Spijt. Daar heb je niets aan!

Spijt is een onnodige negatieve emotie. Je lost er niets mee op. Er volgt geen actie, zoals bijvoorbeeld bij angst het geval is. Bij angst ren je weg, ga je juist op zoek of vermijd je een situatie. Je doet iets. Aan spijt heb je niets. Deze emotie verandert de situatie niet. Zoals mijn jeugdidool Madonna ooit zei: “ik heb geen spijt van de dingen die ik gedaan heb, het heeft mij gemaakt tot de persoon die ik nu ben!” Deze gedachte heeft mij goed geholpen toen ik deze kerstvakantie een keuze maakte, die achteraf niet zo’n goede bleek te zijn. Op het moment zelf vond ik echt dat ik de juiste beslissing nam. Je kunt zeggen: “als je het achteraf allemaal had geweten?” Tja, dan had ik nog steeds op dat moment dezelfde keuze gemaakt omdat ik er zeker van was dat het de juiste was. Dat ik van deze ‘foute’ keuze geleerd heb is zeker. Financieel ben ik er op achteruit gegaan maar ik heb door deze ervaring een stuk wijsheid terugverdiend.

Een goede keuze was onze eerste hond, een Friese Stabij. Ik had een maand daarvoor, niet zo’n goede keuze gemaakt en zelf ontslag genomen vanwege onbekende reumatische en spanningsklachten. Later beter bekend als burn-out verschijnselen maar op dat moment wist ik niet wat er met mij aan de hand was. Ik voelde mij ontzettend falen in mijn werk als coördinator communicatie voor een internationaal project en wilde alleen maar rust en geen verantwoordelijkheden meer. Mijn droom was al mijn hele leven: een eigen hond. Doordat ik nu thuis was, kon ik goed voor een puppie zorgen en de wandelingen zouden mij goed doen. In juli stopte ik met werken, in augustus haalde we Charlie op en eind november van dat jaar kreeg ik mijn eerste psychose. Niet dat de uiting van mijn psychische gevoeligheid door de hond kwam, maar mijn soms bijgelovig brein heeft het altijd opmerkelijk gevonden dat op het moment dat ik baasje werd van een zwart/witte hond, ik de diagnose bipolaire stoornis kreeg.

Samen met deze lieve, aanhankelijke viervoeter hebben we heel wat hoogte- en dieptepunten meegemaakt zoals de geboorte van mijn twee kinderen en mijn gehele ziekteproces. Maar nadat we ons maatje, na 14 jaar trouwe dienst, moesten laten inslapen, voelde ik ook een enorme opluchting. Een gevoel van vrijheid en rust. De zorg viel weg. Ik hoefde niet meer drie keer per dag de straat op om hem uit te laten, iedere dag hele plukken haar op te zuigen die door de woonkamer dwarrelden en ik kon gaan en staan waar ik wilde want ik hoefde geen rekening meer te houden met oppas voor de hond. Begrijp mij niet verkeerd. Ik heb nooit spijt gehad van de aanschaf want we hebben heel veel leuke en fijne momenten met onze eerste hond gedeeld, die ik nooit had willen missen. Het was ons ‘eerste kindje’ maar na hem kwamen er nog twee andere kindjes bij die, zeker als baby, ook veel aandacht opeiste waardoor het in huis een stuk drukker werd.

Na het overlijden van Charlie was het inderdaad en stuk rustiger in huis. Die rust waarnaar mijn onrustige geest altijd op zoek is. Maar was het niet tè rustig en erg stil in huis als mijn man naar zijn werk en mijn kinderen naar school waren? Mijn lichaam miste het oude ritme, mijn ochtendwandeling mèt hond en de spontane gesprekken met andere hondenbezitters, want zonder kwam ik bijna helemaal niet buiten. Je kan ook teveel rust hebben en te weinig verplichtingen waardoor je helemaal niet meer van die bank komt en depressief raakt. Mijn gezin is voor mij dan ook mijn redding. Als ik alleen op een flatje zou wonen, zou het denk ik niet goed met mij gaan. Ik zou verstikken in die donkere wolk die altijd boven mij hangt of het slachtoffer worden van mijn manische ongeremdheid. Vatbaarder zijn voor ‘verslavingen’ zoals eten en drinken om mijn gevoelens weg te stoppen. Mijn man en kinderen houden mij voor een groot deel stabiel. Omdat het zo leuk en goed is voor de ontwikkeling van de kinderen en omdat een viervoeter uiteindelijk ook mama in beweging zet, hebben we toch een vervanger voor onze eerste hond gezocht. Het werd Olaf en het was een goede keuze.

Het gezin is helemaal weg van onze ruwharige, dwergteckel. Het is een prachtbeest en ontzettend slim. Mijn dochter heeft hem allerlei trucjes geleerd. Hij kan naast het standaard “zit”, “blijf”, “op je plaats” en “af”, deuren dicht doen, rollen, op je hoofd krabbelen, voor dood liggen, zigzaggen door je benen etc. Daarnaast luistert hij enorm goed voor een teckel en loopt gewoon los bij mij als we uitgaan. Een fluitje en hij staat weer naast mij. Dat we anderhalf jaar geleden hebben gekozen om als opvolger van onze eerste hond een kleine teckel te kopen die in huis weinig rommel geeft maar waar je wel lekker mee kunt wandelen, was een schot in de roos.

“Was ik maar twee hondjes, dan kon ik samen spelen.”

