Onbekend's avatar

Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter, auteur, voorzitter etcetera

ZEBRA

Tekst en foto’s: Arlette Einhorn

“Vandaag heb ik een zwarte dag”. Dat is een zin die bij ons thuis, maar ook bij goede vrienden, niet ongebruikelijk is. ‘Een zwarte dag’ kan meerdere betekenissen hebben: Je voelt je verdrietig, je bent somber of…..je bent depressief. Voor ouders of grootouders is het, denk ik, makkelijker om het over een ‘zwarte dag’ te hebben en dat is nou precies wat ik doe in het boek ‘ZEBRA’.

zebra-vk

‘ZEBRA’ is een bijzondere zebra. Behalve zwarte en witte strepen heeft hij ook zwarte en witte dagen. Op een witte dag schatert, speelt en springt hij door de straten maar  vandaag is hij verdrietig en heeft hij nergens zin in. Het is een ‘zwarte’ dag.

In eerste instantie was het boek bedoeld als een leuk prentenboek voor mijn eigen kinderen maar hoe langer ik er aan werkte hoe meer ik besefte dat dit prentenboek ook belangrijk zou kunnen zijn voor andere (groot)ouders met een bipolaire stoornis. Een goede vriendin bewerkte het boek en de prenten tot een prachtige kwaliteit en toen ging ik op zoek  naar een uitgeverij. Helaas is dat niet gemakkelijk. Er ging veel tijd overheen en na de zoveelste afwijzing besloot ik het boek uit te geven in eigen beheer. Hierbij kreeg ik hulp van de stichting Samen Sterk zonder Stigma en van de stichting ZON. Inmiddels wordt het boek al in een aantal KOPP-groepen (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen) gebruikt en ook op kinderdagverblijven, BSO’s (Buitenschoolse Opvang)  en scholen wordt eruit voorgelezen.

Naast het boek heb ik ook een vertelkastje gemaakt en poppenkastpoppen waarmee ik voorstellingen geef. Deze voorstellingen zijn eigenlijk vooral erg leuk om te geven. Omdat ik voor jonge kinderen speel, weet ik nooit hoe ze zullen reageren. De laatste voorstelling was voor een groep met kinderen vanaf 2,5 tot 4 jaar. Hele kleintjes die dus vooral de dierenplaten erg aansprekend vinden. We hebben het dan vooral over de kleuren van de dieren en de geluiden die ze maken. Met iets oudere kinderen op school of BSO is het juist weer interessant om gevoelens te bespreken: “Ben jij ook wel eens verdrietig?” of “Ken je iemand die vaak verdrietig is?”

Bij mijzelf is het inmiddels alweer 15 jaar geleden dat ik de diagnose ‘Bipolair’ kreeg. Mijn man en ik hebben moeilijke tijden gehad maar gelukkig gaat het nu alweer een hele tijd goed dankzij een geregeld leven, medicatie en goede zorg vanuit GGZ.


arlette1

Mijn naam is Arlette Einhorn. Ik ben getrouwd en heb twee zoons van acht en zes jaar. Zelf ben ik 43. Ik woon in Leiden en ik werk bij een buitenschoolse opvang. Naast mijn werk heb ik mijn eigen bedrijfje waar ik kaarten, rompers, kraamcadeautjes, T-shirts en natuurlijk het prentenboek ZEBRA verkoop. Al mijn werk is gemaakt met linoleumsneden vandaar de naam ‘Arlettelino’. Bovendien ben ik theatermaker en treed ik op met mijn vertelkast en de voorstelling ‘ZEBRA’.

Meer info?  Ga naar: www.arlettelino.nl

 

Eet puur geluk

Tekst: Dymphina Jooren

Sinds 1999 ben ik als 4e generatie de kapitein aan het roer van ons familiebedrijf. Dat is een zeer uitdagende, gezellige job die ik dagelijks met veel plezier uitvoer. Ik ben altijd een energieke, opgewekte vrouw geweest met een positieve kijk op de wereld. Waar geen wegen zijn, maak ik zelf mijn eigen pad.

Echter….. ik deed veel te veel. Nam geen rust want dat vond ik niet nodig. Maar mijn lichaam begon aardig te protesteren en gaf mij diverse signalen. Ik negeerde al deze lief bedoelende boodschappen van mijn lichaam en geest, en banjerde met grote passen en in een hoge versnelling door de dagen. Het leven biedt tenslotte zoveel en dan maak je toch geen keuzes? Totdat ik mezelf compleet had uitgeperst. Geen enkel stofje meer in mijn lichaam en geest. Ik kon niet meer functioneren. Ik stortte in!

Ondertussen had ik diverse homeopathische middeltjes te rade geroepen om mijn energie in balans te houden en om rust te krijgen. Dit zorgde soms voor een tijdelijke opleving. Ik ontkwam er echter niet aan dat mijn huisarts en psycholoog mij met klem naar de psychiater stuurde. Na onderzoek was het oordeel: bipolaire stoornis en angststoornis.

Daar zat ik dan meer dood dan levend. Toen ik op die stoel bij de psychiater op 13 juni 2011 om 13 uur hoorde dat de medicatie géén kuurtje was waar ik mijn probleem mee zou oplossen maar dat deze medicijnen ervoor zouden zorgen dat de stofjes die er nog waren hergebruikt worden, nam ik een besluit. Ik zou hoe dan ook precies uitzoeken welke stoffen ik in mijn hoofd tekort kwam.

De signaalstoffen, neurotransmitters die ik had aan te vullen waren:

  1. Serotonine:

Dit stofje is belangrijk voor de stemming. Een laag serotonineniveau kan depressieve klachten veroorzaken. Ook werkt serotonine op de slaap, want serotonine is nodig om ‘melatonine’ te maken, dat verantwoordelijk is voor het slaperig gevoel. Voor een goed seksuele functie is er tevens serotonine nodig. Angsten, met name problemen van langdurige aanhoudende angsten en stress worden toegekend aan het ontbreken van serotonine in de hersenen.Maar ook eetlust, emotionele balans en zelfvertrouwen zijn toe te schrijven aan serotonine.

