Onbekend's avatar

Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter, auteur, voorzitter etcetera

Bipolair met flair

Tekst: Jamila van Zoest

Elke dag de onzekerheid, hoe zal het morgen zijn
Welke gemoedstoestand, een diep dal of juist fijn

De onzekerheid, zorgen, wanneer sla ik om
De grote frustratie, niemand begrijpt waarom

“hoe is het met je?” zo’n moeilijke vraag
Morgen is het antwoord anders dan vandaag

Pillen slikken, therapie en vooral accepteren
Het lukt mij wel, de buitenwereld moet dat nog leren


Ik wil tussen de mensen zijn, gezellig, niemand die dat ziet
Ik wil rust, niemand om me heen, zien jullie het niet?

Twee gezichten, snapt iemand hoe ik ben
Ik ken mezelf niet eens, of ik er ooit aan wen?

Steeds die switch, het valt niet mee
Hoe ben ik morgen? Wie van de twee?

Ken je dat stille meisje, zorgzaam en bedacht
Of ken je ’t feestbeest, die veel praat en lacht

Ik ben ze allebei, soms zelfs op één dag
Zonder waarschuwing, is daar ineens de omslag

Dus als je me niet begrijpt, dan weet je waarom
Ik doe m’n best, maar soms sla ik even om


Hoi, ik heet manie en ik voel me zo goed
Hoi, ik heet depressie en ik weet niet wat ik met m’n tranen moet

Wij zijn saampjes en leven bij één persoon
Wij vechten regelmatig, dat vinden we heel gewoon

Meestal wint depressie, die houdt het langer vol
Soms wint manie, in korte tijd veel lol

We zijn heel wispelturig, dat hangt van factoren af
Even lekker stappen, misschien een manie als straf

Fotoalbums kijken, gezellig terug in de tijd
Depressie die daarop goed gedijt

Doei, ik heet depressie, ik ga naar m’n bed
Doei, ik heet manie, ik maak vannacht nog even pret


Weet je wat ze zeggen, ze zeggen “jij bent ziek”
Want men vindt het niet normaal, de switch tussen dal en piek

De pieken zijn zo heerlijk, daar geniet ik van
De dalen zijn zo erg, erger dan ik hebben kan

Therapie en een paar pillen
Ik zou het ook graag anders willen

Helaas is het nou eenmaal een feit
Ook nog eens verergerd in de loop der tijd

Hoe ziek ben ik nou echt
Als mens ben ik niet slecht

Respect voor anderen, zorgzaam en trouw
Aan de buitenkant een normale vrouw

Je hebt mensen die zijn crimineel
Die laten een onbezorgd kinderleven niet heel

Onzichtbaar in de maatschappij, achter gesloten deuren
Zwijgend over wat ze daar laten gebeuren

Ik ben open en vertel wat je wil weten
Hup, stempel op m’n hoofd, “jij bent anders, niet vergeten!”

Mijn ziekte heeft een naam, ik ben bipolair
Open en eerlijk, ik ben BIPOLAIR MET FLAIR


Bedankt voor je eerlijkheid, het wordt me vaak gezegd
Het is ook niet moeilijk, als je tegen de tranen vecht

Te echt om te maskeren, te intens en onverwacht
Pieken en dalen, ze hebben me in hun macht

Moet ik me ervoor schamen, wil je een stuk toneel?
Nee dus, ik ben liever open, al vertel ik dan teveel

Ik heb pieken, ik heb dalen, ze switchen nogal vaak
Bij mij heten ze manie en depressie, medicijnen zijn noodzaak

Bedankt voor je eerlijkheid, het wordt me vaak gezegd
Liever was ik normaal,hoewel.. wie is dat echt…


Het maalt in m´n hoofd, het stopt niet meer
Boosheid, zorgen, verdriet, telkens weer

Wat als ik nu tegen een boom rij
Zijn alle zorgen dan voorbij?

Nee niet doen! Wat egoïstisch van mij
Daarmee lossen de problemen niet op

Hoewel ik dan zeker het malen stop
Wat als ik nu even blijf staan

Laat m’n tranen maar even gaan
Ja dit is beter, bij het gevaar vandaan

Ik denk aan m’n gezin; m’n alles en meer
Geluk, blijdschap, liefde, telkens weer

Als ik nu naar ze toe rij
Zijn alle zorgen even voorbij

Die blije gezichtjes zijn alles voor mij


 

Jamila Ik ben Jamila van Zoest en ik heb een bipolaire stoornis. In een druk leven met lieve man en drie lieve kindjes is het een hele uitdaging om tussen alle pieken, dalen en therapieën de ballen hoog te houden.
 Met behulp van psycholoog, psychiater, Citalopram, Lithium en luisterende oren van vrienden en familie kan ik me redelijk redden. Het is knokken of mokken!

Wil je meer van en over mij lezen, klik dan hier voor mijn weblog.

Spiritualiteit, van wezenlijk belang bij de bipolaire stoornis

 

José Hoekstra

In manie en psychose kun je nogal eens te maken krijgen met bijzondere spirituele ervaringen, die je niet zomaar meer vergeet. In de psychiatrie werd het jarenlang afgeraden om je al te veel bezig te houden met spiritualiteit, en misschien niet onterecht. Er is absoluut meer tussen hemel en aarde maar je kunt er jezelf ook helemaal in verliezen en het contact met de dagelijkse realiteit verliezen. Of je kunt er een ‘bypass’ van maken, zoals het ook wel genoemd wordt: jezelf alleen nog maar bezighouden met spiritualiteit of religie terwijl je ondertussen belangrijke psychische ontwikkelingsthema’s laat liggen. En niet onbelangrijk: veelal sluimeren er trauma’s onder de ervaringen die we meemaken in manie of psychose. Toch is er veel voor te zeggen om wel aandacht te geven aan onze spirituele ervaringen, al dan niet in psychose of manie.

Diepe dalen, hemelse hoogten
Bij een depressie denk je eerder aan een afwezigheid van spiritualiteit. Het zijn meestal donkere, neerdrukkende episoden waarbij je het gevoel hebt helemaal niet meer te kunnen of willen leven en waarbij er van een gevoel van verbinding (“religare” in het Latijn), spiritualiteit of geloof dan helemaal geen sprake meer is. Veelal verlies je het gevoel van verbinding met de omgeving en met anderen maar je kunt ook echt het gevoel krijgen de verbinding met God of het goddelijke kwijt te zijn geraakt. In de Christelijke mystiek staat deze ervaring bekend als ‘de Donkere Nacht van de Ziel’ van Johannes van het Kruis – een belangrijk mysticus uit Spanje. Hij zag deze ervaring als een getest worden door God op zijn geloof.

