Onbekend's avatar

Over Petra d'Huy

Dochter, vriendin, buurvrouw, communicatieadviseur, echtgenote, cliënt (soms patiënt), moeder, baasje, ervaringsgenoot, regiocontactpersoon, vrijwilliger, webmaster, supporter, auteur, voorzitter etcetera

Een dochter! En ook nog een bipolaire stoornis…

Tekst: Anne de Leeuw

2015 was voor mij een topjaar. Echter, het vormt een groot contrast met de voorafgaande jaren, waarin mijn leven volledig op zijn kop kwam te staan.

In mei 2013 ben ik bevallen van een dochtertje en deze gebeurtenis betekende het begin van een heftige, maar bijzondere periode in mijn leven. Ongeveer drie maanden na haar geboorte kreeg ik een manische psychose. Ik werd opgenomen in een psychiatrische kliniek. Daar kwam ik enigszins tot rust. Ik kreeg medicijnen, de psychose ging voorbij en tweeëneenhalve week later keerde ik huiswaarts met de diagnose van bipolaire stoornis.

Inmiddels is dit ruim tweeënhalf jaar geleden en ondanks alle ups en downs tussen toen en nu kan ik met recht zeggen dat ik de ‘nieuwe oude’ ben: Anne 2.0.

Toen ik in de zomer van 2013 in de kliniek mijn diagnose aanhoorde, voelde ik opluchting. Ik dacht: eindelijk heeft het een naam waar ik al mijn halve leven tegenaan loop. Maar toch was het voor mij slechts een opgeplakt etiket.

“Ik verzette me ertegen en overtuigde mijzelf ervan dat het een eenmalige kraambedpsychose was en dat er verder niets met mij aan de hand was.”

Om dat te bewijzen stopte ik met het slikken van Lithium, wat ik inmiddels ruim een jaar deed. Eind 2014 was de afbouwfase afgerond en nam ik mijn laatste tablet. Rond die tijd was ik ook zo’n 20 kilo aan gewicht kwijt, dat ik er door medicijngebruik en de zwangerschap bijgekregen had.

Het gevoel van euforie maakte niettemin plaats voor aanhoudende gedachtestromen. Een hypomane episode ontpopte zich, gevolgd door opnieuw een manie. Zo belandde ik voor de tweede keer in dezelfde psychiatrische kliniek als anderhalf jaar eerder.

Emotioneel gezien stortte ik compleet in en ik had grote moeite met het nemen van het paardenmiddel waarvan ik eerder onder andere zo dik werd.”

Het was voor mij glashelder dat ik op vrijwillige basis was opgenomen. Ik wilde alleen maar rust en weer thuis zijn. Daarom bleef ik deze keer, tegen het advies van de psychiater in, maar een etmaal in de kliniek. Dat bleek genoeg te zijn.

2015 diende zich aan en ik kwam weer enigszins tot rust. De recente manie vormde voor mij dé bevestiging dat de door mij zo gehate diagnose toch klopte. Maar er was mijns inziens nog een heleboel te onderzoeken. Ik wilde zoveel mogelijk van de bipolaire stoornis weten, wat manisch-depressief zijn voor impact kon hebben op mijn leven en vooral hoe ik er zelf mee om moest gaan. Maar alles op zijn tijd. Ik heb niks overhaast en stapje voor stapje gewerkt aan mijn herstel. Ik heb alles in de strijd gegooid om mijzelf opnieuw te leren kennen. Ik ontdekte weer waar ik voor sta en wat ik belangrijk vind in het leven. Ik ontwikkelde weer een positief zelfbeeld en mijn zelfvertrouwen werd opgekrikt.

Het leek wel alsof er een deurtje in mijn hoofd openging waarachter alle essentiële data lagen opgeslagen. Ik moest ze alleen even afstoffen en nieuw leven inblazen.”

Dat klinkt makkelijker gezegd dan gedaan. Ondertussen moest ik er natuurlijk ook zijn voor mijn gezin. Maar het is meer dan goed gekomen. Behalve het schrijven van mijn boek Alles is een liedje was sporten voor mij van wezenlijk belang. Ik wilde me dolgraag weer fit voelen en blij zijn met mijn lichaam. Mijn doel was 10 km onafgebroken hardlopen. Door het rustig op te bouwen heb ik dat inmiddels weten te realiseren. Daarnaast hebben mindfulness-oefeningen en yoga voor rust en ruimte in mijn hoofd en lichaam gezorgd. Verder heb ik mij laten inspireren door de trend van het minimaliseren. Ik heb veel overbodige ballast overboord gegooid, variërend van bergen kleren en stapels verstofte tijdschriften tot overbodige meubels, boeken, foto’s en nog zoveel meer. Het deed me erg goed. Wat ik belangrijk vond werd weer zichtbaar – zowel letterlijk als figuurlijk. Door het opruimen liep het schoonmaken ook veel beter.

Kortom, ik kreeg geleidelijk aan weer overzicht over mijn leven. Ik voelde dat ik iets met mijn ervaringen in de geestelijke gezondheidszorg moest doen. Om deze reden heb ik inmiddels de Basiscursus Ervaringsdeskundigheid afgerond om van daaruit verder te kijken naar mogelijkheden voor betaald werk op dit gebied. Ik ben blij dat ik deze stap heb kunnen zetten. Het vormt het begin van een nieuwe uitdaging!


annedeleeuw

Mijn naam is Anne de Leeuw (pseudoniem). In 1981 zag ik het levenslicht. Mijn grootste passies zijn pianospelen, wandelen, reizen en creatief zijn door onder meer te schrijven. Net voordat ik 32 werd, kreeg ik na de bevalling van mijn dochtertje een manische psychose en werd ik gediagnosticeerd met een bipolaire stoornis.

Wat mij enorm geholpen heeft in mijn herstel is het schrijven van mijn autobiografische boek Alles is een liedje, mijn beleving van een manische psychose na de kraamtijd. Hierin beschrijf ik uitgebreid hoe het steeds drukker werd in mijn hoofd, hoe ik langzaam in een psychose raakte en gedwongen werd opgenomen op een gesloten afdeling van een psychiatrische kliniek. Mijn verblijf daar komt tot in de kleinste details aan bod. Tevens vertel ik over mijn herstel na de opname en hoe ik mijn leven weer heb kunnen oppakken. Ik hoop dat lotgenoten en betrokkenen kracht putten uit mijn verhaal. Verder is mijn boek ook zeer interessant voor GGZ-medewerkers.

Allesiseenliedje

Voor meer informatie over het boek en het plaatsen van bestellingen kun je met mij contact opnemen per e-mail: allesiseenliedje@gmail.com.

Van klacht naar KRACHT!

Ups & Downs, maart-april-mei 2016

“Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.”

Dat was dé slogan die in mijn pubertijd regelmatig op de Nederlandse radio en TV langskwam. En zoals mijn vrienden en vriendinnen bereidde ook ik mij voor op een mooie toekomst met een aantrekkelijke baan. Ik wilde journaliste worden of in ieder geval iets in de communicatie want ik houd van schrijven.

Na de basisschool ging ik naar de HAVO (Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs), waar ik in een weekend tijdens het uitgaan in een Middelburgs café mijn huidige man leerde kennen. Ik zat toen in het 4e jaar en had nog een jaar te gaan voor mijn examen. Hij werd verliefd op een spontane en enthousiaste jonge meid volop toekomstplannen. Ik werd aangetrokken door de rust die hij uitstraalde.

