Wie ik écht ben

Tekst en foto’s: Esther

Ik ben een vrouw van eind veertig en sinds 2012 in balans na een leven dat bestond uit enorme pieken en diepe dalen, veel… heel veel medicatie, opnames, therapieën en sombere vooruitzichten. Er is eens gezegd dat ik al stuiterend geboren ben. Als kind was ik erg druk. Mij concentreren en stilzitten was moeilijk. Toch had ik ook periodes dat ik me terugtrok, dan kon ik uren op mijn kamer zitten, muziek luisteren, lezen en vooral alleen zijn.

Gevoel uiten hoorde niet in die tijd, dat deed je gewoon niet. Punt.

Op mijn 16de kreeg ik voor het eerst antidepressiva. Ik was vooral moe. Later bleek het de ziekte van Pfeiffer. De medicatie haalde me totaal uit balans en gaf innerlijk veel verwarring omdat ik mezelf kwijt raakte en dat niet onder woorden kon brengen. Therapieën volgden, meer medicatie en ik ging hoe langer hoe meer ‘stuiteren’.

Mijn stemmingen wisselden elkaar steeds sneller af en een klein geluk was dat de depressies korter waren dan de hypomane episodes. Daardoor werden behandelingen afgesloten. Het ging weer goed met me. Depressie voorbij en ik voelde me goed. Dit patroon bleef en op mijn 37ste kreeg ik diagnoses waaronder de bipolaire stoornis. Eerst blij dat het een naam had. Dan een soort rouwproces want in de psycho-educatie werd duidelijk dat ik nooit kon genezen, altijd medicijnen moest slikken en onder behandeling van psychiater zou moeten blijven. Dat wilde ik niet geloven en dat was een terugkerend onderwerp in gesprekken. Ik MOEST accepteren dat dit zo was en ik moest uit die ontkenning.

Vanaf dat moment begon het drama pas echt. Balans was ver te zoeken ondanks alle medicatie, onderzoeken, second opinion, therapie, opnames enz. Ik ontregelde steeds meer, vaker en heftiger. Iedereen wees naar mij. Ik bleef in de ontkenning dat dit de oplossing was en bleef zeggen dat ik zou herstellen. Dat ik stabiel zou worden zonder medicatie. Natuurlijk zat er in mijn hoofd ook een twijfelstem want waarop baseerde ik dit? Op mijn gevoel. Maar dat werd ook overhoop gehaald door al die pillen. Dus kon ik mijn gevoel nog vertrouwen? Voelen werd iets dat steeds verder weg stond van me. Ik was aan het overleven in plaats van leven.

In januari 2012 kwam ik uit een opname en besloot dat het genoeg was. Ik stopte van de één op de andere dag met alle medicatie, stelde mijn psychiater hier netjes van op de hoogte en ging naar een klassiek homeopaat. Zij was tevens spiritueel coach wat mij aansprak want al langer had ik het idee dat er iets anders was dan de gestelde diagnoses.

stand-out-from-the-crowd_storyheadtwocol

Dit vermoeden leek te kloppen en er vielen toen zeer veel dingen op zijn plek. Ik voelde zeer subtiele trillingen om me heen en dat waren dus géén psychotische verschijnselen zoals ze eerder genoemd werden. Ook nam ik bijvoorbeeld stemmingen van anderen over en ik leerde me daarvoor af te schermen. Ik leerde om juist wél te voelen, om juist wél alles toe te laten wat zich in mijn lijf en hoofd afspeelde. En ik leerde hoe ik daarmee om kon gaan. In combinatie met klassieke homeopathie kwam er in zeer korte tijd balans in mijn leven. Ik ging weer voelen. Door de medicatie was dit zo onderdrukt dat ik het min of meer opnieuw moest leren. Het was een pittige tijd en toch wist ik dat dit mijn redding was, mijn kans op balans. Ik ben zeer gevoelig en dat hoeft niet onderdrukt te worden. Juist niet want dat maakte het alleen maar erger. De prikkelgevoeligheid mag er zijn en daarmee leren omgaan maakt het verschil tussen last en kracht.

Ik leefde lange tijd vooral in mijn hoofd en was daardoor het contact met mezelf kwijt. Overleven in plaats van leven. Ik ging weer naar feestjes en hield dan rekening met extra rust vooraf en nadien. Ik leerde mild te zijn voor mezelf door extra rustmomenten in te bouwen wanneer ik voelde dat ik dat nodig had. Dat leren herkennen en dan erkennen heeft mijn leven veranderd. Ik ben liefdevoller naar mezelf geworden en neem mezelf serieus.

Alles wat ik voel is waar, is echt en het mag er ook zijn. De depressies en manieën waren een gevolg van onderdrukken van gevoel en leven vanuit mijn gedachten. Ver weg van mezelf dus. Dat gevoel zich niet laat onderdrukken is nu wel duidelijk voor me. De angst om het aan te gaan, kan al zorgen voor een dip. En dat is ook gevoel, dat klopt, maar dat is meer een ontkenning, vlucht en vechtmechanisme. Tijdens een manie hoefde ik niks met mijn echte gevoel, want het ging prima. Tijdens depressies ook niet, want dan moesten ze me gewoon met rust laten en was ik vooral slachtoffer.

dandelion

Dat laatste is nog steeds belangrijk om te voelen voor me. Ik ben géén slachtoffer en ten alle tijden verantwoordelijk voor mijn eigen geluk, balans en leven in alle opzichten. Ik bepaal wat ik voel, wat ik denk en hoe ik omga met alles dat op mijn pad komt en niemand anders.

Ik herken nu ook wanneer ik minder in mijn lijf zit en mijn, vaak nog negatieve gedachten, de boventoon laat voeren. Terug in mijn lijf dus. Aarden. Veel de natuur in. Ademen. Rust en keuze maken of ik wil vluchten, vechten of accepteren. Accepteren van voelen en de angst om het aan te gaan is vaak vele malen groter dan het echte voelen. Ik ben enorm dankbaar voor de begeleiding die ik ook nu nog heb van iemand, die me steeds dichter naar mezelf brengt, wie ik écht ben en niet de persoon die ik zoveel jaren dacht te zijn. Leven vanuit mijn kracht, diezelfde kracht die ik in 2012 kon voelen en inzetten om mijn weg te gaan waarvan ik diep van binnen wist dat die de juiste was.  Een persoon die me alleen ziet al mens, voorbij welk label dan ook. Zo mag en kan ik mezelf nu ook zien, als mens…zonder etiket. Ik ben in balans zonder medicatie.

Eindelijk kan ik voluit zeggen: IK LEEF.


Ik ben Esther en woon sinds 1993 met mijn vriend in de mooie Achterhoek. We hebben een zoon van 20 jaar, twee katten en een hond: mijn maatje, mijn alles. Dieren en natuur in alle facetten speelt een heel belangrijke rol in mijn leven.

