Als het maar intens en langdurig genoeg is, verlies je je verstand. Ik denk zelf dat bijna alle mystieke tradities, met name die van het verre Oosten en verre Westen, daarop gebaseerd zijn. Het verschil tussen een monnik die verlicht raakt, een krijger die zijn totemdier ontmoet, en iemand die ‘aan wanen lijdt’ in een psychose, is mijns inziens nominaal.

Het probleem met een psychose is echter tweeledig. Ten eerste zit er geen erkennende traditie achter. Een monnik traint jarenlang in zichzelf versterven en stil zitten, tot hij in trance raakt. Een jonge Indiaanse krijger hangt zichzelf op aan pennen, die in zijn borstspieren steken, tot hij na een paar dagen van de pijn en honger in trance raakt. En op allebei wordt gewacht, aan de overzijde. In hun trance zien ze de Boeddha, of hun totemdier. Dat komt, mijns inziens, doordat het collectief onbewuste in het verre Oosten en Westen doordesemd is met Boeddha’s en totemdieren, door alle individuen, die eerder een vergelijkbare geestelijke weg aflegden. Helaas is er in ons mooie westen niet zo’n erkennende traditie, voor wie een psychose krijgt. Dus je krijgt een enorme stortvloed aan beelden en ideeën, zonder een cultureel anker.

Het tweede probleem van psychoses is: ze overkomen je. Je gaat er niet naar op zoek, het gebeurt onverwacht. Ik noem een psychose vaak hersen-caissonziekte, of acute spirituele decompressie-zieke, omdat het net zo giftig voor je hersenen is, als een te snelle stijging vanuit de diepte voor het lichaam van een duiker.

Onze psychoses veroorzaken ernstig persoonlijk lijden. En we lijden tweemaal. De eerste keer door de fysieke aard van de ziekte, die op de subtiele verbindingen in onze hersenen inwerkt, als een bosbrand op het ecosysteem van een woud. De tweede lijdensweg die we allemaal gaan, nadat we weer een beetje op aarde gekomen zijn, is de totale afwezigheid van erkenning. Een cultureel anker ontbreekt. Er is geen medisch kader voor de ervaringen en inzichten, die we allemaal opdoen tijdens een psychose. Onze zeer bijzondere en reële ervaringen, worden binnen het westerse culturele en medische kader gedefinieerd als niet echt, als wanen, als verkeerd, als iets om uit de weg te gaan, om zo snel mogelijk te vergeten.

Ik heb veel verslagen gelezen van mensen, over hun wanen en visioenen tijdens psychoses en andere momenten waarop de hersenen de sluier van de ratio niet in stand kunnen houden. Psychoses blijken veel te lijken op ervaringen van mensen tijdens ernstig zuurstoftekort, zoals bij een bijna-dood ervaring, of tijdens een hersenbloeding. Kijk bijvoorbeeld naar de TED-talk van Jill Bolte Taylor.

Ik heb er lang over nagedacht, en ik denk dat ik met enige zekerheid de volgende punten kan maken:

  1. De medische wetenschap heeft gelijk: de visioenen die mensen zien tijdens psychoses, beroertes en andere bijna-dood ervaringen zijn symptomen van een ziek brein.
  1. De mystici hebben ook gelijk: wat mensen meemaken tijdens een psychose, een beroerte of een bijna-dood ervaring, is altijd een intieme ontmoeting met ‘het goddelijke’, ‘het collectief onbewuste, ‘de geestenwereld’, ‘The Force’, et cetera, geef het een naam. Noem het inspiratie in de puurste vorm, met nogmaals deze waarschuwing: vergif zit in de dosering.
  1. Het begrip persoon, ‘ik’, is niet van toepassing op mensen die in dergelijke toestand verkeren. Ze zijn van buiten even minder dan een persoon, maar van binnen veel meer.