Na het eindexamen koos ik voor een opleiding Communicatie aan de Hogeschool Zeeland zo’n 10 kilometer van mijn ouderlijk huis. Tijdens deze vierjarige studie liep ik een half jaar stage op een PR-afdeling van een grote scheepswerf, studeerde zes maanden in het buitenland (Frankrijk) en deed als afstudeerproject een half jaar onderzoek bij een onafhankelijk kennisinstituut, TNO in Den Haag. Op 23-jarige leeftijd was ik voldoende voorbereid op het bedrijfsleven en ontving met veel trots mijn einddiploma.

Drie op een rij
Het leven lachte mij toe en ik lachte terug. Mijn vriend en ik verhuisden vanuit het rustige Zeeland naar een drukke stad ergens tussen Rotterdam en Amsterdam. Al snel kreeg ik een interessante baan binnen mijn vakgebied bij Defensie. Ik was ambitieus en legde de lat voor mijzelf erg hoog. Na twee en een half jaar hard werken en veel reizen binnen deze grote organisatie, was het lachen mij deels vergaan. Ik kreeg erge spier- en spanningsklachten en voelde mij plotseling ontzettend onzeker over mijn kwaliteiten. Maar ik was toch niet ziek? Het enige wat ik wilde was rust in mijn lijf en omdat het niet in mij opkwam mijzelf ziek te melden, nam ik ontslag.

Eerste psychose
En ik nam een hond. Thuis volgde een heel ander dagritme. Ik had veel vrije tijd en maakte lange wandelingen met onze viervoeter. Het leven lachte mij weer toe en ik lachte hard terug. Misschien een beetje té hard. Eind dat jaar kreeg ik mijn eerste psychose. Ik was 25 jaar. “Dat kan iedereen gebeuren”, zei de huisarts. Na deze manische ontsporing volgde een depressie. Het koste mij enkele maanden herstel. Ik ging weer aan het werk. Dit keer als communicatiemedewerker bij een gemeente. Ik had het geluk weer gevonden en raakte ook nog zwanger. Mijn leven kon niet meer stuk. Tenminste dat dacht ik.

Tweede psychose
Mijn tweede manische psychose begon in de 7e maand van mijn zwangerschap. De diagnose luidde: bipolaire stoornis en was ook goed te verklaren door de hevige stemmingswisselingen die ik achteraf gezien tijdens mijn puberteit en als student had. Ik werd in de 8e maand van mijn zwangerschap ingesteld op Lithium. De variant met gereguleerde afgifte: Priadel. Op medische indicatie beviel ik in het ziekenhuis van een dochter. Het ging gelukkig allemaal goed met haar. We kozen voor de naam: Fabiënne. Klinkt als ‘ça va bien’. En na enkele maanden ging het met veel hulp en zorg van familie, ook weer goed met mij. Ik pakte mijn baan als communicatiemedewerker weer rustig op. Dit keer parttime want ik had inmiddels wel geleerd dat ik met mijn diagnose activiteit en rust goed moet afwisselen om in de toekomst stabiel te blijven.

We waren een ‘happy family’. Toen mijn man een andere baan in Zeeland kon krijgen zijn we, ongeveer anderhalf jaar na mijn bevalling, weer teruggekeerd naar onze thuisbasis. Naar de rust van het strand en de zee maar ook vooral dichter bij onze hulptroepen. Naar de oma’s en opa’s die mij op zijn tijd in slechtere periodes konden ontlasten van mijn zorg als moeder.

Door deze verhuizing raakte ik mijn leuke baan kwijt en kwam als werkzoekende thuis te zitten. Na één jaar intensief solliciteren kreeg ik een baan naar mijn hart als webredacteur waar ik mij met veel enthousiasme instortte. Die zomer dat ik met mijn nieuwe baan begon, was het extreem warm en als bijwerking van de Lithium begon mijn schildklier traag te werken en maakte onvoldoende thyroïd aan, een zogenaamde hypothyroïdie. Hierdoor maakte mijn hypofyse, de dirigent van ons hormonale orkest, overuren.

Derde psychose
Een derde psychose volgde inclusief twee maanden opname waarvan vier dagen in de isolatiecel. Wij kennen het gezegde “Drie keer is scheepsrecht”. Deze manische psychose was gelukkig de laatste op een rij maar ik werd wel volledig afgekeurd. Deze slimme meid die op haar toekomst was voorbereid, kwam als arbeidsongeschikte, bipolaire huismoeder thuis te zitten. Door de nodige medicatie om mij stabiel te houden, anderhalf jaar deeltijdbehandeling en het volgen van een psycho-educatie cursus leerde ik langzaam omgaan met mijn psychische beperking. Ik ging life-charts invullen en met hulp van mijn man en behandelaar ben ik een noodplan gaan schrijven en de beginsignalen van mijn manie’s en depressies gaan benoemen.

Zingeving heeft zin
Wij mensen zitten ingewikkeld in elkaar maar ook het leven kan gek lopen. Je kan maar beter niet teveel verwachtingen hebben dan kan het alleen maar meevallen. Ik kon het moeilijk verkroppen dat mijn carrièredroom in duigen was gevallen. Terwijl mijn studiegenoten zich een weg omhoog klommen, was ik keihard naar beneden gevallen. En dat deed zeer! Het heeft lang geduurd voordat ik mijn kwetsbaarheid kon accepteren. Vanaf ons vijfde jaar zijn we leerplichtig en staat ons leven in het teken van jezelf ontwikkelen voor de toekomst. Waren al die jaren studie en werkervaring voor niets geweest?

pigeons-569112_640

Na alles wat ik heb meegemaakt, weet ik één ding. Naast voldoende ziekte-inzicht, minimale medicatie, steun van betrokkenen en de benodigde therapie is zingeving zo ontzettend belangrijk voor herstel. Het gevoel dat je van waarde bent voor de maatschappij. Dat mijn leven, naast mijn moederschap, zin heeft. Wij hebben als psychiatrisch patiënt misschien hulp nodig van anderen maar wij hebben het ook nodig om er zelf voor de ander te kunnen zijn. Om zelf voldoening te krijgen door het helpen van anderen. Met als positief gevolg dat je eigenwaarde weer volop gaat groeien en bloeien. We moeten stoppen met onszelf continu focussen op wat wij niet meer kunnen. Ons bipolaire brein heeft last van stemmingswisselingen maar dat betekent niet dat we niets meer kunnen betekenen voor de maatschappij. Over het algemeen zijn wij, mensen met een bipolaire stoornis behoorlijk creatief en kunnen goed buiten de box denken. In depressieve tijden zijn wij misschien tot weinig in staat maar daarentegen komen in goede tijden onze kwaliteiten naar boven. De kunst is om tussen die perioden onze energie te leren doseren zodat de pieken niet zo hoog zijn en de dalen niet zo diep.

Door de zingeving komt men tot herstel
Achteraf gezien is mijn studie niet voor niets geweest. Eind vorig jaar heb ik op 40-jarige leeftijd mijn schaamte opzij gezet en de moed gevonden om openheid te geven over mijn kwetsbaarheid. Ik heb mijn communicatieve vaardigheden gebruikt voor het maken van een kennis- en ervaringssite over de bipolaire stoornis: www.petraetcetera.nl. Waarom deze naam? Ik heet Petra, ik heb een psychische gevoeligheid maar ik ben zoveel meer. Ik ben een dochter van twee lieve ouders die altijd voor mij en mijn gezin klaar staan; een vriendin die houdt van een goed gesprek; een aardige buurvrouw en eigenaar van een gezellig huis. Misschien een ex-communicatieadviseur maar ook echtgenote van een man die mij met respect behandelt, mijn eigen keuzes laat maken en mij van fouten laat leren; cliënt (en soms patiënt); moeder van twee prachtige kinderen en baasje van een eigenwijze teckel. Om mijn leven verder zinvoller te maken ben ik ook regiocontactpersoon van de Nederlandse Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen en ambassadeur van het Fonds Psychische Gezondheid.