Maar dan komen de gedachten dat het zo leuk zou zijn voor Olaf als er nog een teckel in huis kwam. Je ziet zoveel mensen met twee teckels. Het kan makkelijk want het zijn kleine hondjes. We wilde geen pup want dat is zo’n gedoe met zindelijkheid. Ook moest het een lief en rustig hondje zijn. Tijdens de kerstvakantie vinden we op internet bij een erkende fokker ‘het ideale maatje voor Olaf’. Mijn man had nog een week vrij dus het kwam perfect uit. We halen het beestje op, noemen hem Alvin en op de terugreis voel ik mij erg gelukkig als eigenaar van twee schattige teckeltjes.

tweehondjes

Thuisgekomen merk ik gelijk dat de sfeer in huis anders is doordat er een beestje bij is gekomen. Het is drukker en chaotischer in huis maar omdat iedereen nog vakantie heeft, geeft het ook veel gezelligheid. ’s Avonds spelen de hondjes met elkaar en vallen in slaap op de bank. Alleen ’s nachts is het nog even wennen. Los in zijn mandje beneden of in de bench? Het voelt allemaal nog niet eigen. Maar komt tijd, komt raad. Het is mooi weer en we wandelen met zijn allen over het strand. Het ideale plaatje. Alvin natuurlijk nog niet los want hij moet net zo goed aan ons wennen als ik aan hem.

Thuis in de gang doe ik zijn riem los, hij glipt door de voordeur en hij loopt naar een lantaarnpaal waar hij eerder die ochtend een plasje had gedaan. Het blijft tenslotte een reutje. Ik probeer rustig te blijven en niet bang te zijn dat hij wegloopt. Bij de lantaarnpaal neemt hij plotseling een speurt en rent de straat uit. Mijn man en ik erachteraan. Drie straten verder schiet het beestje een omheinde tuin in en kan mijn man hem pakken. Ik ben er helemaal kapot van. De twijfels die ik had, nemen toe en ik zie alleen nog maar beren op de weg. Ik voel een enorme last op mijn schouders en kan alleen nog maar huilen. Wat als de vakantie voorbij is en ik ben alleen thuis met de zorg voor een hondje die wegloopt? Ik probeer mijzelf voor te nemen dat mijn gevoelens tijdelijk zijn en dat ik er wel aan zal wennen. Het heeft gewoon tijd nodig.

De laatste dag van de vakantie gaan mijn man en ik met de hondjes wandelen bij het meer. Gelukkig blijven de kinderen thuis. Het is een schitterende dag en het is druk met honden. Olaf loopt los en ik heb Alvin goed aan de riem. Maar alsof het zo had moeten zijn, glipt de riem uit mijn hand en nog voordat ik hem kan oppakken is de hond met riem verdwenen. Het bos in, uit het zicht. Mijn gevoel blokkeert direct en ik ga, als zelfbescherming, van het ergste uit, dan kan het alleen maar meevallen. “Die vinden we niet meer terug”. Na een half uur zoeken, horen we een mannenstem roepen: “Teckel gevonden”. Ik kan het niet geloven. Onze Alvin rende met de riem achter zich aan op een 80 km weg. De auto’s raasde langs het kleine hondje heen. De man was gestopt met zijn auto, is uitgestapt en heeft tegemoetkomend verkeer tegen gehouden. Op dat moment is Alvin zijn richting opgerend en kon de man op zijn riem trappen. Wonder boven wonder hadden wij ons hondje weer terug.

Om onszelf en vooral mijzelf te beschermen hebben mijn man en ik ervoor gekozen om dit hondje te herplaatsen. Zo snel mogelijk zodat wij en de kinderen er niet nog meer aan zouden hechten. Ik zou het niet nog een keer aankunnen als het beestje zou weglopen, niet meer terug zou komen of zelfs onder een auto zou komen. We hebben Alvin precies een week gehad. De volgende dag na dit incident heb ik hem naar een vertrouwd herplaatsingburo gebracht. Dat was 10 dagen geleden. Gisteren kreeg ik een mailbericht met bijgevoegd een foto van twee gelukkige nieuwe baasjes die mij schreven dat de keuze voor dit teckeltje ‘a match made in heaven’ was.

Mijn man en ik hebben vanuit ons hart besloten om te kiezen wat het beste is voor zowel dit hondje als voor mijn eigen gezondheid. Blijkbaar zat het beestje bij ons niet op de juiste plek. Het heeft ons wat geld gekost maar daar komen we ook wel weer overheen. Het was een kostbare maar wijze les!

Tip:
Soms maak je beslissingen in je leven die naar jou gevoel niet zo goed uitpakken als je had bedacht. Tja, was het dan een “foute” keuze zou je denken? Op het moment dat je zelf in de problemen zit, denk je natuurlijk van wel. Kon je de tijd maar terugdraaien dan had je het niet gedaan? Onzin, het moment van kiezen dacht je dat het de juiste keuze was. Daar valt niets aan te veranderen. Hoe je met de ‘foute’ keuze omgaat, kan je wel zelf veranderen. Ofwel: accepteer wat je niet kan veranderen en verander wat je niet kunt accepteren!

Social media met mate(n)

Onze Denker des Vaderlands, filosoof René Gude zegt dat ons zelfbeeld wordt bepaald door anderen. “De mens, als sociaal wezen, heeft de sociale omgeving nodig om tot enig persoonlijkheid te komen. Zelfkennis kan niet zonder de ander”. Misschien dat ik daarom zo’n behoefte had om mijn verhaal te delen op internet. Om door openheid naar anderen, mijzelf te laten voelen dat het goed is zoals ik ben, dat ik niet perfect ben en dat ik mij voor niemand hoef te schamen, zeker niet voor mijzelf. Niemand is perfect maar vaak zijn we allemaal wel erg perfectionistisch naar onszelf. We kunnen een fout van een ander vaak veel sneller accepteren dan een foutje die we zelf maken. Zoals hoogleraar Brené Brown zo mooi zegt: “Heb de moed om niet perfect te willen zijn”. Oké, dat gaan we dan maar doen. Zoekende dus op het internet naar een stukje er- en herkenning die je als mens blijkbaar nodig hebt om te zijn, lanceerde ik op 2 november dit jaar mijn eigen website en had die dag 708 views!

Het moment dat ik mijn website bekendmaakte via een eerste tweet, zat ik letterlijk te stuiteren op de bank van de spanning. Zweet in mijn handen. Het voelde echt als een ‘coming out’. Zo naakt voelde ik mij. Alsof mijn innerlijke wereld direct bij iedereen over de hele wereld bekend zou zijn en iedereen een oordeel over mijn persoon zou hebben. Door mijn ziel heen kon kijken. Ik voelde mij zo ontzettend kwetsbaar maar tegelijkertijd gaf het een enorme ‘boost’ en was ik trots op mijzelf.