We moeten mensen die in deze toestanden verkeren natuurlijk zo snel mogelijk helpen, met alle technieken waar de moderne medische wetenschap over beschikt. Maar de medische wetenschap maakt op dit moment een grote fout. Visioenen tijdens bijna-doodervaringen en in mindere mate tijdens beroertes, worden door medische professionals met een zeker respect behandeld. Datzelfde kun je niet zeggen voor de psychiatrie. Door ex-psychotici de toegang tot de inhoud van hun ervaringen voorbij de rede te ontzeggen, door ze te benoemen als wanen, als dingen die niet echt zijn, vergroten psychiaters ons lijden. Want dan is het echt allemaal voor niets geweest: het verliezen van je zelf, van je vrienden, je baan, noem maar op.

“Onze psychiaters kunnen enorm veel voor ons geestelijk welzijn betekenen, simpelweg door te erkennen dat de visioenen waar we zo enorm voor hebben geleden, betekenis hebben.”

De vraag die ik aan het begin van dit verhaal aan meneer Peter Hacker stelde, is tegelijkertijd ook het antwoord. Als we in een psychose of een andere alternatieve staat van bewustzijn geraken, zijn we geen individuele personen meer, omdat we onderdeel worden van een groter geheel. Dat geheel, hoe je het ook wilt noemen, heeft je iets willen vertellen.

Filosofen en sceptici kunnen weinig met een mystiek één worden met de wereld om je heen. Zij zullen blijven proberen te definiëren waar ons ‘ik’ zich op dat moment precies bevindt. Maar iedereen die wel eens gek is geweest, weet dat je met het verliezen van jezelf en je persoonlijke decorum, ook een zekere winst maakt. Blijf aan die winst vasthouden. Wat je gezien en beleefd hebt was wel belangrijk. Doe er iets mee. Schrijf erover, schilder, maak muziek.

En slik je pillen. Want een psychose is heel bijzonder, maar een leven zonder psychoses is uiteindelijk toch echt bijzonderder.


sam

Sam Gerrits is journalist en geochemicus. Hij schrijft voor o.m. NRC Handelsblad, Nieuwe Revu en The Post Online. Een van zijn doelen daarbij is het taboe op gekte te helpen doorbreken, onder het motto “eens gek is niet altijd gek, al niet meer sinds 1958“. In 2007 debuteerde hij samen met gelauwerd filosoof Wouter Kusters bij uitgeverij Lemniscaat met het veelgeprezen boek ‘Alleen: Berichten uit de isoleercel’.

alleen

Je kunt Sam volgen op Twitter (@samgerrits)
of surf naar zijn site: www.samgerrits.com.
Daar vind je ook meer informatie over het boek.

 

 

Bipolair met flair

Tekst: Jamila van Zoest

Elke dag de onzekerheid, hoe zal het morgen zijn
Welke gemoedstoestand, een diep dal of juist fijn

De onzekerheid, zorgen, wanneer sla ik om
De grote frustratie, niemand begrijpt waarom

“hoe is het met je?” zo’n moeilijke vraag
Morgen is het antwoord anders dan vandaag

Pillen slikken, therapie en vooral accepteren
Het lukt mij wel, de buitenwereld moet dat nog leren


Ik wil tussen de mensen zijn, gezellig, niemand die dat ziet
Ik wil rust, niemand om me heen, zien jullie het niet?

Twee gezichten, snapt iemand hoe ik ben
Ik ken mezelf niet eens, of ik er ooit aan wen?

Steeds die switch, het valt niet mee
Hoe ben ik morgen? Wie van de twee?