Manieën en psychosen daarentegen kieperen ons linea recta in andere werkelijkheden, een uiteenvallen van het ego, soms angstaanjagend en gevuld met paranoia als het meer psychotisch is. Of vol van prachtige ervaringen van eenheid met alles als de ervaring meer is dan een manie alleen. Ervaringen van licht en energie, soms met herinneringen van vorige levens of intense ervaringen die je het gevoel geven een missie op aarde te hebben, komen in een manie regelmatig voor. Dat kunnen levensveranderende ervaringen zijn – in positieve zin als je ze serieus neemt en aan de slag gaat om ze te integreren in jezelf. Dan wordt een crisis een kans voor ontwikkeling.

saint-198958_640

De overlap van psychotische ervaringen met mystieke ervaringen zorgen al jarenlang voor een verhit – maar verlicht – debat. De Amerikaanse psychiater Stanislav Grof is de oprichter van wat men de transpersoonlijke psychologie noemt. In 1989 schreef hij een boek naar aanleiding van de crisis van zijn vrouw, waarin hij het begrip Spiritual Emergency (spirituele nood of crisis) introduceerde met de vele facetten en vormen die zo’n crisis kan aannemen. Daarmee ontstond een beweging die de spirituele aspecten van persoonlijke crises serieus wil nemen en deze ziet als mogelijkheid tot transformatie. Jarenlang deden allerlei mensen pogingen om onderscheid te maken tussen wat nou een psychose is aan de ene kant, en een mystieke ervaring aan de andere kant. Inmiddels is het wel duidelijk dat die grens niet altijd zo sterk te trekken valt.

Spirituele zoektochten
Eén van degenen die hier vele Engelstalige video’s over maakte is Sean Blackwell, die op zijn You Tube kanaal BipolarOrWakingUp verslag doet van zijn eigen zoektocht op dit gebied. Ook hij heeft zich uitgebreid in de transpersoonlijke psychologie verdiept. Spiritualiteit is als gevolg van dit debat inmiddels geen vies woord meer in de psychiatrie. Het is allang gebleken dat bijvoorbeeld mensen die deelnemen aan een spirituele of geloofsgemeenschap over het algemeen veel minder psychische klachten hebben dan zij die zo’n gemeenschap niet om zich heen hebben. In Nederland is geestelijk verzorgster Eva Ouwehand bezig met een promotie onderzoek naar het belang van spiritualiteit en religieuze ervaringen bij het herstel van mensen met een bipolaire stoornis.

In de oosterse filosofie en religies neemt het begrip van energie een veel belangrijker plaats in dan in het westen. In onze culturen werd hier jarenlang niet over gesproken maar gelukkig begint ook dat te veranderen. Energetische fluctuaties en spirituele ervaringen hebben namelijk wel iets met elkaar te maken. De meesten van ons hebben wel eens van het oosterse chakrasysteem gehoord, de energieknooppunten in ons lichaam. Wanneer we weinig emotionele blokkades meer hebben, kan de energie vrijelijk door ons lichaam stromen. Daarnaast hebben we bij ons stuitje een soort reserve energie, extra levensenergie, die kan ontwaken en langs onze ruggengraat naar boven kan stromen. Wanneer deze energie onze kruin bereikt, maken we contact met de spirituele dimensie. In India wordt dit de kundalini energie genoemd. In het westen werd dit ook wel de indaling van de Heilige Geest genoemd omdat op dit punt, wanneer de energie onze kruin bereikt, het goddelijke in ons afdaalt. Dat is dan ook precies wat belangrijk is: dat het spirituele een plek kan krijgen in ons, in ons leven. Dat het zich kan verbinden met ons en ons dagelijks leven. Soms kan deze energie ontwaken terwijl allerlei trauma’s nog niet verwerkt zijn, vaak met psychose als gevolg.

Een latente bipolaire stoornis kan door zo’n kundalini ervaring tot uiting komen. Iets wat ik zelf heb meegemaakt – maar net zo goed kan manisch depressiviteit zich eerst ontwikkelen en kun je bijvoorbeeld later in een manie of psychose alsnog ook een energetisch en spiritueel ontwaken ervaren. Wat dat betreft zijn er vele variaties mogelijk.

Een gezonde manier van zijn
In de loop van de jaren dat ik zelf worstelde met de bipolaire stoornis heb ik steeds meer gemerkt hoe belangrijk het is dat alle ervaringen een plek krijgen, dat ze er mogen zijn. Dat je er achteraf, na een psychose bijvoorbeeld, op terug kan kijken en ze kan integreren. Sommige ervaringen blijken dan echt wanen te zijn. Andere ervaringen zijn oprecht spirituele ervaringen. Beiden kunnen je iets vertellen over je eigen ontwikkeling en de manier waarop je in het leven staat. Een gezonde manier van leven, aardend, met gezonde voeding, contact met de natuur en gezonde lichaamsbeweging is eigenlijk wel de voorwaarde om die spiritualiteit ook echt in je leven te integreren. De energie die naar boven reikt, naar het spirituele, moet namelijk ook weer naar beneden kunnen stromen. Door ons lichaam en naar de aarde. Pas dan kan het er ook echt zijn. Het toelaten van onze spirituele en/of religieuze belevingen is volgens mij echt van wezensbelang. Een soort van existentiële noodzaak bij de bipolaire stoornis. Ook al ervaren we misschien heel veel energie en spirituele beleving in een manie en veel te weinig energie en een gebrek aan verbinding en spiritualiteit in een depressie, het is onze persoonlijke beleving en die mag er zijn, die maakt ons tot mens.

Wil je meer weten over het onderzoek naar het belang van spiritualiteit en religieuze ervaringen bij het herstel van mensen met een bipolaire stoornis of geïnterviewd worden door Eva Ouwehand neem dan contact op via: e.ouwehand@altrecht.nl


Jose foto

José Hoekstra is 53 jaar oud en moeder van 2 kinderen. Op 29 jarige leeftijd maakte ze op een meditatieretraite in India een plotseling kundalini ontwaken mee, waarna ze een psychose kreeg en vervolgens een bipolaire stoornis ontwikkelde. Ze werkte als redactrice jarenlang voor de Plusminus, het tijdschrift van de VMDB en schrijft nu af en toe voor www.ggztotaal.nl. Daarnaast helpt ze als ervaringsdeskundige mensen per mail of aan de telefoon met ervaringen van spirituele crisis en psychose.

Kolder in de kop

Tekst: Martine van ’t Hek

Iedereen ervaart een bipolaire stoornis anders en heeft zo gezegd andere frequenties in zijn episodes. Niet iedere manie heeft dezelfde kenmerken. Waar de een heel veel gaat schrijven of de bloemetjes buiten de deur gaat zetten, zet ik onder andere mijn huishouden bijna letterlijk en figuurlijk op zijn kop.