Ervaringsverhaal over psychose

Tekst en foto’s: Huub Hendriks

Nu ik terug kijk op de beginperiode van mijn bipolaire stoornis merk ik, nu we 42 jaar verder zijn, dat er nog steeds heel weinig openheid over psychose is. Veel cliënten die psychoses moeten doorstaan, zwijgen er het liefst over omdat ze denken dat zij dit alles alleen hebben en dat enkel zij gek zijn. Maar het tegendeel is waar. Ik zie het zo: Als je psychotisch bent, is je lichaam geestelijk totaal van streek en in je geest voltrekt zich een drama dat ervoor vecht om ervoor te zorgen dat je kunt overleven. Door al mijn ervaringen denk ik dat psychoses ervoor zorgen dat je geest zich kan ontladen en zo ontstaat er een situatie dat je mogelijk niet krankzinnig word.

psychose1

Ooit lag ik bij een opname vele maanden gesepareerd en moest ik de ene na de andere psychose gedwongen ondergaan. Ik besefte niet wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Ik herkende zelfs mijn eigen echtgenote niet, die maar 5 tot 10 minuten per dag bij mij mocht. Ook viel ik in die periode 30 kilo af. Na zeven maanden moest ik zelfs opnieuw leren lopen omdat ik dat niet eens meer kon. Jaren later vertelde mijn psychiater dat hij met zijn handen in het haar had gezeten om mijn toestand onder controle te krijgen. Ook omdat hij verkeerde medicatie had toegediend. Bij deze psychiater zijn we 21 jaar lang gebleven. Altijd was hij er voor ons en als ik onverwachts moest worden opgenomen, maakte hij altijd plek. Al kwam ik de eerste tijd in de badkamer te liggen. Van hem mocht ik in psychotische toestand zelf met mijn auto van ons huis naar de kliniek rijden en dat is altijd goed gegaan.

“Ik zal u deelgenoot maken van de door mij doorleefde psychose omdat ik mij de meeste achteraf allemaal kan herinneren.”

Op weg met mijn apostelen
Het was op een dinsdagmorgen. Ik lag op een driepersoonskamer. Ik was net enkele dagen weg uit een separatiekamer waarin ik maanden lang had vertoefd. Zware psychoses hadden de afgelopen tijd mijn lichaam geteisterd. Ik was nu weer redelijk hersteld. Ik voelde me raar van binnen en lag veel op bed. Zo goed en kwaad als het ging, zocht ik naar evenwicht in mijn geestelijke gesteldheid. Mijn medepatiënten waren twee mannen en beiden waren tijdens de rustperiode niet op de kamer. Liggend vanuit het middelste bed keek ik veel naar buiten. Tientallen watervogels en eenden vlogen boven de vijvers in de buurt. Gefascineerd keek ik liggend naar hun vlieggedrag. Uren kon ik hen zo observeren.

Plotseling stonden alle vogels stil in de lucht. Ik wist niet wat mij overkwam. Van alles schoot er door mijn hoofd. Ik stapte uit bed en liep naar het raam. Ook al het verkeer en de voetgangers stonden stil. Ik schudde mijn hoofd en kon een en ander niet bevatten. Toen opeens kwam een bepaalde gedachte steeds sneller in mijn geest terug en gaf mij de opdracht om met mijn apostelen naar de hemel te gaan. Als vanzelfsprekend probeerde ik die opdracht uit te voeren, alhoewel mijn gekwelde geest geen raad wist met de situatie. Ik ging weg voor het raam en begaf mij naar de kleine tussengang waar de kasten en de wastafels waren. Ik waste eerst mijn eigen handen goed. Voor het afspoelen van mijn handen had ik een glazen kan uit de keuken gehaald, maar tot twee maal toe viel deze kletterend in de wasbak zonder te breken. Hij was gelukkig niet stuk. Plots stond er een verpleegkundige achter mij. Hij vroeg of ik niet wat rustiger kon zijn en wat ik met die kan bij de wastafels deed. Ik weet niet meer welk antwoord ik gaf. Vanaf dat moment zal men mij extra in de gaten gehouden hebben. Nadat mijn handen overdreven gewassen waren, ging ik weer naar mijn bed. Innerlijk had ik totaal geen rust meer en weer zag ik de beelden van voorheen die mij verlangden om met de apostelen naar de hemel te gaan. Steeds groter werd de drang om daar gehoor aan te geven, alleen wist ik nog niet hoe? Even later stond ik op verliet mijn kamer en bezocht alle andere kamers waar mijn medepatiënten lagen te genieten van hun middagdutje. Van ieder bed sloeg ik de dekens aan het voeteneinde omhoog en kuste van ieder de voeten. De meeste patiënten reageerden niet of hielden zich slapende. Totdat natuurlijk een van hen de verpleging consulteerde. Toen was het met mijn zwerftocht over de kamers gedaan.

Met zachte hand en kalmerende woorden werd ik verzocht om mee te gaan. Nu was ik natuurlijk weer bij mijn positieven en wist ik maar al te goed wat er zou gaan gebeuren. Een vreselijke tijd volgde die met een separatie begon. Toen mijn vrouw Ans later die dag arriveerde schrok ze hevig. Dit had ze niet verwacht en later zouden er de komende maanden talloze psychosen volgen. De een nog erger dan de ander. Iedere avond kwam Ans mij opzoeken en dat ze daardoor in totaal vijf uur onderweg zou zijn deerde haar niet. En dit terwijl ze de eerste weken maar heel kort bij mij mocht zijn. Vaak kon ik de onmacht en pijn van haar gezicht aflezen. Dit alles raakte mij diep. Ook de momenten dat er door mijn psychotische toestand bijna geen contact tussen ons mogelijk was, heeft altijd een diepe indruk op me gemaakt.

psychose2

Net op de momenten dat er echte opvang voor familie en/of betrokkenen nodig is, blijft deze meestal heel ver weg. Betrokkenen blijven daardoor verstoken van de aller noodzakelijkste informatie omtrent hun dierbare. Daarom is het ontzettend belangrijk op een behandelplek te zijn, waar alles al van te voren geregeld is als er een echte crisis dreigt. Dat er ook een noodplan of crisiskaart is, waar men zich dan ook verplicht aanhoud. Een noodplan kun je in goede doen samen met je behandelaar opstellen. Een exemplaar krijg jij, het 2de komt bij je huisarts en het 3de op je behandelplek. Hierin kun je je bejegening en bijvoorbeeld je medicatie opnemen. En de dingen die jezelf absoluut niet wilt maar tijdens de behandeling eventueel bespreekbaar zijn.

Nog een laatste tip: Blijf altijd medicijntrouw, ook al zijn er tijden dat je denkt: “Waarom die medicatie slikken, ik kan best zonder of met minder?”. Volg ook met je familie of naaste een psycho-educatiecursus. Wees voorzichtig met alcohol en andere genotsmiddelen want deze kunnen je medicatiewerking veranderen of versterken . Zorg ook voor rust, reinheid en regelmaat. En win zoveel mogelijk informatie in over je ziektebeeld. Dit kan je een beter inzicht geven en je altijd van pas komen.


2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik ben de oudste van 4 broers. Helaas is mijn jongste broer enkele jaren geleden op 47 jarige leeftijd door suïcide overleden. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad. Ik geef nu voorlichting over de bipolaire stoornis.