Website
Met deze website wil ik andere mensen die nog vechten tegen een psychische ziekte inspireren en motiveren. Naast allerlei informatie kun je op de site gratis downloads vinden van brochures en boeken plus links om films online te bekijken. Verder is deze website een podium voor het delen van ervaringen. Verhalen van mijzelf maar ook die van andere lotgenoten, betrokkenen en behandelaars met als doel om (zelf)stigma tegen te gaan.

Tegen patiënten zou ik willen zeggen: Stop met vechten tegen je psychische ziekte en leer je gevoeligheid kennen. Praat erover want een gesprek met een ander is een kennismaking met jezelf. Openheid over je kwetsbaarheid kost moed maar geeft uiteindelijk heel veel KRACHT!

Petra d’Huy

Het zwarte, de zwaarte, neemt alles over

Tekst: Roos Schlikker
Deze column verscheen op 18 april 2015 in Het Parool

‘Kijk die klomp. Daar zit dus alle narigheid in.’ In haar lange, crèmekleurige jas en op haar glanzend gepoetste laarsjes buigt mijn moeder zich over een stel hersenen op sterk water. ‘Soms denk ik: ‘Gadverdamme, ruk het er alsjeblieft uit, dan ben ik ervan af,’ mompelt ze, waarna ze verder schuifelt.

Even had ik getwijfeld of het een goed idee was, met deze manisch depressieveling een uitstapje maken naar museum het Dolhuys in Haarlem, een voormalig gesticht waar sinds de zestiende eeuw krankzinnigen werden verpleegd. Bij een moeder-dochteruitje denken mensen eerder aan een rondje Bijenkorf of de Libelle Zomerweek. Maar toen ik het haar voorlegde, riep ze meteen enthousiast: ‘Uitstékend tripje met je idiote moeder!’

Soms schrik ik er zelf van, hoe graag we gekkengrapjes maken. Zo leuk is het niet, die eeuwige op- en neergang van haar stemming. Ze kan oprecht gelukkig zijn, soms wekenlang. Maar daarna komt altijd de fase waarin haar kop blijft razen. Hoe vaak ze ook door het park holt, hoe hard ze op yoga haar balans ook zoekt, hoeveel slaap­medicatie ze ook krijgt, het zwarte, de zwaarte, neemt alles over. ‘Ik kán niet meer,’ huilt ze dan. En ik probeer de moed er toch weer in te krijgen.

Vandaag gaat ons beider stemming op en neer. We lachen om de sterkwaterhersenen, we horen verhalen van kunstenaars met een tik van de molen (Achterberg, Van Gogh), mijn moeder vertelt over andere getroffen ­familie­leden (‘De moeder van mijn moeder speelde zestien uur per dag piano om haar geest maar rustig te krijgen’). We laten ons opsluiten in een cel waar vroeger gekken in werden weggeborgen. Na tien seconden drukt het donker alle lucht uit onze longen, we moeten er uit. Zou het in haar hoofd soms net zo zijn, zo benauwd dat ze moet ontsnappen?

In het museumcafé bestellen we soep. ‘Ik las net dat 150.000 Nederlanders hetzelfde hebben als jij. Dat lijkt me een troostrijk idee. Je bent niet zo alleen als je dacht,’ zeg ik voorzichtig. Even is het stil. Dan antwoordt ze zacht: ‘Ik geloof dat ik dat juist heel moeilijk vind… Met velen loopt het niet goed af.’

Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik krijg het opnieuw benauwd.
Dan tikt iemand me op de schouder. ‘Jij bent toch Roos? Wij hebben elkaar bij een radio-uitzending ontmoet.’ Ik staar hem blanco aan, deze keurige man komt me onbekend voor. ‘Ik ben Ruud, het alter ego van Dolly Bellefleur.’

Dolly, de bekendste travestiet van Nederland! ‘Ik wist niet zeker of je het was, vorige keer droeg je meer make-up,’ zegt hij. Ik grijns. ‘Dat kan ik van jou ook zeggen.’

Later in de trein lacht mijn moeder plotseling hardop. ‘Grappig, zeg. Als je die doodgewone Ruud ziet, heb je geen idee wie hij nog meer is. Soms denk ik: dat geldt voor mij ook.’

Ik knik. ‘Ja, mamsie. Normaal kent vele prachtige formaten.’

‘Mallotig dagje, hè,’ zegt ze.

‘Mallotig dagje,’ zeg ik. En ik kus haar op haar slaap.


Roos

Roos (1975) is columnist (Parool, Kek Mama, Libelle, Intermediair) en schrijfster van scenario’s en boeken.

Meer weten? Ga naar haar website: www.roosschlikker.nl

Wat betekent ‘ik’ eigenlijk als je psychotisch bent?

Tekst: Sam Gerrits

Ik was ooit bij een lezing van de gevierde filosoof Peter Hacker. Meneer Hacker betoogde, in een mooi zaaltje in een dito Utrechts universiteitsgebouw, dat de vraag of je een persoon bent of niet, afhangt van een aantal factoren. Hij had een lijstje: om een persoon te zijn, moet je een complexe taal beheersen, rationeel zijn, moreel besef hebben, verdriet en andere emoties kennen, en zo waren er nog wat eigenschappen.

Na de lezing was er gelegenheid tot het stellen van vragen. Ik kreeg de microfoon en legde dr. Hacker voor, dat ik in het verleden wel eens psychotisch geweest ben, en dat mij in deze toestand samenhangende taal, ratio en moreel besef vreemd zijn. Kortom, tijdens een psychose mis ik een aantal eigenschappen, die dr. Hacker eerder gedefinieerd had als noodzakelijk, voor het zijn van een persoon.

Mijn vraag was uiteraard, of Hacker me een persoon vond, tijdens  psychose. Voor dr. Hacker was dit een uitstekende gelegenheid om zijn eigen concept nader te illustreren. Jammer genoeg ontweek hij mijn vraag met wat ‘universele rechten van de mens’ platitudes. Idealiter had hij gezegd, dat het heel goed mogelijk was, hoewel hij me pas na uitputtend onderzoek een definitief antwoord kon geven, dat ik, volgens zijn eigen definities, tijdens mijn psychoses geen persoon ben. Maar wat ben ik dan wel?

man-510481_640

Psychiaters vinden me waarschijnlijk minder dan een persoon. Want for all practical purposes ‘doet’ de mens Sam Gerrits ‘het niet’. De interne ervaring van een psychose is echter heel anders. Je volkomen van taal en ratio en moreel besef gespeende ‘ik’ vervloeit met iets groters. Je bent méér dan een persoon. Meer dan ‘Ik’. Je bent ALLES.

Dat is een goddelijk heerlijk gevoel als je neigt naar euforie, of een diabolisch verschrikkelijk gevoel als je meer geneigd bent tot paranoia. Maar linksom of rechtsom, alles draait om jou, je bent de maat der dingen. Jij bent Alle Dingen.