Dit ben ik! Accepteer het maar…dan hoop ik dat ik dit ook voor de volle 100% kan doen!

Mijn gevoelsleven delen met onbekenden voelde zo ontzettend spannend maar ik moest het doen. Ik zocht sowieso een leuke hobby op communicatief gebied en ik moest een creatieve uitlaatklep hebben. Ik moest gehoord worden. Een volgende stap zetten in het levenslange acceptatieproces van iemand met psychische problemen. Openheid!

twitter-292994_640

Ook vond ik het erg spannend wetende dat mijn stemmingen nogal wisselen. Ik kan zo tegenstrijdig zijn. Het ene moment voel ik enorm zelfvertrouwen over de informatie die ik op het internet deel, het andere moment kan ik mij doodschamen voor wat ik gezegd of geschreven heb en hoop ik op de steun van anderen. Maar wat als die steun niet snel genoeg of helemaal nooit komt. Internet is snel maar je mist in social media vaak wel de directe interactie die je in een één-op-één gesprek hebt. Vinden andere mensen mijn tweet stom? Wat als ze mijn boodschap niet begrijpen dat komt zo dom over? Bang voor eventuele negatieve reacties van anderen, bang wat voor effect dat kritiek op mij kan hebben. Dat ik uit balans raak. Maar vooral ook bang dat ik met mijn mening anderen kwets want dat zou ik nooit willen doen. Wat een idealistisch maar onmogelijk streven is. Ik heb juist vaak het gevoel dat ik niet een eenduidige mening heb en dat ik een persoon ben die juist alles van twee kanten kan bekijken. Ik ben dus erg kieskeurig in mijn beoordeling en ik probeer mijn verhaal altijd persoonlijk te houden want het is tenslotte mijn kant van het verhaal. Iemand anders kan er weer veel anders naar kijken. Doordat je verschilt van mening, houd je juist een gesprek interessant en inspirerend. Kom je tot nieuwe inzichten.

Naar mijn mening geeft een mening juist beperkingen omdat je daardoor niet meer openstaat voor nieuwe inzichten. Ik ben dus behoorlijk nauwkeurig in mijn uitspraken maar daarbij ook nog eens erg perfectionistisch. Niet te verwarren met onzekerheid. Ik kan ’s morgens een tweet posten en hem er na een paar minuten weer afhalen. Mijn tweet moet perfect zijn. Een spelfout is voor mij niet bespreekbaar, die moet eruit gehaald worden. Dan maar deleten en opnieuw tweeten. Best vermoeiend allemaal. Soms vraag ik mij af of ik wel geschikt ben voor social media. Het voelt allemaal zo tegenstrijdig. Je wilt als sociaal wezen erbij horen maar aan de andere kant voelt het ook zo kwetsbaar en komt er zoveel informatie bij mij binnen. Ik ben blij dat ik geen BN-er ben.

Ik erger mijzelf groen en geel aan sommige mensen op Twitter die zo nodig hun ongezouten mening kwijt moeten over de ander. Genoeg voorbeelden van BN-ers die de vreselijkste verwensingen naar hun account gegooid krijgen. Tot bedreigingen aan toe. Tja, hoge bomen vangen veel wind maar dat vind ik geen excuus. Jammer dat mensen niet even nadenken voordat ze zo’n tweet plaatsen. Als jouw mening niets veranderd aan het verbeteren van een situatie, kan je toch beter gewoon je “tweet” houden? Het zal wel weer alles te maken hebben met dat ego van mensen, dat we allemaal ons gelijk willen halen.

Gelijk krijgen vinden we soms belangrijker dan gelijk hebben. Heb ik gelijk of niet?

Tip:
Social media is ontzettend gezellig en handig om snel in contact te komen met anderen. Maar het is ook een communicatiemiddel die heel veel snelle informatieverwerking vraagt van onze hersenen. Schriftelijke informatie mist het overgrote non-verbale gedeelte waardoor geschreven tekst totaal anders kan overkomen dan een direct gesprek. Die verwerking is ook weer afhankelijk van je eigen gemoedstoestand. Ben je vrolijk dan komen de berichten en foto’s van je vrienden samen toch anders over dan wanneer je je verdrietig en alleen voelt. Dit vergt nogal wat van iemand die stemmingsgevoelig is. En als je zelf heel sociaal bent ingesteld en geneigd bent om onbewust en impulsief te reageren op prikkels van buiten dan moet je sterk in je schoenen staan om te wachten met het lezen van die uitgebreide mail tot je rustig thuis op de bank zit. Social media is leuk, maar met mate!

Laat het touw maar vieren

Mijn zoon en ik lijken erg op elkaar. Ja, we hebben dezelfde vorm ogen. Maar dat is slechts de buitenkant. Dat bedoel ik niet. Ik heb het over de binnenkant. En dat is iets waar ik mij lange tijd teveel zorgen over heb gemaakt.

Mijn filter is niet sterk of ik kan beter zeggen niet stabiel. Ik moet altijd oppassen dat ik niet teveel of te weinig prikkels binnen krijg. Even kort door de bocht, zijn het er te weinig dan word ik depressief, zijn het er teveel dan word ik manisch. Ik moet mij dan afzonderen in een prikkelarme omgeving, alleen, zonder gesprekken en mèt medicatie. Gebeurt dit niet dan wordt de chaos in mijn hoofd steeds erger, alsof ik in een achtbaan zit die niet meer stopt, en op ten duur doordat ik geestelijke vermoeid ben, worden mijn gedachten beangstigend waardoor er een kans is dat ik uiteindelijk psychotisch word. Het lijkt dan alsof je hersenpan helemaal openstaat voor alle energie vanuit het universum. Ik voel mij niet meer beschermd. De “waarom-gedachten” over grote levensvragen als het leven en de dood blijven binnenstromen. Vragen waar niemand het antwoord op weet maar ik denk op dat moment van wel. Een spirituele ervaring die mij niet alleen veel heeft gekost maar ook veel heeft gegeven. Verdieping. De laatste keer dat ik in een psychose belandde, was in 2003. Door ervaring heb ik steeds beter geleerd hoe ik met mijn kwetsbaarheid moet omgaan. Ik heb geleerd om de eerste symptomen te herkennen en daar op in te springen. Hierdoor is mijn angst ook grotendeels weggenomen en ben ik niet meer zo bang om mijzelf weer te verliezen. Ik heb meer vertrouwen in mijzelf doordat ik weet hoe ik voor mijzelf kan zorgen.