  1. Dopamine

Dopamine heeft veel functies in de hersenen. Het heeft een belangrijke rol in het regelen van emoties
, het stimuleert je motivatie, het geeft een gevoel van belonging en het geeft energie. Dopamine komt vrij na een stimulans, dus al we iets doen. Bijvoorbeeld: als we iets eten wat we hebben bereid, een positieve bevestiging krijgen, iets mooi vinden of als we geboeid zijn door wat we meemaken en doen.

Als er een tekort komt aan dopamine, dan gaat er in de hersenen iets mis met de dopaminebevoorrading. Hierdoor zijn we geneigd om dingen uit te stellen of kost het meer moeite iets gedaan te krijgen. Mensen met een dopaminetekort zijn (onbewust) op zoek naar manieren om toch te kunnen genieten. Deze neiging om steeds meer dopamine na te streven verlegt onze grenzen. Dat maakt van de mens niet alleen het meest creatieve en innovatieve wezen, het is tegelijk de teneur van alle eetstoornissen, verslavingen en dwangmatig gedrag.

Ik ging op onderzoek uit hoe deze stofwisseling bij de mens gaat. Heel letterlijk. Wat stop je in je mond aan voedsel en hoe vindt het zijn weg op welke manier naar je hersenen zodat die ‘potjes’ neurotransmitters weer aangevuld worden. Daarna ging ik elke avond koken met die voeding die rijk is aan die aminozuren (stukjes eiwit) die voor deze omzetting zorgen. Ik maakte er toegankelijke gerechten van, maakte er foto’s van en bewaarde mijn recepten. Ik vond een arts die mijn gehalte aan serotonine en dopamine kon meten. Ik had tenslotte een ijkpunt nodig. Deze meting gaf een behoorlijk tekort aan. Na 9 maanden op deze manier het avondeten te bereiden, ging ik opnieuw aan het apparaat. Ik wist het al. Ik voelde het al. Mijn ‘geluksstoffen’ had ik op peil gegeten. Op eigen houtje ben ik in die periode heel langzaam gaan afbouwen met medicatie. Ik slikte toen Anafranil tegen depressie en angst.

Tijdens dit proces had ik veel te leren. Veel vallen en opstaan. Ik had namelijk in mijn leven iets ‘fout’ gedaan en dat moest anders. Maar ja, je eigen leven met je gewoontes veranderen, kost tranen en doorzettingsvermogen. Het gehele proces van inzien, zelfreflectie, reflecteren, mindfulness en onderzoek naar welke stoffen ik in mijn hoofd tekort kwam, heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. De echte Dymphina, 180 graden-gedraaide-verbeterde-versie. Ze zeggen ook wel eens: de verbeterde versie Dymphina.2


12931265_1701380856797245_5831098829306919119_n

Dymphina Jooren is mijn naam. Wie ben ik en hoe ziet mijn leven er in grote lijnen uit? Ik ben 47 jaar jong, getrouwd met mijn jeugdliefde en al 33 ‘happy together’. Samen hebben wij een dochter die fotograaf is en sterk, helder in de wereld staat. Ik ben directeur van een familiebedrijf dat sinds 1959 scheepsschroeven hersteld en levert.

12924375_1701380853463912_6346808830649990883_n

Alles wat ik heb meegemaakt, heb ik verwerkt in mijn boek: EET PUUR GELUK. Hierin staan mijn gerechten met foto die ik een jaar lang heb gegeten. Per week een boodschappenbriefje en het weekmenu, maar vooral mijn verhaal.

 

 

Noot van de redactie:
Stop nooit zelf met je medicatie maar doe dit altijd in overleg met je behandelaar!

Muziek als zingeving

Tekst: Stefanie de Wolf

Mijn verhaal begint in mijn kindertijd. Ik was enorm veel ziek en had lichamelijke problemen zoals oor- en keelontstekingen. Mijn ouders stuurden mij naar een psycholoog, die beweerde dat de balans van ons gezin ontwricht was. Dat mijn vader te laks met mij omsprong en mijn moeder te streng voor mij was. Niet echt iets waarmee je actief mee aan de slag kan als achtjarige. In die tijd had ik al last van psychoses. Ik zag overleden familieleden in mijn kamer rondvliegen en ik had toekomst voorspellende dromen en visioenen. Ik had het gevoel “uit mijn lichaam te treden” maar geen enkele dokter wist raad. En ook mijn ouders niet. Op mijn dertiende werkte geen enkel medicijn meer omdat ik te veel antibiotica had genomen. Ook kreeg ik het steeds moeilijker op de middelbaar school. Ik ben toen meer niet dan wel naar school gegaan. Ik voelde mij ziek, was bang en kreeg steeds dezelfde diagnose: een lage weerstand en vermoeidheid.

Op mijn achttiende ging ik filosofie studeren maar al gauw boezemde de universiteit en het studentenleven mij zoveel angst in dat ik besloot bij mijn vriend thuis in bed te blijven liggen. Een jaar lang kwam ik dat huis niet uit. Het jaar daarna begon ik aan de studie Plastische Opvoeding – Niet Confessionele Zedenleer en die ik heb afgerond. Ik heb drie jaar onophoudelijk getwijfeld aan mezelf. Getwijfeld aan wat ik wilde, aan mijn geaardheid, mijn relaties en aan de mensen rondom mij. Ik was losbandig in mijn seksuele verhoudingen, werd high van vermoeidheid, had smetvrees en waanideeën dat men mij wilde vergiftigen. Ook had ik continue pijnscheuten in mijn lichaam. Ik werd geleefd door twee uitersten: ik ben niets en ik kan alles aan! Na mijn diplomauitreiking zakte ik nog verder weg. Toch besloot ik verder te studeren namelijk: Kunstwetenschappen aan de VUB. In die periode begon ik psychologische hulp in te schakelen. Wat eindigde in een staartje zonder einde.