We weten natuurlijk allemaal, dat je ratio verliezen samenhangt met opgaan in een groter geheel. Dat is de reden dat we in schemerige etablissementen onze hersenen bedwelmen met ethanol-houdende drankjes of sterker spul, en dat we massaal synchroon bewegen op elektronische beats. Moderne versies van de trommel van de sjamaan en zijn toverdrankjes. Het doel is nog steeds: in een trance raken, in een verduisterde staat van dronkenschap. Om de korst van onze dagdagelijkse vorm, de formaliteit van de maatschappij, die ons als aparte personen uit elkaar houdt, even te verliezen. Om deel te gaan uitmaken van een groter ‘ik’. Om één met alle dingen te worden.

Natuurlijk weten we ook allemaal, dat gif in de dosering zit. Altijd dronken of anders onder invloed zijn schiet niet op. Rust, reinheid en regelmaat, om een paar pijlers van geestelijke gezondheid te noemen, zijn essentieel om een leefbaar leven te leiden op deze planeet. Wie niet op dat soort elementaire dingen let, wordt uiteindelijk krankzinnig.

Letterlijk iedereen kan gek worden. Het enige dat je hoeft te doen, is kortsluiting in de hersenen stimuleren. Een staat van verwarring kan worden bereikt met verrassend alledaagse ingrepen, zoals onthouding van slaap, niet eten en (zelf toegebrachte) pijn. Als het maar intens en langdurig genoeg is, verlies je je verstand. Ik denk zelf dat bijna alle mystieke tradities, met name die van het verre Oosten en verre Westen, daarop gebaseerd zijn. Het verschil tussen een monnik die verlicht raakt, een krijger die zijn totemdier ontmoet, en iemand die ‘aan wanen lijdt’ in een psychose, is mijns inziens nominaal.

Het probleem met een psychose is echter tweeledig. Ten eerste zit er geen erkennende traditie achter. Een monnik traint jarenlang in zichzelf versterven en stil zitten, tot hij in trance raakt. Een jonge Indiaanse krijger hangt zichzelf op aan pennen, die in zijn borstspieren steken, tot hij na een paar dagen van de pijn en honger in trance raakt. En op allebei wordt gewacht, aan de overzijde. In hun trance zien ze de Boeddha, of hun totemdier. Dat komt, mijns inziens, doordat het collectief onbewuste in het verre Oosten en Westen doordesemd is met Boeddha’s en totemdieren, door alle individuen, die eerder een vergelijkbare geestelijke weg aflegden. Helaas is er in ons mooie westen niet zo’n erkennende traditie, voor wie een psychose krijgt. Dus je krijgt een enorme stortvloed aan beelden en ideeën, zonder een cultureel anker.

Het tweede probleem van psychoses is: ze overkomen je. Je gaat er niet naar op zoek, het gebeurt onverwacht. Ik noem een psychose vaak hersen-caissonziekte, of acute spirituele decompressie-zieke, omdat het net zo giftig voor je hersenen is, als een te snelle stijging vanuit de diepte voor het lichaam van een duiker.

Onze psychoses veroorzaken ernstig persoonlijk lijden. En we lijden tweemaal. De eerste keer door de fysieke aard van de ziekte, die op de subtiele verbindingen in onze hersenen inwerkt, als een bosbrand op het ecosysteem van een woud. De tweede lijdensweg die we allemaal gaan, nadat we weer een beetje op aarde gekomen zijn, is de totale afwezigheid van erkenning. Een cultureel anker ontbreekt. Er is geen medisch kader voor de ervaringen en inzichten, die we allemaal opdoen tijdens een psychose. Onze zeer bijzondere en reële ervaringen, worden binnen het westerse culturele en medische kader gedefinieerd als niet echt, als wanen, als verkeerd, als iets om uit de weg te gaan, om zo snel mogelijk te vergeten.

Ik heb veel verslagen gelezen van mensen, over hun wanen en visioenen tijdens psychoses en andere momenten waarop de hersenen de sluier van de ratio niet in stand kunnen houden. Psychoses blijken veel te lijken op ervaringen van mensen tijdens ernstig zuurstoftekort, zoals bij een bijna-dood ervaring, of tijdens een hersenbloeding. Kijk bijvoorbeeld naar de TED-talk van Jill Bolte Taylor.

Ik heb er lang over nagedacht, en ik denk dat ik met enige zekerheid de volgende punten kan maken:

  1. De medische wetenschap heeft gelijk: de visioenen die mensen zien tijdens psychoses, beroertes en andere bijna-dood ervaringen zijn symptomen van een ziek brein.
  1. De mystici hebben ook gelijk: wat mensen meemaken tijdens een psychose, een beroerte of een bijna-dood ervaring, is altijd een intieme ontmoeting met ‘het goddelijke’, ‘het collectief onbewuste, ‘de geestenwereld’, ‘The Force’, et cetera, geef het een naam. Noem het inspiratie in de puurste vorm, met nogmaals deze waarschuwing: vergif zit in de dosering.
  1. Het begrip persoon, ‘ik’, is niet van toepassing op mensen die in dergelijke toestand verkeren. Ze zijn van buiten even minder dan een persoon, maar van binnen veel meer.

We moeten mensen die in deze toestanden verkeren natuurlijk zo snel mogelijk helpen, met alle technieken waar de moderne medische wetenschap over beschikt. Maar de medische wetenschap maakt op dit moment een grote fout. Visioenen tijdens bijna-doodervaringen en in mindere mate tijdens beroertes, worden door medische professionals met een zeker respect behandeld. Datzelfde kun je niet zeggen voor de psychiatrie. Door ex-psychotici de toegang tot de inhoud van hun ervaringen voorbij de rede te ontzeggen, door ze te benoemen als wanen, als dingen die niet echt zijn, vergroten psychiaters ons lijden. Want dan is het echt allemaal voor niets geweest: het verliezen van je zelf, van je vrienden, je baan, noem maar op.

“Onze psychiaters kunnen enorm veel voor ons geestelijk welzijn betekenen, simpelweg door te erkennen dat de visioenen waar we zo enorm voor hebben geleden, betekenis hebben.”

De vraag die ik aan het begin van dit verhaal aan meneer Peter Hacker stelde, is tegelijkertijd ook het antwoord. Als we in een psychose of een andere alternatieve staat van bewustzijn geraken, zijn we geen individuele personen meer, omdat we onderdeel worden van een groter geheel. Dat geheel, hoe je het ook wilt noemen, heeft je iets willen vertellen.

Filosofen en sceptici kunnen weinig met een mystiek één worden met de wereld om je heen. Zij zullen blijven proberen te definiëren waar ons ‘ik’ zich op dat moment precies bevindt. Maar iedereen die wel eens gek is geweest, weet dat je met het verliezen van jezelf en je persoonlijke decorum, ook een zekere winst maakt. Blijf aan die winst vasthouden. Wat je gezien en beleefd hebt was wel belangrijk. Doe er iets mee. Schrijf erover, schilder, maak muziek.

En slik je pillen. Want een psychose is heel bijzonder, maar een leven zonder psychoses is uiteindelijk toch echt bijzonderder.


sam

Sam Gerrits is journalist en geochemicus. Hij schrijft voor o.m. NRC Handelsblad, Nieuwe Revu en The Post Online. Een van zijn doelen daarbij is het taboe op gekte te helpen doorbreken, onder het motto “eens gek is niet altijd gek, al niet meer sinds 1958“. In 2007 debuteerde hij samen met gelauwerd filosoof Wouter Kusters bij uitgeverij Lemniscaat met het veelgeprezen boek ‘Alleen: Berichten uit de isoleercel’.

alleen

Je kunt Sam volgen op Twitter (@samgerrits)
of surf naar zijn site: www.samgerrits.com.
Daar vind je ook meer informatie over het boek.