Mijn zoon is acht jaar en weet nog niet hoe hij voor zichzelf moet zorgen. Het is mijn taak als ouder om hem dit te leren door hem te coachen in de dingen die hij doet en het touw steeds weer een klein beetje te laten vieren en hem zo langzaam los te laten. En bij het ene kind gaat dit wat makkelijker dan bij de ander. Mijn zoon is erg gevoelig en heeft moeite met het reguleren van zijn emoties en gedachten. Bij hem komen ook vaak teveel prikkels binnen. Hij heeft naast ADHD, de diagnose McDD. In het Nederlands betekent dit een meervoudige complexe ontwikkelingsstoornis. Deze stoornis wordt beschouwd als een variant van bepaalde autistische stoornissen. Whatever! Het komt er op neer dat hij erg gevoelig, veel angstig, gespannen en onzeker is wat zich, volgens mij, uit in druk gedrag. Persoonlijk zie ik deze aandoeningen niet zo als een ‘ziekte’ maar meer als een ongecontroleerbare uiting van emoties en energie in een tijd waar je geest overspoeld wordt met prikkels en voor jou nog onbekende signalen vanuit je lichaam. Een evolutionair proces en een uitdaging voor de mensheid om daar mee om te gaan. Tegenwoordig zijn deze ‘ziekten’ goed onder bedwang te houden met medicatie maar ik denk dat we samen de wereld om eens heen eens goed onder de loep moeten nemen. Er moet naast kennis (IQ) meer ruimte komen voor het gevoel (EQ). Hoe ga jij om met de emoties van jezelf en van anderen?

Ik vond het als bipolaire moeder erg moeilijk om te gaan met mijn gevoelige en drukke zoon. De rust in mijn gezin was vaak ver te zoeken. Ik zag het als mijn taak om de rust in huis te bewaren en daarom liep ik constant op mijn tenen. Ik wilde mijn zoon beschermen tegen prikkels wat uiteindelijk tegendraads werkte. Keer op keer als mijn zoon stond te vloeken en te schelden omdat iets niet lukte bijvoorbeeld een potloodpunt die bij het schrijven steeds brak of een glas melk die op de grond belandde, probeerde ik hem gerust te stellen maar daardoor werd zijn drukte vaak erger. Ik gaf hem daardoor nog meer prikkels om op te reageren. Blijkbaar hoorde hij niet alleen mijn woorden maar voelde hij ook mijn onrust. Ik betrapte mij er ook op dat ik zelf vaak te gespannen op mijn zoon reageerde als hij iets aan het doen was. Ik riep zijn naam al voordat er iets mis ging. “Pas op! Kijk uit!” Ik merkte dat mijn zoon daar erg onzeker van werd. Zeker door mijn harde stem raakte hij angstig. Je kan het ook zien als constante negatief affirmeren. Je hoort je naam en je denkt ‘Wat heb ik nu weer gedaan?” Ik kan mij nu voorstellen dat hij daar erg angstig en onzeker van werd. Nu probeer ik mijn woorden in te houden als hij ergens mee bezig is en als er iets valt niet overdreven te reageren maar rustig te blijven. Zo krijgt hij een positiever zelfbeeld. Doordat ik merkte dat juist het loslaten heel goed werkte en hij meer zelfvertrouwen kreeg, kon ik hem ook meer vertrouwen geven. Ik liet hem zelf op zijn fiets een boodschapje doen bij de winkel en alleen naar opa en oma fietsen een dorpje 4 km verderop. Natuurlijk reden wij de eerste keer stiekem in de auto achter hem aan maar doordat wij hem meer vertrouwen gaven, leerde hij ook op zichzelf te vertrouwen. Hij was trots op zichzelf en wij zagen hem groeien.

touw

Doordat ik als moeder, minder ging bemoederen en het touw meer heb laten vieren, kwamen de kwaliteiten van mijn kind naar boven en dacht ik niet meer alleen aan zijn beperkingen.

Tip:
Medicijnen zijn een goed hulpmiddel om je psychische gevoeligheid in bedwang te houden maar ik denk dat de manier van hoe je in het leven staat en vooral hoe je over jezelf denkt niet onderschat moet worden. Vertrouwen in medicatie is goed maar je moet ook vertrouwen in jezelf!

Alles in hokjes staat opgeruimd en netjes

Sinds dat ik op Twitter zit, merk ik dat er een hele stroming op gang is om het taboe op psychiatrische ziekten te doorbreken. Er wordt veel over geschreven vooral ook door ‘patiënten’ dus misschien kan ik beter niet spreken over taboe maar over stigma. De vooroordelen die andere mensen hebben over iemand met een psychiatrische stoornis. “Want wij willen niet in hokjes gestopt worden!”. Maar wordt iedereen niet in hokjes gestopt en moeten wij die eigenschap van de mens maar niet gewoon accepteren? Het is zoals het is. We kunnen er met een hele groep eensgestemden heel veel aandacht aan geven maar laten we er vooral geen probleem van maken om te voorkomen dat het probleem nog groter wordt.