Het is niet verwonderlijk dat mensen in mijn omgeving, evenals ikzelf, niet door hadden wat er met mij aan de hand was. De meest voor de hand liggende opmerkingen, die ook zeker meerdere malen zijn gemaakt: “ Ze is schoonschip aan het maken” of “Ze is met de voorjaarsschoonmaak bezig”. Het maakte daarbij niet uit in welk jaargetijde ik dit deed. Al vroor het dat het kraakte of al vielen de mussen van het dak, het maakte mij niet uit. De temperatuur voel ik op zo’n moment niet. Als de kolder eenmaal in mijn hoofd zit, krijg ik hem er niet uit. Wat ik wil, moet en zal koste wat kost gebeuren. Die metamorfose van mijn woonkamer komt er en menig meubelstuk wat niet meewerkt, krijgt het te voorduren of wordt desnoods gesloopt.

De kracht waarmee deze ‘verbouwing’ gepaard gaat, is bijna onbeschrijfelijk. Meubelstukken waar je normaliter meerdere personen bij nodig hebt om ze leeg te verplaatsen, verplaats ik helemaal alleen mét inhoud naar de nieuwe plek van bestemming . Het voelt soms alsof ik transformeer in de Hulk en in het bezit ben van super krachten. Zelfs mijn ruimtelijk inzicht lijkt scherper te zijn dan wanneer ik stabiel ben. Ik weet exact op bijna de cm nauwkeurig af of iets gaat passen of niet. In mijn hoofd heb ik een duidelijk beeld van wat, waar moet komen en hoe. Het plan wat ik in mijn hoofd heb, moet worden uitgevoerd. Het is voor mijn gezin en mijn omgeving dan beter om of uit de buurt te blijven of juist mee te werken. Maar loop je mij voor mijn voeten dan kun je er op rekenen dat ik je overspoel met woorden of dat ik je letterlijk aan de kant zet.

Als mijn gezinsleden besluiten om mee te helpen dan is het wel zaak dat zij snel van begrip zijn en niet herhaaldelijk aan mij vragen wat nu de bedoeling is. Zo’n uitleg komt namelijk met een razend tempo mijn mond uitgevlogen. Geduld om het nog een keer uit te leggen heb ik dan niet. Alles moet nu gebeuren. Niet over één uur of over één dag. Nee, NU!

Als ik bijvoorbeeld bedenk dat ik mijn vitrages voor de ramen wil vervangen door plakfolie, dan rijd ik per direct naar de plaatselijke bouwmarkt om materiaal te halen. Zelfs mijn fysieke beperking houdt mij niet tegen. Al moet ik lopend of met de fiets. Als ik zoiets in mijn hoofd heb dan gebeurt het ook. Zelfs als in verband met tropische temperaturen het advies geldt om geen zware fysieke inspanningen te doen, ga ik gewoon door met het plan dat ik in mijn hoofd heb. Ik voel het toch niet. Bij thuiskomst worden dan de vitrages direct afgehaald en lap ik de ramen om vervolgens deze weer nat te maken om het folie op te kunnen plakken. Hoe ik het doe, doe ik het en het lukt mij ook. Al moet ik doorgaan tot midden in de nacht. Ik klaar dit klusje zonder dat ik deze bijvoorbeeld na de manie overnieuw moet doen omdat het folie weer naar beneden komt. Een ander zou van vermoeidheid zijn ingestort maar ik ga door.

Bent u nu ook moe van het lezen van bovenstaande? Ik wel. Als ik naar mijn manies terugkijk dan denk ik wel eens: “Hoe heb ik het voor elkaar gekregen om dat te kunnen doen terwijl ik nog geen fractie van zo’n activiteit kan uitvoeren als ik stabiel ben”. En dan moet u nagaan, dit zijn maar kleine stukjes van wat ik tijdens een manische periode allemaal doe.

Zoals ik bij het intro al zeg, heeft iedereen zo zijn eigen kenmerken die bij een manie passen. Hetgeen wat ik hier beschreven heb, is één van mijn voorbeelden die kunnen optreden tijdens een manie. Een ander voorbeeld is koopjes najagen. En dan heb ik het niet over gezellig shoppen maar over een bulkvoorraad aanleggen van onder andere shampoos of vaatwasblokjes. Wat er weer voor zorgt dat mijn kasten uitpuilen. Allemaal omdat ik de koopjes niet kon laten liggen. Wat moet ik doen met een voorraad van een jaar aan vaatwasblokjes? Gelukkig hebben we een vaatwasser die er graag gebruik van maakt. En die shampoo die komt ook wel op. Zeker met een stel pubers die graag staan te schuimen onder de douche.


2014-04-09 10.40.24

Mijn naam is Martine van ’t Hek , bijna 41 jaar en volop bezig met mijn ontdekkingstocht naar de do’s en don’ts bij het hebben van een bipolaire stoornis. Daarnaast ben ik moeder van een twee prachtige kinderen met ieder een eigen uitdaging en gelukkig getrouwd met een schat van een man die ook zijn eigen uitdaging heeft. Wat die uitdagingen zijn en waar wij als gezin mee van doen hebben, kunt je lezen als je een kijkje neemt op: www.martinevanthekblogt.wordpress.com

De weg die herstel heet

Tekst: Romana Slagboom

Aan het begin van mijn weg naar herstel was ik compleet door mijn ziekte overrompeld. Ik wist niet wat er met mij gebeurde. Ik was bekend met angst maar niet met alle bijverschijnselen die mij nu plotseling overvielen. Ik zag dingen die er niet waren, hoorde gesprekken waar ik toch echt alleen was en mijn lichaam leek niet meer te functioneren. Ik voelde zoveel tegelijkertijd dat ik de individuele emoties niet meer kon onderscheiden. Ik was in de war, begreep niet wat er met mij aan de hand was en ik was wanhopig want wat nu? Hoe moest ik verder als ik zelfs mijzelf en mijn eigen lichaam niet meer kon vertrouwen? Hierop ging ik in de wachtstand en was ik tot niet veel meer in staat dan ademhalen. Ik heb aan de bel getrokken bij de GGZ en werd niet gehoord. Ook omdat ik niet in staat was om mijn klachten goed en duidelijk te verwoorden.

In de tweede fase van mijn herstel, zoals ik die nu herken, kon ik weer wat helderder denken. Er was nog een enorme angst voor een terugval maar ook het besef dat ik hulp moest zoeken. Toen ik eenmaal wist wat er met me aan de hand was, dat ik een bipolaire stoornis had, ben ik gaan vechten om beter te worden. Ik ging genezen dat wist ik zeker. Mijn ziekte verklaarde dan misschien mijn verleden maar zou zeker geen plaats hebben in mijn toekomst. Ik kon niet accepteren dat ik misschien altijd klachten zou blijven houden. Ik schaamde me, voelde me een zwakkeling en vertelde niemand over mijn problematiek. Want , zo redeneerde ik: “ik word toch weer beter?” Wie weet zouden mensen in mijn omgeving mij altijd blijven zien als het meisje dat psychische problemen heeft gehad. Dat wilde ik niet. Ik projecteerde mijn zelfstigma en angst op mijn omgeving en gaf zo niemand de kans mij te steunen.