Ken je dat stille meisje, zorgzaam en bedacht
Of ken je ’t feestbeest, die veel praat en lacht

Ik ben ze allebei, soms zelfs op één dag
Zonder waarschuwing, is daar ineens de omslag

Dus als je me niet begrijpt, dan weet je waarom
Ik doe m’n best, maar soms sla ik even om


Hoi, ik heet manie en ik voel me zo goed
Hoi, ik heet depressie en ik weet niet wat ik met m’n tranen moet

Wij zijn saampjes en leven bij één persoon
Wij vechten regelmatig, dat vinden we heel gewoon

Meestal wint depressie, die houdt het langer vol
Soms wint manie, in korte tijd veel lol

We zijn heel wispelturig, dat hangt van factoren af
Even lekker stappen, misschien een manie als straf

Fotoalbums kijken, gezellig terug in de tijd
Depressie die daarop goed gedijt

Doei, ik heet depressie, ik ga naar m’n bed
Doei, ik heet manie, ik maak vannacht nog even pret


Weet je wat ze zeggen, ze zeggen “jij bent ziek”
Want men vindt het niet normaal, de switch tussen dal en piek

De pieken zijn zo heerlijk, daar geniet ik van
De dalen zijn zo erg, erger dan ik hebben kan

Therapie en een paar pillen
Ik zou het ook graag anders willen

Helaas is het nou eenmaal een feit
Ook nog eens verergerd in de loop der tijd

Hoe ziek ben ik nou echt
Als mens ben ik niet slecht

Respect voor anderen, zorgzaam en trouw
Aan de buitenkant een normale vrouw

Je hebt mensen die zijn crimineel
Die laten een onbezorgd kinderleven niet heel

Onzichtbaar in de maatschappij, achter gesloten deuren
Zwijgend over wat ze daar laten gebeuren

Ik ben open en vertel wat je wil weten
Hup, stempel op m’n hoofd, “jij bent anders, niet vergeten!”

Mijn ziekte heeft een naam, ik ben bipolair
Open en eerlijk, ik ben BIPOLAIR MET FLAIR


Bedankt voor je eerlijkheid, het wordt me vaak gezegd
Het is ook niet moeilijk, als je tegen de tranen vecht

Te echt om te maskeren, te intens en onverwacht
Pieken en dalen, ze hebben me in hun macht

Moet ik me ervoor schamen, wil je een stuk toneel?
Nee dus, ik ben liever open, al vertel ik dan teveel

Ik heb pieken, ik heb dalen, ze switchen nogal vaak
Bij mij heten ze manie en depressie, medicijnen zijn noodzaak

Bedankt voor je eerlijkheid, het wordt me vaak gezegd
Liever was ik normaal,hoewel.. wie is dat echt…


Het maalt in m´n hoofd, het stopt niet meer
Boosheid, zorgen, verdriet, telkens weer

Wat als ik nu tegen een boom rij
Zijn alle zorgen dan voorbij?

Nee niet doen! Wat egoïstisch van mij
Daarmee lossen de problemen niet op

Hoewel ik dan zeker het malen stop
Wat als ik nu even blijf staan

Laat m’n tranen maar even gaan
Ja dit is beter, bij het gevaar vandaan

Ik denk aan m’n gezin; m’n alles en meer
Geluk, blijdschap, liefde, telkens weer

Als ik nu naar ze toe rij
Zijn alle zorgen even voorbij

Die blije gezichtjes zijn alles voor mij


 

Jamila Ik ben Jamila van Zoest en ik heb een bipolaire stoornis. In een druk leven met lieve man en drie lieve kindjes is het een hele uitdaging om tussen alle pieken, dalen en therapieën de ballen hoog te houden.
 Met behulp van psycholoog, psychiater, Citalopram, Lithium en luisterende oren van vrienden en familie kan ik me redelijk redden. Het is knokken of mokken!

Wil je meer van en over mij lezen, klik dan hier voor mijn weblog.

