Geloven in je oerkracht

Als ik ’s morgens wakker wordt, komt vaak alles op mijn af. Prikkels vanuit de omgeving verstoren direct mijn gedachten. “Er mag wel eens een stofzuiger door de slaapkamer. De ramen poetsen is ook geen overbodige luxe. En als ik dan toch bezig ben, kan ik de bedden ook verschonen.” Ik kijk uit het raam de tuin in en denk: “Wat een onkruid allemaal. En het gras moet ook gemaaid worden”. Snel trek ik de gordijnen dicht en loop zuchtend de zoldertrap af naar het kleine kamertje waar mijn kledingkast en de wasmand staat. “Nou, die mand zit ook wel erg vol. Zal ik gelijk maar een wasje doen?”. Ppffff, de dag is nog niet begonnen en ik ben al moe in mijn hoofd. Ik voel een enorme stress. Ik moet, ik moet, ik moet. Ook goedemorgen!

Het liefste zou ik willen dat mijn hele huis perfect schoon en opgeruimd is. Want dan heb ik rust in mijn hoofd. Teveel spullen in mijn omgeving maken mij onrustig. Een aanrecht waar ontbijtborden op staan, die eigenlijk in de vaatwasser moeten. Een trainingsjas van mijn zoon die nog over de bank hangt maar die nog op de kapstok gehangen moet worden. Schoolboeken die mijn dochter op de eettafel heeft laten liggen maar waar ik een speciale doos voor in de kast heb staan. Ik moet het allemaal opruimen voordat ik de rust kan nemen om aan mijn ontbijt te beginnen. Door jarenlang lithiumgebruik is mijn schildklier te traag en ben ik genoodzaakt om iedere ochtend 30 minuten voor mijn ontbijt thyrax in te nemen dus direct ontbijten is toch al geen optie. Maar het zou fijn zijn, als ik met een opgeruimd hoofd rustig de dag zou kunnen beginnen want deze negatieve spanning maakt mij depressief. Het gebeurt vaak genoeg dat ik na mijn eerste bak koffie van ellende op de bank belandt en weer in slaap val. Als ik slaap heb ik geen opgejaagde gevoelens van ‘moeten’. Ik bevind mij dan in een veilige droomwereld waar geen negatieve gedachten op mij afkomen maar als ik dit doe dan voel ik mij de rest van de dag niet optimaal. De beste remedie is daarom ook om, als mijn man en kinderen de deur uit zijn en na mijn eerste bak koffie, even afstand te nemen van mijn ‘onrustige’ omgeving.

Gelukkig hebben wij een hond die iedere ochtend uit moet. Een kleine, ruwharige dwergteckel die in huis weinig vuil en rommel maakt maar die toch om de nodige beweging vraagt. Omdat ik uit mijzelf niet zoveel kilometers maak, ik vind het ongezellig om alleen te wandelen, heb ik iedere week afgesproken met een sportieve vriendin. We wandelen en praten waardoor ik mijn hoofd leeg kan maken. Bewegen is naast haldol voor mij een ideaal medicijn om alles weer op een rijtje te krijgen. Gelukkig kan ik open met mijn meeste vrienden praten over mijn psychische gevoeligheid. Juist door eerlijk te zijn over mijn aandoening, kunnen anderen mij beter begrijpen en ook rekening met mij houden. Daarbij merk ik dat wij, als “psychiatrisch patiënt”, echt niet zoveel anders zijn. Wij zijn niet de enige met onze angsten en onzekerheden. Om rust te vinden pakken andere misschien een goed boek, gaan hardlopen, kijken een mooie film, nemen een bad etc. Ik heb daar iets meer voor nodig en neem een pilletje. So what?

Vanmorgen had ik een heel mooi gesprek met mijn vriendin. Het ging over angst. Ik ben vaak bang voor momenten die gaan komen waar ik zelf geen invloed op heb. Het moment dat ik bijvoorbeeld een dierbare verlies. Kan ik dan wel omgaan met mijn emoties, word ik niet psychotisch en zie ik geen uitweg meer? In gedachten ben ik mij soms al aan het voorbereiden op het verlies van bijvoorbeeld mijn ouders of mijn partner. Gewoon door het mij voor te stellen hoe het zou zijn zonder hen. Dat ik niet meer op ze kan terugvallen. Mijn man en ik zijn echt een eenheid. Een team. We vullen elkaar perfect aan. Eigenlijk zou ik de dingen die hij nu in en om het huis doet zelf moeten doen. Zoals bijvoorbeeld de olie bijvullen van de auto of een schilderij ophangen zodat ik daarin zelfstandiger word. Het zou mij ook zekerder van mijzelf maken, als ik deze klusjes zelf zou klaren. Toevallig komt mijn dochter net thuis en zegt dat ze een lekke band heeft. “Wacht maar tot papa thuis is”, denk ik dan gemakzuchtig. “Mijn tijd komt nog wel”.

Mijn wandelmaatje gelooft in onze oerkracht. We zijn vaak sterker dan we zelf denken. Het is de gedachten over een gebeurtenis die je angstig maken, vaak niet de gebeurtenis zelf. Daar kom je wel doorheen met behulp van je eigen oerkracht. Net zoals tijdens de geboorte van je eerste kind. Er overvalt je dan een bepaalde kracht die je helpt om door het proces te komen. Om te overleven. Je moet vertrouwen hebben in jezelf. Ze zegt: “Ik geloof niet dat jij het weer zover laat komen. Jij hebt toch ook geleerd om een extra pilletje te nemen omdat je dat nodig hebt. Dat is toch ook overleven?”.

elephant-590020_640

We hebben fijn gewandeld en ik voel mij rustiger in mijn hoofd. Ze heeft gelijk. Ik moet niet bang zijn dat de geschiedenis zich zal herhalen. Ik heb veel geleerd van mijn episodes en weet zelf als de beste wat ik nodig heb. Dit alles heb ik ook opgeschreven in mijn noodplan. En mijn oerkracht zal mij helpen!

Tip:
Wil jij ook zekerder van jezelf worden? Houd de regie in eigen handen en beschrijf, in overleg met je behandelaar, hoe jij (mocht het zover komen) behandeld wilt worden als je zelf niet meer in staat bent om hierover helder na te denken. Beschrijf je positieve en negatieve ervaringen in een crisis- of noodplan en laat het document ondertekenen door je behandelaar. Welke activiteiten en/of medicijnen helpen jou?

Klik hier voor een voorbeeld van een kort signaleringsplan.

Plaats hieronder je reactie.

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s