Korte reis door mijn leven

Tekst: Suzan

Ik heb een normale jeugd gehad in de Achterhoek en ben op mijn 17-de op kamers gegaan in Utrecht. Mijn vriendje ging daar ook studeren, dus we konden elkaar veel zien. Er was nog geen sprake van verschijnselen van een bipolaire stoornis. Wel was er in mijn familie sprake van een schizofrene oom. Hij overleed rond die tijd.

Mijn studieloopbaan was er een van VWO naar HAVO naar HBO en vervolgens naar de MTS. Achteraf denk ik wel eens dat ik misschien al last heb gehad van een gebrek aan concentratie. Ik ging werken. Mijn vriendje en ik gingen trouwen. We leidden een regelmatig leven. We hadden het naar ons zin in Arnhem waar we inmiddels woonden. Ik dronk weinig alcohol en ging meestal bijtijds naar bed.

Onze zoon diende zich aan. De zwangerschap ging gepaard met complicaties: ik kreeg een veneuze sinus trombose, die me bijna het leven kostte. Een vriendin heeft me gezegd dat ik sindsdien niet meer de oude ben geweest. Ik ging energiewerk doen, Reiki. Ik weet niet of het daardoor komt, maar ik kreeg op mijn 27e een eerste psychose. De huisarts constateerde een depressie met psychotische kenmerken. Ik kreeg een antidepressivum en een antipsychoticum. Mijn man schrok zich rot door mijn rare gedrag. Weken lag ik daarna op de bank, tot niets in staat.

Jaren later, op mijn 39-ste, werd ik hevig verliefd op iemand die ik alleen maar door een correspondentie kende. Later werd duidelijk dat ik toen al wanen had. Dat duurde een tijd en mijn huwelijk kwam in zwaar weer. Mijn man en ik waren al uit elkaar gegroeid en hadden samen veel meegemaakt. Ik was veel ziek. Ik heb het gevoel dat hij me losgelaten heeft. Er geen zin meer in had. Ik voelde me minderwaardig en hij stortte zich op zijn werk. We konden niet communiceren. Uiteindelijk mondde dat uit in een scheiding. Ik ging in Arnhem wonen. Zag mijn zoon amper.

sea-418742_640

De bedrijfsarts van mijn werkgever zorgde ervoor dat ik naar de psychiater ging. Die constateerde een psychose, gaf me Seroquel en stuurde me naar huis. Later werd dat Lithium gecombineerd met Olanzapine en Thyrax. Ik ging 9 maanden naar de dagbehandeling voor ik ging re-integreren. Daar werd me duidelijk gemaakt door de interim-manager die er inmiddels zat dat hij van plan was afscheid van me te nemen. Hoe hard ik ook werkte en mijn best deed, ik kon niet tegen zijn vooroordeel opboksen. Ik verloor dus mijn baan. Daardoor raakte ik weer in een psychose, wat duidelijk werd tijdens de zomervakantie in Griekenland met een vriendin.

Mijn vriendin heeft veel met me te stellen gehad gedurende die vakantie. Haar uitgangspunt was dat ze me niet in een Grieks ziekenhuis wilde hebben, dus ze heeft alles in goede banen geleid tot ik veilig in Nederland was. Een opname op de PAAZ volgde, deze duurde 7 weken.

Dat is nu een jaar geleden. De depressie die op de psychotische periode volgde vond ik zwaar. Nu ben ik stabiel.

Waar ik moeite mee heb is met het leven ‘onder een deken’.

Alle gevoel lijkt platgelegd. Ik voel me soms een robot. Ik ben doorlopend moe en heb veel last van spierpijn. Dat zijn de belangrijkste bijwerkingen voor mij. Sinds een week mag ik de Lithium afbouwen, wat heel langzaam moet. Spannend vind ik dat.

Ik worstel met het eindigen van mijn huwelijk (wat veel bipolairen overkomt). Het verlies van mijn baan. Het schuldgevoel ten opzichte van mijn kind, de zorgen of hij ‘het ook heeft’. Bipolariteit maakt veel kapot. De arts zei dat ik me niet af moest vragen óf, maar wanneer ik weer manisch/psychotisch zou worden. Dat vooruitzicht maakt me verdrietig. Er is me veel aan gelegen nieuwe episoden te voorkomen. En weer zin in mijn leven te ontdekken. Ik ben wel toe aan iets positiefs.


Mijn naam is Suzan, 44 jaar en moeder van een zoon.
Ik doe vrijwilligerswerk.

Het gevoel dat ik weer leef

Tekst: Fransisca Furda

In 1980 kwam ik in mijn eerste zware depressie terecht waardoor mijn eerste opname begon. Daar heb ik vele medicijnen gekregen. Heel veel verschillende waarvan ik nu niet mee zou weten welke. Ik heb het ooit eens bijgehouden door alle bijsluiters te bewaren die in de verpakkingen zaten. Ik raakte steeds verder depressief door al deze medicijnen en werd er ook erg agressief van. Ik wilde niet meer verder met mijn leven waardoor in het psychiatrisch ziekenhuis waar ik toen verbleef de enige oplossing was om mij plat te spuiten en te isoleren. Dit heeft zich jarenlang herhaald in verschillende psychiatrische ziekenhuizen. Overal werd ik volgestopt met pillen en werd ik geïsoleerd. Al die jaren ben ik totaal onderdrukt door de medicijnen.