Zo ging het even beter, met af en toe een terugval. “Maar dat is ok”, zei mijn behandelaar. Tot ik wederom gevloerd werd door mijn klachten. Dat was het moment dat ik besefte: “ik word niet beter.” Ik kan blijven vechten maar ik denk dat ik beter af ben als ik leer om met mijn ziekte te leven. Misschien kon ik dan ook echt gaan leven want het gevecht kostte mij bakken met energie. Het leverde mij niets op behalve een gevecht tegen een onzichtbare vijand. Een gevecht die ik ooit hoopte te gaan winnen. Langzaam maar zeker ben ik gaan ontdekken wat mijn leven leuk en waardevol maakte. Daarnaast ben ik een plan gaan schrijven voor een eventuele terugval. Wat kan ik doen? Wat kunnen mijn naasten doen? Wat werkt en wat niet? Ik ben gaan lezen over mijn ziekte die ik langzaam maar zeker ‘mijn kwetsbaarheid’ ging noemen. Ik las over medicatie en behandelingen en realiseerde me dat mijn ziekte ook echt MIJN ziekte was.

“Een andere patiënt kan dezelfde ziekte heel anders beleven.”

Dat was belangrijk voor me, omdat het betekende dat mijn herstelproces ook het MIJNE was. Ik mocht de regie nemen, experimenteren en mijn eigen weg gaan bewandelen. Doodeng maar ook heel bevrijdend. Ik hoefde niet langer te vechten tegen de ziekte. De ziekte werd een deel van mij. Mijn kwetsbaarheid. Ik werd dan wel niet beter, maar dat betekende niet dat mijn leven niet beter zou gaan worden.

Sinds lange tijd heb ik gezegd dat ik iets met mijn ervaringen wilde gaan doen. Maar wat dat ‘iets’ zou zijn werd pas duidelijk toen ik startte met de cursus ‘Samen Deskundig’. Dat ‘iets’ van mij bleek een functie: die van ervaringswerker. Ik had een doel!

In mijn contact met lotgenoten en gelijkgestemden voel ik me geaccepteerd om wie ik ben. Een ervaring die me het zelfvertrouwen heeft gegeven om niet meer te zwijgen over mijn kwetsbaarheid. Met schaamte doe je jezelf enorm tekort. Het maakt je ziek naast je ziekte. Eenmaal uit de kast viel er een last van mijn schouders. Eindelijk mocht ik mezelf zijn. Ik hoefde niet meer bang te zijn dat mijn geheim zou uitkomen.

Eerlijk gezegd heb ik vrijwel geen negatieve reacties gehad maar mochten ze komen dan doen ze niets af aan mijn identiteit. Stigma en onbegrip zeggen niets meer over mij maar wel heel veel over de persoon die het uit.

Ik heb nog steeds dagelijks te maken met de gevolgen van mijn kwetsbaarheid maar ziek voel ik me al lang niet meer. Ik let op wat ik eet, doe aan sport en zorg voor voldoende ontspanning. Ik blijf mezelf ook prikkelen om me verder te ontplooien en mijn grenzen op te zoeken. Dat hoort ook bij ervaringsdeskundigheid, weten hoe het is om over je angst heen te stappen. Gelukkig ben ik niet bang meer voor een terugval. Het kan gebeuren, morgen of over vijf jaar, maar die kennis houd me ook weer scherp. Het herinnert me eraan dat ik van alle goede momenten moet genieten en dat doe ik volop. Met de kennis en ervaring die ik nu heb weet ik dat een terugval niet het einde betekent van mijn herstel. Herstel blijft een proces dat voor mij en vele anderen niet lineair verloopt maar wel een proces dat ik aankan.

 


 

FB_IMG_1452521763929

Ik ben Romana Slagboom, 32 jaar, getrouwd, mama van een tweejarige dochter en ervaringswerker met een bipolaire stoornis. Ook ben ik initiatiefneemster van stichting Te Gek, een stichting die zich inzet voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.

Herstel, bestaat dat?

Tekst: Luc Vercauteren

Zelf ben ik hersteld. “Herstellen, wat is dat?”, heb ik vaak gedacht. Voor mij kwam dat antwoord pas toen ik hersteld was. Herstellen van een psychische aandoening laat zich niet in één zin omschrijven. Het is voor ieder een uniek en persoonlijk proces en reikt over de grenzen van een psychische aandoening heen naar een volwaardig leven. Herstellen van klachten van een psychische aandoening -van een psychose, van een angststoornis, van een eetstoornis, van een depressie- is vaak niet voorstelbaar als je last van psychische klachten hebt. De hoop ontbreekt dan vaak. Hoop is dan ook een belangrijk onderdeel van herstellen. Het is het begin van herstellen. Zonder hoop kan herstel niet worden ingezet. Herstel is niet gelijk aan het genezen van een stoornis. Het is het vinden van een weg om te leren omgaan met je kwetsbaarheden. Je bent hersteld op het moment dat je niet meer wilt veranderen, dat je omarmt wie je bent met al je kwetsbaarheden. Dat het goed is zoals het is. Herstel gaat niet vanzelf ook al denk ik dat het vooral een onbewust proces is. Herstel is het weer aanwezig zijn van een verbinding met jezelf. Verbinding met anderen. Het weer kunnen beleven. Het weer kunnen voelen en het weer kunnen voelen van liefde.

Samenvattend is herstel een proces waarin ruimte is voor hoop en wat leidt tot het ontdekken van een nieuwe zinvolle betekenis in het leven ondanks de beperkingen van een psychische aandoening.


Luc

Mijn naam is Luc Vercauteren. Door Petra ben ik uitgenodigd om een gastblog te schrijven voor haar website. Nu schrijf ik al zo af en toe voor de website psychosenet.nl. Ik schrijf daar over mijn bipolaire aandoening en hoe ik deze ziekte ervaar.

Je kunt meer over mij en m’n bipolaire aandoening lezen in de volgende blogs:
Omgaan met iemand met een depressie
Bipolaire stoornis en acceptatie

Over mijn nabije toekomstplannen verwijs ik je graag door naar mijn website: www.maastricht-teheran.nl

Innerlijk weten

Tekst: Truus Zeegers

SAM_1303

Tijdens donkere diepe dalen
willen weten zo graag weten
wat is de reden van dit bestaan
om steeds opnieuw toch weer
op weg te gaan

Weten
eens wordt het weer licht
een blik vol hoop
op de toekomst gericht

Voel de levensdrang in mijn hart
dat is wat hoop me heeft gebracht
geloof al is het schijnsel zwak
een lichtstraal die door het donker brak
een sprankje hoop veert in me op

Voorzichtig durf ik te geloven
op mijn tast loop ik met kleine stappen door
het leven stroomt weer door mijn aderen
het levensgevoel daar ga ik voor.