De huisdokter gaf mij serotonine-pillen en raadde aan naar een metal-coach te gaan. Een sensitieve vrouw die mij zou aanvoelen. Na een paar sessies probeerde ze mij te hypnotiseren om te achterhalen of er in mijn jeugd iets gebeurd was. Dat maakte mij enorm nerveus en had geen effect op mij. De tweede, derde, vierde en vijfde psycholoog sprak met mij over mijn problemen maar vertelden mij nooit iets wat ik zelf nog niet wist. De zesde psycholoog werd boos op mij omdat ik alles vertelde alsof ik een “One Man”-show opvoerde. Zij vroeg mij rechtuit: “Vind je het grappig?” terwijl ik mij van geen kwaad bewust was. Details over de zevende, achtste, negende en tiende psychologe ben ik vergeten.

Ondertussen had ik mij kandidaat gesteld voor het behalen van een doctoraatsbeurs. Die werd mij niet toegewezen. Ik tuimelde in de diepste put, was moe, uitgeput en sliep 16 uur per dag. Ik durfde niet meer buiten te komen. Kon mijn werk als leerkracht niet aan. Omdat ik niet lang genoeg had gewerkt, kon ik maar enkele weken rekenen op een ziekte uitkering. Ik moest overleven van mijn spaargeld. Ik durfde nergens alleen naartoe en kon bijvoorbeeld niet alleen winkelen. Ik had op alle vlakken gefaald en dit gaf me onophoudelijk een zwaar gevoel op mijn borstkast. Een onbeschrijfelijk verdriet had bezit van mij genomen. Ik haatte mezelf. Sneed in mijn armen tijdens hysterische momenten. Ik wilde dood.

In 2008 besloot ik naar het psychiatrisch centrum St-Jozef in Kortenberg te gaan. Ik had een persoonlijkheidsonderzoek aangevraagd omdat ik wilde weten wat er “mis was” met mij. Ik kwam terecht bij een zeer jonge psycholoog die mij een paar keer per week zag. Na enkele weken kreeg ik te horen dat ik leed aan een “niet gespecifieerde persoonlijkheidsstoornis” en daar konden zij mij niet verder mee helpen.

head-172351_640

De psycholoog merkte echter wel op dat mijn “lijdensdruk” hoger lag dan dat van de gemiddelde patiënt. Ze vond dit hoogstens opmerkelijk, maar zei dat ze mij hiermee niet kon helpen. Ik functioneerde nog redelijk en had nog ‘genoeg tegenwoordigheid van geest’. Mensen met ‘echte’ depressies komen volgens haar hun bed niet uit. Wel gaf ze enkele telefoonnummers mee van psychiaters om wat dieper te graven. En ze gaf mijn moeder de raad een oogje in het zeil te houden omdat ik wel ‘domme dingen’ zou kunnen doen om aandacht te trekken.

Ik heb mij nooit zo ellendig en alleen gevoeld. Ik belde naar de psychiaters waarvan ik het nummer had gekregen maar kon pas maanden later een afspraak krijgen. Gelukkig realiseerde mijn moeder zich de ernst van het probleem. Ze had via via een telefoonnummer van een psychiater in Brussel gekregen. Hij vertelde mij dat ik een neurotische depressie had bovenop een stoornis die op dat moment nog niet zo duidelijk kon vastgesteld worden en schreef onmiddellijk medicijnen voor. Maar hij gaf me vooral wat ik tot dan nog niet had gevoeld namelijk … mededogen en empathie. Hij erkende mijn pijn en hij benoemde het.

Later zou hij mij vertellen dat ik aan een bipolaire stoornis type 2 lijdt en dat ik daar nooit van zal genezen. Mijn hele leven zou ik medicatie moeten nemen net zoals mensen met suikerziekte of nierproblemen. Ik heb allerlei anti-depressiva, activators en stemmingsstabilisatoren uitgeprobeerd maar die hielpen mij niet. Het duurde nog twee jaar voordat ik de juiste cocktail van medicijnen kreeg. Ik neem nu elke dag zes medicijnen in: een angstremmer, een antipsychoticum, een activator, een stemmingsstabilisator, een antidepressivum en een kalmeermiddel. De psychiater vertelt mij iedere keer dat ik hypersensitief ben en als copingsmechanisme bipolair reageer. Dat mijn energie sneller is opgebruikt en mijn hart fragieler is dan dat van andere mensen.

person-1435541_640

Omdat het onmogelijk is te werken met mijn aandoening werd ik 66% arbeidsongeschikt verklaard. Het zwaarste vind ik de zelfaanvaarding en het liefhebben van de persoon die tegenover je staat in de spiegel. Een vrouw die niet kan gaan werken. Er word je verteld dat je je vierkante meter op deze wereld moet opeisen en met trots moet bewonen. Dat je jezelf ondanks je ziekte moet aanvaarden ondanks je gebreken. Ontzag voor jezelf is nodig voor het genezingsproces omdat de zelfhaat giftiger is dan de aandoening.

Door een zeer gestructureerd leven te leiden, is mijn leven dragelijk. Ik ga elke avond op hetzelfde uur naar bed. Genoeg slapen is voor mij belangrijk. Minimaal 12 uur per nacht en een twee-uur-durend middagdutje. En iedere dag medicatie nemen. Ook ben ik getrouwd en heb een tweeling die naar de onthaalmoeder gaan. Ik verdraag de stress van een job niet dus doe ik deels het huishouden. Ook ga ik nu alleen naar de winkel. Iets wat ik zeven jaar geleden onmogelijk had geacht. Ik heb mijzelf beetje bij beetje leren aanvaarden. Soms ben ik nog steeds boos op mezelf, omdat ik niet ‘kan’ wat andere mensen ‘kunnen’. Ik bedenk vaak dat ik zoveel potentie heb als je die vieze ziekte er niet bij rekent. Ik kan niet meer dan een uur in de auto zitten. Als ik langer zelf rijdt of in de passagiersstoel zit, kan ik het niet aan. Ik kan niet van mijn gewoontes afwijken. Zo kan ik bijvoorbeeld niet op vakantie gaan wegens angst- en stressfactoren ondanks het gebruik van de medicatie. Van de stress haakt mij lichaam af. De vermoeidheid steekt de kop op. Ik begin terug te dissociëren, krijg nekpijn en migraineaanvallen, voel me depressief en moedeloos. Het gaat beter met me, het gaat zelfs goed in vergelijking met 7 jaar geleden. Maar ik ben bang. Bang voor een ontwrichting in mijn leven want de ziekte ligt op de loer, voor altijd…