 

 

Bipolair met flair

Tekst: Jamila van Zoest

Elke dag de onzekerheid, hoe zal het morgen zijn
Welke gemoedstoestand, een diep dal of juist fijn

De onzekerheid, zorgen, wanneer sla ik om
De grote frustratie, niemand begrijpt waarom

“hoe is het met je?” zo’n moeilijke vraag
Morgen is het antwoord anders dan vandaag

Pillen slikken, therapie en vooral accepteren
Het lukt mij wel, de buitenwereld moet dat nog leren


Ik wil tussen de mensen zijn, gezellig, niemand die dat ziet
Ik wil rust, niemand om me heen, zien jullie het niet?

Twee gezichten, snapt iemand hoe ik ben
Ik ken mezelf niet eens, of ik er ooit aan wen?

Steeds die switch, het valt niet mee
Hoe ben ik morgen? Wie van de twee?

Ken je dat stille meisje, zorgzaam en bedacht
Of ken je ’t feestbeest, die veel praat en lacht

Ik ben ze allebei, soms zelfs op één dag
Zonder waarschuwing, is daar ineens de omslag

Dus als je me niet begrijpt, dan weet je waarom
Ik doe m’n best, maar soms sla ik even om


Hoi, ik heet manie en ik voel me zo goed
Hoi, ik heet depressie en ik weet niet wat ik met m’n tranen moet

Wij zijn saampjes en leven bij één persoon
Wij vechten regelmatig, dat vinden we heel gewoon

Meestal wint depressie, die houdt het langer vol
Soms wint manie, in korte tijd veel lol

We zijn heel wispelturig, dat hangt van factoren af
Even lekker stappen, misschien een manie als straf

Fotoalbums kijken, gezellig terug in de tijd
Depressie die daarop goed gedijt

Doei, ik heet depressie, ik ga naar m’n bed
Doei, ik heet manie, ik maak vannacht nog even pret


Weet je wat ze zeggen, ze zeggen “jij bent ziek”
Want men vindt het niet normaal, de switch tussen dal en piek

De pieken zijn zo heerlijk, daar geniet ik van
De dalen zijn zo erg, erger dan ik hebben kan

Therapie en een paar pillen
Ik zou het ook graag anders willen

Helaas is het nou eenmaal een feit
Ook nog eens verergerd in de loop der tijd

Hoe ziek ben ik nou echt
Als mens ben ik niet slecht

Respect voor anderen, zorgzaam en trouw
Aan de buitenkant een normale vrouw

Je hebt mensen die zijn crimineel
Die laten een onbezorgd kinderleven niet heel

Onzichtbaar in de maatschappij, achter gesloten deuren
Zwijgend over wat ze daar laten gebeuren

Ik ben open en vertel wat je wil weten
Hup, stempel op m’n hoofd, “jij bent anders, niet vergeten!”

Mijn ziekte heeft een naam, ik ben bipolair
Open en eerlijk, ik ben BIPOLAIR MET FLAIR


Bedankt voor je eerlijkheid, het wordt me vaak gezegd
Het is ook niet moeilijk, als je tegen de tranen vecht

Te echt om te maskeren, te intens en onverwacht
Pieken en dalen, ze hebben me in hun macht

Moet ik me ervoor schamen, wil je een stuk toneel?
Nee dus, ik ben liever open, al vertel ik dan teveel

Ik heb pieken, ik heb dalen, ze switchen nogal vaak
Bij mij heten ze manie en depressie, medicijnen zijn noodzaak

Bedankt voor je eerlijkheid, het wordt me vaak gezegd
Liever was ik normaal,hoewel.. wie is dat echt…


Het maalt in m´n hoofd, het stopt niet meer
Boosheid, zorgen, verdriet, telkens weer

Wat als ik nu tegen een boom rij
Zijn alle zorgen dan voorbij?

Nee niet doen! Wat egoïstisch van mij
Daarmee lossen de problemen niet op

Hoewel ik dan zeker het malen stop
Wat als ik nu even blijf staan

Laat m’n tranen maar even gaan
Ja dit is beter, bij het gevaar vandaan

Ik denk aan m’n gezin; m’n alles en meer
Geluk, blijdschap, liefde, telkens weer

Als ik nu naar ze toe rij
Zijn alle zorgen even voorbij

Die blije gezichtjes zijn alles voor mij


 

Jamila Ik ben Jamila van Zoest en ik heb een bipolaire stoornis. In een druk leven met lieve man en drie lieve kindjes is het een hele uitdaging om tussen alle pieken, dalen en therapieën de ballen hoog te houden.
 Met behulp van psycholoog, psychiater, Citalopram, Lithium en luisterende oren van vrienden en familie kan ik me redelijk redden. Het is knokken of mokken!

Wil je meer van en over mij lezen, klik dan hier voor mijn weblog.

Spiritualiteit, van wezenlijk belang bij de bipolaire stoornis

 

José Hoekstra

In manie en psychose kun je nogal eens te maken krijgen met bijzondere spirituele ervaringen, die je niet zomaar meer vergeet. In de psychiatrie werd het jarenlang afgeraden om je al te veel bezig te houden met spiritualiteit, en misschien niet onterecht. Er is absoluut meer tussen hemel en aarde maar je kunt er jezelf ook helemaal in verliezen en het contact met de dagelijkse realiteit verliezen. Of je kunt er een ‘bypass’ van maken, zoals het ook wel genoemd wordt: jezelf alleen nog maar bezighouden met spiritualiteit of religie terwijl je ondertussen belangrijke psychische ontwikkelingsthema’s laat liggen. En niet onbelangrijk: veelal sluimeren er trauma’s onder de ervaringen die we meemaken in manie of psychose. Toch is er veel voor te zeggen om wel aandacht te geven aan onze spirituele ervaringen, al dan niet in psychose of manie.

Diepe dalen, hemelse hoogten
Bij een depressie denk je eerder aan een afwezigheid van spiritualiteit. Het zijn meestal donkere, neerdrukkende episoden waarbij je het gevoel hebt helemaal niet meer te kunnen of willen leven en waarbij er van een gevoel van verbinding (“religare” in het Latijn), spiritualiteit of geloof dan helemaal geen sprake meer is. Veelal verlies je het gevoel van verbinding met de omgeving en met anderen maar je kunt ook echt het gevoel krijgen de verbinding met God of het goddelijke kwijt te zijn geraakt. In de Christelijke mystiek staat deze ervaring bekend als ‘de Donkere Nacht van de Ziel’ van Johannes van het Kruis – een belangrijk mysticus uit Spanje. Hij zag deze ervaring als een getest worden door God op zijn geloof.

Manieën en psychosen daarentegen kieperen ons linea recta in andere werkelijkheden, een uiteenvallen van het ego, soms angstaanjagend en gevuld met paranoia als het meer psychotisch is. Of vol van prachtige ervaringen van eenheid met alles als de ervaring meer is dan een manie alleen. Ervaringen van licht en energie, soms met herinneringen van vorige levens of intense ervaringen die je het gevoel geven een missie op aarde te hebben, komen in een manie regelmatig voor. Dat kunnen levensveranderende ervaringen zijn – in positieve zin als je ze serieus neemt en aan de slag gaat om ze te integreren in jezelf. Dan wordt een crisis een kans voor ontwikkeling.

saint-198958_640

De overlap van psychotische ervaringen met mystieke ervaringen zorgen al jarenlang voor een verhit – maar verlicht – debat. De Amerikaanse psychiater Stanislav Grof is de oprichter van wat men de transpersoonlijke psychologie noemt. In 1989 schreef hij een boek naar aanleiding van de crisis van zijn vrouw, waarin hij het begrip Spiritual Emergency (spirituele nood of crisis) introduceerde met de vele facetten en vormen die zo’n crisis kan aannemen. Daarmee ontstond een beweging die de spirituele aspecten van persoonlijke crises serieus wil nemen en deze ziet als mogelijkheid tot transformatie. Jarenlang deden allerlei mensen pogingen om onderscheid te maken tussen wat nou een psychose is aan de ene kant, en een mystieke ervaring aan de andere kant. Inmiddels is het wel duidelijk dat die grens niet altijd zo sterk te trekken valt.