Het tintelt door mijn hele lijf
durf weer te geloven
dat is de reden van mijn bestaan

Ik heb genoeg te geven

Dichtbij mezelf
op mijn eigen manier
verder gaan
kleur geven aan
mijn eigen bestaan.


SAM_2871 (3)

Als mens leef ik, Truus Zeegers (59), inmiddels 40 jaar met een uitgebreide voedselallergie en bijna 28 jaar met de bipolaire stoornis. Door de jarenlange gevolgen van de voedselallergie kwam ik begin 1987 terecht in de eerste en laatste manisch depressieve psychose van mijn leven.

Gelukkig leef ik in een tijd dat er goede stemmingsstabilisatoren zijn om de bipolaire stoornis te behandelen. Een uitgebreid allergologisch onderzoek wees uit welke voeding goed voor me was. De maandelijkse migraine aanvallen bleven hierdoor uit en werden beperkt tot twee keer per jaar.

In 1987 stroomde ik, na de ziekteperiode, weer in als fulltime groepsleerkracht binnen het speciaal onderwijs. De beperkte hoeveelheid energie bleef me parten spelen na het werk. Na 30 jaar werkzaam te zijn geweest in het onderwijs werd ik uiteindelijk volledig afgekeurd. Daar had ik grote moeite mee. Ik besloot de ochtenden bewust actief in te vullen met sport, dans, zingen. De middagen geven ruimte om te schilderen á la Hundertwasser, schrijven van gedichten, vrijwilliger aan de telefonische hulplijn van de VMDB (Vereniging van Manisch Depressieven en Betrokkenen), inmiddels Plusminus genoemd, voor lotgenoten en betrokkenen: 0900 5 123 456.

Het schrijven van gedichten geeft mij de ruimte om vanuit mijn gevoel, ook tijdens slapeloze nachten of een depressie, vanuit het donker of onrust, ongemerkt toe te schrijven naar hoop en vertrouwen. Het licht. Via deze link kom je terecht op mijn gedichtensite: https://www.facebook.com/EigenWijsGedichten

Schilderen á la Hundertwasser geeft me ook de vrijheid, puur vanuit mijn gevoel te tekenen en schilderen. Omdat leven met de bipolaire stoornis en voedselallergie vraagt om de nodige begrenzing, vind ik het heerlijk zo vrij te mogen werken.  

Gevaarlijk stigma

Tekst: Romana Slagboom

Niet lang geleden kocht ik een seizoen van Criminal Minds op dvd om heerlijk samen met mijn man te kijken. Met zijn tweeën lui op de bank. Kom maar op met die welverdiende ontspanning! Dat liep anders. Criminal Minds is een politieserie over een team FBI Profilers die de meest gruwelijke moorden probeert op te lossen. Door hun kennis van de menselijke geest maken zij een profiel van de mogelijke moordenaar. Halverwege het eerste seizoen viel het me op dat wel heel veel van die vreselijke moorden werden gepleegd door een (serie)moordenaar met een psychische kwetsbaarheid. Toen een heel gezin werd vermoord door iemand met een bipolaire stoornis was bij mij de maat wel vol. Ik wond mij enorm op over het stigmatiserende beeld dat deze serie schetste van mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ik voelde mij zelfs persoonlijk aangesproken. Mijn man deed er nog een schepje bovenop door mij gekscherend te vragen of ik wel echt mijn medicatie had genomen die dag.

“Nee, ik ben geen seriemoordenaar. En nee, ik ben ook niet gevaarlijk, maar ik heb wel een psychische kwetsbaarheid.”

Mijn man vroeg me waar ik me nu zo druk om maakte, het was toch maar een televisieserie? En inderdaad, waar maakte ik me nu zo druk om? Tot ik mij realiseerde dat ik altijd al angstig ben geweest dat anderen mij om mijn kwetsbaarheid zouden uitsluiten. Of erger nog, bang voor mij zouden zijn.

Toen ik op de basisschool zat, had de moeder van een klasgenootje Gilles de la Tourette. Ze knipperde veel met haar ogen en maakte ongecontroleerde geluidjes. Veel kinderen mochten niet bij mijn klasgenootje thuis gaan spelen van hun ouders, omdat dat wellicht niet veilig zou zijn met ‘zo’n moeder’. Het klasgenootje werd ook nog eens vreselijk gepest. Ik moet toegeven dat ook ik bang was voor de moeder van mijn klasgenootje, maar er was toen ook niemand die mij uitlegde wat er aan de hand was en waarom deze moeder er anders uitzag en zich anders gedroeg. Inmiddels heb ik een dochter van twee en ik zou het verschrikkelijk vinden als ouders van klasgenootjes haar op mijn kwetsbaarheid zouden uitsluiten, zoals ik dat in mijn jeugd heb gezien.

apartments-924786_640

Afgelopen week kreeg ik het antwoord op de vraag waar ik nu zo druk om maakte. De NOS meldde in een persbericht over een gruwelijke moord en dat de dader een psychiatrisch patiënt was die in een oefenhuis woonde. Gezien het feit dat het misdrijf reeds was opgelost, vond ik deze melding onnodig maar begrijpelijk. Tot de laatste zin van het bericht: ‘niet alleen in deze Groningse plaats wonen psychiatrisch patiënten midden tussen de mensen.’ Dat is heel juist van onze NOS. Er wonen door heel Nederland, misschien wel in iedere straat, psychiatrisch patiënten midden tussen de mensen. Ik woon ook midden tussen de mensen, in een flat. Maakt mij dat potentieel gevaarlijker? Het klinkt misschien wat overdreven allemaal, maar er is een heel valide punt in dit alles: mensen met een psychische kwetsbaarheid krijgen te pas en te onpas te maken met stigma. Stigma schaadt en kom je tegen op de meest onverwachte momenten. Mogen de klasgenootjes van mijn dochter over een aantal jaar ook niet bij ons over de vloer komen? Onder het mom: voorkomen is beter dan genezen? Natuurlijk zijn er weldenkende mensen die heel goed begrijpen hoe stigma werkt en die mij (hopelijk) gewoon met hun kinderen vertrouwen. Maar zo is helaas niet iedereen en daarom mag het een heel stuk minder met het portretteren van mensen met een psychische kwetsbaarheid als gevaarlijk en onberekenbaar. Hollywood was voor mij nog tot daar aan toe, maar nu ook de NOS ongenuanceerd bezig is, is de maat vol.

Dus:
“Lieve NOS, wilt u in een volgend bericht melden dat mensen met een psychische kwetsbaarheid bewezen niet gevaarlijker zijn dan mensen zonder psychische kwetsbaarheid? Sterker nog, zij hebben meer kans slachtoffer te worden van geweld dan andersom. Stigmatiserende berichtgeving zou dit risico wellicht kunnen verhogen. Ik zou het, als hoogopgeleid persoon met een psychische kwetsbaarheid en een heel actief leven, erg op prijsstellen als u eventuele gevolgen van uw manier van berichtgeving niet uit het oog verliest. Alvast bedankt voor uw moeite.”