stefanie1

Ik ben Stefanie De Wolf, ik ben 32 jaar en ik heb een bipolaire stoornis. Wanneer ik mijn verhaal aan mensen vertel die me kennen, kijken ze raar op. “Jij bent altijd zo vrolijk”, zeggen ze dan. Wanneer het slecht met me gaat, kom ik dan ook niet buiten. Toen ik mijn man leerde kennen door de muziek wist ik dat dit een verschil zou maken. Ik vond niet alleen de man van mijn leven, maar ook de persoon waarmee ik mijn muzikaal project kon maken. Door onze groep Quiesco kon ik mijn gevoelens omzetten in liedjesteksten. En zingen en liedjes schrijven is het liefste wat ik doe. Ik hoop dat onze muziek mensen met soortgelijke problemen kan grijpen, emotioneren, doen relativeren en voor het gevoel geven van “Je bent niet alleen!” en “Geef niet op!”. De CD heet niet toevallig “Reaching Dreams”. Ondanks, of misschien dankzij mijn bipolaire stoornis is het me toch gelukt mijn dromen waar te maken.

 

Saskia Arty

Tekst en foto’s: Saskia

‘Mountain High’ (90 bij 70, olieverf)

mountainhigh

In het beeld is een berg te herkennen. Een vrouw staat levendig en vol trots in het midden van het schilderij terwijl een (b)engel haar hoofd vult met bloemen. De grond onder het been verdwijnt langzaam, er staan nog maar enkele bloemen. De vaas staat symbool voor kwetsbaarheid. Het schilderij is doordrenkt met motieven van natuur en golvend bewegingen die overvloed weergeven.

Alles bij elkaar geeft het schilderij de manische fase in een bipolair vrouw weer zoals ik die op een romantische manier graag ervaar. Het gevoel wat ik er van krijg is kracht om met mijn aandoening op een positieve wijze om te gaan.

‘Prinses op de erwt’ (120 bij 100, acryl)

prinsesopdeerwt

De prinses ligt op een stapel matrassen met een erwt ertussen daarom kan ze in het sprookje niet slapen. In dit beeld zijn al de redenen verweven waarom ik in de werkelijkheid niet slapen kan. Het nachtelijke glaasje wijn, de spannende boeken, het krakend bed, de lange of heftige telefoongesprekken, de spiegeling van je ziel met spinsels uit het verleden, de stenen in je bed , het kaartenhuis en natuurlijk al de mannen in je bed. De sardientjes staan symbool voor de nachten met je kinderen in je bed.

Kortom een schilderij waarin slapeloosheid verwerven zit, net als deze verweven is met een bipolaire stoornis. Dit schilderij is vanuit een collage ontstaan, en ik weet nog dat mijn gevoel hierbij was dat alles zo perfect in elkaar overliep en ook de verhoudingen zo goed klopten.

‘Mucho Besame’ (120 bij 100 acryl, olieverf)

muchobesame

‘Besame Mucho’ betekent zoiets als veel kusjes. Een vrolijk schilderij met verliefde stellen, een warm gevoel, het vasthouden van de lente, het sprankelend trouwen en kriebels in je buik. De liefde is voor iedereen en voor de wereld. Aan ieder wordt een liefdevol bestaan toegewensd.

Zelf heb ik het schilderij gemaakt omdat ik het gebrek aan intimiteit van mijn man wilde compenseren. Het beeld van de vele kussende stelletjes geeft mij troost en liefde die ik soms mis in mijn relatie.

‘Irissen’

irissen

Een bloemenschilderij met irissen. De transparantie en kwetsbaarheid van de bladeren is zichtbaar, maar ook de kracht van de kern en meeldraden. Elke bloem is anders en het geheel is vrolijk en speels maar ook in balans door haar eenvoud, rust en schoonheid.

Ik heb het schilderij gemaakt vanaf een foto van de bloemen die ik cadeau gaf. Natuurlijk heb ik hier mijn eigen interpretatie aan gegeven. Het is leuk om met bloemen te werken, omdat je ze kunt vasthouden bij het schilderen. Het geeft je een ` down to earth`- gevoel


 

saskia

Ik ben Saskia, geboren in en getogen in het Brabantse land met hoogste opleiding universiteit Bouwkunde. Door heel Nederland heb ik gewerkt als stedebouwkundige. Hierbij was mijn levensmotto niet ‘less is more’ maar ‘more is beter’. Na twee kinderen kreeg ik in 2008 de diagnose van Bipolaire Stoornis.

tekeningsas

Getekend door Herman

Op dit moment werk ik voornamelijk figuratief als kunstenares. Mijn werk bestaat uit indringende pastels en veelal uitdagende collages. Rijk, feestelijk en met een vleugje humor.

Zie ook: saskiarty.wix.com/saskiarty

Mijn aanloop naar een bipolaire stoornis

Tekst: Farijal Emanuels

Als je mij 28 jaar geleden had gezegd dat dit mijn leven zou worden dan had ik je niet geloofd. Hoe zou dat ook kunnen? Ik was toen nog maar een baby.

Mijn hele leven is, net als ik, een kwestie van ups en downs. Maar dat is ook hoe het leven is. Iedereen heeft wel eens een hele goede dag of een hele slechte dag maar bij mij was het altijd net dat beetje meer. Als jong kind, wonende bij mijn ouders, ging het allemaal wel. Ik was sociaal, zat op school en genoot eigenlijk best wel van het leven. Al was het leven thuis niet altijd perfect. Als kind is dat wel wat je wilt: een perfect leven, op elk mogelijk front. Althans die hoop, wens en wil had ik heel erg sterk.

Op mijn 14e is bij mij het Syndroom van Marfan (bindweefselaandoening) ontdekt. Nu ik erop terugkijk, denk ik dat ik er toen mentaal toch niet zo goed mee om kon gaan als ik dacht. En misschien heeft deze ontdekking de bipolaire stoornis bij mij wakker gemaakt want sindsdien was het op zowel emotioneel als mentaal vlak een rollercoaster van ups en downs.

sunset-958145_640

Gelukkig zat ik toen nog op de middelbare school. Ondanks alles dat er aan de hand was in mijn leven, was het voor mij één van mijn beste en leukste schooljaren. Ik ben mijn docenten nog steeds dankbaar en tot op heden betekenen ze nog steeds veel voor me. Ik denk dat als ik niet werd bezig gehouden door school, mijn interesses en mijn hobby’s, dan zou het me nooit zijn gelukt om met de ups en downs om te gaan.