Leef mét je ziekte zonder te lijden

Tekst en foto’s: Johannes van der Tempel

Toen ik voor het eerst manisch werd, was ik 18 en werd er nog geen diagnose gesteld. Ik was gewoon even een beetje gek geweest. Niks aan de hand. Ik slikte braaf de medicatie en het leven ging door. Een jaar later was het weer raak: een tweede manie. Echter nog geen diagnose maar hetzelfde verhaal. De depressies bleven ook uit dus ik had niet veel reden tot klagen, noch reden om na te denken wat er met mij aan de hand was. En het leven ging weer verder. Tot ik op mijn 21e weer aan de beurt was. Nu volgde wel een diagnose: manisch-depressief. Medicatie: Lithium. Nu ook gevolgd door een milde depressie. Maar het feit dat ik in een studentenhuis van 24 man woonde, zorgde ervoor dat ik onder de mensen bleef en vrij snel herstelde. Ik leed nog steeds niet aan mijn ziekte, hoewel ik wel in de alcohol dook om mezelf vooral niet te diep in de ogen te hoeven kijken. Dit ging jaren goed. Er werd niet veel gestudeerd maar vooral gezopen.

Op mijn 26e kwam ik weer thuis bij mijn vader te wonen. Mijn studie was gefaald maar ik was in de tussentijd niet meer manisch of depressief geweest. Bij gebrek aan beter werd ik stratenmaker en het beviel. Het leven ging door. Ik werd steeds meer een echte stratenmaker en ging weer uit huis. Ik woonde net op mezelf toen mijn vader overleed. Een diepe schok maar blijkbaar geen reden voor de ziekte om z’n kop weer op te steken. Lithium deed z’n werk goed. Ik kreeg een vriendin en besloot weer in het ouderlijk huis te gaan en blijven wonen. Dit huis moest echter nog wel van mijn broers en zus gekocht worden. Iets dat veel meer ellende opleverde dan vooraf gedacht, helaas. De hele transactie leverde me heel veel stress op maar ik bleef stabiel. De deal werd afgerond en alles leek weer goed. Leuk huis, prima baan, fantastische vriendin, gestopt met roken en drinken, veel aan het sporten, über fit. Ja zelfs stoppen met Lithium kwam in me op.

rondweg-004

‘Levenspad’

Totdat het wel degelijk mis ging. Manie! Na 14 jaar stabiel ondanks veel drank, drugs en het overlijden van mijn vader. Altijd open en eerlijk tegen mijn vriendin geweest maar nu was het echt op de voorgrond: lijden aan de bipolaire stoornis. Meer medicatie, weg manie en binnenkomst depressie. Maar het duurde maar even of de manie stak z’n kop weer op. De depressie die volgde, was iets wat voor mij volledig nieuw was. Het leven stond stil. Mijn eerste ervaring met een echte volledige depressie. Ik heb mij nog nooit zo slecht gevoeld. Suf en afgevlakt door de medicatie. Een moeilijk te omschrijven zwart gat. Ik raak in een sociaal isolement: geen werk, geen contacten behalve mijn vriendin. Ik zakte steeds verder weg in de depressie. Omdat ik ook nog een sociale angst ontwikkelde, in de vorm van trillen bij sociaal contact, ging ik steeds meer dingen vermijden. Ik wilde op een gegeven moment echt niet meer leven en zette het op een drinken. In deze roes van alcohol en zelfmoordneiging wist mijn vriendin mij te redden van het ergste. Zo kom ik op de dagbehandeling van de GGZ terecht. Daar ging het al snel beter. Ik had weer meer contact en een dagritme. Deze opname duurde drie maanden en ik kwam er zeker beter weg dan dat ik binnen kwam.

Ik ging weer gedeeltelijk aan het werk. Terug in de maatschappij. Maar ik voelde mij nog steeds duf en afgevlakt. Ik leed nog steeds aan de depressie. En de sociale angst zat steeds meer op de voorgrond dus daarvoor ging ik ook in therapie. De therapie vond ik leuk. Een groep van acht mensen. Allen met zelfvertrouwen-problematiek. Hoewel ik mij wel het ergste geval van de groep voelde. Maar dat kan een ieder wel hebben.

Het leven gaat langzaam door. Ik werk… met moeite en probeer mijn sociale angst te overwinnen… met moeite. Maar ik heb een hele lieve vriendin en een mooi huis. Ja, eigenlijk gaat het best redelijk. Maar ik lijd nog wel degelijk aan de bipolaire stoornis en dat is niet hoe het geweest is. Hoe kom ik weer terug op ‘leven mét mijn ziekte’ in plaats van het ‘lijden aan’? Het zal tijd nodig hebben. De depressie moet nog verder afzakken en misschien is er nog wat qua medicatie te doen. Met mijn sociale angst zal ik blijven oefenen en deze niet vermijden. Dat is een lastige en langdurige taak maar het begin is er. Vaker wil ik mezelf herinneren dat het langzaam beter gaat en het leven mét de ziekte weer dichterbij komt. Als het goed gaat, besef je ineens niet meer dat je de ziekte hebt maar hij kan zomaar de kop weer opsteken. Zelfs na 14 jaar. Dan wordt het tijd om echt met jezelf aan de slag te gaan. Niet meer te verdrinken in alcohol en het te vermijden. Vechten voor jezelf in tijden van zwaar weer om er na de storm sterker uit te komen. Klaar voor weer 14 jaar stabiliteit of wellicht nog langer. Ik weet dat het goed komt!


rondweg-005

‘The road ahead’

Hallo, ik ben Johannes van der Tempel, 35 jaar en stratenmaker. Geboren in Augustinusga, een klein dorp in Friesland, als jongste van 4 en opgegroeid in Drachten. VWO gedaan en toen de studie werktuigbouwkunde aan de TU-Delft. Echter niet afgemaakt. Daarna dus stratenmaker tot op heden. Bipolair vanaf 2001 en 14 jaar stabiel geweest op lithium. Nu zo’n 2 jaar weer instabiel, maar herstellende.

 

ZEBRA

Tekst en foto’s: Arlette Einhorn

“Vandaag heb ik een zwarte dag”. Dat is een zin die bij ons thuis, maar ook bij goede vrienden, niet ongebruikelijk is. ‘Een zwarte dag’ kan meerdere betekenissen hebben: Je voelt je verdrietig, je bent somber of…..je bent depressief. Voor ouders of grootouders is het, denk ik, makkelijker om het over een ‘zwarte dag’ te hebben en dat is nou precies wat ik doe in het boek ‘ZEBRA’.

zebra-vk

‘ZEBRA’ is een bijzondere zebra. Behalve zwarte en witte strepen heeft hij ook zwarte en witte dagen. Op een witte dag schatert, speelt en springt hij door de straten maar  vandaag is hij verdrietig en heeft hij nergens zin in. Het is een ‘zwarte’ dag.

In eerste instantie was het boek bedoeld als een leuk prentenboek voor mijn eigen kinderen maar hoe langer ik er aan werkte hoe meer ik besefte dat dit prentenboek ook belangrijk zou kunnen zijn voor andere (groot)ouders met een bipolaire stoornis. Een goede vriendin bewerkte het boek en de prenten tot een prachtige kwaliteit en toen ging ik op zoek  naar een uitgeverij. Helaas is dat niet gemakkelijk. Er ging veel tijd overheen en na de zoveelste afwijzing besloot ik het boek uit te geven in eigen beheer. Hierbij kreeg ik hulp van de stichting Samen Sterk zonder Stigma en van de stichting ZON. Inmiddels wordt het boek al in een aantal KOPP-groepen (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen) gebruikt en ook op kinderdagverblijven, BSO’s (Buitenschoolse Opvang)  en scholen wordt eruit voorgelezen.