FB_IMG_1452521763929

Ik ben Romana Slagboom, 32 jaar, getrouwd, mama van een tweejarige dochter en ervaringswerker met een bipolaire stoornis. Ook ben ik initiatiefneemster van stichting Te Gek, een stichting die zich inzet voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.

Het is heel klein, maar eigenlijk heel groot

Tekst: Mischa van Bendegem
Foto: Open Gallery


Drie jaar geleden was ik bezig met mijn afstudeeronderzoek voor de opleiding Master Advanced Nursing Practice. Het onderzoek dat ik had gekozen, richtte zich op ervaringen met de Lifechartmethode van mensen die een bipolaire stoornis hebben. Ik wilde graag onderzoeken wat de ervaringen waren omdat ik er in de praktijk tegen aanliep dat veel mensen het niet volhielden om de lifechart bij te houden. Ik had wel geleerd dat het helpend was om beter om te leren gaan met de stemmingsklachten. Onderzoek naar ervaringen was nog niet eerder gedaan. Ik heb 14 mensen geïnterviewd, die met mij hebben gedeeld wat het betekent om dagelijks bij te ‘moeten’ houden hoe ze zich voelden, hoe ze functioneerden en welke gebeurtenissen hier impact op hadden etcetera. In het eerste interview zei de geïnterviewde dat ze blij was dat er onderzoek gedaan werd naar de ervaringen met het bijhouden van deze methode. Ze hoopte dat dan ook duidelijk zou worden voor anderen, zoals naastbetrokkenen en hulpverleners, welke impact het bijhouden van het boekje kan hebben. Ze zei:”Want het is heel klein, maar eigenlijk heel groot”.

Door de interviews is mij pas écht duidelijk geworden welke impact niet alleen het werken met de Lifechartmethode heeft, maar zeker ook wat voor invloed de stemmingsklachten zelf hebben op iemands leven en identiteit. Er is een bewustwordingsproces op gang gebracht. En door te luisteren naar de verhalen is mijn identiteit als hulpverlener ook veranderd. Ik probeer beter te luisteren naar de ander en ben me meer bewust van de impact van de diagnose en de invloed van de stoornis op het dagelijks leven. Maar ook begrijp ik de soms voortdurende confrontatie met je aandoening door het bijhouden van het boekje en hoe moeilijk het is om je dromen en verwachtingen bij te stellen. Maar ik leerde ook de kracht kennen van mensen en waar ze hoop uit putten. Ik volg meer het proces van de ander zonder direct in oplossingen te denken. Ik hoop dat ik de kennis die ik heb opgedaan over kan brengen naar andere hulpverleners en dat het zal leiden tot aanbevelingen die de behandeling en begeleiding zullen verbeteren.

“Wat ik door zou willen geven is dat je als hulpverlener moet beseffen dat het moment van aanbieden van de lifechartmethode cruciaal is.”

Volg niet, zoals ik destijds wel deed, blindelings de aanbeveling van de richtlijn dat al aan het begin van de behandeling direct met deze methode begonnen moet worden. Heb oog voor het proces van degene die tegenover je zit. Is diegene er al klaar voor of moet de diagnose en wat het hebben van een bipolaire stoornis betekent eerst nog een plek krijgen? Want als iemand er niet aan toe is, is de motivatie om met de lifechart te werken vaak niet aanwezig. Het lukt dan ook niet om dit vol te houden. Ze vullen de lifechart bijvoorbeeld in voor de hulpverlener omdat ze drang ervaren of om niet het gevoel te willen geven dat ze niet aan hun herstel willen werken.

Wat mij erg heeft aangegrepen, was dat één geïnterviewde aangaf dat hulpverleners soms ook de illusie wekken dat als zij maar haar boekje invulde, haar medicatie nam en een ritme aanhield, er dan geen stemmingsepisode meer op zou treden. Zij voelde het echt zo dat als ze dus wél klachten had “dit haar eigen schuld” zou zijn. Hier was ze erg boos en verdrietig over.

“Wees je bewust dat het meer is dan alleen maar bijhouden van een boekje.”

Als het je lukt als hulpverlener om aan te sluiten bij dit proces van de ander is de kans dat iemand er op een later moment mee aan de slag gaat groot. Want vrijwel alle geïnterviewde van het onderzoek konden de meerwaarde van de lifechartmethode wel onderstrepen. Dus het is zeker de moeite waard!

In de nieuwe Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen (2015) is deze aanbeveling ook opgenomen. Dit geldt trouwens ook voor het moment waarop gestart wordt met het opstellen van een signaleringsplan. Als mensen gaan starten met het bijhouden van de lifechart is het ook helpend om goed uitleg te geven over hoe het werkt. Men wil graag goede uitleg en begeleiding. Zeker bij de start van het invullen van de lifechart. Het is best ingewikkeld om stemming en functioneren te scoren met cijfers of in een grafiek. “Hoe worden het mijn herkenningspunten?”. Men wil het graag samen met de hulpverlener op maat maken. De maat die bij hen past zodat ze zich erin kunnen herkennen. Deze samenwerking geeft alle partijen inzicht in wat voor deze persoon de eerste signalen zijn van een stemmingsepisode en hoe ook, het liefst samen met iemands naastbetrokkenen, te onderzoeken wat wanneer helpt om een terugval te voorkomen.

Het is helpend om met de hulpverlening in gesprek te kunnen gaan over het wanneer wel of niet bijhouden van de lifechart. Eén van de sleutelwoorden bij het benoemen van de impact van het dagelijks invullen van de lifechart was: confrontatie. Men wil niet altijd elke dag geconfronteerd worden met het ‘ziek’ zijn of bang moeten zijn dat er een terugval komt. Bespreek dus samen wanneer het bijhouden van de lifechart meerwaarde voor iemand kan hebben? Veel van de geïnterviewde gaven aan de lifechart met periodes in te vullen. Als ze merkten dat ze meer instabiel waren, medicatieverandering hadden of iets dergelijks. Dit vergroot de motivatie om de lifechartmethode te gebruiken als het helpend is.


Mischa

Mischa van Bendegem (1964) is Verpleegkundig Specialist binnen Centrum voor Bipolaire Stoornissen van Mediant Enschede. Ze is mede-auteur van de onlangs verschenen Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen (2015). De resultaten zijn verwerkt in deze richtlijn. Haar onderzoek naar ervaringen van patiënten met een bipolaire stoornis met de Lifechartmethode is vertaald en gepubliceerd. 

bipolog Verder is ze de bedenker en mede- ontwikkelaar van de BiPoLog (BiPolair Logboek). Een app voor het bijhouden van een lifechart/ stemmingsdagboek.