De jaren gingen verder. Mijn leven ging verder … en hoe moeilijk het soms ook was, ik kon mezelf altijd temperen wanneer ik in de plus zat en ik kon mijzelf altijd weer uit de min halen. Wat mij hielp, was gedichten schrijven en muziek luisteren. Iets dat ik nog steeds doe.

In november 2013 kwam er per toeval tijdens een MRI scan een dissectie naar voren in mijn aorta, wat erin resulteerde dat mijn cardioloog mij zei dat het niet verstandig was om zwanger te raken. En dat was het moment waarop mijn wereld praktisch instortte, wat ervoor zorgde dat de bipolaire stoornis tegen me zei: “Sorry Fari, maar ik ga het je heel moeilijk maken.” En ja hoor, dat deed het.

Ik ben bij verschillende instanties geweest, maar voor velen was ik te complex. Na een tijdje voelde ik me weer normaal, maar na een korte periode merkte ik toch dat ik mij weer onstabiel voelde. Ik ging voor een intake bij een instantie. Daarna naar de behandeladviseur, die toevallig een man was en ik zat in die tijd behoorlijk in de plus. Het balletje is dus snel gaan rollen en het beestje kreeg toen een officiële naam. Ik kreeg de diagnose ‘bipolaire stoornis type 2’ en het medicijn Quetiapine. Dit heeft mij direct geholpen. Door de maanden heen heb ik mijn dosis wel moeten verhogen naar 200 mg en sindsdien is alles aardig stabiel.

Nu ik veel meer duidelijkheid heb, ook door de psycho-educatie cursus die ik overigens iedereen kan aanraden, opende mijn wereld. Het maakte mij veel zekerder in wat ik heb, hoe ik met deze gevoeligheid om moet gaan en hoe ik met mezelf om moet gaan. Inmiddels is er ook een noodplan. Gelukkig heb ik er tot op heden nog geen gebruik van hoeven te maken.

“Ik ben meer dan de aandoeningen die ik heb.”

Je kent jezelf het beste. Dus als je voelt en merkt “Hé, dit lukt me niet meer alleen”, zoek alsjeblieft hulp. Het begint met een gesprek met je huisarts en dan rolt het verder. De eerste stap zetten is eng, maar je zal na een tijdje enorm blij zijn dat je het hebt gedaan. Dat heb ik ook gedaan. Ongeacht wat voor lichamelijke, emotionele en/of mentale problemen je ook hebt, je bent niet alleen en er is wel degelijk hulp te vinden. Als je het gevoel hebt dat je er alleen voor staat, zelfs met de bekende hulpbronnen? Ik ben online te vinden op verscheidene social media.


734c29d5-f134-4b8d-89b1-04cab5e69ea8

Ik ben Farijal Emanuels en geboren in Suriname. Al geloven velen mij niet, het is zo. Eeuwige student. Ben een dochter. Een grote halfzus. Een vriendin.

Via Facebook kun je contact met mij opnemen.
Of via Twitter @CharmingAngelNL en Instagram (charmingangelnl).

Het Paleo-dieet als stemmingsstabilisator

Tekst: Ina van de Nes

Op mijn 15e kreeg ik de eerste signalen dat er iets was met mijn stemmingen. Dat deze anders waren dan bij mijn klasgenoten. Mijn leraar Duits zei: “Ach du guter, dus bist Himmelhoch jauchzend zum tode betrubt”.

Ik was 17 toen ik mijn eerste medicatie kreeg, Amitriptyline. Toen ik 19 jaar was kreeg ik mijn tweede medicatie Haldol en uiteindelijk op mijn 38e de diagnose bipolaire stoornis 1. Ik hoor stemmen. Sinds een paar jaar heb ik ook de diagnose DIS (Dissociatieve Identiteit Stoornis). Vroeger ook wel meervoudige persoonlijkheid genoemd.

In 1992 begon ik met mijn weg door de hulpverlening. Ik woog 58 kg en in 2000 woog ik 135 kg. Toen heb ik besloten er iets aan te doen. Per maand viel ik een kilo af en elk half jaar hield ik een op-gewicht-blijf-maand. Als ik boodschappen deed en vreetneigingen kreeg, een impuls om iets te kopen, zette ik mijn voeten stevig op de grond en vroeg mezelf: “Weet je zeker dat je die Mars nu wil?”. Het uiteindelijk antwoord was bijvoorbeeld “Nee, ik wil even vastgehouden worden”. En dan kon ik weer doorlopen.

Toen ik de 80 kg had bereikt, lukte het niet meer om zelfstandig af te vallen en kreeg ik van mijn psychiater Prodimed. Binnen een half jaar had ik de 65 kg bereikt. Als beloning van de verzekeringsarts kreeg ik een buikwandcorrectie vergoed. Om het jojo-effect te voorkomen, heb ik toen een goede diëtiste opgezocht.

Mijn gewicht was onder controle maar mijn psychische problemen losten niet op. Ik kreeg in toenemende mate klachten en ging aan de antipsychotica. Deze medicatie viel verkeerd en gestaag kwam ik weer aan.

breakfast-1058726_640

Omdat blijkbaar de schrijf van vijf niet werkte, stelde mijn diëtiste in 2011 voor om het Paleo-dieet te proberen. Het werkte en al in 2012 riep ik dat ik mij zoveel beter voelde. Maar datzelfde jaar bracht mij ook heel veel spanningen omdat mijn man in coma gebracht moest worden met de kans dat hij het niet zou halen.

In 2014 begon ik aan therapie voor mijn DIS en dat was ook confronterend, pijnlijk, angstaanjagend, uitputtend en moeilijk. Helemaal moeilijk werd het toen ik in april 2015 terecht kon bij het Top Referent Trauma Centrum in Zeist.