Spirituele zoektochten
Eén van degenen die hier vele Engelstalige video’s over maakte is Sean Blackwell, die op zijn You Tube kanaal BipolarOrWakingUp verslag doet van zijn eigen zoektocht op dit gebied. Ook hij heeft zich uitgebreid in de transpersoonlijke psychologie verdiept. Spiritualiteit is als gevolg van dit debat inmiddels geen vies woord meer in de psychiatrie. Het is allang gebleken dat bijvoorbeeld mensen die deelnemen aan een spirituele of geloofsgemeenschap over het algemeen veel minder psychische klachten hebben dan zij die zo’n gemeenschap niet om zich heen hebben. In Nederland is geestelijk verzorgster Eva Ouwehand bezig met een promotie onderzoek naar het belang van spiritualiteit en religieuze ervaringen bij het herstel van mensen met een bipolaire stoornis.

In de oosterse filosofie en religies neemt het begrip van energie een veel belangrijker plaats in dan in het westen. In onze culturen werd hier jarenlang niet over gesproken maar gelukkig begint ook dat te veranderen. Energetische fluctuaties en spirituele ervaringen hebben namelijk wel iets met elkaar te maken. De meesten van ons hebben wel eens van het oosterse chakrasysteem gehoord, de energieknooppunten in ons lichaam. Wanneer we weinig emotionele blokkades meer hebben, kan de energie vrijelijk door ons lichaam stromen. Daarnaast hebben we bij ons stuitje een soort reserve energie, extra levensenergie, die kan ontwaken en langs onze ruggengraat naar boven kan stromen. Wanneer deze energie onze kruin bereikt, maken we contact met de spirituele dimensie. In India wordt dit de kundalini energie genoemd. In het westen werd dit ook wel de indaling van de Heilige Geest genoemd omdat op dit punt, wanneer de energie onze kruin bereikt, het goddelijke in ons afdaalt. Dat is dan ook precies wat belangrijk is: dat het spirituele een plek kan krijgen in ons, in ons leven. Dat het zich kan verbinden met ons en ons dagelijks leven. Soms kan deze energie ontwaken terwijl allerlei trauma’s nog niet verwerkt zijn, vaak met psychose als gevolg.

Een latente bipolaire stoornis kan door zo’n kundalini ervaring tot uiting komen. Iets wat ik zelf heb meegemaakt – maar net zo goed kan manisch depressiviteit zich eerst ontwikkelen en kun je bijvoorbeeld later in een manie of psychose alsnog ook een energetisch en spiritueel ontwaken ervaren. Wat dat betreft zijn er vele variaties mogelijk.

Een gezonde manier van zijn
In de loop van de jaren dat ik zelf worstelde met de bipolaire stoornis heb ik steeds meer gemerkt hoe belangrijk het is dat alle ervaringen een plek krijgen, dat ze er mogen zijn. Dat je er achteraf, na een psychose bijvoorbeeld, op terug kan kijken en ze kan integreren. Sommige ervaringen blijken dan echt wanen te zijn. Andere ervaringen zijn oprecht spirituele ervaringen. Beiden kunnen je iets vertellen over je eigen ontwikkeling en de manier waarop je in het leven staat. Een gezonde manier van leven, aardend, met gezonde voeding, contact met de natuur en gezonde lichaamsbeweging is eigenlijk wel de voorwaarde om die spiritualiteit ook echt in je leven te integreren. De energie die naar boven reikt, naar het spirituele, moet namelijk ook weer naar beneden kunnen stromen. Door ons lichaam en naar de aarde. Pas dan kan het er ook echt zijn. Het toelaten van onze spirituele en/of religieuze belevingen is volgens mij echt van wezensbelang. Een soort van existentiële noodzaak bij de bipolaire stoornis. Ook al ervaren we misschien heel veel energie en spirituele beleving in een manie en veel te weinig energie en een gebrek aan verbinding en spiritualiteit in een depressie, het is onze persoonlijke beleving en die mag er zijn, die maakt ons tot mens.

Wil je meer weten over het onderzoek naar het belang van spiritualiteit en religieuze ervaringen bij het herstel van mensen met een bipolaire stoornis of geïnterviewd worden door Eva Ouwehand neem dan contact op via: e.ouwehand@altrecht.nl


Jose foto

José Hoekstra is 53 jaar oud en moeder van 2 kinderen. Op 29 jarige leeftijd maakte ze op een meditatieretraite in India een plotseling kundalini ontwaken mee, waarna ze een psychose kreeg en vervolgens een bipolaire stoornis ontwikkelde. Ze werkte als redactrice jarenlang voor de Plusminus, het tijdschrift van de VMDB en schrijft nu af en toe voor www.ggztotaal.nl. Daarnaast helpt ze als ervaringsdeskundige mensen per mail of aan de telefoon met ervaringen van spirituele crisis en psychose.

Kolder in de kop

Tekst: Martine van ’t Hek

Iedereen ervaart een bipolaire stoornis anders en heeft zo gezegd andere frequenties in zijn episodes. Niet iedere manie heeft dezelfde kenmerken. Waar de een heel veel gaat schrijven of de bloemetjes buiten de deur gaat zetten, zet ik onder andere mijn huishouden bijna letterlijk en figuurlijk op zijn kop.

Het is niet verwonderlijk dat mensen in mijn omgeving, evenals ikzelf, niet door hadden wat er met mij aan de hand was. De meest voor de hand liggende opmerkingen, die ook zeker meerdere malen zijn gemaakt: “ Ze is schoonschip aan het maken” of “Ze is met de voorjaarsschoonmaak bezig”. Het maakte daarbij niet uit in welk jaargetijde ik dit deed. Al vroor het dat het kraakte of al vielen de mussen van het dak, het maakte mij niet uit. De temperatuur voel ik op zo’n moment niet. Als de kolder eenmaal in mijn hoofd zit, krijg ik hem er niet uit. Wat ik wil, moet en zal koste wat kost gebeuren. Die metamorfose van mijn woonkamer komt er en menig meubelstuk wat niet meewerkt, krijgt het te voorduren of wordt desnoods gesloopt.

hulk-578088_640

De kracht waarmee deze ‘verbouwing’ gepaard gaat, is bijna onbeschrijfelijk. Meubelstukken waar je normaliter meerdere personen bij nodig hebt om ze leeg te verplaatsen, verplaats ik helemaal alleen mét inhoud naar de nieuwe plek van bestemming . Het voelt soms alsof ik transformeer in de Hulk en in het bezit ben van super krachten. Zelfs mijn ruimtelijk inzicht lijkt scherper te zijn dan wanneer ik stabiel ben. Ik weet exact op bijna de cm nauwkeurig af of iets gaat passen of niet. In mijn hoofd heb ik een duidelijk beeld van wat, waar moet komen en hoe. Het plan wat ik in mijn hoofd heb, moet worden uitgevoerd. Het is voor mijn gezin en mijn omgeving dan beter om of uit de buurt te blijven of juist mee te werken. Maar loop je mij voor mijn voeten dan kun je er op rekenen dat ik je overspoel met woorden of dat ik je letterlijk aan de kant zet.