Spiritualiteit, van wezenlijk belang bij de bipolaire stoornis

 

José Hoekstra

In manie en psychose kun je nogal eens te maken krijgen met bijzondere spirituele ervaringen, die je niet zomaar meer vergeet. In de psychiatrie werd het jarenlang afgeraden om je al te veel bezig te houden met spiritualiteit, en misschien niet onterecht. Er is absoluut meer tussen hemel en aarde maar je kunt er jezelf ook helemaal in verliezen en het contact met de dagelijkse realiteit verliezen. Of je kunt er een ‘bypass’ van maken, zoals het ook wel genoemd wordt: jezelf alleen nog maar bezighouden met spiritualiteit of religie terwijl je ondertussen belangrijke psychische ontwikkelingsthema’s laat liggen. En niet onbelangrijk: veelal sluimeren er trauma’s onder de ervaringen die we meemaken in manie of psychose. Toch is er veel voor te zeggen om wel aandacht te geven aan onze spirituele ervaringen, al dan niet in psychose of manie.

Diepe dalen, hemelse hoogten
Bij een depressie denk je eerder aan een afwezigheid van spiritualiteit. Het zijn meestal donkere, neerdrukkende episoden waarbij je het gevoel hebt helemaal niet meer te kunnen of willen leven en waarbij er van een gevoel van verbinding (“religare” in het Latijn), spiritualiteit of geloof dan helemaal geen sprake meer is. Veelal verlies je het gevoel van verbinding met de omgeving en met anderen maar je kunt ook echt het gevoel krijgen de verbinding met God of het goddelijke kwijt te zijn geraakt. In de Christelijke mystiek staat deze ervaring bekend als ‘de Donkere Nacht van de Ziel’ van Johannes van het Kruis – een belangrijk mysticus uit Spanje. Hij zag deze ervaring als een getest worden door God op zijn geloof.

Manieën en psychosen daarentegen kieperen ons linea recta in andere werkelijkheden, een uiteenvallen van het ego, soms angstaanjagend en gevuld met paranoia als het meer psychotisch is. Of vol van prachtige ervaringen van eenheid met alles als de ervaring meer is dan een manie alleen. Ervaringen van licht en energie, soms met herinneringen van vorige levens of intense ervaringen die je het gevoel geven een missie op aarde te hebben, komen in een manie regelmatig voor. Dat kunnen levensveranderende ervaringen zijn – in positieve zin als je ze serieus neemt en aan de slag gaat om ze te integreren in jezelf. Dan wordt een crisis een kans voor ontwikkeling.

saint-198958_640

De overlap van psychotische ervaringen met mystieke ervaringen zorgen al jarenlang voor een verhit – maar verlicht – debat. De Amerikaanse psychiater Stanislav Grof is de oprichter van wat men de transpersoonlijke psychologie noemt. In 1989 schreef hij een boek naar aanleiding van de crisis van zijn vrouw, waarin hij het begrip Spiritual Emergency (spirituele nood of crisis) introduceerde met de vele facetten en vormen die zo’n crisis kan aannemen. Daarmee ontstond een beweging die de spirituele aspecten van persoonlijke crises serieus wil nemen en deze ziet als mogelijkheid tot transformatie. Jarenlang deden allerlei mensen pogingen om onderscheid te maken tussen wat nou een psychose is aan de ene kant, en een mystieke ervaring aan de andere kant. Inmiddels is het wel duidelijk dat die grens niet altijd zo sterk te trekken valt.

Spirituele zoektochten
Eén van degenen die hier vele Engelstalige video’s over maakte is Sean Blackwell, die op zijn You Tube kanaal BipolarOrWakingUp verslag doet van zijn eigen zoektocht op dit gebied. Ook hij heeft zich uitgebreid in de transpersoonlijke psychologie verdiept. Spiritualiteit is als gevolg van dit debat inmiddels geen vies woord meer in de psychiatrie. Het is allang gebleken dat bijvoorbeeld mensen die deelnemen aan een spirituele of geloofsgemeenschap over het algemeen veel minder psychische klachten hebben dan zij die zo’n gemeenschap niet om zich heen hebben. In Nederland is geestelijk verzorgster Eva Ouwehand bezig met een promotie onderzoek naar het belang van spiritualiteit en religieuze ervaringen bij het herstel van mensen met een bipolaire stoornis.