Gisteravond las ik een pakkende tekst van iemand die al jaren kampt met ADD zonder diagnose. “Ik ben blij met mijn hokje”, zegt ze. Waarom? Nu kan zij beginnen met het schrijven van haar persoonlijke gebruiksaanwijzing waardoor haar leven meer duidelijkheid krijgt en kwalitatief zal verbeteren omdat ze nu weet waarom ze op bepaalde situaties reageert zoals ze reageert. Ik heb dit zelf ook zo ervaren en eerlijk gezegd ben ik ‘mijn ziekte’ dankbaar dat het mij een reden heeft gegeven om er echt achter te komen wie ik ben (niet hoe ik denk wat anderen van mij denken) en hoe ik precies in elkaar zit. Ik kon hierbij gebruik maken van de “luxe” om in gesprek hierover te gaan met specialisten: professoren, psychiaters en psychologen. Eigenlijk zou iedereen zijn eigen gebruiksaanwijzing moeten schrijven. Helaas krijg je deze niet mee bij je geboorte. Maar heel veel mensen komen er in hun hele leven niet aan toe en zijn nog steeds zoekende.

hokjes

Het grote nadeel van het hebben van zo’n stempel is wel de schaamte en onzekerheid die je vaak voelt omdat je denkt dat je anders bent dan anderen. We willen er als sociaal wezen bijhoren. Maar, vraag ik mij dan af, komt dit door de reacties van de omgeving of zit deze gedachte in mijn eigen hoofd. Ik heb eerlijk gezegd als mens nooit het gevoel gehad dat ik ‘erbij hoorde’. Ook voor mijn diagnose. Zelfs op hele drukke feestjes kon ik sterk het gevoel hebben dat ik alleen was. Ik ben ook helemaal geen type voor grote, sociale evenementen zoals bijvoorbeeld een wandelvierdaagse. Ik wil mij geen kuddedier voelen maar gewoon lekker mijn eigen gang gaan en uit de pas lopen. Als ik mijn vrienden vertel over mijn gevoeligheid dan krijg ik vaak hele fijne, respectvolle reacties en psychische problemen te horen waar ze zelf mee zitten. Alleen dan zonder diagnose. Ook is er altijd wel iemand in zijn of haar omgeving die ook kampt met een psychische ‘ziekte’ en dan blijkt dus dat ik helemaal niet alleen ben. Tegenstrijdig eigenlijk, Vaak voelen we ons anders, terwijl als we echt naar elkaar kijken en luisteren, blijkt dat we in wezen niet zoveel van elkaar verschillen. “De schepper”, wie of wat dat ook is geweest, heeft ons allemaal als invidividuen gemaakt of moet ik zeggen, zo zijn we ontwikkeld door continu aanpassing aan de veranderende omgeving. Als individu kunnen we van elkaar leren door elkaar te spiegelen, naar elkaar te kijken en met elkaar in gesprek te gaan. Zoals ik het zie, is een gesprek met een ander een kennismaking met jezelf. Je wordt geconfronteerd met je eigen gevoelens en emoties waardoor je jezelf leert kennen door de ogen van de ander. We denken of moet ik zeggen we hopen dat we allemaal anders zijn maar in essentie zijn we, naar mijn mening, uiteindelijk allemaal één. Hokjes zijn nodig om de wereld om ons heen te ordenen en te kunnen begrijpen. Om over de wereld en de mensen om ons heen een oordeel te vellen zoals mensen dat van nature doen. Het liefste veilig, desnoods anoniem via social media. Je geeft zo dus alles een plaatsje. We ruimen alle informatie die binnenkomt op in beeldvormige “hokjes”. Onwetendheid leidt vaak tot chaos en angst. De informatie en jouw antwoorden (jouw waarheid) moet wel in het hokje passen. Maar niemand is zoals jij denkt dat hij of zij is.

Wij mensen zitten complex in elkaar. Aan de ene kant zijn we allemaal anders, unieke wezens maar aan de andere kant zijn we ook gelijk. Dat is verwarrend en tegenstrijdig. Zoals alles op deze wereld vaak tegenstrijdig kan zijn. Je kan je niet intens gelukkig voelen als je niet weet hoe het is om diep ongelukkig te zijn. Geen stigma betekent dus eigenlijk: laat je angst los en vertrouw mij. Accepteer wat is en oordeel niet door je ervan bewust te zijn dat je dit als mens wel doet!

Tip:
Je zal wel denken, daar komen ze weer maar mindfulness helpt om de wereld om je heen en jezelf te accepteren zoals het is. Door je bewust te worden van positieve en negatieve gedachten die continu bij je binnenkomen en door te leren om deze gedachten los te laten, kan je jezelf van een afstand observeren. Jij bent je gedachten niet! Dat geeft rust maar ook heel veel inzicht.

Klik hier voor een uitgebreid overzicht (gratis te downloaden) mindfulness meditaties!

Dat werkt

Gelukkig en dankbaar ben ik mèt mijn leven, mèt man, mèt kinderen, mèt hond, mèt huis, mèt familie en mèt vrienden. Maar sinds mijn laatste psychose ben ik afgekeurd en leef ik zonder werk. Tenminste zonder werk buiten de deur. In huis is genoeg te doen. Ramen zemen, stofzuigen, vaatwasser legen, opruimen, badkamer soppen, was doen maar dat zijn nu net de karweitjes die mij weinig voldoening geven.

Vanaf je 4e jaar zit je op school. Je voor te bereiden op de toekomst. Wat wil je later worden? Je hebt dromen. Dat ik na het behalen van mijn hbo-opleiding eindig als een bipolaire, arbeidsongeschikte huismoeder vind ik soms moeilijk te verkroppen. Als ik depressief ben, geeft het mij een gevoel alsof ik gefaald heb. Ik heb er zelf niet voor gekozen en dat maakt, volgens mij, een groot verschil. Als mijn man en kinderen ’s morgens de deur uit gaan overvalt mij vaak een gevoel van leegte. Ik zou zo graag nog iets betekenen voor de maatschappij. Tenminste op de dagen dat het goed met mij gaat. Iedere ochtend facetime ik even met mijn ouders hoe het gaat. Ik hoor het mijn moeder nog zeggen als ik weer eens loop te klagen. “Meid, als je je rot voelt, ga je toch lekker de keukenkastjes soppen. Je voelt je heerlijk als je klaar bent. En anders zoek je toch een hobby”. “Mam, mijn werk was mijn hobby. Dat is en was nu juist het probleem!”.