In oktober dat jaar werd ik ook nog geopereerd aan mijn schouder. Tien minuten voor de operatie werd mij medegedeeld dat er geen pijnblok zou worden gebruikt en ik na de operatie geen morfine mocht krijgen vanwege eerdere allergische reacties. Dit gaf mij weer enorm veel stress.

De afgelopen jaren heb ik heel wat pittige zaken voor mijn kiezen gehad. Ik heb hevige emoties meegemaakt van verdrietig tot boosheid. Maar ik realiseerde mij ook dat ik geen depressie heb gehad of (hypo)manie. Wow! Dat was een heerlijke ontdekking, die mij enthousiast maakte om dit met anderen te delen. Mijn medicatie is zelfs teruggebracht naar alleen 800 mg Lithium en zo nodig Temazepam.

Ik kan voelen hoe mijn geest en lichaam reageren als ik eet.

Toen ik begon dacht ik: “Jeetje, wel moeilijk”. Maar nu kost het mij geen enkele moeite meer om brood en gebak de rug toe te keren. Want ik weet en voel nu hoe fout deze voedingsmiddelen voor mij zijn. Vroeger reageerde mijn hersenen als reactie op mijn emoties: “Ik moet iets zoets want ik heb het moeilijk”. Maar nu vraag ik mij op zo’n moeilijk moment af wat kan ik doen om het verdriet te verminderen. Heel langzaam gaan de laatste kilo’s die ik ben aangekomen van de Depakine, het laatste medicijn dat ik heb afgebouwd, er af.


Ina 2014

Ik ben Ina van de Nes en 62 jaar. Op 14 juli heb ik als ervaringsdeskundige, op verzoek van hoogleraar Esther Nederhof, mijn verhaal gedaan tijdens de 18e jaarlijkse conferentie van de International Society for Bipolar Disorders met als thema Voeding.

Lees hier het blog van dr. Esther Nederhof over het congres en de uitkomsten van onderzoek over het effect van een aangepast voedingspatroon binnen de psychiatrie.

Een leven lang?

Tekst: Monique van Tol

Mijn jeugd was onbezorgd. Warm in een heerlijk gezin. Mijn gezondheid was goed en toen ik zo’n 16 jaar was, lag de wereld aan mijn voeten. Ik wilde graag verpleegkundige worden.

Nu is het 2016 en naast wat lichamelijke kwaaltjes weet ik alweer 20 jaar dat ik bipolair ben. Mijn zoektocht naar evenwicht begon in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) bij een heel sympathieke psychiater. Tijdens mijn behandeling overleed hij aan de gevolgen van een ernstige depressie. De tijd stond even stil.

girl-1098612_640

Toen ben ik naar de GGZ in mijn woonplaats gestuurd. Ik zat vast in een depressie die schommelde tussen een lichte en ernstige depressie. Alle soorten antidepressiva geprobeerd, maar niets kreeg mij langere tijd op het mildste niveau. Niet alleen medicijnen maar ook therapieën geprobeerd. Opnames ondergaan. Niets werkte voor langere tijd. Ook nog twee opnames voor elektroshocktherapie gehad. Ook wel: Electroconvulsietherapie (ECT) genoemd. De eerste opname was meer dan 20 weken met twee behandelingen per week. Dat sloeg aan, maar helaas ook niet voor hele lange tijd.

Ons huwelijk was hier niet tegen opgewassen en begin 2014 volgde een scheiding. De laatste opname van 5½ maand was in 2014. Toen 27 ECT’s gehad en daar ging het helemaal fout. De behandeling is gestopt omdat mijn geheugen was aangetast.

Terug naar de GGZ stond de behandelaar, de psychiater en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige weer voor mij klaar. Stuk voor stuk toppers. Maar voor mij was het genoeg geweest. Het gevecht was klaar.

Ik heb contact gezocht met de Levenseindekliniek en kwam daar in een traject wat zou leiden tot euthanasie. Tijdens deze gesprekken kwam overtuigend naar boven dat het voor mij meer dan genoeg was. Dit leven vol strijd mocht beëindigt worden.

Nu was er nog een middel tegen depressie niet geprobeerd: Parnate. Dat dit niet eerder genoemd is, had ermee te maken dat ik Fentanyl stickers (sterke pijnstiller) plakte. Ik heb toen zelf Fentanyl afgebouwd en ben er totaal mee gestopt. Toen om Parnate gevraagd. Waarom? Omdat ik alles wat mogelijk is gedaan wilde hebben. Geen verwijten wilde van “waarom heb je dat niet geprobeerd?”. Het duurde twee weken. Toen voelde ik verandering en zat er positieve beweging in. Zes weken lang schommelde ik niet of nauwelijks en zat mijn stemming tegen hypomaan aan.

En nu? Het effect ebt weg. Ik schommel per dag tussen lichte en ernstige depressies. En ik denk: een leven lang?


monique

Mijn naam is Monique van Tol (1963). Ik ben alleenstaand maar heb twee heerlijke volwassen zonen, een schat van een schoondochter en een lieve vriendin van de jongste zoon. Door gezondheidsperikelen heb ik helaas geen werk. En … ik ben dus bipolair.

Je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben

Tekst: Roos Schlikker
Deze column verscheen op 25 juni 2016 in Het Parool

Het zijn haar ogen waardoor ik blijf kijken. Lieve, droevige ogen. Het waren zíjn ogen waardoor zij gealarmeerd raakte. “Lege ogen. Hij had geen geweten meer.”

Ik staar naar haar, Monique van der Sandt die in RTL Late Night haar verhaal doet. Haar zoon Rémon W. reed in een gestolen auto een vierjarig jongetje van de sokken. Dood.

“Hartstikke ziek,” noemt Monique haar zoon. Hij heeft een bipolaire stoornis met psychoses. Al tijden was ze bang dat hij iemand de dood in zou sleuren. Ze belde GGnet, psychiaters, wijkagenten. “Niemand wilde luisteren.” Ze schreeuwde het uit toen ze hoorde wat hij vorige week aanrichtte.

Je zal maar een kind met zo’n ziekte hebben, denk ik terwijl ik naar haar verhaal luister. Dan schrik ik van mijn volgende gedachte: je zal maar een moeder met zo’n ziekte hebben.