In de oosterse filosofie en religies neemt het begrip van energie een veel belangrijker plaats in dan in het westen. In onze culturen werd hier jarenlang niet over gesproken maar gelukkig begint ook dat te veranderen. Energetische fluctuaties en spirituele ervaringen hebben namelijk wel iets met elkaar te maken. De meesten van ons hebben wel eens van het oosterse chakrasysteem gehoord, de energieknooppunten in ons lichaam. Wanneer we weinig emotionele blokkades meer hebben, kan de energie vrijelijk door ons lichaam stromen. Daarnaast hebben we bij ons stuitje een soort reserve energie, extra levensenergie, die kan ontwaken en langs onze ruggengraat naar boven kan stromen. Wanneer deze energie onze kruin bereikt, maken we contact met de spirituele dimensie. In India wordt dit de kundalini energie genoemd. In het westen werd dit ook wel de indaling van de Heilige Geest genoemd omdat op dit punt, wanneer de energie onze kruin bereikt, het goddelijke in ons afdaalt. Dat is dan ook precies wat belangrijk is: dat het spirituele een plek kan krijgen in ons, in ons leven. Dat het zich kan verbinden met ons en ons dagelijks leven. Soms kan deze energie ontwaken terwijl allerlei trauma’s nog niet verwerkt zijn, vaak met psychose als gevolg.

Een latente bipolaire stoornis kan door zo’n kundalini ervaring tot uiting komen. Iets wat ik zelf heb meegemaakt – maar net zo goed kan manisch depressiviteit zich eerst ontwikkelen en kun je bijvoorbeeld later in een manie of psychose alsnog ook een energetisch en spiritueel ontwaken ervaren. Wat dat betreft zijn er vele variaties mogelijk.

Een gezonde manier van zijn
In de loop van de jaren dat ik zelf worstelde met de bipolaire stoornis heb ik steeds meer gemerkt hoe belangrijk het is dat alle ervaringen een plek krijgen, dat ze er mogen zijn. Dat je er achteraf, na een psychose bijvoorbeeld, op terug kan kijken en ze kan integreren. Sommige ervaringen blijken dan echt wanen te zijn. Andere ervaringen zijn oprecht spirituele ervaringen. Beiden kunnen je iets vertellen over je eigen ontwikkeling en de manier waarop je in het leven staat. Een gezonde manier van leven, aardend, met gezonde voeding, contact met de natuur en gezonde lichaamsbeweging is eigenlijk wel de voorwaarde om die spiritualiteit ook echt in je leven te integreren. De energie die naar boven reikt, naar het spirituele, moet namelijk ook weer naar beneden kunnen stromen. Door ons lichaam en naar de aarde. Pas dan kan het er ook echt zijn. Het toelaten van onze spirituele en/of religieuze belevingen is volgens mij echt van wezensbelang. Een soort van existentiële noodzaak bij de bipolaire stoornis. Ook al ervaren we misschien heel veel energie en spirituele beleving in een manie en veel te weinig energie en een gebrek aan verbinding en spiritualiteit in een depressie, het is onze persoonlijke beleving en die mag er zijn, die maakt ons tot mens.

Wil je meer weten over het onderzoek naar het belang van spiritualiteit en religieuze ervaringen bij het herstel van mensen met een bipolaire stoornis of geïnterviewd worden door Eva Ouwehand neem dan contact op via: e.ouwehand@altrecht.nl


Jose foto

José Hoekstra is 53 jaar oud en moeder van 2 kinderen. Op 29 jarige leeftijd maakte ze op een meditatieretraite in India een plotseling kundalini ontwaken mee, waarna ze een psychose kreeg en vervolgens een bipolaire stoornis ontwikkelde. Ze werkte als redactrice jarenlang voor de Plusminus, het tijdschrift van de VMDB en schrijft nu af en toe voor www.ggztotaal.nl. Daarnaast helpt ze als ervaringsdeskundige mensen per mail of aan de telefoon met ervaringen van spirituele crisis en psychose.