Als mijn gezinsleden besluiten om mee te helpen dan is het wel zaak dat zij snel van begrip zijn en niet herhaaldelijk aan mij vragen wat nu de bedoeling is. Zo’n uitleg komt namelijk met een razend tempo mijn mond uitgevlogen. Geduld om het nog een keer uit te leggen heb ik dan niet. Alles moet nu gebeuren. Niet over één uur of over één dag. Nee, NU!

Als ik bijvoorbeeld bedenk dat ik mijn vitrages voor de ramen wil vervangen door plakfolie, dan rijd ik per direct naar de plaatselijke bouwmarkt om materiaal te halen. Zelfs mijn fysieke beperking houdt mij niet tegen. Al moet ik lopend of met de fiets. Als ik zoiets in mijn hoofd heb dan gebeurt het ook. Zelfs als in verband met tropische temperaturen het advies geldt om geen zware fysieke inspanningen te doen, ga ik gewoon door met het plan dat ik in mijn hoofd heb. Ik voel het toch niet. Bij thuiskomst worden dan de vitrages direct afgehaald en lap ik de ramen om vervolgens deze weer nat te maken om het folie op te kunnen plakken. Hoe ik het doe, doe ik het en het lukt mij ook. Al moet ik doorgaan tot midden in de nacht. Ik klaar dit klusje zonder dat ik deze bijvoorbeeld na de manie overnieuw moet doen omdat het folie weer naar beneden komt. Een ander zou van vermoeidheid zijn ingestort maar ik ga door.

Bent u nu ook moe van het lezen van bovenstaande? Ik wel. Als ik naar mijn manies terugkijk dan denk ik wel eens: “Hoe heb ik het voor elkaar gekregen om dat te kunnen doen terwijl ik nog geen fractie van zo’n activiteit kan uitvoeren als ik stabiel ben”. En dan moet u nagaan, dit zijn maar kleine stukjes van wat ik tijdens een manische periode allemaal doe.

Zoals ik bij het intro al zeg, heeft iedereen zo zijn eigen kenmerken die bij een manie passen. Hetgeen wat ik hier beschreven heb, is één van mijn voorbeelden die kunnen optreden tijdens een manie. Een ander voorbeeld is koopjes najagen. En dan heb ik het niet over gezellig shoppen maar over een bulkvoorraad aanleggen van onder andere shampoos of vaatwasblokjes. Wat er weer voor zorgt dat mijn kasten uitpuilen. Allemaal omdat ik de koopjes niet kon laten liggen. Wat moet ik doen met een voorraad van een jaar aan vaatwasblokjes? Gelukkig hebben we een vaatwasser die er graag gebruik van maakt. En die shampoo die komt ook wel op. Zeker met een stel pubers die graag staan te schuimen onder de douche.


2014-04-09 10.40.24

Mijn naam is Martine van ’t Hek , bijna 41 jaar en volop bezig met mijn ontdekkingstocht naar de do’s en don’ts bij het hebben van een bipolaire stoornis. Daarnaast ben ik moeder van een twee prachtige kinderen met ieder een eigen uitdaging en gelukkig getrouwd met een schat van een man die ook zijn eigen uitdaging heeft. Wat die uitdagingen zijn en waar wij als gezin mee van doen hebben, kunt je lezen als je een kijkje neemt op: www.martinevanthekblogt.wordpress.com

De weg die herstel heet

Tekst: Romana Slagboom

Aan het begin van mijn weg naar herstel was ik compleet door mijn ziekte overrompeld. Ik wist niet wat er met mij gebeurde. Ik was bekend met angst maar niet met alle bijverschijnselen die mij nu plotseling overvielen. Ik zag dingen die er niet waren, hoorde gesprekken waar ik toch echt alleen was en mijn lichaam leek niet meer te functioneren. Ik voelde zoveel tegelijkertijd dat ik de individuele emoties niet meer kon onderscheiden. Ik was in de war, begreep niet wat er met mij aan de hand was en ik was wanhopig want wat nu? Hoe moest ik verder als ik zelfs mijzelf en mijn eigen lichaam niet meer kon vertrouwen? Hierop ging ik in de wachtstand en was ik tot niet veel meer in staat dan ademhalen. Ik heb aan de bel getrokken bij de GGZ en werd niet gehoord. Ook omdat ik niet in staat was om mijn klachten goed en duidelijk te verwoorden.

butterfly-730430_640

In de tweede fase van mijn herstel, zoals ik die nu herken, kon ik weer wat helderder denken. Er was nog een enorme angst voor een terugval maar ook het besef dat ik hulp moest zoeken. Toen ik eenmaal wist wat er met me aan de hand was, dat ik een bipolaire stoornis had, ben ik gaan vechten om beter te worden. Ik ging genezen dat wist ik zeker. Mijn ziekte verklaarde dan misschien mijn verleden maar zou zeker geen plaats hebben in mijn toekomst. Ik kon niet accepteren dat ik misschien altijd klachten zou blijven houden. Ik schaamde me, voelde me een zwakkeling en vertelde niemand over mijn problematiek. Want , zo redeneerde ik: “ik word toch weer beter?” Wie weet zouden mensen in mijn omgeving mij altijd blijven zien als het meisje dat psychische problemen heeft gehad. Dat wilde ik niet. Ik projecteerde mijn zelfstigma en angst op mijn omgeving en gaf zo niemand de kans mij te steunen.

Zo ging het even beter, met af en toe een terugval. “Maar dat is ok”, zei mijn behandelaar. Tot ik wederom gevloerd werd door mijn klachten. Dat was het moment dat ik besefte: “ik word niet beter.” Ik kan blijven vechten maar ik denk dat ik beter af ben als ik leer om met mijn ziekte te leven. Misschien kon ik dan ook echt gaan leven want het gevecht kostte mij bakken met energie. Het leverde mij niets op behalve een gevecht tegen een onzichtbare vijand. Een gevecht die ik ooit hoopte te gaan winnen. Langzaam maar zeker ben ik gaan ontdekken wat mijn leven leuk en waardevol maakte. Daarnaast ben ik een plan gaan schrijven voor een eventuele terugval. Wat kan ik doen? Wat kunnen mijn naasten doen? Wat werkt en wat niet? Ik ben gaan lezen over mijn ziekte die ik langzaam maar zeker ‘mijn kwetsbaarheid’ ging noemen. Ik las over medicatie en behandelingen en realiseerde me dat mijn ziekte ook echt MIJN ziekte was.

“Een andere patiënt kan dezelfde ziekte heel anders beleven.”

Dat was belangrijk voor me, omdat het betekende dat mijn herstelproces ook het MIJNE was. Ik mocht de regie nemen, experimenteren en mijn eigen weg gaan bewandelen. Doodeng maar ook heel bevrijdend. Ik hoefde niet langer te vechten tegen de ziekte. De ziekte werd een deel van mij. Mijn kwetsbaarheid. Ik werd dan wel niet beter, maar dat betekende niet dat mijn leven niet beter zou gaan worden.

Sinds lange tijd heb ik gezegd dat ik iets met mijn ervaringen wilde gaan doen. Maar wat dat ‘iets’ zou zijn werd pas duidelijk toen ik startte met de cursus ‘Samen Deskundig’. Dat ‘iets’ van mij bleek een functie: die van ervaringswerker. Ik had een doel!