Naast het boek heb ik ook een vertelkastje gemaakt en poppenkastpoppen waarmee ik voorstellingen geef. Deze voorstellingen zijn eigenlijk vooral erg leuk om te geven. Omdat ik voor jonge kinderen speel, weet ik nooit hoe ze zullen reageren. De laatste voorstelling was voor een groep met kinderen vanaf 2,5 tot 4 jaar. Hele kleintjes die dus vooral de dierenplaten erg aansprekend vinden. We hebben het dan vooral over de kleuren van de dieren en de geluiden die ze maken. Met iets oudere kinderen op school of BSO is het juist weer interessant om gevoelens te bespreken: “Ben jij ook wel eens verdrietig?” of “Ken je iemand die vaak verdrietig is?”

Bij mijzelf is het inmiddels alweer 15 jaar geleden dat ik de diagnose ‘Bipolair’ kreeg. Mijn man en ik hebben moeilijke tijden gehad maar gelukkig gaat het nu alweer een hele tijd goed dankzij een geregeld leven, medicatie en goede zorg vanuit GGZ.


arlette1

Mijn naam is Arlette Einhorn. Ik ben getrouwd en heb twee zoons van acht en zes jaar. Zelf ben ik 43. Ik woon in Leiden en ik werk bij een buitenschoolse opvang. Naast mijn werk heb ik mijn eigen bedrijfje waar ik kaarten, rompers, kraamcadeautjes, T-shirts en natuurlijk het prentenboek ZEBRA verkoop. Al mijn werk is gemaakt met linoleumsneden vandaar de naam ‘Arlettelino’. Bovendien ben ik theatermaker en treed ik op met mijn vertelkast en de voorstelling ‘ZEBRA’.

Meer info?  Ga naar: www.arlettelino.nl

 

Eet puur geluk

Tekst: Dymphina Jooren

Sinds 1999 ben ik als 4e generatie de kapitein aan het roer van ons familiebedrijf. Dat is een zeer uitdagende, gezellige job die ik dagelijks met veel plezier uitvoer. Ik ben altijd een energieke, opgewekte vrouw geweest met een positieve kijk op de wereld. Waar geen wegen zijn, maak ik zelf mijn eigen pad.

Echter….. ik deed veel te veel. Nam geen rust want dat vond ik niet nodig. Maar mijn lichaam begon aardig te protesteren en gaf mij diverse signalen. Ik negeerde al deze lief bedoelende boodschappen van mijn lichaam en geest, en banjerde met grote passen en in een hoge versnelling door de dagen. Het leven biedt tenslotte zoveel en dan maak je toch geen keuzes? Totdat ik mezelf compleet had uitgeperst. Geen enkel stofje meer in mijn lichaam en geest. Ik kon niet meer functioneren. Ik stortte in!

Ondertussen had ik diverse homeopathische middeltjes te rade geroepen om mijn energie in balans te houden en om rust te krijgen. Dit zorgde soms voor een tijdelijke opleving. Ik ontkwam er echter niet aan dat mijn huisarts en psycholoog mij met klem naar de psychiater stuurde. Na onderzoek was het oordeel: bipolaire stoornis en angststoornis.

Daar zat ik dan meer dood dan levend. Toen ik op die stoel bij de psychiater op 13 juni 2011 om 13 uur hoorde dat de medicatie géén kuurtje was waar ik mijn probleem mee zou oplossen maar dat deze medicijnen ervoor zouden zorgen dat de stofjes die er nog waren hergebruikt worden, nam ik een besluit. Ik zou hoe dan ook precies uitzoeken welke stoffen ik in mijn hoofd tekort kwam.

acetylcholine-872247_640

De signaalstoffen, neurotransmitters die ik had aan te vullen waren:

  1. Serotonine:

Dit stofje is belangrijk voor de stemming. Een laag serotonineniveau kan depressieve klachten veroorzaken. Ook werkt serotonine op de slaap, want serotonine is nodig om ‘melatonine’ te maken, dat verantwoordelijk is voor het slaperig gevoel. Voor een goed seksuele functie is er tevens serotonine nodig. Angsten, met name problemen van langdurige aanhoudende angsten en stress worden toegekend aan het ontbreken van serotonine in de hersenen.Maar ook eetlust, emotionele balans en zelfvertrouwen zijn toe te schrijven aan serotonine.

  1. Dopamine

Dopamine heeft veel functies in de hersenen. Het heeft een belangrijke rol in het regelen van emoties
, het stimuleert je motivatie, het geeft een gevoel van belonging en het geeft energie. Dopamine komt vrij na een stimulans, dus al we iets doen. Bijvoorbeeld: als we iets eten wat we hebben bereid, een positieve bevestiging krijgen, iets mooi vinden of als we geboeid zijn door wat we meemaken en doen.

Als er een tekort komt aan dopamine, dan gaat er in de hersenen iets mis met de dopaminebevoorrading. Hierdoor zijn we geneigd om dingen uit te stellen of kost het meer moeite iets gedaan te krijgen. Mensen met een dopaminetekort zijn (onbewust) op zoek naar manieren om toch te kunnen genieten. Deze neiging om steeds meer dopamine na te streven verlegt onze grenzen. Dat maakt van de mens niet alleen het meest creatieve en innovatieve wezen, het is tegelijk de teneur van alle eetstoornissen, verslavingen en dwangmatig gedrag.

Ik ging op onderzoek uit hoe deze stofwisseling bij de mens gaat. Heel letterlijk. Wat stop je in je mond aan voedsel en hoe vindt het zijn weg op welke manier naar je hersenen zodat die ‘potjes’ neurotransmitters weer aangevuld worden. Daarna ging ik elke avond koken met die voeding die rijk is aan die aminozuren (stukjes eiwit) die voor deze omzetting zorgen. Ik maakte er toegankelijke gerechten van, maakte er foto’s van en bewaarde mijn recepten. Ik vond een arts die mijn gehalte aan serotonine en dopamine kon meten. Ik had tenslotte een ijkpunt nodig. Deze meting gaf een behoorlijk tekort aan. Na 9 maanden op deze manier het avondeten te bereiden, ging ik opnieuw aan het apparaat. Ik wist het al. Ik voelde het al. Mijn ‘geluksstoffen’ had ik op peil gegeten. Op eigen houtje ben ik in die periode heel langzaam gaan afbouwen met medicatie. Ik slikte toen Anafranil tegen depressie en angst.

Tijdens dit proces had ik veel te leren. Veel vallen en opstaan. Ik had namelijk in mijn leven iets ‘fout’ gedaan en dat moest anders. Maar ja, je eigen leven met je gewoontes veranderen, kost tranen en doorzettingsvermogen. Het gehele proces van inzien, zelfreflectie, reflecteren, mindfulness en onderzoek naar welke stoffen ik in mijn hoofd tekort kwam, heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. De echte Dymphina, 180 graden-gedraaide-verbeterde-versie. Ze zeggen ook wel eens: de verbeterde versie Dymphina.2


12931265_1701380856797245_5831098829306919119_n

Dymphina Jooren is mijn naam. Wie ben ik en hoe ziet mijn leven er in grote lijnen uit? Ik ben 47 jaar jong, getrouwd met mijn jeugdliefde en al 33 ‘happy together’. Samen hebben wij een dochter die fotograaf is en sterk, helder in de wereld staat. Ik ben directeur van een familiebedrijf dat sinds 1959 scheepsschroeven hersteld en levert.