Het verleden heeft wel uitgewezen dat een betaalde baan niet voor mij is weggelegd. Ik wil wel werken maar ik kan niet. De werkdruk en de verwachtingen worden mij teveel en mijn ambitie, enthousiasme en overdosis aan zelfkritiek zorgen er letterlijk voor dat ik mijzelf verlies. Ik kan mijn werk niet loslaten. De gedachtenstroom in mijn hoofd niet stoppen. Deze kan zowel positief als negatief zijn. Teveel positieve gedachten en ideeën, zorgen voor een manie. Ik ben onvermoeibaar en barst van de energie. Klaar wakker lig ik ’s avonds in bed. De plannen blijven mijn hoofd instromen. Geen idee waar ze vandaan komen? Ik slaap niet meer, al mijn gedachten putten mij geestelijk en lichamelijk uit. Mijn lichaam gaat trillen van de spanning, ik krijg hartkloppingen en (als ik niet ingrijp met haldol) is de kans groot dat ik langzaam psychotisch word. Teveel negatieve gedachten en onzekerheid over mijzelf (“ik voel mij dom en ben niet goed genoeg”) zorgen weer voor een depressie.

Tja, maar ik ben nogal hardleers en op de dagen dat ik mij goed voel, gaat het kriebelen. Ik ben op goede dagen regelmatig tegen mijn psychiater begonnen over het zoeken naar een nieuw doel in mijn leven in de vorm van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk. Zijn antwoord was: “jouw doel is ervoor te zorgen dat je stabiel blijft!”. Natuurlijk heeft hij gelijk gezien mijn geschiedenis en mijn gevoeligheid voor manische psychoses. Maar ik denk wel dat je zelf depressies kan helpen voorkomen door op zijn tijd trots te kunnen zijn op jezelf. De ene vind voldoening in schilderen, dansen of zingen. De ander gaat hardlopen. Iedereen heeft een uitlaatklep nodig. En zo bleef ik zoeken naar de mijne.

vmdb

Toen ik de diagnose bipolaire stoornis kreeg, ben ik lid geworden van de Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen (VMDB). De eerste twee stappen naar ‘genezing’ zijn:

1) zoveel mogelijk kennis op doen over je ziekte;
2) contact zoeken met lotgenoten.

De psycho-educatiecursussen die via de vereniging in het land worden gegeven, zijn een ideale combinatie van beide. Het is dè basis om vandaar uit jezelf te ontwikkelen zodat je leert omgaan met je stoornis. Bijvoorbeeld door te beginnen met het invullen van life-charts en het opstellen van je eigen noodplan in overleg met je omgeving en je behandelaar. Zie je gevoeligheid niet als vijand maar zie het als een kans om jezelf beter te (moeten) leren kennen. Wie ben ik en wat heb ik nodig om gelukkig te zijn? Er zijn genoeg bejaarden die zich deze vraag nooit hebben gesteld en daar nu spijt van hebben.

Tijdens de psycho-educatiecursus die ik jaren geleden samen met mijn man volgde, kwamen we in contact met ervaringsdeskundigen. Hun bijdrage sprak mij direct aan “het geven van voorlichting aan mensen die nog zoekende zijn”. Van wie kun je beter leren dan van mensen die ongeveer hetzelfde hebben ervaren en die aan een woord genoeg hebben. Drie jaar en vele ervaringen later heb ik zelf samen met mijn man als ervaringsdeskundigen aan verschillende cursussen deelgenomen. Ik als patiënt en hij als betrokkene. De bijeenkomsten gaven mij altijd enorme voldoening en het geven van voorlichting is voor mij een echte uitlaatklep. Maar aanwezig zijn kostte mij ook enorm veel energie of moet ik zeggen: ik kreeg er teveel energie van? Ik kon niet anders dan mij voor de volle 100% geven (misschien wel 200%). Vaak moest ik ’s avonds een slaappil nemen om tot rust te komen. Had ik het dan niet moeten doen? Door deze ervaring heb ik mijzelf weer een stukje beter leren kennen en weet ik dat werken voor mij een gevaarlijke trigger is. Soms moet je de grens opzoeken om te weten waar hij precies ligt.

Deze week heb ik contact gehad met een sociaal psychiatrisch verpleegkundige voor het geven van een nieuwe psycho-educatiecursus. In eerste instantie heb ik uit zelfbescherming ‘nee’ gezegd maar dat gaf mij ook geen goed gevoel. In overleg met mijn man heb ik voor een middenweg gekozen en besloten om 1 à 2 bijeenkomsten samen aanwezig te zijn. Ik zal wel rekening moeten houden met andere activiteiten en rustmomenten moeten creëren in mijn agenda maar dan kan ik tenminste wel zeggen “ik ben trots op mezelf!”.

Tip:
Iedereen heeft een uitlaatklep nodig. Dit kan werken zijn maar ook bijvoorbeeld sporten of je creatief uiten. Laat je niet ontmoedigen door je beperkingen maar kijk naar je mogelijkheden. Wat kan je nog wel? Wees trots op jezelf!

afbeelding: logo VMDB

Geloven in je oerkracht

Als ik ’s morgens wakker wordt, komt vaak alles op mijn af. Prikkels vanuit de omgeving verstoren direct mijn gedachten. “Er mag wel eens een stofzuiger door de slaapkamer. De ramen poetsen is ook geen overbodige luxe. En als ik dan toch bezig ben, kan ik de bedden ook verschonen.” Ik kijk uit het raam de tuin in en denk: “Wat een onkruid allemaal. En het gras moet ook gemaaid worden”. Snel trek ik de gordijnen dicht en loop zuchtend de zoldertrap af naar het kleine kamertje waar mijn kledingkast en de wasmand staat. “Nou, die mand zit ook wel erg vol. Zal ik gelijk maar een wasje doen?”. Ppffff, de dag is nog niet begonnen en ik ben al moe in mijn hoofd. Ik voel een enorme stress. Ik moet, ik moet, ik moet. Ook goedemorgen!