De volgende morgen open ik Facebook en zie ik dat mijn moeder een foto heeft geplaatst met daarop een briefje. Ik glimlach om haar lieve priegelhandschrift, maar terwijl ik lees, krijg ik het warm.

‘Beste mensen. Graag een ode aan de moeder van ­bipolaire zoon die zo’n vreselijk ongeluk veroorzaakte. Gisteren zo moedig aangeschoven bij Humberto op tv. Kijk a.u.b. terug als je het gemist hebt. Mijn hart huilt bij zoveel miscommunicatie. Hoop zo dat het wat teweegbrengt. Wat ik nog vreselijk graag wil zeggen is dat niet alle bipolairen gevaarlijk zijn, de meesten zijn volstrekt ongevaarlijk. Liefs, Emma.’

Het is de laatste zin waardoor ik me schaam. Want ook ik legde de connectie.

Ik bel haar. “Mam, die Rémon, dat ben jij niet.” Nee, dat weet ze. “Ik ken niemand die zo agressieloos is als jij,” ga ik verder. “Ja,” zegt ze. “Mam. Dit ben jij niet.” Ze onderbreekt me. “Kreeg jij ook zo’n déjà vu?” Ik knik, onzichtbaar voor haar. De kastjes, de muren, de ­gebrekkige diagnoses, de GGZ-stroop, we hebben er net zo goed in vastgekleefd gezeten. “Ik ben het niet, maar ik héb het ook. En ik ben zo bang dat mensen straks iedereen eng vinden die het heeft.”

Dat zou niet raar zijn. De schutter van Orlando werd door zijn vrouw bipolair genoemd. De vrouw uit Bennekom die zichzelf in brand stak, had een bipolaire stoornis met psychosen. De moordenaar van Els Borst: kneiter­psychotisch. Overal lezen we over het Grote Gestoorde Gevaar.
“Maar we zijn niet allemaal gewetenloos, dat moeten de mensen weten.” Het is even stil.

“Ik moest erom huilen,” vervolgt ze zachtjes. “Om dat jongetje?” “Ja. En om die moeder. En om die zoon.”

Ik glimlach. Hoeveel geweten kun je hebben? Mijn adem aait de telefoon. “Denk je dat het stom was, dat ik dat briefje publiceerde? Ik vind het best eng. Straks denken mensen dat ik gek ben.”

“Ben je mal!” roep ik. Voor het eerst lacht ze. “Ja, een beetje wel. Maar volstrekt ongevaarlijk.” We hangen op. Op Twitter lees ik de terechte reacties op RTL Late Night. ‘Wat een moedige moeder,’ staat er. En dat is Monique. Net als die van mij.


Roos2

Roos (1975) is columnist (Parool, Kek Mama, Libelle, Intermediair) en schrijfster van scenario’s en boeken.

Meer weten? Ga naar haar website: www.roosschlikker.nl

Het toetje van het leven

Tekst en foto’s: Emma Schlikker-Carstens (helaas overleden)
Dit blog verscheen eerder op Stoere Vrouwen Sporten

Dit jaar werd ik 65. Officieel hoeft dan niet zo veel meer, voor mij gold dat echter niet. Twee jaar hiervoor was mijn elastiek uitgerekt, zoals mijn huisarts dat zo terecht verwoorde. Dat elastiek had het overigens vrij aardig gedaan. Met allerlei trucks kon ik mijn ziekte 60 jaar camoufleren, een eenzame weg en niet de juiste. De diagnose ‘bipolaire stoornis’ was enerzijds een opluchting, omdat ik het niet meer hoefde te verstoppen, maar anderzijds betekende het werk aan de winkel. Achterstallig onderhoud, zoals mijn psychiater het kernachtig zei. Met dit laatste ben ik flink aan de slag, en dat is de moeite waard.

heart-chirunning

Mijn behandelaars bij Vitaalpunt gaan uit van het principe ‘praten EN bewegen’ en eventueel ook nog medicatie, een goede combinatie . Weliswaar bewoog ik – rusteloos mens als ik was – altijd wel, maar of ik daar nu rustiger door werd, is nog maar de vraag. Ik wist vaak helemaal niet waar ik het zoeken moest. En dat is nu heel anders.

De gewoonte om te gaan hardlopen had ik me al eigen gemaakt, al deed ik dat ook wel met de nodige tegenzin. Maar altijd gaf het verlichting van dat overvolle hoofd en dus was het winst. Gaandeweg heb ik me verdiept in mindful lopen. Zo heb ik een clinic over ChiRunning bijgewoond van Marion Meesters. Mijn psychiater wees me op deze sport.
Intussen ben ik het aan het leren – en dat is al zo leuk – om aandachtig te lopen, het vers gemaaide gras te ruiken, vogels te horen kwetteren, en wat zoal niet meer. Van een soort loopautomaat ben ik een bewuste loper aan het worden.

En het ligt me, het is fijn voor elke leeftijd, iedereen kan dit en er is weinig kans op blessures. Intussen loop ik anders, intenser, en zonder dat heilige moeten, waar ik zo gevoelig voor ben. En, het gaat lekker. Mijn dochter zei eens, toen ik dieper dan diep zat: “Dat blije meisje wat ik ken, moet weer terugkomen hoor mam”

Daar werk ik aan, sterker nog: voorzichtig is ze aan het terugkomen. Met bipolariteit valt te leven, het is een sport om dit te laten lukken, en in dit geval is sport letterlijk ook een belangrijk onderdeel. Ik ga er voor. Voor het toetje van het leven.


Emma

Ik ben Emma, opgegroeid in een groot gezin met een rustige introverte vader en een extraverte moeder, die manisch depressief was. Ik was een rustig kind die geen problemen gaf. Op vijfjarige leeftijd mijn broertje verloren, waar ik het moedertje voor was.