12924375_1701380853463912_6346808830649990883_n

Alles wat ik heb meegemaakt, heb ik verwerkt in mijn boek: EET PUUR GELUK. Hierin staan mijn gerechten met foto die ik een jaar lang heb gegeten. Per week een boodschappenbriefje en het weekmenu, maar vooral mijn verhaal.

 

 

Noot van de redactie:
Stop nooit zelf met je medicatie maar doe dit altijd in overleg met je behandelaar!

Hoe kracht, vertrouwen en liefde mij bracht waar ik nu ben

Tekst: Huub Hendriks

Toen ik in 1974 een eerste opname van 14 maanden met vele psychoses moest doorstaan, kon ik nooit vermoeden dat dit het einde van mijn werkzame leven zou zijn. Ik heb het geluk dat ik een echtgenote heb die al die jaren achter mij stond en mij nooit in de steek heeft gelaten. Mijn lijfspreuk die ik later tijdens voorlichting gebruikte was: ‘Ik heb de ziekte en mijn vrouw heeft het kruis’.

In de jaren na mijn opname had ik last van enorme stemmingswisselingen die een grote wissel in ons gezin trok. Ook was ik geregeld depressief maar de meeste tijd was ik manisch. Tientallen opnames zouden nog mijn deel worden en bijna altijd werd ik psychotisch opgenomen. Vaak maanden lang.

Ook heel wat medicatie passeerde de revue maar in het begin heeft niets echt geholpen. Heel wat psychiaters en hulpverleners hebben we samen aan de kant gezet omdat we de kracht vonden om goed voor onszelf op komen. Ik raad ook iedereen aan dat als een hulpverlener niet bij je aansluit of niet op een lijn met je zit, wissel dan van behandelaar. Zorg dan eerst voor een intakegesprek op een andere plek want uiteindelijk moet jij er niet voor de psychiater zijn maar hij of zij voor jou.

Ook durfden we risico’s te nemen onder het mom ‘niet geschoten is altijd mis’. In overleg werd er vaak aan de medicatie gesleuteld om me op een zo laag mogelijke dosering te krijgen. Ook wisselden we vaak van medicatie. Iets wat ook wel eens verkeerd uitpakte. Vaak moesten we gedwongen wisselen omdat ik een medicijnvergiftiging had. Dan begon opnieuw de zoektocht.

In 1980 begon de eerste fase van herstel. Ik ging bij de Koepel van Limburgse cliëntenraden en werd RIAGG cliëntenraad voorzitter. Ik leerde de gevoelens van medecliënten op waarde te schatten en kon hun belangen zo goed mogelijk behartigen. Dit deed ik anderhalf jaar lang. Op het RIAGG voelde ik mij als een vis in het water. Tussendoor volgde ik samen met mijn vrouw nog een psycho-educatiecursus die ons enorm veel inzicht gaf in mijn manisch depressieve stoornis.

baggage

Op het RIAGG kon ik mij erg positief ontwikkelen. Er kwam een gedichtenbundel genaamd ‘Eindelijk is de pijn gedicht’. Ik begon met het schrijven van mijn eerste boek ‘De brand in mij’. Ook ging ik Client Recht en Ethiek studeren aan de universiteit van Maastricht en maakte deze studie ook af. Dit alles zou als bagage dienen voor de, zo als ik het noemde, volle rugzak van mijn psychisch leven. Ook kwam ik in aanraking met de VMDB waar ik nu al 21 jaar lang lid van ben en waarvoor ik heel wat taken doe. Onder andere bemens ik, al even lang dan als ik lid ben, de Landelijke Lotgenotenlijn en geef voorlichting aan studenten, jonge huisartsen in opleiding en sinds kort op de Nederlandse Politie Academie. Verder schrijf ik heel veel in onze Plusminus en op twee websites. Verder geef ik nog geregeld lezingen.

“Ik ben heel erg voor openheid over onze stoornis.
Alleen zo kun je vooruitgang boeken.”

Ontwikkel jezelf. Wees niet te streng voor jezelf en bedenk dat na iedere tegenslag de zon weer gaat schijnen. Net zoals onze stoornis zelf met haar ups en downs. Vaar verder op veel gebieden je eigen koers. Laat je gevoel en inzicht je hierbij helpen. Als je een persoon bent die beschadigd is tijdens je leven waardoor je weinig zelfvertrouwen bezit en een laag zelfbeeld hebt. Bijvoorbeeld de neiging om je negatief gevoel boven je positief gevoel te laten prevaleren. Dan heb je het extra moeilijk in deze keiharde maatschappij. Bedenk dat niemand onbeschadigd zijn jeugd doorkomt. Ook bij mij bleek dat mede de aanzet tot mijn stoornis.

Bij ons thuis heb ik nooit echte liefde warmte en genegenheid mogen ervaren. Verder speelde erfelijkheid ook een grote rol. Wel heb ik geleerd in mijn leven, hoe moeilijk het ook was, om niet alles te accepteren. Vooral in de hulpverlening gaan er wel eens dingen mis. Hoe goed ze ook bedoeld worden. Zoek daarom net zolang tot je iemand vindt waarvan je kunt zeggen: “Zo dit is mijn hulpverlener voor het leven.” Iemand waar je altijd op terug kunt vallen en iemand die zich 100% voor je inzet.

Nu na 41 jaar gedwongen met de stoornis te hebben moeten leven, durf ik rustig te stellen dat ik mijn leven op de rails heb. Alhoewel een stemmingswisseling altijd nog om de hoek kan komen kijken. Al meer dan 12 jaar heb ik ook geen psychose meer gehad. Ik ben verder erg medicijntrouw en drink weinig of geen alcohol. Wel heb ik me aangeleerd de dingen te doen die ik leuk vind. Hierdoor ben ik ook erg gelukkig. Vooral het werk aan de Landelijke Lotgenotenlijn van de VMDB en het geven van voorlichting geven mij heel veel voldoening in mijn leven. Mijn leven… dat hierdoor ook een enorme meerwaarde heeft gekregen.


 

2013Mondriaanhuub hendriks16 - kopie

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

Muziek als zingeving

Tekst: Stefanie de Wolf

Mijn verhaal begint in mijn kindertijd. Ik was enorm veel ziek en had lichamelijke problemen zoals oor- en keelontstekingen. Mijn ouders stuurden mij naar een psycholoog, die beweerde dat de balans van ons gezin ontwricht was. Dat mijn vader te laks met mij omsprong en mijn moeder te streng voor mij was. Niet echt iets waarmee je actief mee aan de slag kan als achtjarige. In die tijd had ik al last van psychoses. Ik zag overleden familieleden in mijn kamer rondvliegen en ik had toekomst voorspellende dromen en visioenen. Ik had het gevoel “uit mijn lichaam te treden” maar geen enkele dokter wist raad. En ook mijn ouders niet. Op mijn dertiende werkte geen enkel medicijn meer omdat ik te veel antibiotica had genomen. Ook kreeg ik het steeds moeilijker op de middelbaar school. Ik ben toen meer niet dan wel naar school gegaan. Ik voelde mij ziek, was bang en kreeg steeds dezelfde diagnose: een lage weerstand en vermoeidheid.