 

Weloverwogen openheid

Tekst: Ralph Kupka

Janneke komt op mijn polikliniek. Ze is midden veertig, getrouwd, heeft twee kinderen. Ze is een leuke, intelligente vrouw. Ze heeft altijd gewerkt als secretaresse, tot ze drie jaar geleden werd opgenomen vanwege een manische psychose, en haar contract nadien niet werd verlengd. Nu heeft ze de stoute schoenen aangetrokken en is weer gaan solliciteren. Ze vraagt zich af wat ze moet zeggen over het gat in haar CV: “Moet ik zeggen dat ik manisch-depressief ben?” Het is een vraag die ik vaak hoor, en die bij velen leeft. Bij sollicitatiegesprekken gaat het nooit over je gezondheid, maar toch… Er is geen standaard antwoord op te geven. Maar ik heb er wel een mening over. Want hoezo: …”dat ik manisch-depressief ben?”.

Toen ik in 2010 werd benoemd tot hoogleraar bipolaire stoornissen koos ik als titel voor mijn oratie: Manisch-depressief: hebben of zijn? Ik betoogde daarin dat je niet manisch-depressief bent, maar dat je wel een bipolaire stemmingsstoornis kunt hebben. En zelfs over dat laatste kun je nog een hele boom opzetten, want zo simpel is het allemaal niet als het gaat om psychiatrische aandoeningen. Verre van dat.

Maar hoe dan ook, wat kun je zeggen als iemand je vraagt waarom je een tijdje niet hebt gewerkt, niet je vrienden hebt bezocht, niet zichtbaar bent geweest, of zelfs bent opgenomen? Laat ik eens tien antwoorden geven:

  1. “Ik ben manisch-depressief”
  2. “Ik ben bipolair”
  3. “Ik heb een bipolaire stoornis”
  4. “Bij mij is de diagnose bipolaire stoornis gesteld”
  5. “Ik ben manisch geweest”
  6. “Ik was een tijdje zo druk in mijn hoofd dat ik het allemaal niet kon overzien”
  7. “Ik ben een tijdje overspannen geweest”
  8. “Het ging even niet zo goed met me”
  9. “Ik had andere dingen aan mijn hoofd”
  10. “Ach ja, wat doet het er toe, nu ben ik er weer, zoals je ziet”

Wat je antwoordt, hangt er van af wie je de vraag stelt, en waarom. Antwoord (1) en (2) vallen hoe dan ook af. Je bent jezelf, en je hebt daarnaast misschien gezondheidsklachten, maar ook heel veel andere eigenschappen. Hetzelfde denk ik van iemand die zegt dat hij “diabeet” is. Niemand is zijn ziekte. Natuurlijk, een stemmingsstoornis maakt dat je je bij tijd en wijle anders voelt, en anders doet, en dat je bestaan en hoe je bent tijdelijk op zijn kop staat, maar dat doet aan dit principe niets af. Bijna al mijn patiënten hebben de diagnose bipolaire stoornis, en toch zijn ze allemaal anders. Daarom heb ik zulk leuk werk. Helaas zijn er mensen die zoveel en zo vaak last hebben van een verstoorde stemming, dat wat je hebt en wie je bent, erg door elkaar kan gaan lopen. En toch is het niet hetzelfde.

Antwoorden zoals (3), (4) en (5) zijn nuttig als er in een medische context naar je gezondheidstoestand wordt gevraagd, zoals bij een behandeling of een keuring. Antwoord (4) is dan eigenlijk nog het meest precies. Een bipolaire stoornis is een medische diagnose op basis van een patroon van klachten en gedragingen, die een bepaald beloop in de tijd hebben. Er zijn daarbij grote verschillen tussen mensen die deze diagnose krijgen, maar er zijn ook duidelijke overeenkomsten, en daar gaat die diagnose over. Diagnosen zijn werkhypothesen, die aangeven wat je in de toekomst waarschijnlijk kunt verwachten (prognose) en hoe je het beste kunt behandelen (therapie). Sommige medische diagnosen zijn heel duidelijk, omdat er een bepaalde lichamelijke afwijking zichtbaar kan worden gemaakt. Psychiatrische diagnosen zijn altijd versimpelingen van een complexe werkelijkheid, en er is in en buiten de psychiatrie veel discussie over de waarde en juistheid (validiteit) ervan. Het is terecht een belangrijk focus van wetenschappelijk onderzoek. Toch geven onze huidige diagnosen houvast bij het opzetten en uitvoeren van een passende en effectieve behandeling, zoals die in actuele richtlijnen wordt beschreven.

Ook “manisch” is een technische term over een emotionele toestand waarin bepaalde symptomen optreden. In de volksmond betekent “manisch” ook wel zoiets als bezeten, ongeremd, niet te stuiten, nogal vreemd, beetje gek. Termen als manisch-depressief, bipolair en manisch, kunnen allerlei associaties oproepen die misschien helemaal niet bij jouw situatie passen. Wees er daarom terughoudend mee. Mensen uit je directe persoonlijke levenssfeer, die goed op de hoogte zijn van jouw wel en wee, kun je natuurlijk best vertellen over deze diagnose, en wat de aandoening voor jou betekent, en hoe het in dat opzicht met je gaat. Naasten worden daarom vaak bij de behandeling betrokken, zoals bij psycho-educatiegroepen. In deze beslotenheid is openheid over de ins en outs van een bipolaire stoornis bijzonder nuttig en helpt het mensen om meer begrip te krijgen van, en meer grip te krijgen op, deze problematiek.

talk-1034161_640

Als je in een algemene context wordt gevraagd naar je emotionele toestand, dan adviseer ik mijn patiënten om te vertellen in termen van klachten, en niet in termen van diagnosen. In die zin is antwoord (6) het meest precies. In dezelfde trant: “Ik heb me een tijd erg somber gevoeld en was daarom tot weinig in staat”. “Mijn stemming kan nogal wisselen, soms voel ik me goed en heb ik veel energie, soms ben ik down en heb geen fut”. “Het was een tijdje een chaos in mijn hoofd, ik kon het allemaal niet meer overzien en moest daarvoor behandeld worden”. “Ik voelde me een periode tot heel veel in staat en achteraf bezien heb ik mijzelf toen nogal overschat”. Dan ben je precies zonder dat je je op het gladde ijs van de psychiatrische diagnosen begeeft. Buiten de spreekkamer kun je volgens mij dus het beste in termen van gevoel en gedrag praten, als het praten over je psychische problemen tenminste zinvol is en een doel dient. Het vergt wel wat eerlijke zelfreflectie en enige oefening om de juiste woorden daarvoor te vinden. Zorg dat het je eigen woorden zijn die bij je passen. Je kunt in tweede instantie altijd nog iets meer vertellen als dat nuttig en nodig is (maar je kunt nooit minder vertellen dan je al gezegd hebt).