Het liefste zou ik willen dat mijn hele huis perfect schoon en opgeruimd is. Want dan heb ik rust in mijn hoofd. Teveel spullen in mijn omgeving maken mij onrustig. Een aanrecht waar ontbijtborden op staan, die eigenlijk in de vaatwasser moeten. Een trainingsjas van mijn zoon die nog over de bank hangt maar die nog op de kapstok gehangen moet worden. Schoolboeken die mijn dochter op de eettafel heeft laten liggen maar waar ik een speciale doos voor in de kast heb staan. Ik moet het allemaal opruimen voordat ik de rust kan nemen om aan mijn ontbijt te beginnen. Door jarenlang lithiumgebruik is mijn schildklier te traag en ben ik genoodzaakt om iedere ochtend 30 minuten voor mijn ontbijt thyrax in te nemen dus direct ontbijten is toch al geen optie. Maar het zou fijn zijn, als ik met een opgeruimd hoofd rustig de dag zou kunnen beginnen want deze negatieve spanning maakt mij depressief. Het gebeurt vaak genoeg dat ik na mijn eerste bak koffie van ellende op de bank belandt en weer in slaap val. Als ik slaap heb ik geen opgejaagde gevoelens van ‘moeten’. Ik bevind mij dan in een veilige droomwereld waar geen negatieve gedachten op mij afkomen maar als ik dit doe dan voel ik mij de rest van de dag niet optimaal. De beste remedie is daarom ook om, als mijn man en kinderen de deur uit zijn en na mijn eerste bak koffie, even afstand te nemen van mijn ‘onrustige’ omgeving.

Gelukkig hebben wij een hond die iedere ochtend uit moet. Een kleine, ruwharige dwergteckel die in huis weinig vuil en rommel maakt maar die toch om de nodige beweging vraagt. Omdat ik uit mijzelf niet zoveel kilometers maak, ik vind het ongezellig om alleen te wandelen, heb ik iedere week afgesproken met een sportieve vriendin. We wandelen en praten waardoor ik mijn hoofd leeg kan maken. Bewegen is naast haldol voor mij een ideaal medicijn om alles weer op een rijtje te krijgen. Gelukkig kan ik open met mijn meeste vrienden praten over mijn psychische gevoeligheid. Juist door eerlijk te zijn over mijn aandoening, kunnen anderen mij beter begrijpen en ook rekening met mij houden. Daarbij merk ik dat wij, als “psychiatrisch patiënt”, echt niet zoveel anders zijn. Wij zijn niet de enige met onze angsten en onzekerheden. Om rust te vinden pakken andere misschien een goed boek, gaan hardlopen, kijken een mooie film, nemen een bad etc. Ik heb daar iets meer voor nodig en neem een pilletje. So what?

Vanmorgen had ik een heel mooi gesprek met mijn vriendin. Het ging over angst. Ik ben vaak bang voor momenten die gaan komen waar ik zelf geen invloed op heb. Het moment dat ik bijvoorbeeld een dierbare verlies. Kan ik dan wel omgaan met mijn emoties, word ik niet psychotisch en zie ik geen uitweg meer? In gedachten ben ik mij soms al aan het voorbereiden op het verlies van bijvoorbeeld mijn ouders of mijn partner. Gewoon door het mij voor te stellen hoe het zou zijn zonder hen. Dat ik niet meer op ze kan terugvallen. Mijn man en ik zijn echt een eenheid. Een team. We vullen elkaar perfect aan. Eigenlijk zou ik de dingen die hij nu in en om het huis doet zelf moeten doen. Zoals bijvoorbeeld de olie bijvullen van de auto of een schilderij ophangen zodat ik daarin zelfstandiger word. Het zou mij ook zekerder van mijzelf maken, als ik deze klusjes zelf zou klaren. Toevallig komt mijn dochter net thuis en zegt dat ze een lekke band heeft. “Wacht maar tot papa thuis is”, denk ik dan gemakzuchtig. “Mijn tijd komt nog wel”.

Mijn wandelmaatje gelooft in onze oerkracht. We zijn vaak sterker dan we zelf denken. Het is de gedachten over een gebeurtenis die je angstig maken, vaak niet de gebeurtenis zelf. Daar kom je wel doorheen met behulp van je eigen oerkracht. Net zoals tijdens de geboorte van je eerste kind. Er overvalt je dan een bepaalde kracht die je helpt om door het proces te komen. Om te overleven. Je moet vertrouwen hebben in jezelf. Ze zegt: “Ik geloof niet dat jij het weer zover laat komen. Jij hebt toch ook geleerd om een extra pilletje te nemen omdat je dat nodig hebt. Dat is toch ook overleven?”.

elephant-590020_640

We hebben fijn gewandeld en ik voel mij rustiger in mijn hoofd. Ze heeft gelijk. Ik moet niet bang zijn dat de geschiedenis zich zal herhalen. Ik heb veel geleerd van mijn episodes en weet zelf als de beste wat ik nodig heb. Dit alles heb ik ook opgeschreven in mijn noodplan. En mijn oerkracht zal mij helpen!

Tip:
Wil jij ook zekerder van jezelf worden? Houd de regie in eigen handen en beschrijf, in overleg met je behandelaar, hoe jij (mocht het zover komen) behandeld wilt worden als je zelf niet meer in staat bent om hierover helder na te denken. Beschrijf je positieve en negatieve ervaringen in een crisis- of noodplan en laat het document ondertekenen door je behandelaar. Welke activiteiten en/of medicijnen helpen jou?

Klik hier voor een voorbeeld van een kort signaleringsplan.