Op mijn achttiende ging ik filosofie studeren maar al gauw boezemde de universiteit en het studentenleven mij zoveel angst in dat ik besloot bij mijn vriend thuis in bed te blijven liggen. Een jaar lang kwam ik dat huis niet uit. Het jaar daarna begon ik aan de studie Plastische Opvoeding – Niet Confessionele Zedenleer en die ik heb afgerond. Ik heb drie jaar onophoudelijk getwijfeld aan mezelf. Getwijfeld aan wat ik wilde, aan mijn geaardheid, mijn relaties en aan de mensen rondom mij. Ik was losbandig in mijn seksuele verhoudingen, werd high van vermoeidheid, had smetvrees en waanideeën dat men mij wilde vergiftigen. Ook had ik continue pijnscheuten in mijn lichaam. Ik werd geleefd door twee uitersten: ik ben niets en ik kan alles aan! Na mijn diplomauitreiking zakte ik nog verder weg. Toch besloot ik verder te studeren namelijk: Kunstwetenschappen aan de VUB. In die periode begon ik psychologische hulp in te schakelen. Wat eindigde in een staartje zonder einde.

De huisdokter gaf mij serotonine-pillen en raadde aan naar een metal-coach te gaan. Een sensitieve vrouw die mij zou aanvoelen. Na een paar sessies probeerde ze mij te hypnotiseren om te achterhalen of er in mijn jeugd iets gebeurd was. Dat maakte mij enorm nerveus en had geen effect op mij. De tweede, derde, vierde en vijfde psycholoog sprak met mij over mijn problemen maar vertelden mij nooit iets wat ik zelf nog niet wist. De zesde psycholoog werd boos op mij omdat ik alles vertelde alsof ik een “One Man”-show opvoerde. Zij vroeg mij rechtuit: “Vind je het grappig?” terwijl ik mij van geen kwaad bewust was. Details over de zevende, achtste, negende en tiende psychologe ben ik vergeten.

Ondertussen had ik mij kandidaat gesteld voor het behalen van een doctoraatsbeurs. Die werd mij niet toegewezen. Ik tuimelde in de diepste put, was moe, uitgeput en sliep 16 uur per dag. Ik durfde niet meer buiten te komen. Kon mijn werk als leerkracht niet aan. Omdat ik niet lang genoeg had gewerkt, kon ik maar enkele weken rekenen op een ziekte uitkering. Ik moest overleven van mijn spaargeld. Ik durfde nergens alleen naartoe en kon bijvoorbeeld niet alleen winkelen. Ik had op alle vlakken gefaald en dit gaf me onophoudelijk een zwaar gevoel op mijn borstkast. Een onbeschrijfelijk verdriet had bezit van mij genomen. Ik haatte mezelf. Sneed in mijn armen tijdens hysterische momenten. Ik wilde dood.

In 2008 besloot ik naar het psychiatrisch centrum St-Jozef in Kortenberg te gaan. Ik had een persoonlijkheidsonderzoek aangevraagd omdat ik wilde weten wat er “mis was” met mij. Ik kwam terecht bij een zeer jonge psycholoog die mij een paar keer per week zag. Na enkele weken kreeg ik te horen dat ik leed aan een “niet gespecifieerde persoonlijkheidsstoornis” en daar konden zij mij niet verder mee helpen.

head-172351_640

De psycholoog merkte echter wel op dat mijn “lijdensdruk” hoger lag dan dat van de gemiddelde patiënt. Ze vond dit hoogstens opmerkelijk, maar zei dat ze mij hiermee niet kon helpen. Ik functioneerde nog redelijk en had nog ‘genoeg tegenwoordigheid van geest’. Mensen met ‘echte’ depressies komen volgens haar hun bed niet uit. Wel gaf ze enkele telefoonnummers mee van psychiaters om wat dieper te graven. En ze gaf mijn moeder de raad een oogje in het zeil te houden omdat ik wel ‘domme dingen’ zou kunnen doen om aandacht te trekken.

Ik heb mij nooit zo ellendig en alleen gevoeld. Ik belde naar de psychiaters waarvan ik het nummer had gekregen maar kon pas maanden later een afspraak krijgen. Gelukkig realiseerde mijn moeder zich de ernst van het probleem. Ze had via via een telefoonnummer van een psychiater in Brussel gekregen. Hij vertelde mij dat ik een neurotische depressie had bovenop een stoornis die op dat moment nog niet zo duidelijk kon vastgesteld worden en schreef onmiddellijk medicijnen voor. Maar hij gaf me vooral wat ik tot dan nog niet had gevoeld namelijk … mededogen en empathie. Hij erkende mijn pijn en hij benoemde het.

Later zou hij mij vertellen dat ik aan een bipolaire stoornis type 2 lijdt en dat ik daar nooit van zal genezen. Mijn hele leven zou ik medicatie moeten nemen net zoals mensen met suikerziekte of nierproblemen. Ik heb allerlei anti-depressiva, activators en stemmingsstabilisatoren uitgeprobeerd maar die hielpen mij niet. Het duurde nog twee jaar voordat ik de juiste cocktail van medicijnen kreeg. Ik neem nu elke dag zes medicijnen in: een angstremmer, een antipsychoticum, een activator, een stemmingsstabilisator, een antidepressivum en een kalmeermiddel. De psychiater vertelt mij iedere keer dat ik hypersensitief ben en als copingsmechanisme bipolair reageer. Dat mijn energie sneller is opgebruikt en mijn hart fragieler is dan dat van andere mensen.

person-1435541_640

Omdat het onmogelijk is te werken met mijn aandoening werd ik 66% arbeidsongeschikt verklaard. Het zwaarste vind ik de zelfaanvaarding en het liefhebben van de persoon die tegenover je staat in de spiegel. Een vrouw die niet kan gaan werken. Er word je verteld dat je je vierkante meter op deze wereld moet opeisen en met trots moet bewonen. Dat je jezelf ondanks je ziekte moet aanvaarden ondanks je gebreken. Ontzag voor jezelf is nodig voor het genezingsproces omdat de zelfhaat giftiger is dan de aandoening.

Door een zeer gestructureerd leven te leiden, is mijn leven dragelijk. Ik ga elke avond op hetzelfde uur naar bed. Genoeg slapen is voor mij belangrijk. Minimaal 12 uur per nacht en een twee-uur-durend middagdutje. En iedere dag medicatie nemen. Ook ben ik getrouwd en heb een tweeling die naar de onthaalmoeder gaan. Ik verdraag de stress van een job niet dus doe ik deels het huishouden. Ook ga ik nu alleen naar de winkel. Iets wat ik zeven jaar geleden onmogelijk had geacht. Ik heb mijzelf beetje bij beetje leren aanvaarden. Soms ben ik nog steeds boos op mezelf, omdat ik niet ‘kan’ wat andere mensen ‘kunnen’. Ik bedenk vaak dat ik zoveel potentie heb als je die vieze ziekte er niet bij rekent. Ik kan niet meer dan een uur in de auto zitten. Als ik langer zelf rijdt of in de passagiersstoel zit, kan ik het niet aan. Ik kan niet van mijn gewoontes afwijken. Zo kan ik bijvoorbeeld niet op vakantie gaan wegens angst- en stressfactoren ondanks het gebruik van de medicatie. Van de stress haakt mij lichaam af. De vermoeidheid steekt de kop op. Ik begin terug te dissociëren, krijg nekpijn en migraineaanvallen, voel me depressief en moedeloos. Het gaat beter met me, het gaat zelfs goed in vergelijking met 7 jaar geleden. Maar ik ben bang. Bang voor een ontwrichting in mijn leven want de ziekte ligt op de loer, voor altijd…