En tenslotte, als er meer in algemene zin wordt gevraagd hoe het met je gaat, of hoe het de laatste tijd ging, kun je ook optie (7) en (8) gebruiken, of varianten van gelijke strekking. Als je er eigenlijk niets over kwijt wilt omdat praten over je gezondheid helemaal niet zinvol is, of omdat je er gewoon geen zin in hebt, zijn antwoorden in de trant van (9) of (10) mijns inziens het beste. Gebruik je creativiteit, en bedenk eens van tevoren wat je in welke situatie over jezelf kwijt wilt. Denk in één moeite door ook aan je sterke kanten.

Ik ben vóór openheid en tegen schaamte over psychiatrische problematiek. Ik ben tegen laatdunkendheid en stigmatisering van mensen die daar last van hebben. Waarom wel praten over kanker en niet over psychose? En toch, stigmatisering bestrijd je niet in je eentje. Niemand loopt met zijn kwetsbaarheden te koop. Hoeft ook helemaal niet. Je bent wie je bent. Met sterke eigenschappen, leuke trekjes, talenten, en ook moeilijke kanten, kwetsbaarheden, gezondheidsproblemen. Niet alleen het laatste. Patiënt ben je op het moment dat je bij de dokter komt. En ook daar ben je meer dan dat.


Kupka
Ralph Kupka is hoogleraar Bipolaire Stoornissen aan het VU Medisch Centrum werkzaam bij GGZinGeest in Amsterdam en Hoofddorp, en is daarnaast verbonden aan het Behandelcentrum Bipolaire Stoornissen van Altrecht GGZ in Utrecht. Hij studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, en specialiseerde zich tot psychiater in het Academisch Medisch Centrum, waar hij aansluitend werkzaam was als universitair docent.

 

Nadien werkte hij als psychiater, onderzoeker en opleider psychiatrie bij Altrecht. Hij houdt zich sinds 1995 bezig met onderzoek naar en behandeling van mensen met een manisch-depressieve stoornis, en promoveerde in 2003 op het proefschrift: Discriminating factors in rapid and non-rapid cycling bipolar disorder. Hij was een van de hoofdonderzoekers bij het Stanley Foundation Bipolar Network, een samenwerkingsverband van Amerikaanse, Nederlandse en Duits instituten. Hij is (co-)auteur van meer dan 100 wetenschappelijke artikelen en 25 boekhoofdstukken, en was eindredacteur van het eerste Nederlandstalige Handboek Bipolaire Stoornissen, dat in 2008 verscheen. Hij is voorzitter van het landelijk Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen (KenBiS) en voorzitter van de werkgroep Multidisciplinaire Richtlijn Bipolaire Stoornissen (2015). Momenteel ook voorzitter van de werkgroep Zorgstandaard Bipolaire Stoornissen, die in 2017 zal verschijnen.

Bekijk hier een filmpje van Ralph Kupka over manie, depressie en psychose:

‘Fijne’ feestdagen

Tekst: anoniem (naam bekend bij de redactie)

Kerstmis, brrrr … Voor deze bipolair zijn de kerstdagen niet geschikt. Veel te veel te doen van te voren, te weinig tijdens. Kerst betekent voor mij up of down.

Het is eenzaam voor mij zonder familie en vrienden terwijl het grootste deel van de wereld samen met hun geliefden lijken te zijn. Gelukkig heb ik wel mijn gezin, maar zij hebben Asperger en kunnen ook niet goed tegen de drukte van het vele regelen, inkopen doen, mensenmassa’s in de winkels en de veranderde inrichting van het huis. Kortom, kerstmis is stress!

christmas-830460_640

Maanden van te voren begin ik meestal met kadootjes verzamelen. Dat is goedkoper en er is nog niks uitverkocht. Het is ook veel rustiger in de winkels. En je hoeft niet alles op het laatste moment nog in te pakken. Maar sinds deze herfst ben ik nogal depressief en dus niet eens in staat de deur uit te gaan. Laat staan een cadeau te bedenken voor kinderen die alles al hebben. Het resultaat is dat ik twee weken voor de feestdagen nog allerlei dingen moet bedenken, kopen en inpakken. En die stress is niet goed voor mij. Ik word er nog depressiever van of juist zo hyper dat ik niet eens goed kan ademhalen, mijn hartslag niet weet te temperen en mijn vele gedachten niet kan indammen. Ik kan natuurlijk via internet bestellen maar worden de pakjes dan op tijd bezorgd?

En dan de spanningen rondom het avondeten. Ik moet ineens voor drie dagen maaltijden verzinnen. Ik vind het al moeilijk om het ontbijt klaar te maken en daadwerkelijk op te eten. Okay, dan wordt het gourmetten de ene dag en de andere dag kip in de oven. De kerstavond zelf eten we pizza, gemaakt door manlief. Maar wat gooien we in het boodschappenmandje voor de gourmetmaaltijd? En de kip? Wat eten we bij de kip? Sla en gebakken aardappeltjes dat is eigenlijk gewone kost wat wij al het hele jaar door regelmatig eten.

Nee, de kerstdagen komt mijn stemming niet ten goede.

Een mobieltje. Mooi cadeau voor onze dochter. Ja, want onze kleine meid van 10 mag na de kerstvakantie voor het eerst alleen naar school? Dat ze dan een eigen telefoontje heeft, is toch wel een must voor deze bezorgde mama. Ppffff, dat is dan geregeld. Alhoewel…er moet natuurlijk wel een simkaart in, en whatsapp. Ja, whatsapp moet ik zeker instellen.

Via Markplaats heb ik nog een ander cadeau besteld. Gelukkig kwam die aardige manier het ook nog zelf brengen en hoefde ik de deur niet uit. Er zijn dus ook echt aardige mensen op de wereld! Misschien wil hij wel komen eten met de kerst? Kip genoeg en minder saai voor ons. Wie weet kunnen we vrienden worden? Zou hij leuke kinderen hebben? Misschien aankomende vriendjes voor mijn dochters? Oeps, ik draaf weer een beetje door.

Door mijn depressies heb ik veel familieleden en vrienden weggejaagd. Zelfs mijn eigen moeder liet mij vallen tijdens een opname drie jaar geleden. De depressiefste fase ooit voor mij. Met mijn broers en zussen had ik al langer geen contact.

En mijn laatste vriendin, nota bene zelf manisch-depressief, zei tijdens die opname onze vriendschap vaarwel. Ik begrijp dat een depressief iemand niet erg gezellig is maar ik heb ook mijn hypomane kant. De fase waarin alles kan, waarin ik zoveel meemaak dat ik daarover leuke verhalen kan vertellen en niets mij teveel is. Helaas duren die fases veel te kort.

Kerstmiss, brrrr… ik word er zo down van. De dagen dat iedereen samen met familie en vrienden is. Nou ja, bijna iedereen. Er zijn natuurlijk ook mensen die geen gezin hebben en die deze dagen in hun eentje moeten zien door te komen. Met één kippepootje of één pannetje op het gourmetstel. Kerstboompje uit, vroeg naar bed. Fijne feestdagen.