In mijn contact met lotgenoten en gelijkgestemden voel ik me geaccepteerd om wie ik ben. Een ervaring die me het zelfvertrouwen heeft gegeven om niet meer te zwijgen over mijn kwetsbaarheid. Met schaamte doe je jezelf enorm tekort. Het maakt je ziek naast je ziekte. Eenmaal uit de kast viel er een last van mijn schouders. Eindelijk mocht ik mezelf zijn. Ik hoefde niet meer bang te zijn dat mijn geheim zou uitkomen.

Eerlijk gezegd heb ik vrijwel geen negatieve reacties gehad maar mochten ze komen dan doen ze niets af aan mijn identiteit. Stigma en onbegrip zeggen niets meer over mij maar wel heel veel over de persoon die het uit.

Ik heb nog steeds dagelijks te maken met de gevolgen van mijn kwetsbaarheid maar ziek voel ik me al lang niet meer. Ik let op wat ik eet, doe aan sport en zorg voor voldoende ontspanning. Ik blijf mezelf ook prikkelen om me verder te ontplooien en mijn grenzen op te zoeken. Dat hoort ook bij ervaringsdeskundigheid, weten hoe het is om over je angst heen te stappen. Gelukkig ben ik niet bang meer voor een terugval. Het kan gebeuren, morgen of over vijf jaar, maar die kennis houd me ook weer scherp. Het herinnert me eraan dat ik van alle goede momenten moet genieten en dat doe ik volop. Met de kennis en ervaring die ik nu heb weet ik dat een terugval niet het einde betekent van mijn herstel. Herstel blijft een proces dat voor mij en vele anderen niet lineair verloopt maar wel een proces dat ik aankan.

 


 

FB_IMG_1452521763929

Ik ben Romana Slagboom, 32 jaar, getrouwd, mama van een tweejarige dochter en ervaringswerker met een bipolaire stoornis. Ook ben ik initiatiefneemster van stichting Te Gek, een stichting die zich inzet voor jongeren met een psychische kwetsbaarheid.

Herstel, bestaat dat?

Tekst: Luc Vercauteren

Zelf ben ik hersteld. “Herstellen, wat is dat?”, heb ik vaak gedacht. Voor mij kwam dat antwoord pas toen ik hersteld was. Herstellen van een psychische aandoening laat zich niet in één zin omschrijven. Het is voor ieder een uniek en persoonlijk proces en reikt over de grenzen van een psychische aandoening heen naar een volwaardig leven. Herstellen van klachten van een psychische aandoening -van een psychose, van een angststoornis, van een eetstoornis, van een depressie- is vaak niet voorstelbaar als je last van psychische klachten hebt. De hoop ontbreekt dan vaak. Hoop is dan ook een belangrijk onderdeel van herstellen. Het is het begin van herstellen. Zonder hoop kan herstel niet worden ingezet. Herstel is niet gelijk aan het genezen van een stoornis. Het is het vinden van een weg om te leren omgaan met je kwetsbaarheden. Je bent hersteld op het moment dat je niet meer wilt veranderen, dat je omarmt wie je bent met al je kwetsbaarheden. Dat het goed is zoals het is. Herstel gaat niet vanzelf ook al denk ik dat het vooral een onbewust proces is. Herstel is het weer aanwezig zijn van een verbinding met jezelf. Verbinding met anderen. Het weer kunnen beleven. Het weer kunnen voelen en het weer kunnen voelen van liefde.

Samenvattend is herstel een proces waarin ruimte is voor hoop en wat leidt tot het ontdekken van een nieuwe zinvolle betekenis in het leven ondanks de beperkingen van een psychische aandoening.


Luc

Mijn naam is Luc Vercauteren. Door Petra ben ik uitgenodigd om een gastblog te schrijven voor haar website. Nu schrijf ik al zo af en toe voor de website psychosenet.nl. Ik schrijf daar over mijn bipolaire aandoening en hoe ik deze ziekte ervaar.

Je kunt meer over mij en m’n bipolaire aandoening lezen in de volgende blogs:
Omgaan met iemand met een depressie
Bipolaire stoornis en acceptatie

Over mijn nabije toekomstplannen verwijs ik je graag door naar mijn website: www.maastricht-teheran.nl

Psychotisch onderuit

Tekst: Huub Hendriks

In mijn bed lig ik al dagenlang
onbewust van tijd en uren
mijn lichaam is zwak en uitgeteerd
mijn geest maakt overuren

uit voorzorg ben ik vastgemaakt
aan polsen en aan enkels
men zegt dat dit beter is
voor mijn gedachte kronkels

alsof ik weg kan lopen
met lakens om mij heen
mijn leven gaat teneinde
onmenselijk en alleen

zes maal per dag die spuiten
beladen met beton
alleen dat was het anker
dat mij nog redden kon

dertig kilo aan gewicht
heeft men mij al ontnomen
in even vele dagen
heb ik niets tot me genomen

mijn toestand is nu heel kritiek
zelfs drinken kan ik niet
ik schaam me voor mijn eigen vrouw
die mij zo liggen ziet

person-371015_640

dan weer zo’n moment
dat Jezus onze vader
mij meeneemt op zijn weg
naar ‘t hemels engelen kader

en steeds weer gaan wij andere wegen
zoals de kruisweg saam
en soms mag ik dan drogen
een traan in Jezus naam

vogels zie ik stil staan
boven in de lucht
terwijl onder hen de mensen
zich haasten op hun vlucht

het einde aller tijden
zag ik wel honderd keer
en juist daarom God de Vader
geloof ik in U Heer.


huub

Mijn naam is: Huub Hendriks, geboren in Slenaken (1950). Ik was de oudste van vier broers. Op mijn 23ste leerde ik Ans kennen. Samen hebben we één zoon Dave. In 1974 gaat het plotseling goed mis en word ik voor het eerst psychotisch. Een opname van 14 maanden volgt en in die tijd wordt, zonder dat ik daarbij ben, onze zoon geboren. Bij mij wordt de diagnose manisch-depressief gesteld. Nog vele lange opnamen volgen. Ik ben wel altijd erg medicatietrouw geweest en heel langzaam kreeg ik de controle terug over mijn leven. In 1975 werd ik volledig arbeidsongeschikt en daarmee heb ik het jarenlang heel erg moeilijk gehad.

De eerste stappen zette ik als RIAGG-cliëntenraadsvoorzitter in Maastricht. Ook volgde ik aan de Universiteit van Maastricht Cliënt-, Recht en Etiek. Ik kwam in de Limburgse Cliëntenraad terecht. Het RIAGG stelde mij in de gelegenheid om mijn eerste gedichtenbundel uit te geven genaamd “Eindelijk is de pijn gedicht”. Toen bleek dat ik alles over mijn ziekte goed onder woorden kon brengen en mij er ook niet voor schaamde, vond ik een plek bij de VMDB waar ik nu al meer dan 20 jaar vrijwilliger ben.

De VMDB heeft mijn leven altijd een zonnige kant gegeven. Ik heb mij er mogen ontwikkelen. Ik geef nog steeds op landelijk niveau lezingen en voorlichting aan 2de jaars studenten en huisartsen in opleiding. Ik schrijf vaak in het verenigingsblad PLUSminus en heb drie jaar geleden de Fridus Crijns wisseltrofee mogen ontvangen als beste vrijwilliger aan onze landelijke lotgenotenlijn. Binnenkort ga ik ook voorlichting geven bij de politie over hoe zij beter om kunnen gaan met mensen die psychotisch zijn.

De medewerkers van de lotgenotenlijn zijn er voor zowel lotgenoten als betrokkenen en iedere dag (ook in het weekend) van 11.00 tot 21.00 bereikbaar onder het volgende nummer: 0900 5123456