stefanie1

Ik ben Stefanie De Wolf, ik ben 32 jaar en ik heb een bipolaire stoornis. Wanneer ik mijn verhaal aan mensen vertel die me kennen, kijken ze raar op. “Jij bent altijd zo vrolijk”, zeggen ze dan. Wanneer het slecht met me gaat, kom ik dan ook niet buiten. Toen ik mijn man leerde kennen door de muziek wist ik dat dit een verschil zou maken. Ik vond niet alleen de man van mijn leven, maar ook de persoon waarmee ik mijn muzikaal project kon maken. Door onze groep Quiesco kon ik mijn gevoelens omzetten in liedjesteksten. En zingen en liedjes schrijven is het liefste wat ik doe. Ik hoop dat onze muziek mensen met soortgelijke problemen kan grijpen, emotioneren, doen relativeren en voor het gevoel geven van “Je bent niet alleen!” en “Geef niet op!”. De CD heet niet toevallig “Reaching Dreams”. Ondanks, of misschien dankzij mijn bipolaire stoornis is het me toch gelukt mijn dromen waar te maken.

 

Saskia Arty

Tekst en foto’s: Saskia

‘Mountain High’ (90 bij 70, olieverf)

mountainhigh

In het beeld is een berg te herkennen. Een vrouw staat levendig en vol trots in het midden van het schilderij terwijl een (b)engel haar hoofd vult met bloemen. De grond onder het been verdwijnt langzaam, er staan nog maar enkele bloemen. De vaas staat symbool voor kwetsbaarheid. Het schilderij is doordrenkt met motieven van natuur en golvend bewegingen die overvloed weergeven.

Alles bij elkaar geeft het schilderij de manische fase in een bipolair vrouw weer zoals ik die op een romantische manier graag ervaar. Het gevoel wat ik er van krijg is kracht om met mijn aandoening op een positieve wijze om te gaan.

‘Prinses op de erwt’ (120 bij 100, acryl)

prinsesopdeerwt

De prinses ligt op een stapel matrassen met een erwt ertussen daarom kan ze in het sprookje niet slapen. In dit beeld zijn al de redenen verweven waarom ik in de werkelijkheid niet slapen kan. Het nachtelijke glaasje wijn, de spannende boeken, het krakend bed, de lange of heftige telefoongesprekken, de spiegeling van je ziel met spinsels uit het verleden, de stenen in je bed , het kaartenhuis en natuurlijk al de mannen in je bed. De sardientjes staan symbool voor de nachten met je kinderen in je bed.

Kortom een schilderij waarin slapeloosheid verwerven zit, net als deze verweven is met een bipolaire stoornis. Dit schilderij is vanuit een collage ontstaan, en ik weet nog dat mijn gevoel hierbij was dat alles zo perfect in elkaar overliep en ook de verhoudingen zo goed klopten.

‘Mucho Besame’ (120 bij 100 acryl, olieverf)

muchobesame

‘Besame Mucho’ betekent zoiets als veel kusjes. Een vrolijk schilderij met verliefde stellen, een warm gevoel, het vasthouden van de lente, het sprankelend trouwen en kriebels in je buik. De liefde is voor iedereen en voor de wereld. Aan ieder wordt een liefdevol bestaan toegewensd.

Zelf heb ik het schilderij gemaakt omdat ik het gebrek aan intimiteit van mijn man wilde compenseren. Het beeld van de vele kussende stelletjes geeft mij troost en liefde die ik soms mis in mijn relatie.

‘Irissen’

irissen

Een bloemenschilderij met irissen. De transparantie en kwetsbaarheid van de bladeren is zichtbaar, maar ook de kracht van de kern en meeldraden. Elke bloem is anders en het geheel is vrolijk en speels maar ook in balans door haar eenvoud, rust en schoonheid.

Ik heb het schilderij gemaakt vanaf een foto van de bloemen die ik cadeau gaf. Natuurlijk heb ik hier mijn eigen interpretatie aan gegeven. Het is leuk om met bloemen te werken, omdat je ze kunt vasthouden bij het schilderen. Het geeft je een ` down to earth`- gevoel


 

saskia

Ik ben Saskia, geboren in en getogen in het Brabantse land met hoogste opleiding universiteit Bouwkunde. Door heel Nederland heb ik gewerkt als stedebouwkundige. Hierbij was mijn levensmotto niet ‘less is more’ maar ‘more is beter’. Na twee kinderen kreeg ik in 2008 de diagnose van Bipolaire Stoornis.

tekeningsas

Getekend door Herman

Op dit moment werk ik voornamelijk figuratief als kunstenares. Mijn werk bestaat uit indringende pastels en veelal uitdagende collages. Rijk, feestelijk en met een vleugje humor.

Zie ook: saskiarty.wix.com/saskiarty

Mijn aanloop naar een bipolaire stoornis

Tekst: Farijal Emanuels

Als je mij 28 jaar geleden had gezegd dat dit mijn leven zou worden dan had ik je niet geloofd. Hoe zou dat ook kunnen? Ik was toen nog maar een baby.

Mijn hele leven is, net als ik, een kwestie van ups en downs. Maar dat is ook hoe het leven is. Iedereen heeft wel eens een hele goede dag of een hele slechte dag maar bij mij was het altijd net dat beetje meer. Als jong kind, wonende bij mijn ouders, ging het allemaal wel. Ik was sociaal, zat op school en genoot eigenlijk best wel van het leven. Al was het leven thuis niet altijd perfect. Als kind is dat wel wat je wilt: een perfect leven, op elk mogelijk front. Althans die hoop, wens en wil had ik heel erg sterk.

Op mijn 14e is bij mij het Syndroom van Marfan (bindweefselaandoening) ontdekt. Nu ik erop terugkijk, denk ik dat ik er toen mentaal toch niet zo goed mee om kon gaan als ik dacht. En misschien heeft deze ontdekking de bipolaire stoornis bij mij wakker gemaakt want sindsdien was het op zowel emotioneel als mentaal vlak een rollercoaster van ups en downs.

sunset-958145_640

Gelukkig zat ik toen nog op de middelbare school. Ondanks alles dat er aan de hand was in mijn leven, was het voor mij één van mijn beste en leukste schooljaren. Ik ben mijn docenten nog steeds dankbaar en tot op heden betekenen ze nog steeds veel voor me. Ik denk dat als ik niet werd bezig gehouden door school, mijn interesses en mijn hobby’s, dan zou het me nooit zijn gelukt om met de ups en downs om te gaan.

De jaren gingen verder. Mijn leven ging verder … en hoe moeilijk het soms ook was, ik kon mezelf altijd temperen wanneer ik in de plus zat en ik kon mijzelf altijd weer uit de min halen. Wat mij hielp, was gedichten schrijven en muziek luisteren. Iets dat ik nog steeds doe.

