Ik wilde alleen maar vooruit

Toen ik voor het eerst hulp zocht binnen de GGZ, dacht ik aan een paar gesprekken. Ik zou uitleg krijgen over wat er aan de hand was, wat handvatten leren en daarna weer opknappen. Toen dat niet gebeurde, kwam medicatie in beeld. Dat voelde serieuzer, maar mijn verwachting bleef hetzelfde. We zouden iets vinden wat werkte en daarna zou mijn leven weer verdergaan zoals daarvoor.

Dat ‘zoals daarvoor’ bleek behoorlijk hardnekkig. Inmiddels waren er depressies en hypomanieën geweest, behandelingen, medicijnen en opnames. Mijn leven veranderde mee. Werken werd ingewikkelder. Ik ging twijfelen aan mijn energie en gedachten. Plannen voor de toekomst werden minder vanzelfsprekend. Zelfs mijn lichaam veranderde door de medicatie. Toch bleef ik vooral bezig met herstellen. Ik wilde terug naar degene die ik vóór dit alles was.

Lange tijd had ik voor de verliezen die daarbij hoorden ook geen woord. Ik zag vooral wat er niet meer lukte en probeerde vervolgens een oplossing te vinden. Minder kunnen werken? Dan moest ik ander werk. Een plan dat niet meer haalbaar was? Dan maakte ik een nieuw plan. Vooruitkijken voelde nuttiger dan stilstaan bij iets wat toch niet meer terugkwam.

Tijdens mijn laatste opname begon daar iets in te veranderen. Ik merkte dat ik steeds opnieuw tegen dezelfde dingen aanliep: mijn werk, vertrouwen in mezelf, verwachtingen over de toekomst, de extra kilo’s. Ik kon voor ieder afzonderlijk probleem wel iets bedenken, maar daarmee verdween het verdriet erover niet.

“Langzaam begon ik te beseffen dat ik aan het rouwen was.”

Dat vond ik eerst een vreemd woord. Ik associeerde rouw met overlijden, niet met een bipolaire stoornis. Toch paste het verrassend goed. Ik was niet alleen bezig met herstellen van depressies en hypomanieën. Ik moest ook iets met alles wat onderweg veranderd of verdwenen was.

Ik begon mijn verliezen op papier te zetten. Daaruit ontstond het idee voor een rouwmap met verschillende tabbladen voor alles waar ik tegenaan liep. Wat ben ik kwijtgeraakt? Waar ben ik boos om? Wat moet ik loslaten? Wat is er eigenlijk nog wél?

Tijdens diezelfde opname kreeg ik een hypomanie. Mijn gedachten gingen steeds sneller en ik begon te schrijven. En te schrijven. Stoppen bleek ineens een stuk ingewikkelder. Op een gegeven moment kwam een begeleider mijn kamer binnen en vond hij het tijd voor een pauze. Ik moest mijn laptop dichtdoen en mee naar de huiskamer.

Daar was ik het bepaald niet mee eens. Ik was met iets belangrijks bezig. Zag hij dat dan niet?

Achteraf kunnen we er samen om lachen. Hij kan zelfs nog behoorlijk goed nadoen hoe fel ik hem toen aankeek. En hij had gelijk. Ik moest op dat moment stoppen. De hypomanie maakte mijn ideeën niet automatisch waardeloos, maar het was ook geen toestand waarin ik rustig kon beoordelen of alles wat ik bedacht werkelijk zo briljant was als het op dat moment voelde.

Later, toen de hypomanie voorbij was en de dip erin sloop, bleef één idee overeind: de rouwmap. Die rouwmap liet me niet meer los. Ik ontdekte hoe makkelijk ik mijn eigen verliezen kleiner maakte. Lukte iets niet meer? Dan keek ik snel naar wat nog wél kon. Lekker positief. Alleen hoefde ik zo ook niet te lang stil te staan bij wat ik kwijt was. Want dan kwam de lastigere conclusie: sommige dingen kwamen gewoon niet meer terug.

Dat vond ik pijnlijk. Toch ontstond juist daar ruimte. Ik hoefde niet langer al mijn energie te steken in terugkomen op een plek die er niet meer precies zo uitzag als vroeger. Ik mocht verdrietig zijn om wat ik kwijt was. Boos ook. En ik ontdekte dat er gelukkig ook dingen waren die helemaal niet verdwenen waren.

Mijn idee over herstel veranderde daardoor. Ik dacht altijd dat herstellen betekende dat ik zo dicht mogelijk bij mijn oude leven moest uitkomen. Nu probeer ik anders te kijken. Wat is er veranderd? Waar moet ik rekening mee houden? Wat past nog steeds bij mij? En wat wil ik opnieuw opbouwen?

Dat lukt de ene keer beter dan de andere. Ik kan nog steeds flink chagrijnig worden wanneer mijn hoofd andere plannen heeft dan ik. Ook denk ik nog regelmatig dat ik nu toch eindelijk weer eens ‘gewoon’ verder zou moeten kunnen. Maar soms hoeft iets niet opgelost te worden. Soms ben ik gewoon verdrietig om iets wat ik ben kwijtgeraakt.

De rouwmap bleef ondertussen groeien. Ik begon me af te vragen waarom ik hier zo weinig over hoorde. Binnen de GGZ praten we veel over symptomen, medicatie, behandeling en herstel. Allemaal belangrijk. Maar wat gebeurt er met alles wat je onderweg verliest?

Ik bleef schrijven. Dit keer wel een stuk rustiger. De rouwmap groeide uiteindelijk uit tot KWIJT, een boek over rouwen om wie je was en bouwen aan wie je blijft.

Inmiddels weet ik dat bouwen en rouwen geen tegenpolen zijn. Ik hoef een verlies niet mooi te maken voordat ik verder mag. Soms mag ik eerst gewoon erkennen: dit ben ik kwijt en daar baal ik van.


Ilona Verschuren schrijft vanuit haar eigen ervaring met een bipolaire stoornis. Ze is moeder van een groot gezin en werkt in de zorg. Op haar Facebookpagina ‘Polaircontext’ deelt ze over haar bipolariteit. In september 2026 verscheen haar boek KWIJT – Rouwen om wie je was, bouwen aan wie je blijft bij een bipolaire stoornis. Zie: https://boekscout.shop/9789465441382