Als enige van het gezin erfelijk belast, heb ik alles ingezet om niet zo te eindigen als mijn moeder.
 Grotendeels lukte dat ook … tot het elastiek uitgerekt was. 
Wat jammer is, dat ik het decennia lang verborgen heb gehouden. Een eenzame zware strijd. 
Ik heb uiteindelijk hulp gezocht en daardoor veel inzicht gekregen. 
Medicatie en sport helpen maar ik heb het ook enorm getroffen met mijn dokter. 
En mijn familie is geweldig.
 Desondanks, over zal het niet gaan, het blijft dealen. 
Als het een tijd stabiel is, denk je altijd dat het zo blijft en dat is niet zo, dus acceptatie is heel erg belangrijk . Maar van heel erg belang is ook om er iedere keer weer in te geloven dat het weer beter zal gaan .

Mijn zoektocht naar stabiliteit

Tekst: Sandra Groenewold

Vanaf mijn achttiende had ik regelmatig last van depressies. In mijn studententijd had ik een periode van weken dat ik niet sliep: werkte, lessen volgde, veel sportte, toneel speelde, naar de kroeg ging en ’s nachts studeerde. Ik at nauwelijks en was broodmager. Medestudenten adviseerden mij naar de huisarts te gaan, maar waarom zou ik? Ik voelde mij fantastisch.

Na het spelen van een toneelvoorstelling en het lopen van een marathon stortte mijn leven in. Ik ging nauwelijks nog naar les, verbrak contacten maar bleef extreem sporten. Dat hield mij levend. Van de huisarts kreeg ik antidepressiva met de opdracht na twee weken terug te komen. Twee weken later voelde ik mij weer helemaal top. De dokter leek het verstandig te stoppen met de pillen en vooral te gaan sporten. Een week later zat ik weer in een dip, maar ik durfde niet terug.

treadmill-1201014_640

Ik ontmoette een leuke man, ook student en al snel woonden we samen. Hij merkte mijn enorme stemmingswisselingen op en stuurde mij naar de huisarts. Deze begon eerst tegen mij te schreeuwen dat ik moest zeggen wie mij misbruikt had, maar ik was helemaal niet misbruikt. Toen kreeg ik bètablokkers mee. Twee dagen later viel ik flauw in de trein en moest gelijk stoppen met de bètablokkers. Weer kreeg ik antidepressiva. Dit keer redelijk met succes. Ik heb mijn studie afgemaakt en na een jaar had ik een baan.

Verhuisd naar de andere kant van het land en getrouwd met de man van mijn dromen. We hadden het goed samen. Ik kreeg een andere baan 130 km van huis. Dus veel reizen en lange dagen. Ik wilde ook nog veel sporten, mijn familie ver weg opzoeken en tijd voor elkaar maken. Doordeweeks maakte ik vijf lange dagen en de hele zaterdag lag ik op bed. En dan de verplichtingen op zondag, het brak mij op. Maar in plaats van vermoeid, voelde ik mij plots energieker dan ooit. De huisarts dacht dat ik manisch depressief was en dat het verstandig was even een afspraak te maken met een psychiater. Ik was zo vreselijk boos. Ik gek? Hoe halen ze het in hun hoofd! Mijn man zei ook dat het verstandig was er gewoon even naar te laten kijken. Een paar dagen later ben ik van het een op het andere moment bij hem weggegaan. “Hij was niet goed genoeg voor mij”.

Daarna ben ik ingetrokken bij een collega. Helemaal ingestort maar ik bleef werken. En … ik bleef sporten. Na een jaar was ik weer een beetje de oude en heb ik samen met die oude collega een huis gekocht en zijn we getrouwd. Het ging best een tijdje goed totdat hij ontslagen werd, in een psychose raakte, diverse zelfmoordpogingen ondernam en uiteindelijk bijna een jaar op een gesloten afdeling belandde. Toen hij weer thuis kwam, begon de ellende. Hij deed niets meer. Leefde ’s nachts en kon mijn stemmingswisselingen niet verdragen. Twee jaar later voelde ik me alleen maar tot last. Ook hij begon aan te dringen eens naar een psycholoog te gaan. Ik? Hier hadden we regelmatig ruzie om. En uiteindelijk hebben we besloten te gaan scheiden.

stones-825374_640

Na de scheiding kreeg ik een eigen huis en het leek even goed te gaan. Maar in september dat jaar ging het helemaal fout. Wat ik vroeger ook wel deed, mezelf snijden of overgieten met zoutzuur, nam nu extreme vormen aan. Op mijn werk werd ik doorgestuurd naar de bedrijfsarts en die stuurde mij door naar een psycholoog. Dit was verplicht. Ik heb mijn verhaal gedaan maar ik had er niets aan. Zij heeft uiteindelijk een afspraak gemaakt met een psychiater omdat ze vermoedde dat ik een bipolaire stoornis had. Ik was doodzenuwachtig voor deze afspraak. De psychiater stelde mij maar één vraag. Of ik wel eens extreme dingen deed zoals veel geld uitgeven ofzo. Twee minuten later stond ik weer buiten. Uiteindelijk kon de psycholoog ook niets meer voor mij doen. En de bedrijfsarts vond dat ik maar niet meer zo moest zeuren.

Uiteindelijk ben ik door mijn huidige huisarts doorgestuurd naar een psychotherapeut. Met hem heb ik eerst de ‘trauma’s’ uit het verleden verwerkt. Toen ik uit het niets weer in een depressie dreigde te zakken en tot tweemaal toe bij de crisisdienst terecht was gekomen, ben ik weer naar een psychiater gestuurd. Weer kreeg ik antidepressiva. Toen ik binnen een week mij weer helemaal fantastisch voelde en wanen had, heeft hij mij gelijk aan de Lithium gezet.

Het heeft even geduurd maar met Lithium ben ik nu redelijk stabiel. Wel heb ik nog stemmingswisselingen. Misschien wat meer als een ander maar minder als vroeger. Mijn huidige psychiater kent mijn hele verhaal niet. Volgens mij is zij niet zo’n Lithiumfan. Maar ik vecht ervoor dit zo te houden.


sandragroenewold

Mijn naam is Sandra Groenewold (1972) en ik woon in Wijk bij Duurstede. Ik ben single, heb geen kinderen, twee katten en ik werk als security specialist ICT. Mijn passies zijn racefietsen en verre reizen maken, ook op de fiets. Ja, bipolair maar het lijkt bij sommige wel een strijd te zijn hoe erg het allemaal is en met welke medicijnen je kan smijten…dus daar begin ik niet aan 🙂