In november 2013 kwam er per toeval tijdens een MRI scan een dissectie naar voren in mijn aorta, wat erin resulteerde dat mijn cardioloog mij zei dat het niet verstandig was om zwanger te raken. En dat was het moment waarop mijn wereld praktisch instortte, wat ervoor zorgde dat de bipolaire stoornis tegen me zei: “Sorry Fari, maar ik ga het je heel moeilijk maken.” En ja hoor, dat deed het.

Ik ben bij verschillende instanties geweest, maar voor velen was ik te complex. Na een tijdje voelde ik me weer normaal, maar na een korte periode merkte ik toch dat ik mij weer onstabiel voelde. Ik ging voor een intake bij een instantie. Daarna naar de behandeladviseur, die toevallig een man was en ik zat in die tijd behoorlijk in de plus. Het balletje is dus snel gaan rollen en het beestje kreeg toen een officiële naam. Ik kreeg de diagnose ‘bipolaire stoornis type 2’ en het medicijn Quetiapine. Dit heeft mij direct geholpen. Door de maanden heen heb ik mijn dosis wel moeten verhogen naar 200 mg en sindsdien is alles aardig stabiel.

Nu ik veel meer duidelijkheid heb, ook door de psycho-educatie cursus die ik overigens iedereen kan aanraden, opende mijn wereld. Het maakte mij veel zekerder in wat ik heb, hoe ik met deze gevoeligheid om moet gaan en hoe ik met mezelf om moet gaan. Inmiddels is er ook een noodplan. Gelukkig heb ik er tot op heden nog geen gebruik van hoeven te maken.

“Ik ben meer dan de aandoeningen die ik heb.”

Je kent jezelf het beste. Dus als je voelt en merkt “Hé, dit lukt me niet meer alleen”, zoek alsjeblieft hulp. Het begint met een gesprek met je huisarts en dan rolt het verder. De eerste stap zetten is eng, maar je zal na een tijdje enorm blij zijn dat je het hebt gedaan. Dat heb ik ook gedaan. Ongeacht wat voor lichamelijke, emotionele en/of mentale problemen je ook hebt, je bent niet alleen en er is wel degelijk hulp te vinden. Als je het gevoel hebt dat je er alleen voor staat, zelfs met de bekende hulpbronnen? Ik ben online te vinden op verscheidene social media.


734c29d5-f134-4b8d-89b1-04cab5e69ea8

Ik ben Farijal Emanuels en geboren in Suriname. Al geloven velen mij niet, het is zo. Eeuwige student. Ben een dochter. Een grote halfzus. Een vriendin.

Via Facebook kun je contact met mij opnemen.
Of via Twitter @CharmingAngelNL en Instagram (charmingangelnl).

Het Paleo-dieet als stemmingsstabilisator

Tekst: Ina van de Nes

Op mijn 15e kreeg ik de eerste signalen dat er iets was met mijn stemmingen. Dat deze anders waren dan bij mijn klasgenoten. Mijn leraar Duits zei: “Ach du guter, dus bist Himmelhoch jauchzend zum tode betrubt”.

Ik was 17 toen ik mijn eerste medicatie kreeg, Amitriptyline. Toen ik 19 jaar was kreeg ik mijn tweede medicatie Haldol en uiteindelijk op mijn 38e de diagnose bipolaire stoornis 1. Ik hoor stemmen. Sinds een paar jaar heb ik ook de diagnose DIS (Dissociatieve Identiteit Stoornis). Vroeger ook wel meervoudige persoonlijkheid genoemd.

In 1992 begon ik met mijn weg door de hulpverlening. Ik woog 58 kg en in 2000 woog ik 135 kg. Toen heb ik besloten er iets aan te doen. Per maand viel ik een kilo af en elk half jaar hield ik een op-gewicht-blijf-maand. Als ik boodschappen deed en vreetneigingen kreeg, een impuls om iets te kopen, zette ik mijn voeten stevig op de grond en vroeg mezelf: “Weet je zeker dat je die Mars nu wil?”. Het uiteindelijk antwoord was bijvoorbeeld “Nee, ik wil even vastgehouden worden”. En dan kon ik weer doorlopen.

Toen ik de 80 kg had bereikt, lukte het niet meer om zelfstandig af te vallen en kreeg ik van mijn psychiater Prodimed. Binnen een half jaar had ik de 65 kg bereikt. Als beloning van de verzekeringsarts kreeg ik een buikwandcorrectie vergoed. Om het jojo-effect te voorkomen, heb ik toen een goede diëtiste opgezocht.

Mijn gewicht was onder controle maar mijn psychische problemen losten niet op. Ik kreeg in toenemende mate klachten en ging aan de antipsychotica. Deze medicatie viel verkeerd en gestaag kwam ik weer aan.

breakfast-1058726_640

Omdat blijkbaar de schrijf van vijf niet werkte, stelde mijn diëtiste in 2011 voor om het Paleo-dieet te proberen. Het werkte en al in 2012 riep ik dat ik mij zoveel beter voelde. Maar datzelfde jaar bracht mij ook heel veel spanningen omdat mijn man in coma gebracht moest worden met de kans dat hij het niet zou halen.

In 2014 begon ik aan therapie voor mijn DIS en dat was ook confronterend, pijnlijk, angstaanjagend, uitputtend en moeilijk. Helemaal moeilijk werd het toen ik in april 2015 terecht kon bij het Top Referent Trauma Centrum in Zeist.

In oktober dat jaar werd ik ook nog geopereerd aan mijn schouder. Tien minuten voor de operatie werd mij medegedeeld dat er geen pijnblok zou worden gebruikt en ik na de operatie geen morfine mocht krijgen vanwege eerdere allergische reacties. Dit gaf mij weer enorm veel stress.

De afgelopen jaren heb ik heel wat pittige zaken voor mijn kiezen gehad. Ik heb hevige emoties meegemaakt van verdrietig tot boosheid. Maar ik realiseerde mij ook dat ik geen depressie heb gehad of (hypo)manie. Wow! Dat was een heerlijke ontdekking, die mij enthousiast maakte om dit met anderen te delen. Mijn medicatie is zelfs teruggebracht naar alleen 800 mg Lithium en zo nodig Temazepam.

Ik kan voelen hoe mijn geest en lichaam reageren als ik eet.

Toen ik begon dacht ik: “Jeetje, wel moeilijk”. Maar nu kost het mij geen enkele moeite meer om brood en gebak de rug toe te keren. Want ik weet en voel nu hoe fout deze voedingsmiddelen voor mij zijn. Vroeger reageerde mijn hersenen als reactie op mijn emoties: “Ik moet iets zoets want ik heb het moeilijk”. Maar nu vraag ik mij op zo’n moeilijk moment af wat kan ik doen om het verdriet te verminderen. Heel langzaam gaan de laatste kilo’s die ik ben aangekomen van de Depakine, het laatste medicijn dat ik heb afgebouwd, er af.


Ina 2014

Ik ben Ina van de Nes en 62 jaar. Op 14 juli heb ik als ervaringsdeskundige, op verzoek van hoogleraar Esther Nederhof, mijn verhaal gedaan tijdens de 18e jaarlijkse conferentie van de International Society for Bipolar Disorders met als thema Voeding.

Lees hier het blog van dr. Esther Nederhof over het congres en de uitkomsten van onderzoek over het effect van een aangepast voedingspatroon binnen de psychiatrie.