Een gesprek met een ander is een kennismaking met jezelf

Mensen maken fouten en van je fouten leer je. De eerste grote fout die ik gemaakt heb in mijn leven is niet dat ik tijdens een manische psychose, toen ik zeven maanden zwanger was van mijn dochter, een handvol slaappillen heb genomen. Ik wilde rust vinden in een nieuwe liefdevolle wereld. Onzin. Puur vluchtgedrag. Ik was ziek. Te gevoelig en erg angstig. Ik heb mijzelf vergeven. Het was een harde leerschool en ik mag mijzelf nu een gelukkige moeder noemen.

Ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in mensen en hun gedrag. Waarom reageert iemand zoals hij of zij reageert? Hoe heeft het zover met mij kunnen komen? Na de havo koos ik voor een nieuwe studie aan de hogeschool: communicatie. Tijdens deze studie heb ik geleerd hoe je het gedrag van anderen kan beïnvloeden en een boodschap kan overbrengen door duidelijk, eerlijk en open te communiceren. Maar hoe moeilijk is het om je boodschap perfect te laten overkomen. Onmogelijk! Je ontkomt er niet aan dat wat je zegt ook wel eens negatieve emoties oproept en de boodschap totaal verkeerd overkomt. De grootste fout die ik in mijn leven heb gemaakt, is dat ik mijzelf verantwoordelijk voelde voor de negatieve emoties van anderen. Ik, als communicatiedeskundige, had blijkbaar iets verkeerd gezegd? Waarom kwam mijn boodschap ‘verkeerd’ over? Ik had altijd het gevoel dat ik het gesprek in de goede richting moest sturen. Ik had tenslotte communicatie gestudeerd. Maar ook als iemand heel emotioneel vertelde over bijvoorbeeld een ziek familielid dan wilde ik deze persoon direct op beuren met ‘positive talk’ zodat hij of zij zich niet meer zo verdrietig voelde. Vaak werd het luisteren bemoeilijkt omdat ik onrustig werd van de emotionele lading en ik direct wilde ‘helpen’. Ik nam de spanning blijkbaar over en leefde teveel mee. Soms is alleen luisteren genoeg, hoef je niets te zeggen of te doen en er alleen maar voor iemand zijn. Ik ben dus gevoelig voor de spanningen van anderen en vind het heel moeilijk om mij daar vanaf te sluiten.

communicatie

Tja, gevoeligheid…zeker weten een van de kenmerken van een manisch depressief persoon. Een gesprek met vrienden, loze opmerkingen, grapjes…. ik nam de woorden vaak letterlijk en persoonlijk op. Ik was mij er wel van bewust dat mensen vaak niet precies zeggen wat ze bedoelen maar ik had altijd het idee dat ik er iets mee moest doen. Wist je dat uit psychologisch onderzoek naar menselijke communicatie is gebleken dat vooral communicatie van emoties via lichaamstaal verloopt: 55% van die communicatie bestaat uit lichaamstaal, 38% door de stemklank en 7% door middel van woorden (Bron: Wikipedia) .

Mensen zeggen dus vaak niet wat ze echt bedoelen. Het is ook moeilijk om de juiste woorden te kiezen. Echt goed communiceren en met je emoties omgaan is niet iets dat we standaard als vak op school leren. Mensen houden wat ze zeggen vaak niet bij zichzelf en beoordelen en veroordelen dan het gedrag van de ander. Bijvoorbeeld: ‘wat ben jij aan het zeuren zeg,’ terwijl ze ook kunnen zeggen ‘ik ben nu moe, te moe om je te kunnen begrijpen, kunnen we dit gesprek een andere keer voortzetten?’ Ik vroeg mij altijd af: waarom zegt iemand zoiets. Er is toch altijd een achterliggende reden? Zelfs een grapje heeft een kern van waarheid. Vaak zegt dus zo’n reactie meer over de persoon zelf dan over de ander.

Een gesprek met een ander, is als het ware een kennismaking met jezelf.

De emoties die de woorden van de ander bij mij naar boven brachten, vertelde over mij dat ik een gevoelig mens ben. Zo nu en dan onzeker? Dit is helaas erger geworden na mijn psychoses. Als je momenten kent, dat je je eigen gedachten (je eigen werkelijkheid) niet meer kunt vertrouwen, is het heel moeilijk om het vertrouwen in jezelf weer terug te vinden. Ik vind het steeds moeilijker om keuzes te maken. Balen, want ik ben ambitieus en wil juist een stoere meid zijn.

Mijn baas merkte aan mij dat ik onzeker was en dat dit mij in mijn werk belemmerde. Hij zei eens tegen mij: “De wereld is hard, je moet meer eelt op je ziel krijgen!” Hij had gelijk wat betreft onze maatschappij. Die is hard. We moeten allemaal het beste van onszelf laten zien met burn-outs als gevolg. Maar is jezelf op bepaalde momenten kwetsbaar opstellen niet het sterkste en het moedigste wat je kan doen? Diep in mijn hart wilde ik niet veranderen. Ik heb inmiddels wel geleerd om woorden te incasseren. Het zijn maar woorden. Schelden doet toch geen zeer? Ik ben een voorstander van goede, open en eerlijke gesprekken. Daar leren we van. Maar eerlijk gezegd denk ik ook dat de kracht van het woord onderschat wordt. Begrijp mij niet verkeerd. Ik ben voor vrijheid van meningsuiting maar ik denk ook dat communicatie meer kapot kan maken dan je lief is. Als je door omstandigheden al het negatieve op jezelf gaat betrekken, kun je behoorlijk depressief raken. Met alle gevolgen van dien. Ik heb geleerd dat ik soms beter mijn mond kan houden om de emotie van de ander niet te vergroten. Laat het maar even overwaaien, niet direct reageren, heb geduld dan komt het vaak vanzelf wel goed.

Tip:
Vaak reageren mensen direct vanuit hun eigen emoties en wordt er niet goed nagedacht voordat iemand iets zegt. Probeer de emotionele lading en de gekozen woorden niet op jezelf te betrekken als persoon. De reactie van de ander heeft vaak meer met de ander te maken dan met jou.