Mijn een-na-laatste opname was zo’n twintig jaar geleden. Tot die tijd wist men niet wat er aan de hand was, heb ik ook nooit begrip gekregen van hulpverleners en daardoor ook niet van mijn familie.

In 1990 kwam ik bij een vrouwelijke psychiater en daar had ik toch een heel klein beetje het gevoel dat ze me begreep. Maar zij ging ook weer medicijnen voorschrijven. Ze begon met Moclobemide wat al snel werd opgevolgd door Lithium en vervolgens Orap. Dit heb ik 23 jaar geslikt. Ondertussen bleek ook mijn schildklier hierdoor niet goed meer te werken en ik kreeg Thyrax voorgeschreven. Alles bleef hierdoor onderdrukt en eigenlijk veranderde er ook niet veel.

pillen

17 december 2013: dat was de dag dat ik de Moclobemide, Lithium en de Orap van de ene dag op de andere dag heb gestopt zonder overleg met wie dan ook. Groot paniek bij de hulpverlening en bij mijn familie en vrienden. “Dit kwam niet goed”, dachten ze allemaal. Maar al gauw zagen mijn vrienden een totaal andere persoon in mij. Ook ik had het gevoel te gaan leven en alles weer mee te maken. In overleg met mijn toenmalige arts hebben we ook de Thyrax stopgezet. Nu is mijn schildklier zelfs weer helemaal in orde. Ja, het blijft moeilijk. De pieken en dalen zijn wel veel heftiger dan met medicijnen.

Sinds vorig jaar heb ik een goede psychiater en een goede hulpverlener, waar ik veel contact mee heb. Eindelijk mensen die mij begrijpen maar ze waren niet blij dat ik met al mijn medicatie was gestopt. Vorig jaar kwam ik in een manische periode terecht. Tijdens die periode heb ik veel steun van hun gehad door gewoon in contact te blijven. Op een gegeven moment kwam ik in een depressie terecht en kreeg ik Abilify voorgeschreven. Dit werkte echter maar kort. Daarna deed het niets meer en volgde een opname. Gelukkig met hele goede afspraken, die voor mij heel belangrijk waren. Dit was op een crisisafdeling. Na drie weken kon ik weer naar huis, zonder medicijnen. Ook dat ging niet echt lekker en ik kreeg Quetiapine. Dit medicijn heb ik maar een tijdje gebruikt want mijn lichaam reageerde hier erg heftig op en werd er weer sterk door onderdrukt. Ik heb toen in overleg met de psychiater afgesproken dat ik dit alleen nog zou gebruiken zo nodig. Dat was 19 maart jongstleden maar het was geen succes.

“Mijn hulpverlener kan ik altijd een mail sturen waar hij zo snel mogelijk op reageert.”

Ik denk dat ik het momenteel zonder medicijnen red omdat ik een goede hulpverlener en een goede psychiater heb, die me begrijpen. Als hij afwezig is dan zorgt hij altijd voor een vervanger, die ik ondertussen ook goed ken. Ze begrijpen ook waarom ik geen medicijnen meer wil slikken en weten dat het heel moeilijk kan zijn om het zonder medicijnen te redden. Vanaf half april zit ik best in een hele moeilijke periode waarin veel ervaringen uit mijn verleden, wat altijd weggestopt is door de pillen, naar boven komen. Dus heel veel prikkels. Maar ik weet ook wanneer ik moet stoppen en moet gaan rusten. Ik houd een agenda bij en ik schrijf op briefjes wat ik aan huishoudelijke taken moet doen. Hierdoor hoef ik in mijn hoofd niets te onthouden. De briefjes zorgen voor rust in mijn hoofd. Met mijn hulpverlener bespreek ik de veranderingen van mijn gedrag die ik zelf voel en die mijn hulpverlener ervaart. Eindelijk heb ik nu het gevoel dat ik leef. En ik ben blij dat ik zelfs vrijwilligster kan zijn bij een hondenschool in de kantine, waar ik mijn eigen beide honden mee naar toe kan nemen. Maar ook daar moet ik goed in de gaten houden wat ik doe en inderdaad op tijd “stop” zeggen.

Via de psychiater en mijn hulpverlener heb ik wel altijd de mogelijkheid om terug te vallen naar de Quetiapine maar of dat ooit gebeurt, kan ik nu niet zeggen. Ik heb ondervonden dat het heel belangrijk is om een erg goede verstandhouding met je hulpverleners te hebben. Ik hoop dat ik dat genoeg heb om de pillen niet weer te hoeven gebruiken. Ik weet nu dat ik het leven, ook al is het moeilijker, toch veel echter beleef dan in al die jaren dat ik pillen heb geslikt.


Fransisca

Mijn naam is Fransisca Furda (58 jaar). Ik ben alleenstaand en heb een zoon en kleindochter. Bij mij is ook de bipolaire stoornis vastgesteld en daar ben ik eigenlijk al mijn hele leven mee bezig. Mijn hobby’s zijn mijn honden Olex en Joy. Daar ga ik driemaal in de week mee naar de hondenschool, waar ik als vrijwilligster in de kantine werk.